Alimentatie is de bijdrage in het levensonderhoud die de ene ex-partner aan de andere betaalt, of die een ouder betaalt voor een kind. De wet kent twee soorten met elk hun eigen grondslag: kinderalimentatie, geregeld in de artikelen 1:404 en 1:395a BW, en partneralimentatie, geregeld in artikel 1:157 BW.
In dit artikel leest u wat de wettelijke hoofdregels zijn rondom alimentatie, welke uitzonderingen gelden en welke stappen u kunt nemen.
De juridische hoofdregel: behoefte, behoeftigheid en draagkracht
De hoogte van alimentatie wordt bepaald door twee grootheden: de behoefte van degene die de bijdrage ontvangt en de draagkracht van degene die betaalt. Dat volgt uit artikel 1:397 BW, dat bepaalt dat bij de vaststelling van het verschuldigde bedrag enerzijds rekening wordt gehouden met de behoeften van de gerechtigde en anderzijds met de draagkracht van de verplichte, en dat bij meerdere onderhoudsplichtigen ieders draagkracht en de verhouding tot de gerechtigde meewegen.
Behoefte en behoeftigheid zijn niet hetzelfde. Behoefte is het bedrag dat iemand nodig heeft, gemeten naar de welstand tijdens het huwelijk of, bij een kind, naar het gezinsinkomen van vóór de scheiding. Behoeftigheid is de vraag of iemand dat bedrag niet zelf kan verwerven. Voor kinderen tot eenentwintig jaar geldt geen behoeftigheidstoets: de onderhoudsplicht van ouders bestaat ongeacht of het kind zelf over middelen zou kunnen beschikken. Voor partneralimentatie is behoeftigheid wel een zelfstandige voorwaarde.
In de praktijk rekenen advocaten en rechters met de zogenoemde Tremanormen, die de Expertgroep Alimentatienormen publiceert in het Rapport Alimentatienormen. Dat rapport is geen wet maar een rekenkundige leidraad die de wettelijke maatstaven praktisch uitwerkt. De rechter mag daarvan afwijken wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een berekening die van de normen afwijkt, vraagt in de praktijk om een goede toelichting.
Kinderalimentatie gaat voor bij beperkte draagkracht
Kinderalimentatie heeft voorrang op partneralimentatie. Is de draagkracht beperkt, dan wordt eerst gekeken wat het kind nodig heeft. Pas als daarna nog ruimte overblijft, komt partneralimentatie in beeld.
De onderhoudsplicht voor een kind loopt door tot het kind eenentwintig jaar wordt. Tot achttien jaar gaat het om kinderalimentatie in eigenlijke zin, betaald aan de verzorgende ouder. Vanaf achttien jaar bestaat een voortgezette onderhoudsplicht en heeft het kind zelf recht op de bijdrage; de betaling gaat dan rechtstreeks naar het kind.
De berekening kent enkele nuances die in de praktijk vaak over het hoofd worden gezien.
Het kindgebonden budget, inclusief de alleenstaandeouderkop, wordt niet in mindering gebracht op de behoefte van het kind, maar meegenomen bij de draagkracht van de ouder die het ontvangt (HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011).
Heeft een ouder onderhoudsplichten jegens kinderen uit verschillende relaties, dan wordt de beschikbare draagkracht in beginsel gelijk over die kinderen verdeeld, tenzij bijzondere omstandigheden een andere verdeling rechtvaardigen. Ontbreken gegevens over een andere onderhoudsplichtige, dan mag de rechter die schatten, mits controleerbaar gemotiveerd (HR 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:664).
Bij het bepalen van de draagkracht tellen in beginsel alle schulden mee, ook schulden waarop niet wordt afgelost. Een wettelijke schuldsaneringsregeling is daarbij iets anders dan gemeentelijke schuldhulpverlening en werkt niet op dezelfde manier door in de berekening (HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:340).
De inkomensafhankelijke bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet hoort als last in de draagkrachtberekening te worden meegenomen (HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:330).
Partneralimentatie: pas bij behoeftigheid
Partneralimentatie is niet vanzelfsprekend. Zij komt aan de orde wanneer een van beiden na de scheiding niet voldoende inkomsten heeft om in het eigen levensonderhoud te voorzien en die zich ook niet in redelijkheid kan verwerven, en de ander de draagkracht heeft om bij te dragen.
Wie zelf voldoende verdient of redelijkerwijs kan verdienen, heeft geen aanspraak. Bij de behoefte wordt gekeken naar de levensstandaard tijdens het huwelijk, maar ook naar de eigen verdiencapaciteit van de ontvanger; die inspanningsverplichting weegt zwaarder naarmate de scheiding langer geleden is. Daarbij bestaat een wezenlijk verschil met kinderalimentatie: bij partneralimentatie moet de ontvanger de verdiencapaciteit daadwerkelijk benutten, terwijl bij kinderalimentatie terughoudendheid past bij het toerekenen van verdiencapaciteit aan de verzorgende ouder, omdat dat in het nadeel van het kind kan werken (Rechtbank Overijssel 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5195).
Belangrijke uitzonderingen en nuances
De duur van partneralimentatie
Sinds 1 januari 2020 geldt voor nieuwe gevallen een kortere hoofdregel: de partneralimentatie duurt de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar. Op die hoofdregel bestaan drie uitzonderingen, elk met een eigen voorwaarde. Bepalend is steeds het tijdstip waarop het verzoek tot echtscheiding is ingediend.
Zijn er op dat moment kinderen die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt, dan loopt de verplichting door totdat het jongste kind twaalf wordt.
Duurde het huwelijk langer dan vijftien jaar en bereikt de ontvanger binnen tien jaar na indiening van het verzoek de AOW-leeftijd, dan loopt de verplichting tot die AOW-leeftijd.
Is de ontvanger geboren op of vóór 1 januari 1970, duurde het huwelijk langer dan vijftien jaar en ligt de AOW-leeftijd meer dan tien jaar in de toekomst, dan geldt een termijn van tien jaar. Deze voorwaarde draait om de geboortedatum, niet om de leeftijd bij de scheiding; dat is een veelgemaakte fout.
Doen meerdere uitzonderingen zich tegelijk voor, dan geldt de langste termijn. De termijn zelf begint te lopen op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, dus niet bij de indiening van het verzoek en niet bij een latere wijziging van het bedrag. Voor scheidingen van vóór 1 januari 2020 geldt het oude recht, met in beginsel een termijn van twaalf jaar.
Na afloop van de termijn kan de rechter op verzoek alsnog een nieuwe termijn vaststellen, maar alleen wanneer beëindiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de ontvanger kan worden gevergd. Dat verzoek kent een strikte termijn van drie maanden na de beëindiging van de uitkering. Het is dus geen verlenging die vanzelf komt.
Wanneer de verplichting eerder eindigt
De verplichting tot partneralimentatie eindigt eerder wanneer de ontvanger opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd. Dat volgt uit artikel 1:160 BW en gebeurt van rechtswege: een aparte uitspraak is daarvoor niet nodig.
Samenleven als waren zij gehuwd is de lastigste variant om vast te stellen. Een gezamenlijke inschrijving is niet vereist; beslissend is de feitelijke situatie, waarbij wordt gekeken naar een affectieve relatie van duurzame aard, een gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse verzorging. De enkele aanwezigheid van een nieuwe partner is dus niet genoeg. Eindigt die nieuwe relatie later weer, dan herleeft de aanspraak niet. Wie vermoedt dat van zo’n samenleving sprake is, doet er verstandig aan niet eigenhandig te stoppen met betalen, maar de beëindiging eerst te laten vaststellen of samen vast te leggen.
Kinderalimentatie eindigt niet doordat de andere ouder een nieuwe relatie krijgt. Het bedrag kan wel veranderen, bijvoorbeeld doordat een nieuwe onderhoudsplicht ontstaat of de zorgverdeling wijzigt.
Indexering: jaarlijks van rechtswege
Alimentatiebedragen worden ieder jaar per 1 januari van rechtswege gewijzigd met een percentage dat de minister vaststelt aan de hand van de loonontwikkeling, op grond van artikel 1:402a BW. Dat gebeurt ook als niemand er iets over heeft afgesproken. Het percentage verschilt per jaar en wordt telkens opnieuw bekendgemaakt; er is dus geen vast percentage om op te varen.
Uit recente rechtspraak volgt een nuance over terugwerkende kracht. Wordt een bedrag met terugwerkende kracht vastgesteld over een periode die al is verstreken, dan werkt de wettelijke indexering van rechtswege alleen voor de periode ná die uitspraak. De rechter moet zich wel ambtshalve rekenschap geven van de gevolgen die de indexering voor de eerdere periode zou hebben gehad, en kan die verdisconteren in het bedrag (HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1165).
Partijen kunnen de indexering uitsluiten, maar dat moet uitdrukkelijk in de overeenkomst staan. Wie jarenlang hetzelfde bedrag heeft betaald zonder geldige uitsluiting, kan achterstallige indexering verschuldigd zijn. Een aanspraak daarop kan na verloop van tijd verjaren.
Wijziging bij gewijzigde omstandigheden
Een vastgestelde alimentatie is geen eindpunt. Artikel 1:401 BW geeft de rechter de mogelijkheid een eerdere uitspraak of overeenkomst te wijzigen of in te trekken. Dat kan wanneer de bijdrage door een wijziging van omstandigheden niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet, wanneer de eerdere vaststelling van meet af aan op onjuiste of onvolledige gegevens berustte, en wanneer een overeenkomst is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven.
Twee dingen zijn daarbij van belang. Een wijziging werkt niet vanzelf terug tot het moment waarop de omstandigheden veranderden; de rechter bepaalt vanaf welke datum de nieuwe bijdrage geldt, en die datum kan eerder liggen dan de uitspraak. En zolang er geen nieuwe beschikking of afspraak is, blijft de oude verplichting gelden.
Bij verlaging met terugwerkende kracht past de rechter behoedzaamheid. Hij beoordeelt of van de ontvanger in redelijkheid terugbetaling kan worden verlangd, mede gelet op de omvang van het bedrag, de financiële positie van de ontvanger en de mate waarin het al is verbruikt (HR 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:594).
Inning: alleen met een executoriale titel
Een afspraak over alimentatie is pas afdwingbaar wanneer zij is vastgelegd in een vorm die een executoriale titel oplevert: een rechterlijke beschikking of een notariële akte. Een mondelinge of onderhandse afspraak biedt geen basis om gedwongen te innen; daarvoor moet eerst een titel worden verkregen.
Blijft betaling ondanks een titel uit, dan kan de onderhoudsgerechtigde het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen verzoeken de inning over te nemen. Dat kan onder de voorwaarden van artikel 1:408 BW: er moet een executoriale titel zijn en er moet in de zes maanden voorafgaand aan het verzoek ten minste één periodieke betaling niet of niet volledig zijn voldaan. Het bureau brengt daarbij op grond van artikel 1:408 lid 3 BW en het Besluit kostenopslag inning kinderalimentaties en partneralimentaties een kostenopslag in rekening van vijftien procent, met een minimum van negentien euro. Die opslag wordt berekend over zowel de achterstand als de lopende termijnen en volledig verhaald op de onderhoudsplichtige; voor de ontvanger is de inning kosteloos. De inning eindigt pas wanneer gedurende een half jaar regelmatig is betaald en er geen achterstand meer is.
Naast dat bureau kan een gerechtsdeurwaarder worden ingeschakeld, bijvoorbeeld voor loonbeslag. Bij beslag op loon of uitkering blijft een deel van het inkomen buiten het beslag: de beslagvrije voet van de artikelen 475b tot en met 475e Rv, die de onderhoudsplichtige een bestaansminimum laat voor vaste lasten als huur, zorg en levensonderhoud.
Wonen partijen in verschillende landen
Wonen ex-partners, of ouder en kind, in verschillende landen, dan speelt Europees recht een rol. De alimentatieverordening, Verordening (EG) nr. 4/2009, regelt welke rechter bevoegd is en hoe een beslissing in een andere lidstaat wordt erkend en ten uitvoer gelegd. Welk recht op de onderhoudsverplichting zelf van toepassing is, wordt aangewezen via het Haags Protocol van 2007, waarnaar de verordening verwijst. Het Hof van Justitie heeft verduidelijkt dat een onderhoudsgerechtigde zich rechtstreeks kan wenden tot de bevoegde autoriteit van de lidstaat van tenuitvoerlegging (zaak C-283/16).
Stappenplan bij een vraag over alimentatie
- Stel vast om welke soort het gaat. Kinderalimentatie en partneralimentatie hebben een andere grondslag en andere regels voor duur, einde en voorrang.
- Verzamel de financiële gegevens van beide kanten: inkomen, woonlasten, schulden, de zorgverdeling en, bij kinderen, het gezinsinkomen van vóór de scheiding.
- Laat de behoefte en de draagkracht doorrekenen volgens het Rapport Alimentatienormen. Dat is een rekenkundige leidraad, geen wet; een eigen schatting leidt in de praktijk vaak tot discussie achteraf.
- Leg de uitkomst vast in een vorm die een executoriale titel oplevert: een rechterlijke beschikking of een notariële akte. Een onderhandse afspraak is niet afdwingbaar via het inningsbureau of een deurwaarder.
- Controleer jaarlijks de indexering per 1 januari en pas het bedrag aan, tenzij u die uitdrukkelijk hebt uitgesloten.
- Verandert er iets wezenlijks in inkomen, draagkracht of zorgverdeling, zoek dan eerst samen een nieuwe afspraak en leg die vast. Lukt dat niet, dan kunt u de rechter om wijziging vragen op grond van artikel 1:401 BW.
- Wordt er niet betaald, stuur dan eerst zelf een aanmaning met een duidelijke termijn. Blijft betaling uit en is er een titel, dan kunt u de inning laten overnemen of een deurwaarder inschakelen.
Veelgemaakte fouten in de praktijk
Eigenhandig stoppen met betalen. Wie vermoedt dat de ander samenwoont als waren zij gehuwd, of zelf minder is gaan verdienen, kan die conclusie niet zelf trekken. Tot de verplichting is gewijzigd of geëindigd, loopt de achterstand op.
De indexering vergeten. Dit is de meest voorkomende fout in dit onderwerp, aan beide kanten, en zij werkt jarenlang door.
Denken dat de termijn opnieuw begint. De termijn van partneralimentatie loopt vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, niet vanaf de indiening van het verzoek en niet vanaf de laatste wijziging van het bedrag.
Kinderalimentatie en partneralimentatie door elkaar halen. Ze kennen een andere grondslag, een andere behoeftigheidstoets, een andere duur en een andere volgorde bij beperkte draagkracht.
Alleen naar het inkomen kijken. Draagkracht wordt bepaald door inkomen en lasten samen, inclusief schulden en de bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet.
Afspraken niet vastleggen als executoriale titel. Een onderhandse afspraak over een lager bedrag is niet alleen moeilijk te bewijzen, maar biedt ook geen basis voor gedwongen inning.
Veelgestelde vragen
Moet ik alimentatie betalen als mijn ex meer verdient dan ik?
Voor partneralimentatie in beginsel niet: die veronderstelt dat de ander behoeftig is en u draagkracht heeft. Voor kinderalimentatie ligt het anders. Beide ouders dragen naar draagkracht bij in de kosten van het kind, ook als de ene ouder meer verdient dan de andere.
Hoe lang moet ik partneralimentatie betalen?
Voor scheidingen vanaf 1 januari 2020 in beginsel de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar, tenzij een van de drie uitzonderingen geldt: kinderen onder de twaalf jaar, een huwelijk van meer dan vijftien jaar met de AOW-leeftijd binnen tien jaar, of een huwelijk van meer dan vijftien jaar waarbij de ontvanger geboren is op of vóór 1 januari 1970. Voor oudere scheidingen geldt in beginsel twaalf jaar. De termijn loopt steeds vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Mijn inkomen is gedaald. Kan ik de alimentatie laten verlagen?
Dat kan, als sprake is van een wijziging van omstandigheden waardoor de bijdrage niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Vraag de wijziging tijdig aan: hoe langer u wacht, hoe groter de achterstand die intussen ontstaat. De rechter bepaalt vanaf welke datum de nieuwe bijdrage geldt en gaat behoedzaam om met terugbetaling over een verstreken periode.
Mijn ex betaalt niet. Wat kan ik doen?
Stuur eerst zelf een aanmaning met een duidelijke termijn. Blijft betaling uit en is de alimentatie vastgelegd in een beschikking of notariële akte, dan kunt u het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen verzoeken de inning over te nemen, mits in de voorafgaande zes maanden ten minste één betaling is uitgebleven. Ook een deurwaarder is mogelijk, bijvoorbeeld via loonbeslag, met inachtneming van de beslagvrije voet.
Geldt de alimentatie ook als wij nooit getrouwd zijn geweest?
Voor kinderen wel: de onderhoudsplicht van ouders staat los van het huwelijk. Partneralimentatie bestaat alleen na een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Samenwoners kunnen zelf een bijdrage afspreken in een samenlevingscontract; die afspraak is contractueel en volgt niet de wettelijke regels over duur en einde.
Onze advocaten personen- en familierecht in Eindhoven en Amsterdam
Wilt u weten waar u aan toe bent, of klopt het bedrag dat u betaalt of ontvangt niet meer bij uw situatie? Onze advocaten rekenen de behoefte en de draagkracht door, leggen afspraken vast in een afdwingbare vorm en procederen zo nodig over wijziging of inning. Wij zijn bereikbaar op onze kantoren in Eindhoven en Amsterdam. Neem contact op voor een eerste beoordeling van uw situatie.
Disclaimer
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. De uitkomst in een concrete zaak hangt af van de feiten, de peildatum en de toepasselijke regeling. Laatste inhoudelijke controle: 18 augustus 2026.
Geraadpleegde bronnen
Burgerlijk Wetboek Boek 1: artikel 157 (partneralimentatie en duur), 160 (einde bij hertrouwen of samenleven), 395a (onderhoudsplicht tot 21 jaar), 397 (behoefte en draagkracht), 400 (voorrang), 401 (wijziging), 402a (indexering), 404 (kosten verzorging en opvoeding), 408 (inning).
HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011, kindgebonden budget en draagkracht.
HR 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:594, terugwerkende kracht en terugbetaling.
HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:330, bijdrage Zorgverzekeringswet als last.
HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:340, schulden in de draagkrachtberekening.
HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1165, indexering en terugwerkende kracht.
HR 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:664, verdeling van draagkracht over kinderen uit verschillende relaties.
Rechtbank Overijssel 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5195, verdiencapaciteit.
Verordening (EG) nr. 4/2009 en HvJ EU, zaak C-283/16.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikelen 475b tot en met 475e (beslagvrije voet).
Besluit kostenopslag inning kinderalimentaties en partneralimentaties.
Rapport Alimentatienormen, Expertgroep Alimentatienormen.