Vernieling of vandalisme: wat zijn de straffen?

Dichtgetimmerd raam in een bakstenen muur in een stille straat

Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 september 2026

Vernieling of vandalisme valt in Nederland onder artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaar is wie opzettelijk en wederrechtelijk een goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt. Daarop staat ten hoogste twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie, sinds 1 januari 2026 27.500 euro. In de praktijk volgt meestal een geldboete of een taakstraf.

Graffiti spuiten op een muur van een ander is vernieling in de zin van artikel 350 Sr.

Wat verstaat de wet onder vernieling?

Vandalisme is spreektaal; het woord komt in het Wetboek van Strafrecht niet voor. De strafbepaling heet vernieling en staat in artikel 350 Sr. Politie, officier van justitie en rechter gebruiken die term ook wanneer het in het dagelijks taalgebruik gaat om een ingegooide ruit, een bekraste auto, een omgetrapt verkeersbord of een gesloopt bushokje. Het onderscheid tussen beide woorden heeft dus geen juridische betekenis: wie over vandalisme spreekt, beschrijft de gedraging die artikel 350 Sr strafbaar stelt.

Voor een veroordeling moet het Openbaar Ministerie bewijzen dat u opzettelijk en wederrechtelijk hebt gehandeld en dat het goed geheel of ten dele van een ander was. De wet noemt vier gedragingen, en het is voldoende dat er een van bewezen wordt:

  • vernielen: het goed gaat als zodanig teniet;
  • beschadigen: het goed blijft bestaan, maar wordt in waarde of bruikbaarheid aangetast;
  • onbruikbaar maken: het goed blijft heel, maar functioneert niet meer;
  • wegmaken: het goed raakt buiten het bereik van de rechthebbende.

Volledige vernietiging is dus niet nodig. Een kras over een portier of een tag op een gevel volstaat. Wel moet u het willens en wetens hebben gedaan. Voorwaardelijk opzet telt daarbij mee: wie een fles naar een gevel gooit, aanvaardt bewust de aanmerkelijke kans dat er iets sneuvelt. Een echt ongeluk, zoals struikelen tegen een geparkeerde scooter, is geen vernieling. Daarvoor kunt u hooguit civielrechtelijk aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:162 BW.

Het bestanddeel wederrechtelijk verdient aandacht. Wie met toestemming van de eigenaar een muur oververft of een oude keuken sloopt, handelt niet wederrechtelijk. En omdat de wet spreekt over een goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, valt uw eigen bezit erbuiten, maar mede-eigendom er wel binnen. Sloopt u tijdens een ruzie de gezamenlijke inboedel, dan is artikel 350 Sr gewoon van toepassing.

De wet kent bovendien zwaardere varianten. Beschadigt of doodt u een dier dat aan een ander toebehoort, dan loopt het maximum in artikel 350 Sr op tot drie jaar. Gaat het om een gebouw, een vaartuig, een installatie ter zee of een luchtvaartuig van een ander, dan geldt artikel 352 Sr met een maximum van vier jaar. Voor graffiti kan daarnaast een gemeentelijke verordening van toepassing zijn, maar de strafrechtelijke kern blijft artikel 350 Sr.

Welke straf staat er op vernieling?

Het wettelijk maximum is twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. In gewone vernielingszaken komt de rechter daar zelden in de buurt. Bepalend zijn vooral de omvang van de schade en de vraag of u eerder voor eenzelfde feit bent veroordeeld.

Het Openbaar Ministerie werkt met de Richtlijn voor strafvordering vernieling. Die richtlijn koppelt het schadebedrag aan een eis. Voor een first offender met een schade tot 5.000 euro ligt de geldboete grofweg tussen 225 en 550 euro. Vanaf een schade van 5.000 euro gaat de richtlijn uit van een taakstraf van vijftig uur of meer. Bij herhaling verschuift het beeld naar een hogere taakstraf en uiteindelijk naar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De richtlijn noemt ook omstandigheden die de eis verzwaren: een kwetsbaar slachtoffer, vernieling rond een evenement, voetbalgerelateerde vernieling, alcohol of drugs in combinatie met uitgaansgeweld, agressie in het verkeer en discriminatoire aspecten. Bij dat laatste is dagvaarden het uitgangspunt, ook als de schade beperkt is.

Belangrijk is dat zo een richtlijn het Openbaar Ministerie bindt, maar de rechter niet. De rechter blijft vrij binnen het wettelijk maximum en betrekt daarbij uw persoonlijke omstandigheden, uw houding tijdens het onderzoek, de vraag of de schade al is vergoed en de inhoud van uw justitiele documentatie. Een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, bijvoorbeeld een behandeling bij problematisch alcoholgebruik, is in dit soort zaken een reeel scenario.

Let er verder op dat het schadebedrag in de richtlijn de herstelkosten betreft en niet de aanschafwaarde van een nieuw exemplaar. Een discussie over de vraag of een gekraste deur gespoten of vervangen moest worden, is dus geen detail: het bedrag bepaalt of het bij een geldboete blijft of dat een taakstraf in beeld komt.

Wanneer wordt vandalisme in een groep openlijke geweldpleging?

Zodra meerdere mensen in vereniging openlijk geweld plegen tegen goederen, komt niet artikel 350 Sr maar artikel 141 Sr in beeld: openlijke geweldpleging. Dat is een aanmerkelijk zwaarder verwijt, en de bewijspositie van het Openbaar Ministerie is er gunstiger.

Bij artikel 141 Sr hoeft namelijk niet te worden bewezen dat u zelf een ruit hebt ingegooid of een auto hebt omgeduwd. Voldoende is dat u een voldoende significante en wezenlijke bijdrage hebt geleverd aan het openlijke geweld. Wie meeloopt in een groep die een straat kort en klein slaat, aanvuurt of de weg verspert, kan daardoor aansprakelijk zijn voor het geheel. Bij ongeregeldheden rond een voetbalwedstrijd of een uit de hand gelopen demonstratie is dat het scenario waarop verdachten vrijwel altijd worden betrapt.

Loopt het uit op vuur, dan verandert het beeld opnieuw. Brandstichting is een zelfstandig misdrijf met een veel hoger strafmaximum, zeker wanneer daarvan gevaar voor goederen of personen te duchten is. Wat u kunt verwachten als vuur ontstaat zonder dat u dat wilde, leest u in ons artikel over strafbaarheid bij brand door onoplettendheid.

Politie maakt proces-verbaal op na vernieling van ruiten en straatmeubilair in een winkelstraat.

Hoe verloopt de zaak na de aangifte?

De politie legt de vernieling vast in een proces-verbaal en stuurt dat naar het Openbaar Ministerie. Daarna beslist de officier van justitie hoe de zaak wordt afgedaan. Er zijn in hoofdlijnen drie routes:

  • sepot, al dan niet voorwaardelijk, bijvoorbeeld op voorwaarde dat u de schade vergoedt;
  • een strafbeschikking, waarbij de officier van justitie zelf een straf oplegt;
  • een dagvaarding, waarna de politierechter of de kinderrechter de zaak beoordeelt.

Voor eenvoudige vernielingszaken is de strafbeschikking van het Openbaar Ministerie de gebruikelijke route. Er komt dan geen rechter aan te pas. Bent u het er niet mee eens, dan moet u verzet doen binnen veertien dagen, gerekend vanaf het moment waarop de strafbeschikking u bekend is geworden. Doet u niets, dan wordt de beschikking onherroepelijk en int het Centraal Justitieel Incassobureau het bedrag. Doet u wel verzet, dan komt de zaak alsnog op zitting.

Bij grotere schade, bij herhaling of bij discriminatoire aspecten volgt een dagvaarding. Hoe zo een zaak zich vanaf de aanhouding ontwikkelt, beschrijven wij stap voor stap in ons overzicht van het verloop van een strafzaak in Nederland. Belangrijk om te weten: u hebt recht op bijstand van een advocaat voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor, en u hoeft geen verklaring af te leggen. Juist bij vernieling, waar de identificatie op camerabeelden vaak het hele bewijs draagt, is dat geen formaliteit.

Voor het slachtoffer begint alles bij de aangifte. Zonder aangifte komt er in de regel geen strafzaak, en zonder onderbouwing van de schade komt er geen vordering. Fotografeer de schade, bewaar de reparatienota of een offerte en noteer de namen van getuigen. Vraag ook of er camerabeelden zijn en meld dat bij de politie, want beelden worden vaak binnen enkele dagen overschreven. Hoe beter het dossier op dat punt is, hoe groter de kans dat de officier van justitie de zaak oppakt in plaats van seponeert wegens gebrek aan bewijs.

Wat betekent een veroordeling voor uw strafblad en uw VOG?

Zowel een veroordeling door de rechter als een onherroepelijke strafbeschikking leidt tot een aantekening in de justitiele documentatie. Artikel 4 van de Wet justitiele en strafvorderlijke gegevens bepaalt dat gegevens over misdrijven waarop minder dan zes jaar gevangenisstraf staat, twintig jaar bewaard blijven. Vernieling valt in die categorie. De veelgehoorde gedachte dat een strafblad na vijf jaar leeg is, klopt dus niet.

Voor de Verklaring Omtrent het Gedrag geldt een aparte, veel kortere blik. Justis kijkt in de regel vier jaar terug, en twee jaar bij aanvragers tot 23 jaar. Een aantekening leidt niet automatisch tot een weigering: Justis beoordeelt of het feit, als het opnieuw zou gebeuren, een belemmering vormt voor de functie waarvoor u de verklaring nodig hebt, en weegt daarna uw belang tegen het risico voor de samenleving. Voor een functie in de beveiliging of het onderwijs telt een geweldsgerelateerde vernieling zwaarder dan voor een administratieve baan. Wat een aantekening verder betekent voor werk, verzekeringen en reizen, zetten wij uiteen bij de gevolgen van een strafblad.

Wie draait op voor de schade?

De straf en de schadevergoeding zijn twee verschillende dingen. De straf is een reactie van de samenleving; de schadevergoeding is een civiele verplichting tegenover het slachtoffer op grond van artikel 6:162 BW. Ook wie wordt vrijgesproken, kan civielrechtelijk nog aansprakelijk zijn, omdat de bewijsmaatstaf in het civiele recht lichter is.

Het slachtoffer hoeft daarvoor niet altijd een aparte procedure te starten. Als benadeelde partij kan het zich op grond van artikel 51f Sv voegen in het strafproces. De strafrechter beoordeelt de vordering dan meteen, mits die niet te ingewikkeld is. Daarnaast kan de rechter een schadevergoedingsmaatregel opleggen op grond van artikel 36f Sr. Het voordeel voor het slachtoffer is groot: de inning loopt dan via het Centraal Justitieel Incassobureau in plaats van via een eigen deurwaarder. Wat de mogelijkheden zijn als de strafzaak niet tot een volledige vergoeding leidt, leest u bij de civiele rechten van slachtoffers na een strafzaak.

Bij minderjarige daders verschuift de aansprakelijkheid. Voor schade door een kind dat nog geen veertien jaar is, zijn de ouders of de voogd aansprakelijk op grond van artikel 6:169 BW. Bij veertien- en vijftienjarigen rust de aansprakelijkheid eveneens op de ouders, tenzij hun niet te verwijten valt dat zij de gedraging niet hebben belet. Vanaf zestien jaar is de jongere zelf aansprakelijk. Reken er niet op dat de aansprakelijkheidsverzekering het opvangt: opzettelijk toegebrachte schade is in veel polissen uitgesloten.

Hoe worden minderjarigen behandeld?

Vanaf twaalf jaar kan iemand in Nederland strafrechtelijk worden vervolgd. Voor jongeren geldt het jeugdstrafrecht, dat opvoedkundig van aard is: de reactie moet passen bij de leeftijd en de ontwikkeling van de verdachte, niet alleen bij de ernst van het feit. De kinderrechter behandelt de zaak in beginsel achter gesloten deuren.

Bij een eerste, overzichtelijke vernieling is de Halt-afdoening het gebruikelijke antwoord. De jongere voert een leeropdracht uit, biedt excuses aan en vergoedt de schade. Rondt hij die afdoening succesvol af, dan volgt geen vervolging en dus ook geen veroordeling. Dat is precies de reden om een Halt-verwijzing serieus te nemen in plaats van te laten lopen.

Rond de grens van de meerderjarigheid is er speelruimte in twee richtingen. De rechter kan bij zestien- en zeventienjarigen in ernstige zaken het volwassenenstrafrecht toepassen, en omgekeerd bij jongvolwassenen het jeugdstrafrecht, als de persoonlijkheid van de verdachte daartoe aanleiding geeft. Wat die keuze concreet betekent, hebben wij uitgewerkt in ons artikel over jeugdstrafrecht en de gevolgen daarvan.

Welke verweren zijn kansrijk bij een verdenking van vernieling?

Het meest gevoerde verweer is dat het opzet ontbreekt. Schade die ontstaat door onhandigheid, door een val of doordat een voorwerp bezweek, levert geen vernieling op. Het Openbaar Ministerie zal dan proberen voorwaardelijk opzet aan te tonen, en juist daar valt vaak wat op af te dingen.

Daarnaast loont het om naar de andere bestanddelen te kijken. Was het goed werkelijk van een ander? Had de eigenaar toestemming gegeven, uitdrukkelijk of stilzwijgend? Was er sprake van mede-eigendom, en hoe verhoudt zich dat tot de aangifte? In uitzonderlijke gevallen kan een beroep op noodweer slagen, bijvoorbeeld wanneer u een ruit insloeg om iemand uit een benarde situatie te bevrijden.

Het bewijs zelf is bij vernieling vaak het zwakke punt. Zaken staan of vallen met camerabeelden, een herkenning door een agent of de verklaring van een omstander die in het donker iets meende te zien. De vraag of de beelden werkelijk uw kleding en postuur laten zien, is dus een reeel verweer. En loopt het toch uit op een veroordeling, dan blijft het schadebedrag de moeite van de discussie waard: dat bedrag stuurt zowel de strafmaat als de vordering van de benadeelde partij.

Veelgestelde vragen

Wat is het maximum dat op vernieling staat?

Artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht stelt een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of een geldboete van de vierde categorie. Die vierde categorie bedraagt sinds 1 januari 2026 27.500 euro.

Gaat het om het beschadigen van een dier van een ander, dan loopt het maximum op tot drie jaar. Vernielt u een gebouw, een vaartuig of een luchtvaartuig van een ander, dan geldt artikel 352 Sr met een maximum van vier jaar.

Die maxima zijn plafonds, geen richtsnoer. In gewone vernielingszaken blijft de straf daar ver onder.

Kom ik met een strafbeschikking voor vernieling op het strafblad?

Ja. Ook een strafbeschikking van de officier van justitie leidt tot een aantekening in de justitiele documentatie, net als een veroordeling door de rechter. Dat een rechter er niet aan te pas komt, betekent dus niet dat de zaak spoorloos blijft.

Wilt u dat voorkomen, dan moet u binnen veertien dagen verzet doen. Daarna beoordeelt de rechter de zaak alsnog.

Hoe lang blijft een veroordeling voor vernieling zichtbaar?

De Wet justitiele en strafvorderlijke gegevens bepaalt in artikel 4 dat gegevens over misdrijven waarop minder dan zes jaar gevangenisstraf staat, twintig jaar bewaard blijven. Vernieling valt in die categorie.

Voor de Verklaring Omtrent het Gedrag geldt een kortere blik: Justis kijkt in de regel vier jaar terug, en twee jaar bij aanvragers tot 23 jaar.

Zijn mijn ouders aansprakelijk voor schade die ik als minderjarige heb aangericht?

Dat hangt af van de leeftijd. Voor schade door een kind dat nog geen veertien jaar is, zijn de ouders of de voogd op grond van artikel 6:169 BW aansprakelijk. Bij veertien- en vijftienjarigen zijn zij dat eveneens, tenzij hun niet te verwijten valt dat zij de gedraging niet hebben belet.

Vanaf zestien jaar draagt de jongere de civiele aansprakelijkheid zelf. Houd er rekening mee dat aansprakelijkheidsverzekeringen opzettelijk toegebrachte schade vaak uitsluiten.

Wordt vernieling in een groep zwaarder bestraft?

Vaak wel, en soms krijgt u een andere tenlastelegging. Zodra meerdere mensen in vereniging openlijk geweld plegen tegen goederen, komt artikel 141 Sr in beeld.

Bij die bepaling hoeft het Openbaar Ministerie niet te bewijzen dat u zelf iets kapot hebt gemaakt. Een voldoende significante bijdrage aan het openlijke geweld is genoeg. Meelopen bij rellen kan daardoor duurder uitpakken dan veel mensen denken.

Kan ik vernieling van mijn eigen spullen plegen?

Nee. Artikel 350 Sr eist dat het goed geheel of ten dele aan een ander toebehoort. Uw eigen bezit slopen levert geen vernieling op.

Let op het woord ten dele: bij mede-eigendom, bijvoorbeeld een gezamenlijke inboedel, is de bepaling wel van toepassing. Ook toestemming van de eigenaar is relevant, omdat die de wederrechtelijkheid wegneemt.

Strafrechtadvocaat bespreekt met een client de verdenking van vernieling en de mogelijke afdoening.

Bijstand bij een verdenking van vernieling

Een uitnodiging voor verhoor, een strafbeschikking op de mat of een dagvaarding voor de politierechter: in alle drie de gevallen loont het om vroeg te weten waar u staat. De termijn voor verzet is kort, de bewijsvragen zijn vaak concreet en het schadebedrag is bijna altijd bespreekbaar. De strafrechtadvocaten van Law & More beoordelen het dossier, wegen de haalbaarheid van een verweer en bespreken met u wat een realistische uitkomst is. Meer over het moment waarop bijstand verschil maakt, leest u bij wanneer u een strafrechtadvocaat nodig hebt. Bellen kan op +31 40 369 06 80.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.