Gepubliceerd op 6 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Een opzettelijk onjuiste of onvolledige belastingaangifte is strafbaar als fiscaal delict op grond van artikel 69 lid 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), met een maximale straf van zes jaar gevangenisstraf. Valt het feit daaronder, dan mag het Openbaar Ministerie u voor het indienen van die aangifte niet ook vervolgen voor het gebruik van een vals geschrift (artikel 69 lid 4 AWR en artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht, Sr).
Wel kan valsheid in geschrift aan de orde zijn als u de stukken achter de aangifte vervalst of valselijk opmaakt, zoals facturen of een boekhouding (artikel 225 lid 1 Sr). Een vergissing is geen strafbaar feit: voor beide delicten is opzet nodig. Hieronder leest u wanneer een onjuiste aangifte strafbaar is, hoe het verschil tussen materiële en intellectuele valsheid werkt, wat rechters beslisten en wat inkeer betekent.
Inhoudsopgave
Wanneer is een onjuiste aangifte strafbaar?
Een onjuiste aangifte is strafbaar als u haar opzettelijk onjuist of onvolledig doet en daardoor te weinig belasting kan worden geheven (artikel 69 lid 2 AWR). Opzet betekent dat u wist dat de aangifte niet klopte, of bewust het aanmerkelijke risico aanvaardde dat zij onjuist was.
Een rekenfout, een verkeerd ingevuld vakje of een standpunt dat juridisch verdedigbaar is, is geen opzet. De Belastingdienst corrigeert zo’n fout met een (navorderings)aanslag en eventueel belastingrente. Gaat het om grove schuld, dan kan de inspecteur een bestuurlijke boete opleggen (artikel 67e AWR), maar dat is geen strafzaak.
Wat is valsheid in geschrift?
Valsheid in geschrift is het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs te dienen, met het oogmerk het als echt te gebruiken of door anderen te laten gebruiken (artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht). De maximale straf is zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie.
Ook wie opzettelijk gebruikmaakt van een vals of vervalst geschrift, is strafbaar (artikel 225 lid 2 Sr). Voorbeelden van geschriften met bewijskracht zijn facturen, loonstroken, jaarrekeningen, contracten en de boekhouding van een onderneming.
Wat is het verschil tussen materiële en intellectuele valsheid?
Bij materiële valsheid is het geschrift zelf niet echt: het is nagemaakt, gewijzigd of op naam van een ander opgemaakt. Bij intellectuele valsheid is het geschrift wel echt afkomstig van de opsteller, maar staat er een onjuiste inhoud in.
| Soort valsheid | Wat is er onjuist? | Voorbeeld ter illustratie |
|---|---|---|
| Materiële valsheid | De echtheid van het stuk: wie het opmaakte of wat er oorspronkelijk stond | Een bedrag op een bestaande factuur van een leverancier wordt achteraf verhoogd |
| Intellectuele valsheid | De inhoud: de opsteller schrijft zelf onware feiten op | Een ondernemer maakt zelf een factuur op voor werk dat nooit is verricht |
Beide vormen vallen onder artikel 225 lid 1 Sr. Een belastingaangifte die u zelf onjuist invult, is inhoudelijk onjuist, maar wordt als fiscaal delict vervolgd via artikel 69 AWR.
Hoe verhouden artikel 69 AWR en artikel 225 Sr zich?
Valt het indienen van een onjuiste aangifte onder artikel 69 lid 1 of 2 AWR, dan is vervolging voor het gebruik van een vals geschrift op grond van artikel 225 lid 2 Sr uitgesloten (artikel 69 lid 4 AWR). U kunt dus niet twee keer worden vervolgd voor hetzelfde indienen van de aangifte.
Die uitsluiting geldt niet voor het opmaken of vervalsen van de onderliggende stukken. Op 2 april 2021 veroordeelde de rechtbank Amsterdam een feitelijk leidinggever van twee bv’s voor onjuiste omzetbelastingaangiften én voor valsheid in geschrift: hij had valse facturen en bankafschriften opgemaakt en aan de Belastingdienst verstrekt. De straf was 24 maanden gevangenisstraf en zeven jaar ontzetting uit het recht om bestuurder te zijn (ECLI:NL:RBAMS:2021:1607).
Is een adviseur die aangifte doet voor een ander strafbaar?
Niet als pleger van het fiscale delict. Artikel 69 lid 2 AWR ziet volgens de Hoge Raad alleen op een aangifte van de belastingplichtige zelf of van een vertegenwoordiger als bedoeld in de artikelen 42 tot en met 44 AWR. Een adviseur die onjuiste aangiften op naam van anderen indiende, kon daarom niet als pleger worden veroordeeld (Hoge Raad 18 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1699).
Dat betekent geen vrijbrief. De Hoge Raad wees erop dat zo iemand via een andere deelnemingsvorm (artikelen 47 tot en met 51 Sr) aansprakelijk kan zijn. Ook kan de gedraging valsheid in geschrift opleveren, omdat artikel 225 lid 2 Sr tot iedereen is gericht.
Krijgt u een boete of een strafzaak?
Voor één en hetzelfde feit krijgt u óf een bestuurlijke boete van de Belastingdienst óf een strafzaak, niet allebei (artikel 243 lid 2 Wetboek van Strafvordering en artikel 5:44 Algemene wet bestuursrecht). Belastingdienst, FIOD en Openbaar Ministerie overleggen welke route wordt gekozen.
| Route | Wie beslist | Maximum |
|---|---|---|
| Bestuurlijke boete (vergrijpboete) | Inspecteur van de Belastingdienst | 100 procent van de te weinig geheven belasting bij opzet (artikel 67e AWR) |
| Strafzaak fiscaal delict | Openbaar Ministerie en strafrechter | 6 jaar gevangenisstraf, of geldboete van de vijfde categorie of het bedrag van de ontdoken belasting als dat hoger is (artikel 69 lid 2 AWR) |
| Strafzaak valsheid in geschrift | Openbaar Ministerie en strafrechter | 6 jaar gevangenisstraf of geldboete van de vijfde categorie (artikel 225 Sr) |
Gaat het om inkomen uit sparen en beleggen, dan kan de geldboete in een strafzaak hoger uitvallen. Strafzaken zijn vooral bedoeld voor grote bedragen, herhaling en georganiseerde fraude.
Wat betekent inkeer?
Inkeer betekent dat u uit eigen beweging een juiste en volledige aangifte doet voordat u weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Belastingdienst de onjuistheid heeft ontdekt of gaat ontdekken. Strafvervolging op grond van artikel 69 AWR is dan uitgesloten (artikel 69 lid 3 AWR).
Die strafrechtelijke inkeer geldt niet voor inkomen uit sparen en beleggen (box 3) en niet voor bepaalde inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2). Daarvoor blijft vervolging mogelijk, al weegt vrijwillige verbetering mee. Voor de bestuurlijke boete hangt het effect van inkeer af van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst; daar is de termijn sinds de aangifte van belang. Inkeer werkt niet voor valsheid in geschrift: wie facturen heeft vervalst, blijft daarvoor vervolgbaar.
Wat doet u als u een fout in uw aangifte ontdekt?
- Stel vast in welk jaar en welke box de fout zit, en om welk bedrag het gaat.
- Ga na of de Belastingdienst al vragen heeft gesteld of een boekenonderzoek heeft aangekondigd; dan is inkeer vaak niet meer mogelijk.
- Verzamel de onderliggende stukken, zoals bankafschriften, facturen en jaaropgaven.
- Pas facturen of boekhouding achteraf niet aan; dat kan zelf valsheid in geschrift opleveren.
- Bent u uitgenodigd voor een verhoor door de FIOD, dan heeft u zwijgrecht (artikel 29 Sv) en recht op een advocaat.
Voor de fiscale kant van een correctie, zoals de hoogte van de navordering, schakelt u een fiscalist in.
Hoe staan wij u bij in een fiscale strafzaak?
Ons team strafrecht staat u bij als de Belastingdienst, de FIOD of het Openbaar Ministerie u verdenkt van een fiscaal delict of valsheid in geschrift.
- Wij beoordelen of de verdenking onder artikel 69 AWR, artikel 225 Sr of beide valt, en of artikel 69 lid 4 AWR vervolging uitsluit.
- Wij bereiden u voor op een verhoor door de FIOD en staan u daarbij bij.
- Wij toetsen of het opzet bewezen kan worden of dat sprake is van een vergissing of verdedigbaar standpunt.
- Wij beoordelen of een beroep op inkeer (artikel 69 lid 3 AWR) nog mogelijk is.
Meer achtergrond leest u in onze artikelen over valsheid in geschrift en over wat u doet bij een verdenking van fraude.