Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026
Valsheid in geschrifte is strafbaar als u een stuk dat als bewijs dient vals opmaakt of vervalst, met het doel het als echt te gebruiken, of als u zo’n stuk bewust gebruikt (artikel 225 Wetboek van Strafrecht). De maximale straf is zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie; een vergissing zonder opzet is niet strafbaar.
Inhoudsopgave
Wat is valsheid in geschrifte volgens artikel 225 Sr?
Artikel 225 Sr stelt twee gedragingen strafbaar: het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift, en het opzettelijk gebruiken van zo’n vals geschrift. Voor beide geldt dezelfde strafbedreiging.
De bepaling staat in Titel XII van Boek 2 van het Wetboek van Strafrecht, over valsheid in geschriften, gegevens en biometrische kenmerken. Het eerste lid gaat over het maken of veranderen van het valse stuk. Het tweede lid richt zich op wie het valse stuk opzettelijk gebruikt alsof het echt is. Ook wie zo’n stuk opzettelijk aflevert of voorhanden heeft, is strafbaar als hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het voor dat gebruik bestemd is. In de praktijk worden beide varianten vaak samen ten laste gelegd. Denk aan iemand die zelf een loonstrook aanpast en die daarna bij een hypotheekaanvraag indient.
Het verschil tussen valselijk opmaken en vervalsen is klein, maar het bestaat. Valselijk opmaken betekent dat het stuk vanaf het begin een onjuiste inhoud krijgt of onder een valse naam wordt opgesteld. Vervalsen betekent dat een bestaand, echt stuk achteraf wordt gewijzigd, bijvoorbeeld door een bedrag of datum aan te passen. Beide vallen onder dezelfde strafbepaling.
In de rechtspraak wordt ook onderscheid gemaakt tussen materiële en intellectuele valsheid. Bij materiële valsheid klopt de herkomst niet: het stuk lijkt van een ander te komen, bijvoorbeeld door een nagemaakte handtekening. Bij intellectuele valsheid is het stuk wel van de opsteller, maar is de inhoud onjuist, zoals een verklaring met een verzonnen inkomen. Artikel 225 Sr dekt beide vormen.
Het delict komt in herkenbare vormen voor: een handtekening die een ander onder een overeenkomst zet, een werkgeversverklaring met een onjuist inkomen, een aangepaste factuur in een subsidiedossier, een diploma dat nooit is behaald of een urenregistratie die achteraf wordt bijgewerkt om een declaratie te onderbouwen. Wat die gevallen gemeen hebben, is dat een ander op het stuk moest kunnen afgaan. Ons artikel over liegen over uw diploma laat zien hoe snel zo’n zaak tegelijk in het arbeidsrecht en het strafrecht terechtkomt.
Wanneer is een geschrift bestemd om tot bewijs te dienen?
Een geschrift heeft een bewijsbestemming als anderen er in het maatschappelijk verkeer op plegen af te gaan. Op dit element draaien de meeste zaken.
Niet elk papier of bestand is een geschrift met bewijsbestemming. Beslissend is of het stuk een bewijsfunctie vervult, dus of anderen erop afgaan bij het nemen van een beslissing. Een arbeidsovereenkomst, factuur, jaarrekening, bankafschrift, loonstrook, taxatierapport en diploma hebben die functie. Een persoonlijke aantekening, een kladversie of een losse notitie voor eigen gebruik heeft die in beginsel niet.
Een geschrift hoeft niet op papier te staan. Een digitaal bestand, een e-mail of een pdf valt er ook onder. Juist bij digitale stukken speelt de vraag naar de bewijsbestemming vaak scherp, bijvoorbeeld bij een aangepaste schermafbeelding of een bewerkte pdf van een bankafschrift.
Er hoeft geen schade te zijn ontstaan. Het is genoeg dat het stuk anderen kon misleiden. Ook hoeft het valse stuk niet daadwerkelijk te zijn gebruikt: het valselijk opmaken met het vereiste oogmerk is op zichzelf al strafbaar. Het delict is daardoor ruimer dan veel verdachten verwachten.
Welke rol spelen opzet en oogmerk?
Een onjuist document is niet genoeg: het OM moet opzet en, bij het maken van het stuk, het oogmerk van gebruik als echt bewijzen. Een administratieve vergissing is dus geen valsheid in geschrifte.
Het eerste lid van artikel 225 Sr vereist het oogmerk om het geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te laten gebruiken. Het tweede lid vereist opzet op het gebruik van een stuk waarvan de verdachte weet dat het vals is. Een verkeerd overgenomen bedrag of een slordig bijgehouden urenstaat levert daarom geen valsheid in geschrifte op, hoe vervelend de gevolgen ook zijn.
Het OM bewijst het opzet zelden met een bekentenis. Meestal wordt het afgeleid uit de omstandigheden. Heeft de verdachte er persoonlijk of financieel voordeel van gehad? Is het patroon herhaald? Was de onjuistheid zo duidelijk dat de verdachte die moet hebben gezien? Is er moeite gedaan om de wijziging te verhullen? Die redenering is aanvechtbaar, en juist daar ligt vaak ruimte voor de verdediging.
Toestemming van alle betrokkenen kan betekenen dat het element van misleiding ontbreekt. Een voorbeeld: een bestuurder tekent met medeweten en instemming van zijn medebestuurder een stuk namens hem. Dat is geen automatische vrijbrief. Moest een derde, zoals een bank of een uitkeringsinstantie, op het stuk afgaan, dan kan toch sprake zijn van valsheid.
Welke straf staat op valsheid in geschrifte?
Het wettelijk maximum is zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie, sinds 1 januari 2026 ten hoogste 110.000 euro (artikel 23 Sr). Dat maximum wordt zelden opgelegd.
Het maximum is bedoeld voor de zwaarste gevallen, zoals stelselmatige fraude met veel documenten of vervalsing binnen een crimineel samenwerkingsverband. Bij één vervalst stuk, een beperkt nadeel en een blanco strafblad eindigt een zaak in de praktijk meestal met een taakstraf, een geldboete of een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd. Naarmate het nadeel groter wordt, het aantal documenten toeneemt of de vervalsing beroepsmatig is opgezet, wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf reëel.
Strafverzwarend werken verder het misbruik van een vertrouwenspositie, bijvoorbeeld door een boekhouder of een notarisklerk, en het risico dat door de vervalsing is ontstaan. Een vervalst medisch diploma weegt zwaarder dan een vervalst deelnamecertificaat, omdat patiënten gevaar kunnen lopen.
Het Openbaar Ministerie baseert zijn strafeis op de Richtlijn voor strafvordering valsheid in geschrift. Die richtlijn kijkt onder meer naar het soort stuk en naar eerdere veroordelingen. Wordt het feit gepleegd om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, dan gaat de maximale gevangenisstraf met een derde omhoog (artikel 225 lid 3 Sr).
Naast de straf kan de rechter het wederrechtelijk verkregen voordeel ontnemen en de schadevergoeding van een benadeelde partij toewijzen. Werkt u in een gereglementeerd beroep, dan kan ook de beroepsorganisatie of toezichthouder tuchtrechtelijk optreden. Over de bredere gevolgen schreven wij in ons artikel over de gevolgen van een strafblad.
Wanneer geldt een bijzondere bepaling in plaats van artikel 225 Sr?
Voor reisdocumenten en identiteitsbewijzen geldt artikel 231 Sr, dat als bijzondere bepaling voorgaat op artikel 225 Sr. Dat heeft gevolgen voor de tenlastelegging.
Artikel 225 Sr is de algemene bepaling. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 2 november 2021 bevestigd dat artikel 231 Sr bij valse of vervalste reisdocumenten en identiteitsbewijzen voorgaat (ECLI:NL:HR:2021:1627). In dezelfde uitspraak verwierp de Hoge Raad de opvatting dat een rijbewijs uit een andere EU-lidstaat alleen een identiteitsbewijs is als de houder in Nederland woont.
De maximale straf van beide artikelen is gelijk. Voor de tenlastelegging maakt het wel verschil. Een verdediging die aanvoert dat het verkeerde artikel is gekozen, kan daarmee soms iets bereiken, al kan het hof een fout in de kwalificatie in hoger beroep herstellen als de feiten dezelfde zijn. Daarnaast bestaan er bijzondere bepalingen voor valsheid in authentieke akten en voor valse opgaven die in een authentieke akte worden opgenomen. Ook daar doet de juiste kwalificatie ertoe.
Valsheid in geschrifte staat zelden alleen. Het delict komt voor naast oplichting, verduistering, faillissementsfraude, belastingfraude en witwassen, omdat een vervalst document meestal het middel is en niet het doel. Ons artikel over een onjuiste belastingaangifte laat zien waar de grens ligt tussen een fiscale correctie en een strafzaak. Ons artikel over de straf bij identiteitsfraude behandelt de verwante bepalingen.
Hoe wordt valsheid in geschrifte bewezen?
Het OM moet twee dingen bewijzen: dat het stuk vals is en dat de verdachte daarop opzet had. Het eerste is meestal technisch, het tweede bijna altijd indirect.
Bij papieren stukken onderzoekt een documentdeskundige de papiersoort, de inkt, de druktechniek en sporen van wijziging. Bij handtekeningen vergelijkt een schriftdeskundige het betwiste exemplaar met onbetwist vergelijkingsmateriaal. Bij digitale stukken gaat het om metadata, versiegeschiedenis, logbestanden en de vraag vanaf welk account een bestand is bewerkt.
Het bewijs van opzet bestaat meestal uit verklaringen van medewerkers, e-mails waarin over de aanpassing wordt gesproken en de vraag wie voordeel had bij de wijziging. Voor de verdediging is dit vaak het interessantste deel van het dossier. Een deskundigenrapport dat de valsheid overtuigend aantoont, zegt nog niets over de vraag wie het stuk heeft vervalst. In ons artikel over bewijs verzamelen in strafzaken gaan wij in op de grenzen die daarbij gelden.
Wordt u door een bedrijf beschuldigd op basis van een intern onderzoek, let dan op de manier waarop dat onderzoek is uitgevoerd. Een rapport dat steunt op eenzijdig geselecteerde stukken, op een gesprek waarin u niet wist dat u als verdachte werd gezien, of op onrechtmatig ingezien e-mailverkeer, verliest aan waarde zodra de zaak bij het OM belandt.
Welke verweren zijn mogelijk?
De verdediging volgt de onderdelen van de strafbepaling: de bewijsbestemming, de valsheid en het opzet of oogmerk. Daarnaast spelen de kwalificatie, vormfouten en de strafmaat.
Het eerste verweer betreft de bewijsbestemming. Had het stuk in het maatschappelijk verkeer wel een bewijsfunctie, of was het een interne notitie of een concept? Het tweede verweer betreft de valsheid zelf. Is de inhoud objectief onjuist, of gaat het om een verdedigbare uitleg, een schatting of een boeking die achteraf anders wordt gewaardeerd?
Het derde verweer richt zich op opzet en oogmerk. Wie kan onderbouwen dat hij afging op informatie van een ander, dat een medewerker buiten zijn medeweten handelde of dat de wijziging met instemming van alle betrokkenen is aangebracht, ondergraaft het bewijs van opzet. Verder loont het om te onderzoeken of het juiste artikel is ten laste gelegd, of het onderzoek zonder vormfouten is verlopen en of de redelijke termijn is overschreden. Een overschrijding van de redelijke termijn leidt in beginsel tot strafvermindering.
Levert dat geen vrijspraak op, dan blijft de strafmaat over, en soms een afdoening zonder rechter, zoals een sepot of een strafbeschikking. Ons artikel over een strafblad voorkomen beschrijft die routes.
Wat betekent valsheid in geschrifte voor een onderneming?
Ook de onderneming zelf en haar leidinggevenden kunnen worden vervolgd (artikel 51 Sr). Daarnaast raakt een onderzoek financiering, verzekering en aanbestedingen.
Wordt binnen een onderneming een factuur, urenstaat of subsidieverantwoording aangepast, dan komt niet alleen de betrokken medewerker in beeld. Artikel 51 Sr maakt het mogelijk de rechtspersoon te vervolgen als de gedraging in de sfeer van de rechtspersoon plaatsvond. Ook wie opdracht gaf tot het feit of er feitelijk leiding aan gaf, kan worden vervolgd. Een bestuurder die signalen negeerde en niet ingreep terwijl hij dat kon en redelijkerwijs moest doen, kan zo persoonlijk verdachte worden.
De gevolgen reiken verder dan de strafzaak. Een lopend onderzoek raakt de financiering en de verzekerbaarheid. Bij aanbestedingen kan een onherroepelijke veroordeling tot uitsluiting leiden. Toezichthouders kunnen bestuursrechtelijk optreden, en de Belastingdienst kan naast de strafzaak een fiscale correctie met een boete opleggen. Voor een onderneming is de vraag daarom zelden alleen of iemand wordt veroordeeld, maar vooral hoe de organisatie zelf buiten de tenlastelegging blijft.
Stuit u op een misstand, laat het interne onderzoek dan vanaf het begin juridisch begeleiden. Bewaar de originele stukken en digitale sporen ongewijzigd, leg vast wie wanneer toegang had en hoor betrokkenen pas als duidelijk is in welke hoedanigheid zij worden gehoord. Overweeg ook of aangifte in het belang van de onderneming is. Een goed opgezet onderzoek voorkomt dat het bewijs later onbruikbaar blijkt.
Hoe doet u aangifte van valsheid in geschrifte?
U doet aangifte bij de politie. Iedereen die weet van een strafbaar feit mag aangifte doen (artikel 161 Wetboek van Strafvordering).
Maak via 0900-8844 een afspraak of ga naar een politiebureau. Neem het valse stuk of een kopie mee. Leg uit waarom het stuk vals is, wie het heeft gebruikt en welk nadeel u daardoor hebt. Bewaar het origineel en eventuele digitale bestanden ongewijzigd.
Welke termijnen gelden bij valsheid in geschrifte?
Valsheid in geschrifte verjaart na twaalf jaar, omdat op het feit meer dan drie jaar gevangenisstraf staat (artikel 70 Sr). Een zaak kan dus lang na de feiten nog opspelen.
Wordt u uitgenodigd voor een verhoor, dan heeft u recht op bijstand van een advocaat; leg geen verklaring af voordat het dossier is beoordeeld. Ontvangt u een strafbeschikking, dan hebt u volgens artikel 257e Wetboek van Strafvordering 14 dagen om verzet te doen. Wordt u gedagvaard, dan is er tijd om getuigen of een deskundige op te roepen, maar die tijd is beperkt. Bij een veroordeling kunt u binnen 14 dagen hoger beroep instellen.
Wat kunnen wij voor u doen bij valsheid in geschrifte?
Onze strafrechtadvocaten staan verdachten, ondernemingen en benadeelden bij in valsheids- en fraudezaken. Concreet doen wij het volgende:
- Wij beoordelen of het stuk een bewijsbestemming had en of de inhoud objectief onjuist is.
- Wij toetsen het bewijs van opzet en oogmerk (artikel 225 Sr) en schakelen zo nodig een eigen document- of schriftdeskundige in.
- Wij controleren of het juiste artikel ten laste is gelegd, zoals artikel 231 Sr bij reisdocumenten en identiteitsbewijzen.
- Wij doen binnen 14 dagen verzet tegen een strafbeschikking (artikel 257e Wetboek van Strafvordering) of stellen binnen 14 dagen hoger beroep in.
- Wij begeleiden ondernemingen bij een intern onderzoek en beoordelen het risico op vervolging van de rechtspersoon (artikel 51 Sr).
- Wij helpen benadeelden bij de aangifte en bij het vorderen van schadevergoeding als benadeelde partij in de strafzaak.
Samengevat
- Valsheid in geschrifte is het vals opmaken of vervalsen van een stuk met bewijsbestemming, of het opzettelijk gebruiken ervan (artikel 225 Sr).
- Er hoeft geen schade te zijn; wel moet het OM opzet en oogmerk bewijzen. Een vergissing is niet strafbaar.
- Het maximum is zes jaar gevangenisstraf of 110.000 euro boete; in de praktijk volgt bij een eenmalig feit vaak een taakstraf of boete.
- Voor reisdocumenten en identiteitsbewijzen geldt artikel 231 Sr als bijzondere bepaling.
- Het feit verjaart na twaalf jaar; laat bij een uitnodiging voor verhoor eerst het dossier beoordelen.
Veelgestelde vragen
Wat valt precies onder valsheid in geschrifte?
Het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift dat bestemd is om als bewijs te dienen, met het doel het als echt en onvervalst te gebruiken (artikel 225 lid 1 Sr). Ook het opzettelijk gebruiken van zo’n geschrift is strafbaar (artikel 225 lid 2 Sr), met dezelfde maximale straf.
Is een vergissing in een document strafbaar?
Nee. Artikel 225 Sr vereist opzet en het oogmerk om het geschrift als echt en onvervalst te gebruiken. Een invoerfout, een verkeerd overgenomen bedrag of een slordige administratie is daarom geen valsheid in geschrifte. Het OM moet het opzet bewijzen; twijfel komt de verdachte ten goede.
Geldt artikel 225 Sr ook voor een vals rijbewijs of paspoort?
Nee. Daarvoor geldt artikel 231 Sr als bijzondere bepaling voor reisdocumenten en identiteitsbewijzen. De Hoge Raad heeft in 2021 bevestigd dat die bepaling voorgaat op artikel 225 Sr. De maximale straf is gelijk, maar de tenlastelegging moet op het juiste artikel zijn gebaseerd.
Wat kunt u doen als u van valsheid in geschrifte wordt beschuldigd?
Leg bij de politie geen verklaring af voordat u met een advocaat hebt gesproken, en laat het dossier beoordelen. De verdediging richt zich meestal op de bewijsbestemming van het stuk, op het ontbreken van opzet of oogmerk en op de vraag of het document echt onjuist is. Soms is ook een sepot of een afdoening zonder rechter haalbaar.
Een veroordeling voor valsheid in geschrifte werkt door in een verklaring omtrent het gedrag, in uw beroep en in lopende civiele procedures. Law & More staat verdachten en ondernemingen bij in fraude- en valsheidszaken; meer over onze aanpak leest u op de pagina strafrecht.