Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Valsheid in geschrifte is strafbaar als u een stuk dat als bewijs dient vals opmaakt of vervalst, met het oogmerk het als echt te gebruiken, of als u zo’n stuk opzettelijk gebruikt (artikel 225 Wetboek van Strafrecht). De maximale straf is zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie; een vergissing zonder opzet is niet strafbaar.
Inhoudsopgave
Wat stelt artikel 225 Sr strafbaar?
Artikel 225 Sr kent twee gedragingen met dezelfde strafbedreiging. Het eerste lid gaat over het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift. Het tweede lid richt zich op wie het valse stuk opzettelijk gebruikt alsof het echt is, en op wie het opzettelijk aflevert of voorhanden heeft terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het voor dat gebruik bestemd is. In de praktijk worden beide varianten vaak samen ten laste gelegd, bijvoorbeeld bij iemand die zelf een loonstrook aanpast en die bij een hypotheekaanvraag indient.
| Element | Wat het OM moet bewijzen | Waar verweer mogelijk is |
|---|---|---|
| Geschrift met bewijsbestemming | Anderen gaan in het maatschappelijk verkeer op het stuk af | Interne notitie, concept, kladversie |
| Valsheid | Inhoud of herkomst is onjuist | Verdedigbare uitleg, schatting of waardering |
| Oogmerk (lid 1) | Doel om het stuk als echt te (laten) gebruiken | Geen gebruik beoogd |
| Opzet | Opzet, ook voorwaardelijk, op het valselijk opmaken of op het gebruik | Vergissing, taalproblemen, afgaan op een ander |
Valselijk opmaken betekent dat het stuk vanaf het begin een onjuiste inhoud krijgt of onder een valse naam wordt opgesteld. Vervalsen betekent dat een bestaand, echt stuk achteraf wordt gewijzigd, bijvoorbeeld door een bedrag of datum aan te passen. De rechtspraak onderscheidt verder materiële valsheid, waarbij de herkomst niet klopt (een nagemaakte handtekening), en intellectuele valsheid, waarbij de opsteller klopt maar de inhoud niet (een verklaring met een verzonnen inkomen). Artikel 225 Sr dekt beide.
Het delict komt in herkenbare vormen voor: een handtekening die een ander onder een overeenkomst zet, een werkgeversverklaring met een onjuist inkomen, een aangepaste factuur in een subsidiedossier, een diploma dat nooit is behaald of een urenregistratie die achteraf wordt bijgewerkt. Steeds moest een ander op het stuk kunnen afgaan. Ons artikel over liegen over uw diploma laat zien hoe snel zo’n zaak tegelijk in het arbeidsrecht en het strafrecht terechtkomt.
Wanneer is een geschrift bestemd om tot bewijs te dienen?
Een geschrift heeft een bewijsbestemming als anderen er in het maatschappelijk verkeer op plegen af te gaan bij het nemen van een beslissing. Een arbeidsovereenkomst, factuur, jaarrekening, bankafschrift, loonstrook, taxatierapport en diploma hebben die functie. Een persoonlijke aantekening, kladversie of losse notitie voor eigen gebruik heeft die in beginsel niet.
Een geschrift hoeft niet op papier te staan: een digitaal bestand, e-mail of pdf valt er ook onder. Juist bij digitale stukken speelt de bewijsbestemming vaak, bijvoorbeeld bij een aangepaste schermafbeelding of een bewerkte pdf van een bankafschrift.
Er hoeft geen schade te zijn ontstaan; het is genoeg dat het stuk anderen kon misleiden. Ook hoeft het valse stuk niet daadwerkelijk te zijn gebruikt: het valselijk opmaken met het vereiste oogmerk is op zichzelf al strafbaar.
Welke rol spelen opzet en oogmerk?
Een onjuist document is niet genoeg. Het eerste lid vereist het oogmerk om het geschrift als echt en onvervalst te (laten) gebruiken; het tweede lid opzet op het gebruik van een stuk waarvan de verdachte weet dat het vals is. Een verkeerd overgenomen bedrag of een slordig bijgehouden urenstaat levert daarom geen valsheid in geschrifte op.
Dat de rechter dat opzet zorgvuldig moet motiveren, blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2021 (ECLI:NL:HR:2021:801). “Valselijk opgemaakt” in de tenlastelegging houdt in dat de verdachte opzet moest hebben op het valselijk opmaken van het formulier. Het hof had het opzet vooral afgeleid uit de plicht van de verdachte om zelf voor een goede vertaling en informatie te zorgen. Gelet op het verweer over taalproblemen en een later aangepaste vraagstelling van de gemeente vond de Hoge Raad dat onvoldoende. Het arrest werd vernietigd en de zaak terugverwezen.
Meestal leidt het OM het opzet af uit omstandigheden: had de verdachte er voordeel van, is het patroon herhaald, was de onjuistheid zo duidelijk dat hij die moet hebben gezien, en is er moeite gedaan om de wijziging te verhullen? Die redenering is aanvechtbaar. Ook toestemming van alle betrokkenen kan betekenen dat misleiding ontbreekt, maar dat is geen vrijbrief: moest een derde, zoals een bank of uitkeringsinstantie, op het stuk afgaan, dan kan toch sprake zijn van valsheid.
Welke straf staat op valsheid in geschrifte?
| Onderdeel | Regel | Bron |
|---|---|---|
| Maximale gevangenisstraf | 6 jaar | art. 225 Sr |
| Maximale geldboete | vijfde categorie: € 110.000 per 1 januari 2026 | art. 23 lid 4 Sr |
| Terroristisch oogmerk | maximum gevangenisstraf plus een derde | art. 225 lid 3 Sr |
| Verjaring vervolging | 12 jaar | art. 70 Sr |
| Strafeis OM | volgens de Richtlijn voor strafvordering valsheid in geschrift (2015R042) | OM |
Het maximum is bedoeld voor de zwaarste gevallen, zoals stelselmatige fraude met veel documenten of vervalsing binnen een crimineel samenwerkingsverband. De richtlijn van het OM onderscheidt naar het soort stuk (zoals een vals rijbewijs, een valse loonstrook voor een hypotheek of een vals diploma), naar de omvang van de schade en naar eerdere veroordelingen. Een hogere eis geldt als een vals diploma toegang geeft tot een beroep met bijzondere eisen, zoals arts of tandarts, en bij beroepsmatig georganiseerde fraude.
Ook misbruik van een vertrouwenspositie, bijvoorbeeld door een boekhouder of notarisklerk, weegt zwaarder. Naast de straf kan de rechter het wederrechtelijk verkregen voordeel ontnemen en schadevergoeding aan een benadeelde partij toewijzen. In een gereglementeerd beroep kan bovendien de tuchtrechter of toezichthouder optreden. Over de bredere gevolgen, zoals voor een verklaring omtrent het gedrag, leest u bij de gevolgen van een strafblad.
Wanneer geldt artikel 231 Sr in plaats van artikel 225 Sr?
Voor reisdocumenten en identiteitsbewijzen geldt artikel 231 Sr als bijzondere bepaling. De Hoge Raad oordeelde op 2 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1627) over het gebruik van een vals Italiaans rijbewijs. Een rijbewijs uit een andere EU-lidstaat valt niet buiten artikel 231 Sr alleen omdat de houder niet in Nederland woont, en artikel 231 Sr gaat voor op artikel 225 Sr. Het hof had dus het verkeerde artikel toegepast. Toch bleef de veroordeling staan: artikel 231 lid 2 Sr kent hetzelfde strafmaximum, zodat de verdachte geen belang had bij vernietiging.
Een verweer over de kwalificatie levert dus niet automatisch iets op. Daarnaast bestaan bijzondere bepalingen voor valsheid in authentieke akten en voor valse opgaven in een authentieke akte. Valsheid in geschrifte staat bovendien zelden alleen: het komt voor naast oplichting, verduistering, faillissementsfraude, belastingfraude en witwassen. Zie ook een onjuiste belastingaangifte en de straf bij identiteitsfraude.
Hoe wordt valsheid in geschrifte bewezen?
Het OM bewijst dat het stuk vals is en dat de verdachte opzet had. Het eerste is meestal technisch, het tweede bijna altijd indirect. Een documentdeskundige onderzoekt papier, inkt, druktechniek en sporen van wijziging; een schriftdeskundige vergelijkt een betwiste handtekening met vergelijkingsmateriaal. Bij digitale stukken gaat het om metadata, versiegeschiedenis, logbestanden en de vraag vanaf welk account een bestand is bewerkt.
Het bewijs van opzet bestaat meestal uit verklaringen van medewerkers, e-mails over de aanpassing en de vraag wie voordeel had. Een deskundigenrapport dat de valsheid aantoont, zegt nog niets over wie het stuk heeft vervalst. Meer over de grenzen bij bewijs verzamelen in strafzaken. Wordt u door een bedrijf beschuldigd op basis van een intern onderzoek, let dan op de werkwijze: eenzijdig geselecteerde stukken, een gesprek waarin u niet wist dat u verdachte was, of onrechtmatig ingezien e-mailverkeer verminderen de waarde van zo’n rapport.
Welke verweren zijn mogelijk?
De verdediging volgt de elementen van artikel 225 Sr. Had het stuk in het maatschappelijk verkeer wel een bewijsfunctie, of was het een interne notitie of concept? Is de inhoud objectief onjuist, of gaat het om een verdedigbare uitleg, een schatting of een boeking die achteraf anders wordt gewaardeerd?
Het derde verweer richt zich op opzet en oogmerk. Wie kan onderbouwen dat hij afging op informatie van een ander, dat een medewerker buiten zijn medeweten handelde of dat hij de vraag niet begreep, ondergraaft het bewijs van opzet; het arrest van 8 juni 2021 laat zien dat de rechter daarop moet ingaan. Verder loont het om na te gaan of het onderzoek zonder vormfouten is verlopen en of de redelijke termijn is overschreden. Overschrijding van de redelijke termijn leidt in beginsel tot strafvermindering.
Levert dat geen vrijspraak op, dan blijft de strafmaat over, en soms een afdoening zonder rechter, zoals een sepot of strafbeschikking. Zie een strafblad voorkomen.
Wat betekent valsheid in geschrifte voor een onderneming?
Ook de onderneming en haar leidinggevenden kunnen worden vervolgd (artikel 51 Sr). Wordt binnen een onderneming een factuur, urenstaat of subsidieverantwoording aangepast, dan kan de rechtspersoon worden vervolgd als de gedraging in haar sfeer plaatsvond. Ook wie opdracht gaf tot het feit of er feitelijk leiding aan gaf, kan verdachte zijn, bijvoorbeeld een bestuurder die signalen negeerde terwijl hij kon en redelijkerwijs moest ingrijpen.
De gevolgen reiken verder dan de strafzaak: een onderzoek raakt financiering en verzekerbaarheid, een onherroepelijke veroordeling kan tot uitsluiting bij aanbestedingen leiden, en de Belastingdienst kan naast de strafzaak een correctie met boete opleggen. Laat een intern onderzoek daarom vanaf het begin juridisch begeleiden. Bewaar originele stukken en digitale sporen ongewijzigd, leg vast wie wanneer toegang had en hoor betrokkenen pas als duidelijk is in welke hoedanigheid.
Aangifte en termijnen
Iedereen die weet van een strafbaar feit mag aangifte doen bij de politie (artikel 161 Wetboek van Strafvordering). Neem het valse stuk of een kopie mee, leg uit waarom het vals is, wie het gebruikte en welk nadeel u hebt. Bewaar het origineel en de digitale bestanden ongewijzigd.
| Moment | Termijn | Grondslag |
|---|---|---|
| Vervolging na het feit | verjaart na 12 jaar | art. 70 Sr |
| Verzet tegen een strafbeschikking | 14 dagen | art. 257e Sv |
| Hoger beroep na een vonnis | 14 dagen | art. 408 Sv |
Wordt u uitgenodigd voor een verhoor, dan heeft u recht op bijstand van een advocaat; leg geen verklaring af voordat het dossier is beoordeeld. Na een dagvaarding is er tijd om getuigen of een deskundige op te roepen, maar die tijd is beperkt.
Onze rol in een valsheidszaak
Onze strafrechtadvocaten staan verdachten, ondernemingen en benadeelden bij.
- Beoordelen of het stuk een bewijsbestemming had en of de inhoud objectief onjuist is.
- Het bewijs van opzet en oogmerk toetsen en zo nodig een eigen document- of schriftdeskundige inschakelen.
- Controleren of het juiste artikel ten laste is gelegd, zoals artikel 231 Sr bij identiteitsbewijzen.
- Binnen 14 dagen verzet doen tegen een strafbeschikking of hoger beroep instellen.
- Ondernemingen begeleiden bij een intern onderzoek en het risico op vervolging van de rechtspersoon beoordelen.
Valsheid in geschrifte in vijf punten
- Strafbaar is het vals opmaken of vervalsen van een stuk met bewijsbestemming met het oogmerk van gebruik, en het opzettelijk gebruiken ervan (artikel 225 Sr).
- Er hoeft geen schade te zijn; wel moet het OM opzet bewijzen, en de rechter moet dat zorgvuldig motiveren (HR 8 juni 2021).
- Het maximum is zes jaar gevangenisstraf of € 110.000 boete (per 1 januari 2026).
- Voor reisdocumenten en identiteitsbewijzen gaat artikel 231 Sr voor (HR 2 november 2021).
- Het feit verjaart na twaalf jaar.