Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2026
Verkoopt de pandgever een verpande zaak aan een derde, dan blijft het pandrecht in beginsel op die zaak rusten en kan de pandhouder zijn recht ook tegenover de koper uitoefenen. De belangrijkste uitzondering: een koper die de zaak tegen betaling krijgt en niet wist en niet hoefde te weten dat er een pandrecht op rustte, verkrijgt de zaak vrij van het pandrecht (artikel 3:86 lid 2 BW).
Of de pandhouder zijn zekerheid kwijt is, hangt dus af van het soort pandrecht, van de levering aan de koper en van de goede trouw van die koper. Daarnaast heeft de pandhouder altijd een vordering op de pandgever zelf.
Inhoudsopgave
Hoe werkt een pandrecht op roerende zaken?
Een pandrecht geeft de schuldeiser het recht om de verpande zaak te verkopen en zich uit de opbrengst met voorrang te laten betalen als de schuldenaar niet betaalt (artikel 3:227 en 3:248 BW). Het pandrecht rust op roerende zaken die geen registergoed zijn, zoals machines, voorraden en inventaris; op een huis of grond rust een hypotheek.
Het Nederlandse recht kent twee vormen. Bij een vuistpand brengt de pandgever de zaak in de macht van de pandhouder of van een derde (artikel 3:236 BW). Bij een stil of bezitloos pand blijft de zaak bij de pandgever en wordt het pandrecht gevestigd met een notariële akte of een geregistreerde onderhandse akte (artikel 3:237 BW).
Kan de pandgever de verpande zaak zomaar verkopen?
Bij een vuistpand kan dat praktisch niet, omdat de zaak niet bij de pandgever is. Bij een stil pand heeft de pandgever de zaak nog in zijn bezit en kan hij haar feitelijk verkopen en afgeven.
Veel pandakten en kredietovereenkomsten verbieden verkoop zonder toestemming van de pandhouder, behalve bij voorraden die in de normale bedrijfsuitoefening worden verkocht. Verkoopt de pandgever toch, dan schiet hij tekort tegenover de pandhouder. Dat geeft de pandhouder doorgaans het recht de lening direct op te eisen en schadevergoeding te vorderen (artikel 6:74 BW).
Wanneer verkrijgt de koper de zaak vrij van pandrecht?
De koper verkrijgt de zaak zonder pandrecht als hij aan de voorwaarden van artikel 3:86 lid 2 BW voldoet: het gaat om een roerende zaak, hij heeft er iets tegenover gesteld en hij was te goeder trouw. Goede trouw betekent dat hij het pandrecht niet kende en ook niet behoorde te kennen (artikel 3:11 BW).
Een stil pandrecht staat niet in een openbaar register; de registratie van de akte bij de Belastingdienst legt alleen de datum vast. Een particuliere koper zal het pandrecht daarom vaak niet kennen. Van een professionele koper, bijvoorbeeld een handelaar die machines koopt van een bedrijf in financiële problemen, mag meer onderzoek worden verwacht. Ziet die koper signalen over financiering of zekerheden, dan kan hij zich minder snel op goede trouw beroepen.
Laat de koper de zaak bij de pandgever staan, dan beschermt de wet hem pas als de zaak daadwerkelijk in zijn handen komt en hij op dat moment nog te goeder trouw is (artikel 3:90 lid 2 BW).
Wat kan de pandhouder doen als de koper niet beschermd is?
Is de koper niet te goeder trouw, dan blijft het pandrecht op de zaak rusten, ook in handen van de nieuwe eigenaar. De pandhouder kan de zaak dan opeisen en haar verkopen als de schuldenaar in verzuim is.
Verkoop gebeurt in beginsel openbaar, via een veiling (artikel 3:250 BW). Een onderhandse verkoop kan als de rechter daarmee instemt of als pandgever en pandhouder dat na het opeisbaar worden van de schuld afspreken (artikel 3:251 BW). Werkte de koper bewust mee aan het ontlopen van het pandrecht, dan kan hij daarnaast aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW).
Wat kan de pandhouder doen als de koper wel beschermd is?
Dan is het pandrecht op die zaak vervallen en houdt de pandhouder alleen een vordering op de pandgever. Die vordering is niet meer met deze zaak gedekt.
De pandhouder kan wel proberen andere zekerheid te krijgen. Soms is de koopprijs nog niet betaald en kan de pandhouder op die vordering beslag laten leggen of een pandrecht op die vordering vestigen. Lees meer over verpanding van vorderingen.
Wat gebeurt er als de pandgever failliet gaat?
De pandhouder is in een faillissement een separatist: hij mag zijn pandrecht uitoefenen alsof er geen faillissement is (artikel 57 Faillissementswet). De curator kan wel een afkoelingsperiode van maximaal twee maanden afkondigen, die eenmaal met twee maanden kan worden verlengd (artikel 63a Faillissementswet).
De curator kan de pandhouder ook een redelijke termijn stellen om tot verkoop over te gaan (artikel 58 Faillissementswet). Laat de pandhouder die termijn verlopen, dan verkoopt de curator zelf en ontvangt de pandhouder zijn deel uit de opbrengst na aftrek van een deel van de faillissementskosten. Meer hierover leest u in ons artikel over faillissement en doorstart.
Waar let u als pandhouder op?
- Laat de pandakte registreren of notarieel vastleggen; zonder geregistreerde of notariële akte ontstaat geen stil pandrecht (artikel 3:237 BW).
- Beschrijf de verpande zaken zo dat ze herkenbaar zijn, bijvoorbeeld met serienummers.
- Neem een verkoopverbod en een informatieplicht op in de kredietovereenkomst.
- Controleer periodiek of de verpande zaken nog aanwezig zijn.
- Vraag de zaak in uw macht te brengen zodra er gegronde vrees is dat de schuldenaar tekortschiet (artikel 3:237 lid 3 BW).
Waar let u als koper op?
- Vraag de verkoper schriftelijk te verklaren dat de zaak vrij is van pandrechten en eigendomsvoorbehoud.
- Vraag bij grote aankopen naar de financiering van de verkoper en lees zijn jaarstukken.
- Wees extra voorzichtig bij een verkoper in betalingsproblemen of bij een prijs ver onder de marktwaarde.
- Neem de zaak direct in ontvangst; zolang zij bij de verkoper blijft, bent u minder beschermd (artikel 3:90 lid 2 BW).
Wat kunnen wij voor u doen bij verkoop van een verpande zaak?
Ons team civiel recht staat pandhouders, pandgevers en kopers bij. Wij doen onder meer het volgende:
- Wij beoordelen of het pandrecht geldig is gevestigd en welke zaken eronder vallen.
- Wij toetsen of de koper zich op goede trouw kan beroepen (artikel 3:86 lid 2 BW).
- Wij stellen de pandgever in gebreke en vorderen de verpande zaak of schadevergoeding.
- Wij leggen zo nodig beslag en begeleiden de executie via veiling of onderhandse verkoop (artikel 3:250 en 3:251 BW).
- Wij overleggen met de curator over uw positie als separatist in een faillissement.
Samengevat
- Een pandrecht blijft bij verkoop in beginsel op de zaak rusten.
- Een koper te goeder trouw die heeft betaald, verkrijgt de zaak vrij van pandrecht (artikel 3:86 lid 2 BW).
- Bij een stil pand is dat risico groot, omdat het pandrecht niet openbaar is.
- De pandhouder houdt altijd een vordering op de pandgever, vaak met recht op directe opeising.
Veelgestelde vragen
Is het strafbaar als de pandgever de verpande zaak verkoopt?
Het kan strafbaar zijn, maar dat hangt af van de omstandigheden en het opzet van de pandgever. Civielrechtelijk is het in elk geval een tekortkoming tegenover de pandhouder.
Kan de pandhouder de zaak terughalen bij de koper?
Alleen als het pandrecht nog bestaat, dus als de koper niet te goeder trouw was of niets heeft betaald. Weigert de koper afgifte, dan kan de pandhouder de rechter om afgifte vragen.
Geldt dit ook voor voorraden?
Ja, maar kredietovereenkomsten staan verkoop van voorraad in de normale bedrijfsuitoefening meestal toe. Afnemers verkrijgen die goederen dan zonder pandrecht.
Wat is het verschil met eigendomsvoorbehoud?
Bij een eigendomsvoorbehoud blijft de leverancier eigenaar tot er is betaald; bij een pandrecht is de schuldenaar eigenaar en heeft de schuldeiser een zekerheidsrecht. Lees meer over eigendomsvoorbehoud.