Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Raakt een werknemer in een voedselverwerkend bedrijf gewond bij het werk, dan is de werkgever aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij alle redelijke veiligheidsmaatregelen heeft genomen (artikel 7:658 BW). De belangrijkste uitzondering: de werkgever is niet aansprakelijk als de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer zelf; gewone onoplettendheid is daarvoor niet genoeg.

Wat redelijke maatregelen zijn, volgt grotendeels uit de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. In de voedselverwerking gaat het vooral om machineveiligheid, gladde vloeren, koel- en vriesruimten, schoonmaakmiddelen, tilwerk en stof. Hieronder leest u welke eisen gelden, wanneer de werkgever aansprakelijk is, wat de Nederlandse Arbeidsinspectie kan doen en wat u na een ongeval regelt.
Inhoudsopgave
Wanneer is de werkgever aansprakelijk voor een bedrijfsongeval?
De werknemer moet aantonen dat hij schade heeft geleden tijdens de uitoefening van zijn werk. Daarna moet de werkgever bewijzen dat hij zijn zorgplicht heeft nageleefd; lukt dat niet, dan is hij aansprakelijk (artikel 7:658 lid 2 van Boek 7 BW).
De zorgplicht is ruim. De werkgever moet de werkplek, machines en gereedschappen zo inrichten en onderhouden, en zodanige maatregelen nemen en aanwijzingen geven, als redelijkerwijs nodig is om schade te voorkomen (artikel 7:658 lid 1 BW). Een instructie alleen is niet genoeg: de werkgever moet ook toezien op naleving, omdat werknemers door gewenning minder voorzichtig worden.
- Een snijmachine zonder werkende afscherming of noodstop wijst op schending van de zorgplicht.
- Een gladde vloer in een productiehal zonder antislipmaatregelen of schoonmaakschema ook.
- Werkt de werknemer onoplettend, dan blijft de werkgever in beginsel volledig aansprakelijk; eigen schuld telt alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid.
- Bewuste roekeloosheid wordt zelden aangenomen: de werknemer moet zich vlak voor het ongeval daadwerkelijk bewust zijn geweest van het roekeloze karakter van zijn handelen.
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 2019: een voorziening zonder instructie is niet genoeg
Hoe streng die maatstaf is, blijkt uit een arrest van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHSHE:2019:3784). Een werknemer viel van een ladder bij onderhoud op 3,7 meter hoogte. Er was een takelinstallatie met valbeveiliging, maar hij had geen instructie over het gebruik gekregen en de RI&E zei niets over werken op hoogte. Het hof oordeelde dat het enkel aanwezig hebben van de voorziening zonder instructie de zorgplicht niet vervult, en verklaarde de werkgever aansprakelijk.
Voor de voedselverwerking betekent dit concreet: een noodstop, een vergrendeling bij schoonmaak of snijbestendige handschoenen helpen alleen als u kunt aantonen dat medewerkers zijn geïnstrueerd en dat u op het gebruik toeziet. Lees meer over de reikwijdte van de zorgplicht van de werkgever.
Geldt dit ook voor uitzendkrachten, zzp’ers en bezoekers?
Voor uitzendkrachten en zzp’ers die in uw bedrijf werken in de regel wel. Artikel 7:658 lid 4 BW maakt het bedrijf dat iemand werk laat verrichten in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf ook aansprakelijk tegenover personen zonder arbeidsovereenkomst.
De Hoge Raad oordeelde op 23 maart 2012 dat dit ook kan gelden voor een zelfstandige die als (onder)aannemer werkt (ECLI:NL:HR:2012:BV0616). Beslissend is of die persoon voor zijn veiligheid mede afhankelijk is van het bedrijf waarvoor hij werkt.

Bij een uitzendkracht kunnen zowel het uitzendbureau als het inlenende bedrijf worden aangesproken. Voor bezoekers, leveranciers en monteurs die niet voor u werken, geldt artikel 7:658 BW niet; daar beoordeelt de rechter de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Volgens artikel 10 Arbowet moet u wel gevaar voor derden voorkomen, bijvoorbeeld door afzetting en waarschuwing.
Welke arbo-eisen gelden in de voedselverwerking?
De werkgever moet zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden en daarbij eerst de bron van het gevaar aanpakken (artikel 3 Arbowet). Pas als dat redelijkerwijs niet kan, komen collectieve maatregelen, daarna individuele maatregelen en als laatste persoonlijke beschermingsmiddelen.
| Risico in de voedselverwerking | Wat de regels vragen | Vindplaats |
|---|---|---|
| Snij-, maal- en verpakkingsmachines | Afscherming, noodstop en vergrendeling bij schoonmaak en onderhoud | Hoofdstuk 7 Arbobesluit |
| Schoonmaak- en desinfectiemiddelen, meelstof, kruiden | Blootstelling beoordelen en beperken | Hoofdstuk 4 Arbobesluit |
| Tillen, repeterend snijden en verpakken | Fysieke belasting beoordelen en beperken | Hoofdstuk 5 Arbobesluit |
| Koel- en vriesruimten | Werktijden, pauzes en kleding afstemmen op de kou | RI&E en plan van aanpak |
| Persoonlijke beschermingsmiddelen | Kosteloos verstrekken en toezien op gebruik | Hoofdstuk 8 Arbobesluit |
| Voorlichting en onderricht | Instructie over risico’s en maatregelen, in een taal die de werknemer begrijpt | Artikel 8 Arbowet |
Voedselveiligheidsregels, zoals HACCP en het toezicht door de NVWA, staan los van de arbo-eisen. Een haarnet dient de hygiëne van het product, niet de veiligheid van de werknemer. Meer over de algemene plichten leest u bij de verplichtingen van werkgevers onder de Arbowet.
Wat moet er in de RI&E en het plan van aanpak staan?
Elke werkgever met personeel moet schriftelijk een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) vastleggen, met een plan van aanpak voor de gevonden risico’s (artikel 5 Arbowet). Het plan van aanpak vermeldt welke maatregelen u neemt en binnen welke termijn.
De RI&E moet worden bijgewerkt als de werkomstandigheden veranderen, bijvoorbeeld bij een nieuwe productielijn, en na een ernstig ongeval. Werkgevers met meer dan 25 werknemers moeten de RI&E laten toetsen door een gecertificeerde arbodienst of kerndeskundige. Bij 25 werknemers of minder is toetsing niet nodig als u een erkend branche-instrument gebruikt. Het arrest uit ‘s-Hertogenbosch laat zien dat een gat in de RI&E later in een aansprakelijkheidszaak tegen de werkgever werkt.
Welke rol hebben de preventiemedewerker en de bedrijfsarts?
De werkgever moet ten minste één preventiemedewerker aanwijzen die helpt bij de RI&E en bij het nemen van maatregelen (artikel 13 Arbowet). De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht over de keuze en positie van de preventiemedewerker; bij 25 werknemers of minder mag de werkgever die taak zelf vervullen.
Daarnaast moet de werkgever een contract met een arbodienst of bedrijfsarts hebben (artikel 14 Arbowet). Hij moet werknemers een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) aanbieden, afgestemd op de risico’s uit de RI&E (artikel 18 Arbowet). Deelname is voor de werknemer vrijwillig. Een bedrijfsarts die een beroepsziekte vaststelt, zoals beroepsastma of contacteczeem, meldt die bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (artikel 9 lid 3 Arbowet).
Wat doet u als werkgever direct na een ernstig ongeval?
Een ongeval dat leidt tot de dood, blijvend letsel of een ziekenhuisopname moet de werkgever direct melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie (artikel 9 lid 1 Arbowet). Ongevallen met meer dan drie werkdagen verzuim noteert hij daarnaast in een ongevallenregister (artikel 9 lid 2 Arbowet).
- Zorg voor eerste hulp en stel de situatie veilig.
- Meld een ernstig ongeval direct bij de Arbeidsinspectie; het niet of te laat melden is zelf een beboetbare overtreding.
- Laat de ongevalsplek zoveel mogelijk ongewijzigd tot de inspectie is geweest, tenzij veiligheid anders vereist.
- Leg vast wat er is gebeurd: getuigen, foto’s, instructies, onderhoudslogboeken en de relevante delen van de RI&E.
- Meld het ongeval bij uw aansprakelijkheidsverzekeraar.
- Pas de RI&E en het plan van aanpak aan.
Wat kan de Arbeidsinspectie doen?
De Arbeidsinspectie onderzoekt ernstige ongevallen en kan een waarschuwing geven, een bestuurlijke boete opleggen, een eis tot naleving stellen of het werk stilleggen bij ernstig gevaar (hoofdstukken 5 en 7 Arbowet). Bij herhaalde overtredingen kan het werk ook worden stilgelegd en wordt de boete verhoogd.

Is een overtreding opzettelijk begaan en ontstaat daardoor levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid, dan is dat een strafbaar feit (artikel 32 Arbowet). De Arbeidsinspectie maakt dan een proces-verbaal op en het Openbaar Ministerie beslist over vervolging. Voor dezelfde gedraging kan niet zowel een bestuurlijke boete als een straf worden opgelegd. Zie ook het verschil tussen een boete, een dwangsom en een strafrechtelijke sanctie en bedrijfsongevallen en strafrecht.
Tegen een boetebesluit kunt u binnen zes weken bezwaar maken (artikel 6:7 Awb). Maak voordat het besluit wordt genomen gebruik van de mogelijkheid om uw zienswijze te geven op het boeterapport.
Welke documenten bepalen het verweer van de werkgever?
Uw verweer tegen een claim bestaat uit het aantonen dat u alles heeft gedaan wat redelijkerwijs nodig was. Dat lukt alleen met documentatie die van vóór het ongeval dateert.
- Een actuele RI&E die elke productielijn en schoonmaakprocedure dekt.
- Onderhoudslogboeken van afschermingen en noodstoppen.
- Vastgelegde instructies per werknemer, uitzendkracht en zzp’er: welke, in welke taal en wanneer.
- Bewijs van toezicht door leidinggevenden op het gebruik van beschermingsmiddelen.
- Een aansprakelijkheidsverzekering die ook inleenkrachten en zzp’ers dekt.
Wat legt u als gewonde werknemer vast?
U hoeft niet te bewijzen dat de werkgever een fout maakte, alleen dat u schade leed tijdens het werk. Leg dat zo snel mogelijk vast.
- Meld het ongeval direct bij uw leidinggevende en zorg dat het wordt geregistreerd.
- Noteer namen van getuigen en maak foto’s van de machine of de plek.
- Bewaar instructies, roosters en berichten over eerdere meldingen van het gevaar.
- Stel uw werkgever schriftelijk aansprakelijk; de vordering verjaart in beginsel vijf jaar nadat u de schade en de aansprakelijke partij kende (artikel 3:310 BW).
Voor de berekening en afwikkeling van letselschade verwijzen wij naar een letselschadespecialist; wij behandelen de arbeidsrechtelijke kant, zoals de aansprakelijkheidsvraag, re-integratie en uw positie binnen het dienstverband.
Hoe wij helpen bij arbo-eisen en bedrijfsongevallen
Meer over onze aanpak leest u op de pagina over onze arbeidsrechtadvocaat.
- Beoordelen of de werkgever aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW en of een beroep op bewuste roekeloosheid kans heeft.
- De RI&E, instructies en het veiligheidsbeleid toetsen aan de Arbowet en het Arbobesluit.
- Een zienswijze opstellen tegen een boeterapport van de Arbeidsinspectie en bezwaar en beroep instellen.
- Bijstaan bij een strafrechtelijk onderzoek na een ernstig ongeval.
Bedrijfsongevallen in de voedselverwerking in vier punten
- De werkgever is aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht heeft nageleefd; eigen schuld telt alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid.
- Een veiligheidsvoorziening zonder instructie en toezicht vervult de zorgplicht niet.
- Ook uitzendkrachten en zzp’ers die voor hun veiligheid van uw bedrijf afhankelijk zijn, vallen onder de aansprakelijkheid.
- Een ernstig ongeval meldt u direct bij de Arbeidsinspectie (artikel 9 Arbowet).
Veelgestelde vragen
Moet een ernstig ongeval binnen 24 uur worden gemeld?
De wet noemt geen aantal uren, maar eist melding direct na het ongeval (artikel 9 lid 1 Arbowet). Het gaat om ongevallen met dodelijke afloop, blijvend letsel of ziekenhuisopname.
Is het PAGO verplicht voor werknemers?
Nee. De werkgever moet het onderzoek aanbieden, maar deelname is vrijwillig. Voor bepaalde risico’s, zoals werken met kankerverwekkende stoffen, gelden aanvullende regels in het Arbobesluit.
Wie controleert de voedselveiligheid?
De NVWA houdt toezicht op voedselveiligheid en hygiëne, zoals HACCP. De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op de veiligheid en gezondheid van werknemers.