Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Wordt binnen een bv een strafbaar feit gepleegd, dan kan zowel de bv zelf worden vervolgd als de persoon die opdracht gaf tot het feit of er feitelijk leiding aan gaf (art. 51 Sr). Een bestuurder is niet strafbaar alleen omdat hij bestuurder is: hij moet het feit hebben bevorderd of bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het gebeurde.
Naast de strafrechtelijke vraag speelt vaak een civielrechtelijke: kan de bestuurder persoonlijk worden aangesproken voor schade of voor het tekort in een faillissement? Dat zijn twee aparte sporen met eigen regels. Hieronder leest u hoe de Hoge Raad beide toetst en wat een bestuurder of aandeelhouder concreet kan doen.
Inhoudsopgave
Wanneer is de bv zelf dader van een strafbaar feit?
Artikel 51 lid 1 Sr bepaalt dat strafbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. Een bv, nv, stichting of vereniging kan dus zelf worden gedagvaard en veroordeeld. Ook een vof of maatschap valt eronder (art. 51 lid 3 Sr).
Een bv handelt altijd via mensen. De vraag is dus wanneer de gedraging van een werknemer of bestuurder aan de bv wordt toegerekend. De Hoge Raad gaf daarvoor het kader in het Drijfmest-arrest van 21 oktober 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AF7938). Beslissend is of de gedraging redelijkerwijs aan de bv kan worden toegerekend. Een belangrijk oriëntatiepunt is of het feit plaatsvond in de “sfeer” van de rechtspersoon.
Vier aanwijzingen dat een feit in de sfeer van de bv ligt
- De dader werkt voor de bv, in dienstverband of anderszins.
- De gedraging past in de normale bedrijfsvoering.
- De gedraging was de bv in haar bedrijf dienstig.
- De bv kon bepalen of het gebeurde en aanvaardde zulk gedrag, ook door geen redelijke zorg te betrachten om het te voorkomen.
Het bestuur hoeft er dus niet van te weten. Een bv die geen redelijke maatregelen neemt tegen bekende risico’s, kan dader zijn van wat een werknemer doet. Opzet van de bv kan volgens de Hoge Raad ook blijken uit haar beleid of de feitelijke gang van zaken.
Welke straffen krijgt een bv?
Een bv kan niet de cel in. De rechter legt een geldboete op, soms aangevuld met maatregelen zoals ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Is de boetecategorie van het feit te laag voor een passende straf, dan mag de rechter bij een rechtspersoon de naast hogere categorie toepassen (art. 23 lid 7 Sr). Bij economische delicten kan de rechter ook een onderneming geheel of gedeeltelijk stilleggen (Wet op de economische delicten).
Zaken waarin bedrijven vaak als verdachte worden aangemerkt, zijn onder meer belasting- en subsidiefraude, overtredingen van milieu- en arbeidsomstandighedenregels, omkoping en witwassen (art. 420bis-420quater Sr).
Wanneer is een bestuurder of manager persoonlijk strafbaar?
Heeft de bv een strafbaar feit begaan, dan kan ook vervolgd worden wie daartoe opdracht gaf of er feitelijk leiding aan gaf (art. 51 lid 2 Sr). Dat staat los van een formele functie. Ook een manager zonder bestuurstitel, een externe adviseur of een andere rechtspersoon kan feitelijk leidinggever zijn.
De Hoge Raad zette de criteria op een rij in een overzichtsarrest van 26 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:733). Eerst moet vaststaan dat de bv zelf een strafbaar feit heeft begaan. Daarna kijkt de rechter naar de rol van de verdachte:
| Rol | Wanneer feitelijk leidinggeven | Voorbeeld ter illustratie |
|---|---|---|
| Actief | De verdachte stuurt de verboden gedraging aan of neemt het initiatief | Een directeur die opdracht geeft omzet buiten de boeken te houden |
| Beleid | De verboden gedraging is het onvermijdelijke gevolg van het beleid dat hij voert | Werk zo organiseren dat overschrijding van rusttijden niet te vermijden is |
| Passief | Hij is bevoegd en redelijkerwijs gehouden maatregelen te nemen, maar laat dat na | Een bestuurder die van eerdere overtredingen weet en niets doet |
Bij elke rol geldt een eigen opzetvereiste. De ondergrens is dat de leidinggever bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de verboden gedraging zou plaatsvinden. Dat kan blijken uit eerdere, vergelijkbare overtredingen binnen de bv die hij kende.
In de zaak zelf bleef de verdachte feitelijk leidinggever, ook nadat hij geen bestuursmandaat meer had. Zijn invloed op de fiscale constructie en zijn kennis van de onjuiste aangiften waren genoeg.
Wat betekent dit voor een bestuurder die niets wist?
Wie echt niet wist en ook geen aanwijzingen had, is niet strafbaar als feitelijk leidinggever. Formeel bestuurderschap is niet genoeg. Maar wie signalen kreeg en bewust wegkeek, loopt wel risico. Vervolging van de leidinggever hoeft niet samen te gaan met vervolging van de bv; het OM kan kiezen.
Krijgt u als bestuurder een uitnodiging voor een verhoor als verdachte, dan heeft u zwijgrecht (art. 29 Sv) en recht op een advocaat voor en tijdens het verhoor.
Wanneer is een bestuurder civielrechtelijk aansprakelijk?
Los van het strafrecht kan een bestuurder persoonlijk moeten betalen. Daarvoor gelden drie routes in het Burgerlijk Wetboek (Boek 2 BW).
| Route | Wie spreekt aan | Maatstaf |
|---|---|---|
| Interne aansprakelijkheid (art. 2:9 BW) | De bv zelf | Ernstig verwijt van onbehoorlijke taakvervulling |
| Externe aansprakelijkheid (art. 6:162 BW) | Schuldeisers en andere derden | Persoonlijk ernstig verwijt, bijvoorbeeld een contract sluiten terwijl de bestuurder wist dat de bv niet zou kunnen betalen |
| Faillissement (art. 2:248 BW) | De curator | Kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement |
Bij een bestuur van meer personen is iedere bestuurder in beginsel hoofdelijk aansprakelijk. Een bestuurder ontkomt daaraan alleen als hem geen ernstig verwijt treft en hij niet nalatig is geweest in het nemen van maatregelen. Meer over dit onderwerp leest u bij bestuurdersaansprakelijkheid in de bv.
Wat kan de curator bij een faillissement?
De curator kan bestuurders aanspreken voor het tekort in de boedel. Hij moet aantonen dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Alleen tekortkomingen uit de drie jaar vóór het faillissement tellen mee (art. 2:248 lid 6 BW).
Heeft het bestuur de boekhoudplicht (art. 2:10 BW) of de publicatieplicht (art. 2:394 BW) niet nageleefd, dan staat onbehoorlijke taakvervulling vast. Bovendien wordt dan vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is (art. 2:248 lid 2 BW). De bestuurder moet dat vermoeden zelf weerleggen. Een onbelangrijk verzuim blijft buiten beschouwing.
Kan de Belastingdienst de bestuurder aanspreken?
Ja, voor onbetaalde loonheffingen, btw en enkele andere belastingen. Kan de bv die niet betalen, dan moet het bestuur dat binnen twee weken na de uiterste betaaldatum melden bij de Belastingdienst. Wie niet of te laat meldt, wordt vermoed de onmacht te hebben veroorzaakt. De regels staan in art. 36 van de Invorderingswet 1990.
Wat kan een aandeelhouder overkomen?
Een aandeelhouder die alleen aandelen houdt, is in beginsel niet aansprakelijk voor schulden van de bv. Hij riskeert zijn inleg. Daarop zijn drie uitzonderingen.
- Gedragen als bestuurder. Wie feitelijk het beleid bepaalt alsof hij bestuurder is, wordt bij faillissement met een bestuurder gelijkgesteld (art. 2:248 lid 7 BW). Ook strafrechtelijk kan hij feitelijk leidinggever zijn.
- Uitkering terugbetalen. Een aandeelhouder die een uitkering ontving terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te voorzien dat de bv daarna haar opeisbare schulden niet meer kon betalen, moet die terugbetalen (art. 2:216 lid 3 BW). Bestuurders die dat wisten of behoorden te voorzien, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort.
- Niet volgestort kapitaal. Is de inbreng op aandelen niet betaald, dan kan de bv of de curator die alsnog opeisen.
Hoe beperkt u de risico’s als bestuurder?
Wie aantoonbaar maatregelen neemt, staat sterker in zowel een strafzaak als een aansprakelijkheidsprocedure. Het Drijfmest-criterium van “redelijke zorg” en de passieve rol uit het overzichtsarrest maken documentatie belangrijk.
- Voer een administratie waaruit u steeds de rechten en verplichtingen van de bv kunt kennen (art. 2:10 BW), en bewaar die zeven jaar.
- Stel de jaarrekening binnen vijf maanden na het boekjaar op (art. 2:210 BW) en deponeer die binnen acht dagen na vaststelling bij de KVK (art. 2:394 BW). Het niet tijdig deponeren is ook een economisch delict.
- Meld betalingsonmacht op tijd bij de Belastingdienst.
- Leg risicovolle besluiten en de afwegingen daarbij schriftelijk vast.
- Reageer aantoonbaar op signalen van overtredingen: onderzoek, stel bij, en leg vast wat u deed.
- Zorg voor interne regels en controles die passen bij de omvang van de bv, met een vaste plek om meldingen te doen.
Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering kan civiele claims dekken. Boetes en de gevolgen van opzet zijn meestal uitgesloten. Lees de polisvoorwaarden daarom goed na.
In het kort
- De bv is dader als het feit redelijkerwijs aan haar kan worden toegerekend; het bestuur hoeft er niet van te weten (HR 21 oktober 2003).
- Een bestuurder of manager is strafbaar als opdrachtgever of feitelijk leidinggever, ook bij passief nalaten, maar alleen als hij de aanmerkelijke kans bewust aanvaardde (HR 26 april 2016).
- Civiel kan de curator bestuurders aanspreken voor het boedeltekort bij kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaar vóór het faillissement (art. 2:248 BW).
- Een aandeelhouder moet een uitkering terugbetalen als hij wist of moest voorzien dat de bv daarna haar schulden niet meer kon betalen (art. 2:216 BW).
Kan het OM de bv en de bestuurder tegelijk vervolgen?
Ja. Art. 51 lid 2 Sr laat vervolging van de rechtspersoon, van de opdrachtgever of feitelijk leidinggever, of van beide toe. Volgens de Hoge Raad hoeft de leidinggever niet tegelijk met de bv te worden vervolgd.
Helpt het als ik inmiddels geen bestuurder meer ben?
Niet vanzelf. Feitelijk leidinggeven hangt af van feitelijke invloed, niet van een functie. In het overzichtsarrest van 2016 bleef de verdachte feitelijk leidinggever nadat zijn bestuursmandaat was geëindigd.
Krijgt de bv een strafblad?
Ja. Strafrechtelijke veroordelingen van rechtspersonen worden geregistreerd in de justitiële documentatie. Dat kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld een aanbesteding of een vergunningaanvraag.
Wat doen wij bij strafrechtelijke risico’s binnen een bv?
Vanuit onze praktijk strafrecht en ondernemingsrecht doen wij onder meer het volgende:
- Wij beoordelen of een feit aan de bv kan worden toegerekend en of u als opdrachtgever of feitelijk leidinggever kunt worden aangemerkt (art. 51 Sr).
- Wij staan de bv en de bestuurder bij tijdens verhoren, doorzoekingen en de procedure bij de rechter.
- Wij toetsen een aansprakelijkstelling door de curator aan art. 2:248 BW, inclusief de periode van drie jaar vóór het faillissement.
- Wij beoordelen of betalingsonmacht tijdig bij de Belastingdienst is gemeld.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.