Gepubliceerd op 31 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Een bestuursrechtelijke procedure is het traject waarmee u opkomt tegen een besluit van de overheid: eerst bezwaar bij het bestuursorgaan zelf, daarna beroep bij de bestuursrechter en zo nodig hoger beroep. De basis staat in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die in artikel 1:3 Awb omschrijft wat een besluit is en in artikel 8:1 Awb bepaalt wie daartegen kan opkomen.
Of het nu gaat om een geweigerde omgevingsvergunning, een gekorte uitkering, een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete: wie het niet eens is met een beslissing van de overheid heeft weinig tijd om te reageren. De termijn van zes weken is hard, en een verzuim in de eerste weken werkt door tot in hoger beroep. Hieronder leest u hoe de procedure is opgebouwd, welke termijnen en kosten gelden en waar het in de praktijk misgaat.
Inhoudsopgave
Wat is een besluit en wanneer staat bezwaar open?
Bezwaar en beroep zijn alleen mogelijk tegen een besluit. Artikel 1:3 Awb omschrijft dat als een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. De meest voorkomende vorm is de beschikking: een besluit dat op een concreet geval ziet, zoals een vergunning, een subsidiebeschikking of een intrekking van een uitkering. Tegen een algemeen verbindend voorschrift, bijvoorbeeld een gemeentelijke verordening, staat die weg niet rechtstreeks open; daar toetst de rechter hooguit langs de omweg van een besluit dat op dat voorschrift berust.
Feitelijk handelen is evenmin een besluit. Een telefonische mededeling, een informatiebrief of een aankondiging dat het bestuursorgaan iets van plan is, mist rechtsgevolg. Twijfelt u, lees dan de rechtsmiddelenverwijzing onderaan de brief: staat daar binnen welke termijn en bij welk orgaan u kunt opkomen, dan is het vrijwel altijd een besluit. Ontbreekt die passage, noteer dan zelf de verzenddatum, want die bepaalt wanneer de klok gaat lopen.
Verder moet u belanghebbende zijn. Artikel 1:2 Awb eist dat uw belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Dat betekent in de praktijk een eigen, objectief bepaalbaar en actueel belang: de buurman die op korte afstand van een vergunde windturbine woont is doorgaans belanghebbende, een inwoner aan de andere kant van de gemeente niet. Een concurrent die in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied opereert kan dat wel zijn. Voor verenigingen en stichtingen geldt dat zij een collectief belang statutair moeten behartigen en feitelijke werkzaamheden moeten verrichten.
Welke termijnen gelden in een bestuursrechtelijke procedure?
De hoofdregel is zes weken. Die termijn geldt voor bezwaar, voor beroep bij de rechtbank en voor hoger beroep, en begint op de dag na bekendmaking van het besluit (artikelen 6:7 en 6:8 Awb). Bekendmaking is bij een beschikking in de regel de verzending aan de aanvrager, niet de dag waarop u de brief opent. Bewaar daarom de envelop en registreer wanneer het stuk binnenkwam.
Een bezwaar- of beroepschrift is op tijd als het vóór het einde van de laatste dag is ingediend. Verstuurt u per post, dan geldt op grond van artikel 6:9 Awb dat tijdige terpostbezorging volstaat, mits het stuk niet later dan een week na afloop van de termijn binnenkomt. Dient u digitaal in via het loket van het bestuursorgaan of via Mijn Rechtspraak, dan telt het tijdstip van indiening tot 23.59 uur van de laatste dag.
Bent u te laat, dan volgt niet-ontvankelijkheid, tenzij de overschrijding verschoonbaar is (artikel 6:11 Awb). De rechter is daar streng in: ziekenhuisopname of een aantoonbaar onjuiste rechtsmiddelenverwijzing kan slagen, drukte of een vakantie niet. Stuurt u het stuk naar het verkeerde orgaan, dan is dat minder fataal dan het lijkt: artikel 6:15 Awb verplicht het onbevoegde orgaan om door te zenden, en de datum van de eerste indiening blijft dan gelden. Ontbreekt er iets in uw bezwaarschrift, dan moet u eerst de gelegenheid krijgen dat verzuim te herstellen (artikel 6:6 Awb).
Hoe verloopt de bezwaarfase bij het bestuursorgaan?
Bezwaar maakt u bij het bestuursorgaan dat het besluit nam. Dat orgaan bekijkt de zaak volledig opnieuw: het toetst niet alleen de rechtmatigheid maar ook de beleidsmatige afweging, en houdt daarbij rekening met feiten en omstandigheden die na het besluit zijn opgekomen (artikel 7:11 Awb). Dat maakt de bezwaarfase waardevol: u kunt hier alsnog stukken, rapporten en argumenten inbrengen die in de aanvraag ontbraken.
U wordt in beginsel gehoord (artikel 7:2 Awb). Veel gemeenten en uitvoeringsinstanties laten dat horen doen door een onafhankelijke bezwaarschriftencommissie. Het is verstandig van die hoorzitting gebruik te maken, ook als het bezwaarschrift al uitgebreid is: het is het enige moment waarop u de zaak mondeling kunt toelichten en op vragen kunt reageren.
De beslistermijn staat in artikel 7:10 Awb en loopt vanaf de dag na afloop van de bezwaartermijn, niet vanaf de ontvangst van uw brief. Zonder adviescommissie is die termijn zes weken; is er wel zo een commissie, dan twaalf weken. Het bestuursorgaan mag met zes weken verdagen en daarna alleen met uw instemming verder uitstellen. In de bezwaarfase betaalt u geen griffierecht. Wel kunt u om vergoeding van uw kosten van rechtsbijstand vragen, maar dat kan alleen als u daar tijdens de bezwaarprocedure zelf om verzoekt en het besluit wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid wordt herroepen (artikel 7:15 Awb). Vraagt u het pas achteraf, dan is het te laat. Meer over de opbouw van deze fase leest u in ons artikel over bezwaar en beroep in het bestuursrecht.
Wanneer vraagt u een voorlopige voorziening?
Bezwaar en beroep schorten de werking van een besluit niet op. Een last onder dwangsom loopt door, een sluiting gaat door en een intrekking van een uitkering blijft van kracht zolang de procedure duurt. Om dat te doorbreken vraagt u de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb. Voorwaarde is dat u al bezwaar of beroep heeft ingesteld en dat er onverwijlde spoed is die, gelet op de betrokken belangen, een ordemaatregel rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter maakt een voorlopig oordeel en weegt de belangen. Bij een handhavingsbesluit met een begunstigingstermijn die binnen enkele dagen afloopt, bij een sluiting van een bedrijfspand of bij stopzetting van inkomen is spoed doorgaans aanwezig. Bij een louter financieel nadeel dat later te herstellen is, meestal niet. Blijkt tijdens de behandeling dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling, dan kan de rechter meteen op het beroep beslissen; dat kortsluiten volgt uit artikel 8:86 Awb. Een spoedprocedure bij de bestuursrechter is iets anders dan een civiel kort geding, dat u bij de civiele rechter aanhangig maakt.
Beroep bij de bestuursrechter: hoe ziet dat eruit?
Bent u het oneens met de beslissing op bezwaar, dan stelt u binnen zes weken beroep in bij de rechtbank, afdeling bestuursrecht. In het beroepschrift benoemt u tegen welk besluit u opkomt, welke gronden u aanvoert en wat u van de rechter vraagt. Het bestuursorgaan stuurt vervolgens de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift in.
Voor het beroep bent u griffierecht verschuldigd (artikel 8:41 Awb). Bij de rechtbank bedraagt dat in 2026 voor natuurlijke personen 200 euro in reguliere bestuursrechtelijke zaken en 54 euro in zaken over onder meer sociale zekerheid en toeslagen; rechtspersonen betalen 397 euro. In hoger beroep liggen de tarieven hoger. De actuele bedragen staan op de website van de Rechtspraak. Bij betalingsonmacht kunt u om vrijstelling verzoeken; doe dat direct, want te late betaling leidt tot niet-ontvankelijkheid.
Op de zitting worden de gronden besproken. Daarna doet de rechtbank uitspraak. Verklaart zij het beroep gegrond, dan vernietigt zij de beslissing op bezwaar (artikel 8:72 Awb). Vernietiging betekent niet automatisch dat u krijgt wat u wilt: vaak moet het bestuursorgaan opnieuw beslissen. De rechter kan het gebrek ook zelf laten herstellen via de bestuurlijke lus (artikel 8:51a Awb) of zelf in de zaak voorzien. Neemt het bestuursorgaan tijdens de procedure een nieuw besluit, dan wordt uw beroep op grond van artikel 6:19 Awb geacht mede daartegen te zijn gericht; u hoeft dan niet opnieuw te procederen.
Waaraan toetst de bestuursrechter uw zaak?
De bestuursrechter beoordeelt of het besluit zorgvuldig is voorbereid (artikel 3:2 Awb), of de belangen deugdelijk zijn afgewogen (artikel 3:4 Awb) en of de motivering het besluit kan dragen (artikel 3:46 Awb). Daarnaast gelden ongeschreven beginselen zoals het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel.
De toets aan het evenredigheidsbeginsel is sinds enkele jaren indringender. In haar uitspraak van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285) formuleerde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een toets in drie stappen bij besluiten waarin het bestuursorgaan beleidsruimte heeft: is de maatregel geschikt om het doel te bereiken, is zij noodzakelijk en staat zij in evenredige verhouding tot de gevolgen voor de betrokkene? Hoe ingrijpender het besluit, hoe scherper die toets. Dat biedt ruimte om niet alleen de bevoegdheid ter discussie te stellen, maar ook de zwaarte van de maatregel: een sluiting van zes maanden waar drie zouden volstaan, of een boete die het bedrijf feitelijk beëindigt.
Hoger beroep: bij welke rechter komt u terecht?
Er is niet één hoger beroepsrechter. Welke instantie bevoegd is, hangt af van het rechtsgebied. Zaken over het omgevingsrecht, handhaving, openbare orde en de Wet open overheid gaan naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zaken over sociale zekerheid en het ambtenarenrecht gaan naar de Centrale Raad van Beroep. Economisch bestuursrecht, waaronder besluiten van markttoezichthouders, komt bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Belastingzaken gaan naar het gerechtshof en daarna naar de Hoge Raad. De juiste instantie staat onderaan de uitspraak van de rechtbank.
Ook in hoger beroep geldt een termijn van zes weken en is griffierecht verschuldigd. Nieuwe gronden aanvoeren kan slechts beperkt: de hoger beroepsrechter beoordeelt vooral of de rechtbank de zaak juist heeft beslist. Is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond, dan kan de zaak vereenvoudigd worden afgedaan zonder zitting (artikel 8:54 Awb); daartegen staat verzet open.
Wat doet u als het bestuursorgaan niet of te laat beslist?
Blijft een beslissing uit, dan stelt u het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke en geeft u het twee weken om alsnog te beslissen. Beslist het daarna nog niet, dan verbeurt het van rechtswege een dwangsom op grond van artikel 4:17 Awb. Die bedraagt de eerste veertien dagen 23 euro per dag, de volgende veertien dagen 35 euro per dag en de resterende dagen 45 euro per dag, voor ten hoogste 42 dagen; het maximum komt daarmee op 1.442 euro. Het bestuursorgaan stelt de verschuldigdheid en de hoogte zelf vast (artikel 4:18 Awb).
Naast de dwangsom kunt u beroep instellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit (artikel 6:12 Awb). Dat beroep is niet aan een termijn van zes weken gebonden, maar mag niet onredelijk laat worden ingesteld. De rechter kan het bestuursorgaan opdragen binnen een bepaalde termijn te beslissen en daaraan een eigen dwangsom verbinden. Let op: bij besluiten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst is de bestuursrechtelijke dwangsom sinds 15 april 2025 afgeschaft; daar resteert alleen de route van ingebrekestelling en beroep niet tijdig beslissen. Loopt de zaak andersom en legt de overheid u een dwangsom op, lees dan hoe u een dwangsom van de gemeente aanvecht.
Wat kost een bestuursrechtelijke procedure?
De bezwaarfase is kosteloos, afgezien van eventuele eigen kosten van rechtsbijstand. Vanaf beroep betaalt u griffierecht in de hierboven genoemde orde van grootte. Wint u, dan vergoedt het bestuursorgaan het griffierecht en kan de rechter een proceskostenvergoeding toekennen (artikel 8:75 Awb). Die vergoeding is forfaitair: het Besluit proceskosten bestuursrecht kent punten toe aan proceshandelingen en vermenigvuldigt die met een vast tarief, zodat de vergoeding vrijwel nooit de werkelijke advocaatkosten dekt.
Naast de procedure over de rechtmatigheid kan er ruimte zijn voor schadevergoeding. Is het besluit onrechtmatig en heeft u daardoor schade geleden, dan kunt u de bestuursrechter om schadevergoeding verzoeken. Was het overheidshandelen rechtmatig maar treft de schade u onevenredig zwaar, dan loopt de weg via nadeelcompensatie. Bij een geweigerde vergunning wegens een integriteitsonderzoek geldt bovendien een eigen regime; daarover leest u meer in ons artikel over een op grond van de Wet Bibob geweigerde vergunning.
Veelgestelde vragen over de bestuursrechtelijke procedure
Moet ik altijd eerst bezwaar maken?
Meestal wel: bezwaar is de verplichte voorfase van beroep (artikel 7:1 Awb). Er zijn uitzonderingen. Is het besluit voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb, waarbij een ontwerpbesluit ter inzage lag en u een zienswijze kon indienen, dan gaat u meteen in beroep. Ook kunt u het bestuursorgaan vragen in te stemmen met rechtstreeks beroep (artikel 7:1a Awb).
Heb ik een advocaat nodig in het bestuursrecht?
Procesvertegenwoordiging is in het bestuursrecht niet verplicht: u mag zelf procederen of iemand machtigen. Bij een bestuurlijke boete, een handhavingstraject met hoge dwangsommen of een intrekking van een vergunning is deskundige bijstand wel verstandig, omdat de gronden die u in beroep aanvoert grotendeels bepalen wat de rechter mag beoordelen.
Kan ik een besluit nog aanvechten als de termijn is verstreken?
In beginsel niet: het besluit wordt dan formele rechtskracht en staat vast, ook in een latere civiele procedure. Wel kunt u het bestuursorgaan vragen terug te komen op het besluit. Bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden kan het orgaan dat verzoek inhoudelijk beoordelen; wijst het af, dan staat tegen die afwijzing opnieuw bezwaar open.
Hoe lang duurt een bestuursrechtelijke procedure?
Dat verschilt sterk per rechtsgebied en per rechtbank. De wettelijke beslistermijnen in de bezwaarfase staan in artikel 7:10 Awb; voor de rechterlijke fase bestaat geen wettelijke maximumduur. Duurt de procedure als geheel onredelijk lang, dan kan dat aanleiding zijn voor vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Bijstand bij bezwaar en beroep
De uitkomst van een bestuursrechtelijke procedure wordt vaak al in de eerste weken bepaald: door de vraag of u op tijd bent, of u belanghebbende bent en of de juiste gronden op tafel liggen. De advocaten van Law & More beoordelen uw besluit, bewaken de termijnen en voeren de procedure van bezwaar tot hoger beroep. Meer achtergrond vindt u in onze gids over bezwaar en beroep in het bestuursrecht. De volledige tekst van de wet raadpleegt u bij wetten.overheid.nl.