Kort geding: voorwaarden, procedure en termijnen

De complete gids voor de procedure kort geding

Gepubliceerd op 12 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026

Een kort geding is een spoedprocedure waarin de voorzieningenrechter binnen enkele weken een voorlopige beslissing geeft, in plaats van na maanden. Voorwaarde is dat u een spoedeisend belang heeft; de rechter beslist dan zonder uitgebreid bewijsonderzoek, en de bodemrechter is later niet aan die beslissing gebonden.

De grondslag staat in artikel 254 Rv. Hieronder leest u wanneer een kort geding zin heeft, hoe de procedure verloopt, wat het kost en welke termijnen het landelijk procesreglement kort gedingen stelt.

Wat is een kort geding?

Een kort geding is een procedure voor een onmiddellijke, voorlopige voorziening in zaken die geen uitstel dulden. Het is geen eindoordeel over het geschil, maar een afdwingbare tussenoplossing.

Het kort geding is geregeld in de artikelen 254 tot en met 260 Rv. De voorzieningenrechter kan een voorziening bij voorraad treffen in alle zaken waarin dat, gelet op de belangen van partijen, direct nodig is. Hij beslist op basis van de stukken en van wat op de zitting aannemelijk wordt.

Voorzieningenrechter behandelt een kort geding in de zittingszaal van de rechtbank.

Die voorlopigheid heeft twee kanten. Zij maakt snelheid mogelijk, want de rechter hoort in beginsel geen getuigen en benoemt geen deskundigen. Tegelijk bindt zij de bodemrechter niet. Die kan later, met meer bewijs, anders oordelen. Wie een kort geding wint, heeft dus een afdwingbare beslissing, maar geen definitief gelijk.

Wat is het verschil met een bodemprocedure?

Een bodemprocedure leidt tot een eindvonnis over het hele geschil, met ruimte voor getuigen en deskundigen. Een kort geding levert snel een tijdelijke maatregel op die een acuut probleem stopt.

Het verschil zit in doel, tempo en bewijs. In een bodemprocedure zijn er meerdere schriftelijke rondes en kan de rechter uitgebreid bewijs laten leveren. Een kort geding levert bijvoorbeeld een verbod, een gebod, doorbetaling van loon, afgifte van een zaak of nakoming van een afspraak op.

De twee routes sluiten elkaar niet uit. In de praktijk wordt een kort geding vaak gebruikt om de situatie te bevriezen terwijl de bodemprocedure loopt, of om partijen tot een regeling te bewegen. Welke route in uw situatie past, leest u in ons artikel over kort geding tegenover bodemprocedure.

Wanneer is er een spoedeisend belang?

U heeft een spoedeisend belang als u de uitkomst van een gewone procedure niet kunt afwachten zonder onevenredig nadeel. De rechter beoordeelt dat op het moment van de zitting, niet op het moment waarop het conflict begon.

Wie maanden stilzit en dan spoed claimt, ondermijnt zijn eigen verhaal. Spoed is bovendien relatief. De rechter weegt uw belang bij direct ingrijpen af tegen het belang van de tegenpartij bij een zorgvuldige behandeling. Hoe ingrijpender de gevraagde maatregel, hoe zwaarder de onderbouwing moet zijn. Een verbod dat de bedrijfsvoering van de wederpartij stillegt, vraagt meer dan een bevel om een document af te geven.

In de praktijk worden onder meer deze situaties als spoedeisend gezien:

  • een publicatie die op het punt staat te verschijnen en onherstelbare reputatieschade veroorzaakt;
  • een leverancier die de levering staakt, waardoor de productie stilvalt;
  • een ex-werknemer die in strijd met een concurrentie- of relatiebeding klanten benadert;
  • een inbreuk op een merk, model of auteursrecht die dagelijks omzet kost;
  • loon dat na een ontslag op staande voet niet meer wordt betaald;
  • een omgangsregeling die eenzijdig wordt stopgezet, of alimentatie die plotseling stopt.

Onderbouw de urgentie met stukken: een aankondiging, een onbeantwoorde sommatie, een bankafschrift, een rooster of e-mails. Alleen stellen dat de zaak dringend is, is niet genoeg. Een geschil dat al jaren sluimert en waarin geen nieuwe dreiging is ontstaan, hoort thuis in een bodemprocedure.

Welke zaken lenen zich niet voor een kort geding?

Zaken waarin de feiten zo onduidelijk zijn dat de rechter zonder getuigen of deskundigen niet verantwoord kan oordelen, lenen zich niet voor een kort geding. De rechter wijst de vordering dan af of verwijst naar de bodemprocedure.

Denk aan een bouwgeschil met tegenstrijdige expertiserapporten over constructiefouten. Ook een vordering met een onomkeerbaar gevolg ligt gevoelig. De rechter is terughoudend met een voorziening die de uitkomst van de bodemprocedure feitelijk vastlegt, zoals een bevel tot afgifte van een zaak die daarna wordt doorverkocht. Hij kiest dan eerder voor een minder ingrijpende maatregel of vraagt om zekerheid.

Een geldvordering in kort geding is mogelijk, maar kent extra drempels. U moet naast spoed ook aannemelijk maken dat de vordering bestaat en hoe hoog zij is. Daarnaast weegt de rechter het restitutierisico: wat gebeurt er als u het geld later moet terugbetalen omdat de bodemrechter anders oordeelt?

Het kort geding vervangt de bodemprocedure niet. Wie een structureel geschil definitief geregeld wil zien, moet die procedure alsnog voeren. Het kort geding overbrugt de periode daartussen.

Hoe verloopt een kort geding stap voor stap?

Uw advocaat vraagt bij de rechtbank een zittingsdatum aan met een conceptdagvaarding. Na de datumbepaling betekent een deurwaarder de dagvaarding, waarna de mondelinge behandeling en het vonnis volgen.

In de conceptdagvaarding staat wie eist, wat wordt gevorderd, op welke feiten en rechtsgronden de vordering rust en waarom de zaak geen uitstel duldt. Uw advocaat dient dat concept met een digitaal aanvraagformulier in bij de rechtbank en vraagt tegelijk om een zittingsdatum.

Advocaat stelt een conceptdagvaarding op voor een kort geding bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter bepaalt dag en uur van de mondelinge behandeling. Daarna betekent een gerechtsdeurwaarder de definitieve dagvaarding aan de tegenpartij. Pas met die betekening is de zaak officieel aanhangig en weet de gedaagde waar hij aan toe is.

De rechtbanken gebruiken voor kanton-, handels- en familiezaken één landelijk procesreglement kort gedingen. Dat reglement, in de versie die sinds 1 juli 2025 geldt, bepaalt onder meer dat het betekende exploot uiterlijk drie werkdagen vóór de zitting bij de rechtbank moet zijn. Nadere stukken moeten uiterlijk 24 uur, dus één werkdag, vóór de zitting binnen zijn. Stukken die later komen, laat de rechter vaak buiten beschouwing.

Die uniforme regels schelen tijd. Vroeger moesten advocaten per rechtbank nagaan welke termijnen golden; nu gelden overal dezelfde spelregels. Voor u betekent dat een voorspelbaarder traject en minder kans dat een procedurele fout ten koste gaat van de inhoud.

Het landelijk procesreglement kort gedingen bepaalt de termijnen voor stukken en betekening.

Wat gebeurt er tijdens de mondelinge behandeling?

Op de zitting lichten beide partijen hun standpunt toe en stelt de rechter veel vragen. Hij stuurt op de kern: is er spoed, is de vordering voldoende aannemelijk en welke maatregel is in verhouding?

De voorzieningenrechter heeft de stukken vooraf gelezen. De eiser licht de vordering toe, de gedaagde voert verweer en beide advocaten krijgen gelegenheid om te reageren. Anders dan in een bodemprocedure worden in beginsel geen getuigen gehoord.

De rechter toetst zelf of het verhaal klopt met de stukken. Tegenstrijdigheden tussen wat u schrijft en wat u zegt, vallen daardoor snel op. Bereid u dus voor op vragen over data, bedragen en wat u zelf heeft gedaan om het probleem op te lossen.

Partijen en hun advocaten tijdens de mondelinge behandeling van een kort geding.

Veel voorzieningenrechters onderzoeken op de zitting of een schikking mogelijk is. Dat is geen zwaktebod. Een regeling die u zelf mee vormgeeft, is vaak beter uitvoerbaar dan een opgelegd verbod. Komt u eruit, dan wordt de afspraak vastgelegd in een proces-verbaal, dat net als een vonnis ten uitvoer kan worden gelegd.

Lukt dat niet, dan sluit de rechter de behandeling en bepaalt hij wanneer hij uitspraak doet. Volgens de Rechtspraak volgt de schriftelijke uitspraak meestal twee weken na de zitting. Als het nodig is, kan dat sneller of later.

Wat staat er in het vonnis en hoe dwingt u het af?

Het vonnis bevat een voorlopige voorziening, zoals een verbod, een gebod of een voorschot op een geldbedrag. Het is vrijwel altijd uitvoerbaar bij voorraad, zodat u het direct kunt laten uitvoeren, ook als de tegenpartij in hoger beroep gaat.

De rechter formuleert de voorziening zo concreet mogelijk, want een vage veroordeling is niet uitvoerbaar. Ook kan hij een ordemaatregel treffen. Daarnaast beslist hij over de proceskosten. Dat hoger beroep de werking niet schorst, is in de praktijk het belangrijkste kenmerk van deze procedure.

Om naleving af te dwingen verbindt de rechter er vaak een dwangsom aan. Dat is een bedrag dat per overtreding of per dag verschuldigd wordt zolang het vonnis niet wordt nageleefd, meestal met een maximum. Die financiële prikkel zorgt ervoor dat de meeste veroordeelden zich alsnog aan de uitspraak houden.

Gebeurt dat niet, dan schakelt u een deurwaarder in. Hij betekent het vonnis en kan tot executie overgaan, bijvoorbeeld door beslag te leggen voor de verbeurde dwangsommen. Leg in die fase alle bewijs van de overtreding vast: foto’s, schermafdrukken, verklaringen en data. Zonder dat bewijs is een dwangsom moeilijk te innen.

Verschijnt de gedaagde niet, terwijl de dagvaarding correct is betekend, dan verleent de voorzieningenrechter verstek. Hij wijst de vordering dan toe, tenzij die hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Wegblijven bespaart de gedaagde griffierecht, maar vergroot de kans op een veroordeling, inclusief de proceskosten.

Wie een vonnis in kort geding ten uitvoer legt, doet dat op eigen risico. Wordt het vonnis in hoger beroep vernietigd of oordeelt de bodemrechter later anders, dan moet wat is ontvangen worden terugbetaald. De schade door de tenuitvoerlegging kan dan bovendien voor rekening komen van degene die het vonnis liet uitvoeren.

Kunt u in hoger beroep tegen een kortgedingvonnis?

Ja, binnen vier weken na de dag van de uitspraak (artikel 339 lid 2 Rv). Voor cassatie bij de Hoge Raad geldt een termijn van acht weken; laat u die termijnen verlopen, dan staat het vonnis vast.

Het gerechtshof beoordeelt de zaak opnieuw, weer voorlopig en weer met de eis van spoedeisend belang. Dat belang moet ook in hoger beroep nog bestaan. Is de situatie inmiddels achterhaald, dan kan het hof de vordering afwijzen wegens gebrek aan belang.

Naast of in plaats van hoger beroep kunt u een bodemprocedure beginnen. De bodemrechter is niet gebonden aan het voorlopige oordeel en beoordeelt de zaak met volledige bewijslevering. Wint u het kort geding en verliest u later de bodemprocedure, dan kan de tegenpartij terugvorderen wat zij op grond van het vonnis heeft betaald of gedaan, en soms schadevergoeding eisen.

Dat risico is een reden om vooraf realistisch te wegen hoe sterk uw zaak is. Een kort geding winnen met een dun dossier kan achteraf duur uitpakken.

Wat kost een kort geding en wie betaalt?

De kosten bestaan uit griffierecht, deurwaarderskosten en advocaatkosten. Wint u, dan wordt de tegenpartij meestal in de proceskosten veroordeeld, maar die vergoeding dekt de advocaatkosten zelden volledig.

Wat u concreet kwijt bent, hangt af van de aard van de vordering en de complexiteit van de zaak. De drie posten zijn:

  • griffierecht: het bedrag dat de rechtbank in rekening brengt, afhankelijk van de hoogte van de vordering en van de vraag of u als particulier of als rechtspersoon procedeert;
  • deurwaarderskosten: voor het betekenen van de dagvaarding en later eventueel voor de executie van het vonnis;
  • advocaatkosten: doorgaans de grootste post, omdat de zaak in korte tijd volledig moet worden voorbereid.

De verliezende partij wordt in handelszaken meestal in de proceskosten veroordeeld (artikel 237 Rv). Die veroordeling wordt berekend volgens het liquidatietarief. Dat is een vast stelsel dat losstaat van wat uw advocaat werkelijk in rekening brengt. In zaken over intellectuele eigendom geldt een ruimere regeling.

In familiezaken ligt dat anders. Daar compenseert de rechter de proceskosten in de regel, zodat elke partij de eigen kosten draagt. Houd daar rekening mee als u overweegt een kort geding te beginnen in een familiekwestie.

Welk griffierecht betaalt u in 2026?

Voor een kort geding bij de voorzieningenrechter van de rechtbank gelden de tarieven voor handelszaken. De bedragen hieronder gelden voor 2026, achtereenvolgens voor rechtspersonen, natuurlijke personen en on- of minvermogenden:

  • vordering van onbepaalde waarde: € 735, € 341 of € 93;
  • vordering tot en met € 100.000: € 3.083, € 1.414 of € 93;
  • vordering boven € 100.000 tot € 1.000.000: € 7.062, € 2.803 of € 93;
  • vordering boven € 1.000.000: € 10.487, € 2.803 of € 93.

Een vordering tot nakoming, ontruiming of een verbod heeft een onbepaalde waarde. Vordert u daarnaast een geldbedrag, dan bepaalt dat bedrag de klasse. Is de kantonrechter bevoegd, dan liggen de tarieven aanzienlijk lager. Ook de gedaagde betaalt griffierecht zodra hij in de procedure verschijnt. De tarieven worden jaarlijks aangepast; de actuele bedragen vindt u in het overzicht van de Rechtspraak.

De deurwaarder rekent voor het betekenen van de dagvaarding een wettelijk vastgesteld tarief, dat jaarlijks wordt geïndexeerd. Daar komen btw en verschotten bij, en vaak een tweede ambtshandeling voor de betekening van het vonnis.

Waar hangen de advocaatkosten van af?

De advocaatkosten hangen af van de tijd die de zaak vraagt, en die tijd gaat vooral op aan de voorbereiding. De feitelijke complexiteit weegt het zwaarst. Daarna volgen de omvang van het dossier, de opstelling van de wederpartij en de vraag of naast het kort geding ook beslag of een bodemprocedure nodig is. Vraag vooraf om een schriftelijke inschatting, met een onderscheid tussen voorbereiding, zitting en mogelijke vervolgstappen.

Wint u, dan vergoedt de proceskostenveroordeling het griffierecht en de deurwaarderskosten in beginsel volledig. Het advocaatsalaris wordt alleen vergoed volgens het liquidatietarief. Daarnaast kunnen nakosten worden toegewezen voor de afwikkeling na het vonnis. Kosten die u vóór de procedure maakte, kunt u binnen de grenzen van artikel 6:96 BW afzonderlijk vorderen.

Wanneer wegen de kosten op tegen het belang?

De vraag is zelden alleen wat een kort geding kost, maar hoe die kosten zich verhouden tot wat er op het spel staat. Bij een dreigende ontruiming, een geblokkeerde levering of een verbod dat de bedrijfsvoering stillegt, kan een kort geding een veelvoud aan schade voorkomen. Bij een betwiste factuur van een paar honderd euro is die verhouding meestal zoek.

Weeg ook de slagingskans en de verhaalbaarheid mee. Een toewijzend vonnis tegen een partij zonder verhaalsmogelijkheden levert weinig op.

Particulieren met een laag inkomen en vermogen kunnen via de Raad voor Rechtsbijstand een toevoeging krijgen. Zij betalen dan een eigen bijdrage en het laagste griffierechttarief. Voor ondernemingen bestaat die route niet. Ga daarom na of een rechtsbijstandverzekering dekking biedt, en of de wederpartij tot een regeling bereid is voordat de dagvaarding uitgaat.

Wanneer werkt een kort geding in het familierecht?

Ook in familiezaken is het kort geding een gewone route, met dezelfde eisen: spoed en een vordering die zich leent voor een voorlopige beslissing. Gaat het om kinderen, dan weegt de rechter uitdrukkelijk mee wat in hun belang is.

Ouder bespreekt met een familierechtadvocaat een spoedprocedure over de omgangsregeling.

Een veelvoorkomend geval is een omgangsregeling die eenzijdig wordt stopgezet. Het recht op omgang tussen ouder en kind is geregeld in artikel 1:377a en volgende BW. Blijft nakoming uit, dan kunt u die in kort geding vorderen, versterkt met een dwangsom. Wat daarbij verstandig is, leest u in ons artikel over een omgangsregeling die niet wordt nageleefd.

De rechter kijkt daarbij naar de onderbouwing van de bezwaren van de andere ouder. Zorgen die niet met concrete feiten worden gestaafd, wegen minder zwaar dan het belang van het kind bij contact met beide ouders.

Een tweede categorie zijn geschillen tussen ouders met gezamenlijk gezag, bijvoorbeeld over een vakantie naar het buitenland, een verhuizing of de schoolkeuze. Daarvoor bestaat de geschillenregeling van artikel 1:253a BW, waarin de rechter de knoop doorhakt of vervangende toestemming geeft. Staat de vertrekdatum voor de deur of dreigt een verhuizing op korte termijn, dan kan die beslissing in kort geding worden gevraagd.

De derde categorie is financieel. Stopt de betaling van kinder- of partneralimentatie plotseling, dan ontstaat vaak binnen weken een acuut probleem. Nakoming van een vastgestelde bijdrage (artikel 1:392 en volgende BW) kan in kort geding worden gevorderd. Hetzelfde geldt voor medewerking aan de verkoop van een gezamenlijke woning als een van beiden die blokkeert. Meer over alimentatie leest u in ons overzicht.

Kort geding of voorlopige voorziening bij echtscheiding?

Loopt er een echtscheiding, dan is een verzoek om voorlopige voorzieningen (artikel 821 tot en met 826 Rv) meestal de aangewezen spoedroute. Het kort geding blijft over voor situaties die buiten die kaders vallen, zoals geschillen tussen ouders die nooit getrouwd waren.

De voorlopige voorzieningen zijn speciaal bedoeld voor de periode rond een echtscheiding. De procedure begint met een verzoekschrift, niet met een dagvaarding. Zij regelt onder meer wie in de echtelijke woning blijft, bij wie de kinderen verblijven, de omgang en een voorlopige onderhoudsbijdrage.

Voorlopige voorzieningen kunnen worden gevraagd vlak voor of tijdens de echtscheidingsprocedure. Zij gelden in beginsel tot de scheiding is ingeschreven en de definitieve beslissing werkt. Wat deze procedure inhoudt, staat in ons artikel over voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.

Loopt er al een echtscheidingsprocedure, dan is de route van de voorlopige voorzieningen meestal sneller en goedkoper, al is het maar omdat er geen deurwaarder aan te pas komt. De keuze is geen kwestie van smaak. De verkeerde ingang kost tijd die u juist niet heeft, en kan tot niet-ontvankelijkheid leiden.

Kort geding bij de kantonrechter of bij de rechtbank?

Dat hangt af van het onderwerp en de hoogte van de vordering. De kantonrechter behandelt geldvorderingen tot 25.000 euro en alle zaken over arbeid, huur, consumentenkoop en consumentenkrediet, ongeacht het bedrag (artikel 93 Rv); alle andere civiele zaken horen bij de rechtbank.

Dat onderscheid heeft een direct gevolg. Bij de rechtbank bent u verplicht een advocaat in te schakelen (artikel 79 Rv). Bij de kantonrechter mag u zelf optreden of iemand machtigen. Een arbeidsconflict over doorbetaling van loon na een ontslag op staande voet komt dus bij de kantonrechter terecht, een merkinbreuk bij de rechtbank.

Ook zonder verplichting is bijstand in kort geding verstandig. De voorbereidingstijd is kort, de zitting verloopt snel en de eisen aan de onderbouwing van het spoedeisend belang zijn hoog. Een fout in de dagvaarding is in een spoedprocedure zelden nog te herstellen.

Welke rechtbank in Nederland bevoegd is, volgt in beginsel uit de woonplaats van de gedaagde. Voor onder meer huurzaken en onrechtmatige daad gelden bijzondere regels. Ook dat is een reden om de dagvaarding niet zelf op te stellen.

Hoe vraagt u om extra spoed?

Is zelfs het gewone tempo van een kort geding te traag, dan kan uw advocaat de voorzieningenrechter vragen om een zitting op zeer korte termijn en om verkorting van de dagvaardingstermijn. U moet dan concreet maken welke onomkeerbare gevolgen anders intreden.

Denk aan een publicatie die morgen verschijnt of een executieveiling die deze week plaatsvindt. De rechter beoordeelt zo’n verzoek kritisch, want de tegenpartij moet zich nog kunnen verweren. Maak duidelijk welke handeling op welke datum gepland staat en waarom die daarna niet meer terug te draaien is. Voeg het bewijs daarvan bij het verzoek.

Informeer de tegenpartij zo snel mogelijk over het verzoek en de aangevraagde datum. Dat is niet alleen fatsoenlijk, het versterkt ook uw positie. Een rechter die ziet dat u de wederpartij niet heeft overvallen, gaat eerder mee in de verkorting. Bij uiterste spoed kan de voorzieningenrechter zelfs op een andere plaats of buiten kantooruren zitting houden.

Houd rekening met afwijzing. Wordt de verkorting niet toegestaan, dan loopt de zaak op de gewone termijn door. Zorg dan voor een alternatief, bijvoorbeeld een sommatie met een korte reactietermijn of, als vermogen dreigt te verdwijnen, conservatoir beslag.

Welke vorderingen kunt u in kort geding instellen?

De voorzieningenrechter kan iedere onmiddellijke voorziening treffen die de zaak vraagt, zolang die voorlopig van aard is. Meestal gaat het om een verbod, een gebod of een voorschot op een geldvordering.

Een verbod kan bijvoorbeeld inhouden dat een publicatie moet worden gestaakt of een inbreuk op een merk of handelsnaam moet stoppen. Een gebod kan gaan over nakoming van een overeenkomst, afgifte van administratie of hervatting van een levering.

Een voorschot op een geldvordering is ook mogelijk. Denk aan doorbetaling van loon, een voorschot op een onbetaalde factuur of op een onderhoudsbijdrage. De rechter kijkt dan extra kritisch. Het bestaan en de omvang van de vordering moeten voldoende aannemelijk zijn, en hij weegt het risico dat u het bedrag later moet terugbetalen.

Een aparte categorie is de opheffing van beslag. Heeft iemand conservatoir beslag gelegd op uw rekening of onroerend goed, dan kunt u in kort geding opheffing vorderen (artikel 705 Rv). Beslag legt een bedrijf vaak direct lam, zodat het spoedeisend belang zich meestal vanzelf laat aantonen.

Ten slotte kunt u in kort geding afgifte van bewijsstukken afdwingen. Sinds de vernieuwing van het bewijsrecht op 1 januari 2025 is het oude artikel 843a Rv vervangen door de artikelen 194 tot en met 195a Rv. Die regelen het recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens. Wie vreest dat cruciale stukken verdwijnen, kan die vordering met spoed instellen.

Kort geding tegen de overheid of naar de bestuursrechter?

Tegen een besluit van een gemeente, provincie of ministerie gaat u meestal niet naar de civiele voorzieningenrechter. U maakt bezwaar of stelt beroep in, en vraagt zo nodig een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter (artikel 8:81 en volgende Awb).

Die bestuursrechtelijke voorziening werkt vergelijkbaar met een kort geding. U vraagt de rechter een besluit te schorsen of een tijdelijke maatregel te treffen, in afwachting van de beslissing op bezwaar of beroep. Wordt bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verleend voor onomkeerbare werkzaamheden, dan is schorsing bij de bestuursrechter de route.

De civiele voorzieningenrechter is hier restrechter. Hij is bevoegd als er geen met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat, of als het gaat om feitelijk handelen van de overheid dat geen besluit is. Ook geschillen over aanbestedingen en over overeenkomsten met een overheidslichaam komen bij de burgerlijke rechter.

Dat onderscheid bepaalt ook welke termijnen gelden. De bezwaartermijn tegen een besluit is zes weken, en wie die laat verlopen, verliest zijn positie. Een kort geding herstelt dat niet. Laat daarom bij elk conflict met een bestuursorgaan eerst vaststellen welke rechtsgang openstaat.

Hoe bereidt u een kort geding goed voor?

Begin met een schriftelijke sommatie, verzamel het bewijs en formuleer een concrete vordering. Wacht daarna niet te lang, want elke week vertraging verzwakt het spoedeisend belang.

Geef in de sommatie een korte, maar redelijke reactietermijn. Die stap kost een of twee dagen en levert twee dingen op. Soms lost het conflict zich ermee op. Anders heeft u zwart op wit dat u heeft geprobeerd het buiten de rechter om te regelen. Rechters hechten daaraan, en het onderbouwt tegelijk de urgentie.

Verzamel daarna het bewijs in de vorm waarin u het wilt overleggen: de overeenkomst, correspondentie, facturen, schermafdrukken met datum en tijd, foto’s en verklaringen. Zet de feiten in een chronologisch overzicht. Wat gebeurde wanneer, wie deed wat en welk stuk hoort daarbij? Dat overzicht is de ruggengraat van de dagvaarding.

Formuleer de vordering zo concreet mogelijk. Een veroordeling om zich voortaan netjes te gedragen is niet uitvoerbaar. Een verbod om een bepaald product aan te bieden, met een omschrijving en een termijn, is dat wel. Denk meteen na over de dwangsom: welk bedrag per overtreding, en welk maximum?

Loopt er tegelijk een bodemprocedure of mediation, meld dat dan in de dagvaarding. Verzwijgen werkt tegen u zodra de tegenpartij het ter sprake brengt.

Kort geding of beslag: welk middel past?

Een kort geding levert een voorlopig oordeel op waarmee u nakoming, een verbod of een gebod afdwingt. Beslag levert geen oordeel op, maar bevriest vermogen zodat er later iets te halen valt.

Gaat het om betaling van een vordering die niet serieus wordt betwist, dan is beslag vaak het effectievere middel. Gaat het om gedrag dat nu moet stoppen, dan hoort de zaak in kort geding. De twee sluiten elkaar niet uit. Voor conservatoir beslag is verlof van de voorzieningenrechter nodig (artikel 700 Rv), en een gelegd beslag kan in kort geding worden opgeheven (artikel 705 Rv). Houd er rekening mee dat beslag geen voorrang geeft boven andere schuldeisers en bij faillissement vervalt.

Wat als u het kort geding verliest?

Een afwijzing in kort geding is geen eindoordeel over uw recht. U kunt alsnog een bodemprocedure beginnen of binnen vier weken in hoger beroep gaan.

De voorzieningenrechter weegt kansen en belangen; de bodemrechter is daaraan niet gebonden. Reken wel op een veroordeling in de proceskosten (artikel 237 Rv). Omgekeerd draagt degene die wint en het vonnis meteen uitvoert het risico dat hij moet terugbetalen als de bodemrechter anders oordeelt.

Waar let u als eiser op?

  • Stuur eerst een schriftelijke sommatie met een korte, redelijke reactietermijn en bewaar het bewijs van verzending.
  • Wacht na het ontstaan van het probleem niet weken met dagvaarden; elke week vertraging verzwakt uw spoedeisend belang.
  • Formuleer een concrete vordering, met een omschrijving van de handeling, een termijn en een dwangsom met een maximum.
  • Zorg dat het betekende exploot uiterlijk drie werkdagen vóór de zitting bij de rechtbank is.
  • Ga na of de tegenpartij verhaal biedt en wat u moet terugbetalen als de bodemrechter later anders oordeelt.

Waar let u als gedaagde op?

  • Controleer direct de zittingsdatum in de dagvaarding en welke rechter bevoegd is.
  • Verschijn op de zitting; blijft u weg, dan kan de rechter de vordering bij verstek toewijzen.
  • Lever uw stukken op tijd aan; stukken die na de termijn van het procesreglement binnenkomen, laat de rechter vaak buiten beschouwing.
  • Houd rekening met griffierecht zodra u in de procedure verschijnt.
  • Noteer na het vonnis de termijn voor hoger beroep: vier weken na de uitspraak (artikel 339 lid 2 Rv).

Wat kunnen wij voor u doen bij een kort geding?

Een kort geding vraagt in korte tijd een volledige voorbereiding. Wij kunnen u daarbij onder meer op de volgende punten helpen:

  • Wij beoordelen of u een spoedeisend belang heeft en of een kort geding, beslag of een voorlopige voorziening de juiste route is.
  • Wij stellen de sommatie en de conceptdagvaarding op, vragen een zittingsdatum aan en laten de dagvaarding tijdig betekenen.
  • Wij voeren namens u verweer als u bent gedagvaard, en dienen uw stukken in binnen de termijnen van het landelijk procesreglement kort gedingen.
  • Wij staan u bij op de mondelinge behandeling en onderhandelen over een regeling die in een proces-verbaal kan worden vastgelegd.
  • Wij beoordelen het vonnis en stellen zo nodig binnen vier weken hoger beroep in (artikel 339 lid 2 Rv), of laten het vonnis via een deurwaarder ten uitvoer leggen.

Samengevat

  • Een kort geding geeft binnen enkele weken een voorlopige, direct afdwingbare beslissing (artikel 254 Rv), mits u een spoedeisend belang heeft.
  • De rechter beslist zonder uitgebreid bewijsonderzoek; zaken met veel feitelijke onduidelijkheid horen in een bodemprocedure.
  • Het vonnis is vrijwel altijd uitvoerbaar bij voorraad; hoger beroep kan binnen vier weken.
  • Bij de rechtbank is een advocaat verplicht; bij de kantonrechter niet.
  • Uitvoeren van een kortgedingvonnis gebeurt op eigen risico als de bodemrechter later anders oordeelt.

Veelgestelde vragen

Hoe snel doet de rechter uitspraak in een kort geding?

De zitting wordt vaak binnen enkele dagen tot enkele weken gepland, afhankelijk van de urgentie die u onderbouwt. Volgens de Rechtspraak doet de voorzieningenrechter daarna meestal binnen twee weken schriftelijk uitspraak.

Bij zeer grote spoed kan de rechter direct na de zitting mondeling beslissen; het schriftelijke vonnis volgt dan later. Een bodemprocedure duurt in de regel maanden tot jaren.

Heeft u een advocaat nodig voor een kort geding?

Bij een kort geding bij de rechtbank bent u verplicht een advocaat in te schakelen (artikel 79 Rv).

Bij de kantonrechter is een advocaat niet verplicht. De kantonrechter behandelt geldvorderingen tot 25.000 euro en alle zaken over arbeid, huur, consumentenkoop en consumentenkrediet, ongeacht het bedrag.

Ook waar het mag, is zelf procederen in kort geding riskant: de voorbereidingstijd is kort en het spoedeisend belang moet meteen goed onderbouwd zijn.

Kunt u in hoger beroep tegen een kortgedingvonnis?

Ja. De termijn is vier weken na de dag van de uitspraak (artikel 339 lid 2 Rv). Voor cassatie geldt een termijn van acht weken.

Daarnaast kunt u het geschil altijd nog in volle omvang aan de bodemrechter voorleggen. Die is niet gebonden aan het voorlopige oordeel.

Laat u de beroepstermijn verlopen, dan staat het vonnis in kort geding vast, ook al blijft de bodemprocedure mogelijk.

Is een vonnis in kort geding meteen geldig?

Ja. Een kortgedingvonnis wordt vrijwel altijd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden afgedwongen.

Hoger beroep schorst de werking niet. De tegenpartij moet zich dus aan het vonnis houden zolang het niet is vernietigd.

Werkt de tegenpartij niet mee, dan schakelt u een deurwaarder in. Een dwangsom zorgt er in de praktijk vaak voor dat het vonnis zonder verdere stappen wordt nageleefd.

Wat kost een kort geding?

U betaalt griffierecht aan de rechtbank, de kosten van de deurwaarder voor het betekenen van de dagvaarding en de kosten van uw advocaat. Die laatste post is doorgaans de grootste.

Verliest de tegenpartij, dan wordt zij meestal in de proceskosten veroordeeld. Die vergoeding volgt het liquidatietarief en dekt zelden uw volledige advocaatkosten.

In familiezaken compenseert de rechter de proceskosten meestal, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Kunt u met een kort geding een omgangsregeling afdwingen?

Ja. Wordt een vastgelegde omgangsregeling structureel genegeerd, dan kunt u nakoming vorderen in kort geding, versterkt met een dwangsom.

Loopt er een echtscheidingsprocedure, dan is een verzoek om voorlopige voorzieningen op grond van de artikelen 821 tot en met 826 Rv vaak de aangewezen route.

Gaat het om een geschil tussen ouders met gezamenlijk gezag zonder acute spoed, dan is de geschillenregeling van artikel 1:253a BW de gewone weg.

Law & More voert kort gedingen voor ondernemers en particulieren, van de sommatie tot de tenuitvoerlegging van het vonnis. Meer over onze aanpak leest u op de pagina civiel recht. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.