Gepubliceerd op 19 december 2022 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Het ouderlijk gezag van de vader ontnemen kan langs twee verschillende wegen, die vaak door elkaar worden gehaald. De moeder kan zelf eenhoofdig gezag vragen op grond van artikel 1:251a of 1:253n BW. Volledige beeindiging van het gezag staat in artikel 1:266 BW, maar dat verzoek kan alleen door de Raad voor de Kinderbescherming of het Openbaar Ministerie worden gedaan, niet door een ouder.
Inhoudsopgave
Wat houdt ouderlijk gezag in?
Ouderlijk gezag geldt voor elk kind jonger dan achttien jaar. Wie gezag heeft, is verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding en mag de belangrijke beslissingen over het kind nemen: de schoolkeuze, medische behandelingen, de woonplaats, een paspoortaanvraag en de omgang met geld op naam van het kind. Het gezag is dus geen titel maar een pakket rechten en plichten, en de wet plaatst daar het belang van het kind steeds voorop.
Aan het gezag hangt ook aansprakelijkheid. Op grond van artikel 6:169 BW zijn ouders met gezag aansprakelijk voor schade die hun jonge kind aanricht; naarmate het kind ouder wordt, verschuift die aansprakelijkheid. Wie het gezag verliest, verliest die aansprakelijkheid dus ook, maar houdt wel de onderhoudsplicht: kinderalimentatie loopt door tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW), ongeacht wie het gezag heeft.
Gezag kan gezamenlijk worden uitgeoefend door beide ouders of eenhoofdig door een van hen. Gezamenlijk gezag is de wettelijke norm: het uitgangspunt is dat beide ouders betrokken blijven en samen beslissen, ook na een scheiding. Eenhoofdig gezag is de uitzondering en wordt alleen door de rechter toegekend.
Wie heeft sinds 1 januari 2023 van rechtswege gezag?
Dit punt is in oudere teksten over dit onderwerp bijna altijd verouderd, en het verandert de vraagstelling ingrijpend. Was de vader met de moeder gehuwd of een geregistreerd partnerschap aangegaan, dan heeft hij van meet af aan gezag. Was dat niet zo, dan gold vroeger dat de vader het gezag afzonderlijk moest aanvragen, met toestemming van de moeder of anders via de rechter.
Sinds 1 januari 2023 is dat anders. Op grond van artikel 1:251b BW krijgt de ongehuwde partner die een kind erkent van rechtswege gezamenlijk gezag, zonder dat daarvoor een aparte aanvraag of toestemming nodig is. Er zijn uitzonderingen: als moeder en erkenner bij de erkenning samen verklaren dat de moeder alleen het gezag houdt, als de moeder minderjarig is of onder curatele staat, als een derde de voogdij heeft, of als de moeder het gezag al met een ander deelt. Belangrijk is de overgangsbepaling: de regel geldt niet voor erkenningen die voor 1 januari 2023 zijn gedaan. Voor die kinderen blijft de oude situatie gelden en heeft de erkennende vader dus niet automatisch gezag.
Let op dat erkenning en gezag twee verschillende dingen zijn, ook na deze wijziging. Erkenning maakt iemand juridisch ouder; gezag geeft beslissingsbevoegdheid. Wat erkenning precies inhoudt en hoe u die regelt, leest u bij erkenning van het vaderschap. Het praktische gevolg van de wetswijziging is dat de vraag steeds minder vaak luidt of de vader gezag krijgt, en steeds vaker of bestaand gezamenlijk gezag moet worden omgezet in eenhoofdig gezag.
Twee procedures die vaak worden verward
Wie zoekt naar het ontnemen van het gezag van de vader, komt op twee volstrekt verschillende figuren uit. De eerste is gezagswijziging: de rechter bepaalt dat het gezag voortaan aan een van beide ouders alleen toekomt. De tweede is beeindiging van het gezag: een kinderbeschermingsmaatregel waarbij het gezag van een ouder helemaal eindigt en het kind onder voogdij komt te staan.
Het verschil zit niet alleen in de zwaarte maar ook in de vraag wie het verzoek mag doen. Bij gezagswijziging bent u zelf verzoeker. Bij gezagsbeeindiging bent u dat juist niet. Wie die twee door elkaar haalt, dient het verkeerde verzoek in en krijgt een niet-ontvankelijkverklaring.
Eenhoofdig gezag vragen: wat moet u aantonen?
Waren de ouders gehuwd of geregistreerd partner, dan bepaalt artikel 1:251a BW dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen kan beslissen dat het gezag aan een ouder alleen toekomt. Waren zij dat niet, dan loopt dezelfde vraag langs artikel 1:253n BW. In beide gevallen geldt hetzelfde toetsingskader, het zogeheten klemcriterium. De rechter kan het verzoek toewijzen als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat daarin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of als wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Twee woorden doen daarbij het werk. Het woord of betekent dat het alternatieven zijn en geen cumulatieve eisen. Het woord onaanvaardbaar betekent dat de lat hoog ligt. Ouders die slecht communiceren, ruzien of het oneens zijn over school of vakantie voldoen daar doorgaans niet aan. De rechter gaat uit van gezamenlijk gezag als norm en wijkt daar alleen van af als samenwerking aantoonbaar onmogelijk is en blijft. Hoe die afweging na een scheiding uitpakt, werken wij verder uit bij ouderlijk gezag na scheiding.
Wat wel gewicht in de schaal legt, is concreet en onderbouwd: structureel onbereikbaar zijn voor overleg, beslissingen blokkeren zonder inhoudelijke reden, aantoonbaar schadelijk gedrag jegens het kind, of een situatie waarin het kind aantoonbaar lijdt onder de aanhoudende strijd. Verzamel daarom stukken: schriftelijke verslagen van school, huisarts of jeugdhulp, correspondentie waaruit het patroon blijkt, en waar mogelijk een rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming.
Gezagsbeeindiging: gronden en wie het mag verzoeken
Sinds 1 januari 2015 kent de wet niet langer de ontheffing en de ontzetting uit het ouderlijk gezag. Beide zijn vervangen door een enkele maatregel: beeindiging van het gezag, geregeld in artikel 1:266 BW. Wie in oudere teksten of oudere beschikkingen nog leest over ontheffing of ontzetting, leest verouderd recht.
De rechter kan het gezag beeindigen op twee gronden. De eerste is dat het kind zodanig opgroeit dat het in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen binnen een voor het kind aanvaardbare termijn. De tweede is misbruik van gezag. Beide gronden zijn zwaar en de rechter toetst streng, omdat de maatregel het juridische ouderschap in stand laat maar de gezagsband doorsnijdt.
Beslissend is artikel 1:267 BW, dat bepaalt wie zo een verzoek mag indienen: de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie, en daarnaast degene die niet de ouder is en het kind ten minste een jaar als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, als de Raad geen verzoek doet. Een ouder staat niet in dat rijtje. Een moeder kan dus geen gezagsbeeindiging van de vader vragen. Wat zij wel kan doen, is een melding maken bij de Raad voor de Kinderbescherming, waarna de Raad zelfstandig onderzoekt en beoordeelt of hij een verzoek indient. In een vastgelopen scheiding loopt die weg vaak via de kinderrechter; wanneer dat gebeurt, beschrijven wij bij een vechtscheiding en de kinderrechter.
Waarom een slechte verstandhouding niet volstaat
In de rechtspraak wordt het gezag van de vader zelden beeindigd of gewijzigd op grond van conflicten alleen. Slechte communicatie is op zichzelf niet doorslaggevend. Rechters laten het gezamenlijk gezag zelfs vaak in stand wanneer er nauwelijks contact meer is tussen het kind en de andere ouder, om die laatste juridische band niet door te snijden.
Houdt de vader zich aan gewone omgangsvormen, is hij bereikbaar en bereid tot overleg, dan is een verzoek tot eenhoofdig gezag weinig kansrijk. Is er daarentegen concreet en onderbouwd bewijs van schadelijk gedrag, van structurele onbereikbaarheid of van een kind dat aantoonbaar klem zit, dan verandert het beeld. Loopt het conflict hoog op maar is beeindiging niet aan de orde, dan kan een andere ordening van het ouderschap uitkomst bieden, zoals wij beschrijven bij parallel ouderschap bij een hoogconflictscheiding.
Wanneer eindigt het ouderlijk gezag verder?
Los van een rechterlijke beslissing eindigt het gezag vanzelf op het moment dat het kind achttien jaar wordt. Het kind is dan meerderjarig en neemt zijn eigen beslissingen. In uitzonderlijke gevallen kan een minderjarige moeder van zestien of zeventien jaar door de rechter meerderjarig worden verklaard, waarmee het gezag over haar eindigt.
Daarnaast eindigt het gezag door overlijden van de gezaghebbende ouder, waarna de rechter een voogd benoemt of het gezag aan de andere ouder toekomt, en door een rechterlijke beslissing tot beeindiging van het gezag. De vroegere routes van ontheffing en ontzetting bestaan niet meer.
Kan het gezag later worden hersteld?
Beeindiging van het gezag is in beginsel definitief en niet bedoeld als tijdelijke maatregel. Toch is de deur niet dicht. Zijn de omstandigheden wezenlijk gewijzigd, dan kan de ouder die het gezag is kwijtgeraakt de rechtbank op grond van artikel 1:277 BW vragen hem in het gezag te herstellen.
Die ouder moet dan aantonen dat hij inmiddels wel in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding duurzaam te dragen. Duurzaam is daarbij het sleutelwoord: een korte periode van stabiliteit volstaat niet. De rechter weegt bovendien mee wat een terugkeer betekent voor het kind, dat inmiddels vaak jaren in een ander gezin is opgegroeid.
Wat verandert er praktisch als het gezag wijzigt?
De ouder die het gezag verliest, mag geen beslissingen meer nemen over school, medische behandeling, verblijfplaats of paspoort. Zijn positie verdwijnt daarmee echter niet volledig. De onderhoudsplicht blijft bestaan, en de wet houdt ook de informatie- en omgangskant overeind: de ouder zonder gezag heeft in beginsel recht op omgang met het kind (artikel 1:377a BW) en de gezaghebbende ouder moet hem op de hoogte houden van belangrijke aangelegenheden en desgevraagd inlichtingen verstrekken (artikel 1:377b BW).
Wordt een vastgestelde omgangsregeling niet nagekomen, dan zijn daar aparte middelen voor, van een dwangsom tot een nieuwe gang naar de rechter; die staan beschreven bij een omgangsregeling die niet wordt nageleefd. Speelt er een verhuizing naar het buitenland of een paspoortaanvraag, dan komt het gezag opnieuw in beeld, zoals wij toelichten bij internationale kinderen bij echtscheiding.
Hoe verloopt de procedure en is een advocaat verplicht?
Ja. Een verzoek tot wijziging van het gezag is een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank en moet door een advocaat worden ingediend en ondertekend. Zonder advocaat komt het verzoek niet in behandeling. De advocaat stelt het verzoekschrift op, verzamelt en ordent het bewijs, voert het verweer tegen het standpunt van de andere ouder en staat u bij op de zitting.
De rechtbank vraagt in gezagszaken vaak advies aan de Raad voor de Kinderbescherming, die met beide ouders en meestal ook met het kind spreekt. Kinderen van twaalf jaar en ouder worden door de rechter zelf gehoord. Reken op enkele maanden tussen indiening en beschikking, langer als er onderzoek door de Raad nodig is. Tegen de beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof, binnen drie maanden na de uitspraak.
Veelgestelde vragen
Kan ik als moeder het gezag van de vader laten beeindigen?
Nee, niet rechtstreeks. Artikel 1:267 BW geeft dat verzoekrecht alleen aan de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie en een niet-ouder die het kind ten minste een jaar in zijn gezin verzorgt. Wel kunt u eenhoofdig gezag vragen op grond van artikel 1:251a of 1:253n BW, en u kunt een melding doen bij de Raad.
Is slechte communicatie genoeg voor eenhoofdig gezag?
In de regel niet. Vereist is een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt zonder uitzicht op verbetering, of dat wijziging anderszins noodzakelijk is in het belang van het kind. Ruzie en moeizaam overleg halen die drempel doorgaans niet.
Heeft de vader die het kind heeft erkend automatisch gezag?
Alleen als de erkenning op of na 1 januari 2023 heeft plaatsgevonden en geen uitzondering geldt (artikel 1:251b BW). Voor erkenningen van voor die datum geldt de oude regel en heeft de erkennende vader niet vanzelf gezag.
Blijft de vader kinderalimentatie betalen als hij het gezag verliest?
Ja. De onderhoudsplicht volgt uit het ouderschap en niet uit het gezag. Kinderalimentatie loopt door tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW).
Waar kan ik de regels zelf nalezen?
Het gezagsrecht staat in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. De wetswijziging van 2023 vindt u bij de wijzigingswet over gezamenlijk gezag door erkenning, met voorlichting van de rijksoverheid over gezamenlijk gezag door erkenning.
Advies over gezag en gezagswijziging
Of u nu eenhoofdig gezag wilt vragen of zich juist tegen zo een verzoek moet verweren: de uitkomst hangt af van de feiten die u kunt onderbouwen en van de vraag of u de juiste procedure kiest. De advocaten personen- en familierecht van Law & More in Eindhoven beoordelen uw situatie, zeggen eerlijk wat de kansen zijn en stellen het verzoekschrift op. U bereikt ons op +31 40 369 06 80 of via info@lawandmore.nl.