Gepubliceerd op 13 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Heeft u met de andere ouder gezamenlijk gezag, dan mag u na een scheiding alleen met uw kind naar het buitenland verhuizen als die ouder toestemming geeft of de rechter vervangende toestemming verleent (art. 1:253a BW). Verhuist u zonder die toestemming, dan is dat internationale kinderontvoering en kan de achterblijvende ouder via het Haags Kinderontvoeringsverdrag de terugkeer van het kind vragen.

Bij een internationale echtscheiding met kinderen spelen drie vragen tegelijk: welke rechter beslist, welk recht geldt en hoe regelt u gezag, omgang en reisdocumenten over de grens. Hieronder leest u per onderwerp wat het Nederlandse recht, het Europese recht en de Haagse verdragen daarover zeggen.
Inhoudsopgave
Welke rechter beslist over de kinderen?
In principe beslist de rechter van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Binnen de EU (behalve Denemarken) staat dat in artikel 7 van de Brussel II ter-verordening (Vo. (EU) 2019/1111). Die verordening geldt sinds 1 augustus 2022 en verving de Brussel II bis-verordening.
De gewone verblijfplaats is de plek waar het leven van het kind feitelijk zijn middelpunt heeft. De rechter kijkt onder meer naar school, inschrijving, duur van het verblijf, taal en sociale contacten. Inschrijving in de Basisregistratie Personen alleen is niet beslissend.
Verhuist een kind rechtmatig naar een ander EU-land, dan blijft de rechter van het oude land nog drie maanden bevoegd om een bestaande omgangsregeling aan te passen (art. 8 Brussel II ter). Na een ontvoering blijft de rechter van het land van herkomst in beginsel bevoegd (art. 9). Buiten de EU geldt vaak het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996, dat dezelfde hoofdregel kent.
Welk recht geldt voor gezag en omgang?
De bevoegde rechter past volgens artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 in de regel zijn eigen recht toe. Een Nederlandse rechter die bevoegd is, beslist dus meestal volgens Nederlands recht.
Wie van rechtswege gezag heeft, bepaalt het recht van de gewone verblijfplaats van het kind (art. 16 van dat verdrag). Gezag dat in het ene land is ontstaan, blijft na een verhuizing naar een ander verdragsland bestaan. Meer over de achtergrond leest u in ons artikel over internationaal familierecht en over welk recht geldt bij een internationale echtscheiding.
Dat buitenlandse gezagsrecht kan doorslaggevend zijn. De rechtbank Den Haag wees op 18 oktober 2017 een verzoek om teruggeleiding naar Portugal af, omdat de vader naar Portugees recht geen gezag had: de ouders hadden niet als gehuwden samengeleefd. Zonder gezagsrecht was er geen ongeoorloofde overbrenging in de zin van artikel 3 van het verdrag (ECLI:NL:RBDHA:2017:11889).
Blijft het gezamenlijk gezag na de scheiding bestaan?
Ja. Getrouwde ouders houden na de echtscheiding van rechtswege gezamenlijk gezag (art. 1:251 lid 2 BW), ook als een van hen in het buitenland gaat wonen.
Gezamenlijk gezag betekent dat u belangrijke beslissingen samen neemt: de woonplaats van het kind, de schoolkeuze, medische behandelingen en reisdocumenten. Komt u er samen niet uit, dan kan ieder van u de rechter vragen een beslissing te nemen (art. 1:253a BW). Meer hierover leest u bij ouderlijk gezag in Nederland en gezag, omgang en hoofdverblijf.
Eenhoofdig gezag krijgt u alleen als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders, of als wijziging om een andere reden in het belang van het kind nodig is (art. 1:251a BW). Lees verder over eenhoofdig gezag na een scheiding en over wanneer gezamenlijk gezag niet meer werkt.
Mag u met uw kind naar het buitenland verhuizen?
Bij gezamenlijk gezag alleen met toestemming van de andere ouder of vervangende toestemming van de rechter. Dat geldt ook als het kind zijn hoofdverblijf bij u heeft.

Leg de toestemming schriftelijk vast, samen met een aangepaste omgangsregeling en afspraken over reiskosten. Weigert de andere ouder, dan dient u bij de Nederlandse rechtbank een verzoek in op grond van artikel 1:253a BW. Een advocaat is daarvoor verplicht. Doe dat ruim voor de beoogde verhuisdatum: een procedure duurt in de praktijk enkele maanden.
Hoe beoordeelt de rechter een verhuisverzoek?
De Hoge Raad besliste op 25 april 2008 dat het belang van het kind een zwaarwegende factor is, maar niet automatisch zwaarder weegt dan de andere belangen. De rechter moet alle omstandigheden van het geval meewegen. In die zaak had het hof het nieuwe huwelijk van de moeder, haar zwangerschap en de gevolgen voor haar nieuwe gezin niet uitdrukkelijk betrokken; de Hoge Raad vernietigde daarom de beslissing (ECLI:NL:HR:2008:BC5901).
In de praktijk weegt de rechter onder meer deze punten:
- de noodzaak en de motieven van de verhuizing, zoals werk, een nieuwe partner of familie in het andere land;
- hoe goed de verhuizing is voorbereid: woning, school, inkomen en zorg;
- de gevolgen voor het contact tussen het kind en de achterblijvende ouder, en of dat contact door een nieuwe regeling kan worden opgevangen;
- de leeftijd van het kind, zijn binding met de huidige omgeving en zijn eigen mening;
- de bereidheid van de verhuizende ouder om de reiskosten en het contact mee te dragen.
Kinderen van 12 jaar en ouder nodigt de rechter uit om hun mening te geven (art. 809 Rv); jongere kinderen kan hij ook horen. Brussel II ter verplicht de rechter bovendien om een kind dat in staat is een eigen mening te vormen, daartoe de gelegenheid te geven (art. 21). Zie ook ons artikel over co-ouderschap bij een internationale verhuizing.
Wat legt u als verhuizende ouder aan de rechter voor?
De verhuizende ouder moet zijn plan onderbouwen. Een goed verzoek bevat ten minste:
- de schriftelijke weigering van de andere ouder, of het bewijs dat u om toestemming heeft gevraagd;
- stukken over woning, school, inkomen en zorg in het nieuwe land;
- een uitgewerkt voorstel voor omgang, vakanties en reiskosten;
- een planning waarin de rechter kan beslissen vóór de beoogde verhuisdatum.
Wat doet u als achterblijvende ouder?
Geef geen toestemming voordat afspraken over omgang en reiskosten schriftelijk vastliggen. Reageert u op een verzoek om vervangende toestemming, onderbouw dan met concrete gegevens wat het contact met uw kind nu inhoudt en wat een verhuizing daarvoor betekent. Vraag de rechter zo nodig om een omgangsregeling die in het andere land uitvoerbaar is.
Hoe regelt u omgang op afstand?
Leg de omgang vast in een gedetailleerd ouderschapsplan, dat bij een Nederlandse echtscheiding met minderjarige kinderen verplicht is (art. 815 lid 2 Rv). Wekelijkse omgang is over grote afstand meestal niet haalbaar, dus de regeling verschuift naar langere periodes in de vakanties.

Een internationaal ouderschapsplan bevat bij voorkeur afspraken over deze punten:
- de verdeling van de schoolvakanties, rekening houdend met verschillende vakantieroosters per land;
- wie de reiskosten betaalt en wie het kind begeleidt bij vluchten;
- vaste momenten voor videobellen, met rekening voor tijdsverschil;
- wie de paspoorten bewaart en hoe nieuwe documenten worden aangevraagd;
- hoe u beslist over school, zorg en reizen naar derde landen.
Een Nederlandse omgangsbeslissing wordt in andere EU-landen erkend. Brussel II ter maakt haar daar uitvoerbaar zonder aparte procedure, mits de rechter een certificaat afgeeft (art. 43 en 47). Wordt de regeling niet nagekomen, lees dan wat u kunt doen als de omgangsregeling niet wordt nageleefd. Over de praktische kant leest u meer bij co-ouderschap op afstand.
Wat gebeurt er bij internationale kinderontvoering?
Neemt een ouder het kind zonder toestemming mee naar een ander verdragsland, of houdt hij het daar vast, dan moet dat land het kind in beginsel snel terugsturen. Daarna beslist de rechter van het land van herkomst over gezag en verblijf.
Het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980 geldt voor kinderen tot 16 jaar (art. 4). Een overbrenging is ongeoorloofd als zij in strijd is met het gezagsrecht volgens het recht van het land waar het kind direct daarvoor zijn gewone verblijfplaats had (art. 3). Het verdrag werkt alleen tussen landen die het hebben aanvaard; binnen de EU vult Brussel II ter het aan.
Hoe verloopt de teruggeleidingsprocedure in Nederland?
Een verzoek om teruggeleiding loopt via de Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Alleen de rechtbank Den Haag is bevoegd om over een teruggeleiding naar het buitenland te beslissen.
De procedure is versneld: Brussel II ter schrijft voor dat de rechter in elke instantie binnen zes weken beslist (art. 24). Tegen de beslissing staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag, met een veel kortere termijn dan in gewone familiezaken; laat die termijn daarom direct na de beslissing bewaken. Het Centrum Internationale Kinderontvoering (Centrum IKO) geeft ouders daarnaast kosteloos informatie en advies.
Wanneer kan de rechter teruggeleiding weigeren?
Alleen in de beperkte gevallen van de artikelen 12, 13 en 20 van het verdrag. De rechter legt die uitzonderingen strikt uit.
- het verzoek is na meer dan een jaar ingediend en het kind is inmiddels in zijn nieuwe omgeving geworteld (art. 12);
- de achtergebleven ouder oefende het gezag feitelijk niet uit of heeft ingestemd of berust in de overbrenging (art. 13 lid 1 onder a);
- er is een ernstig risico dat het kind bij terugkeer lichamelijk of geestelijk gevaar loopt (art. 13 lid 1 onder b); binnen de EU mag de rechter dan niet weigeren als er passende maatregelen zijn getroffen om het kind na terugkeer te beschermen (art. 27 Brussel II ter);
- het kind verzet zich tegen terugkeer en heeft een leeftijd en rijpheid bereikt waarop met zijn mening rekening moet worden gehouden (art. 13 lid 2). Het verdrag noemt daarvoor geen vaste leeftijd.
Los daarvan kan het onttrekken van een minderjarige aan het gezag strafbaar zijn (art. 279 Sr). Meer over de procedure en de Europese regels leest u in onze artikelen over internationale kinderontvoering en de nieuwe EU-regels bij kinderontvoering.
Wat doet u bij een dreigende ontvoering?
Handel direct en leg uw zorgen voor aan de rechter. Bij een spoedeisend belang kunt u de rechter in kort geding of via voorlopige voorzieningen vragen maatregelen te treffen.
- Vraag de rechter om een verbod om met het kind naar het buitenland te reizen of om afgifte van het paspoort aan een derde.
- Geef geen toestemming voor een nieuw paspoort zolang de situatie onduidelijk is.
- Vraag het Centrum IKO om advies over preventieve stappen.
- Is het kind al weggevoerd: doe aangifte bij de politie en dien via de Centrale autoriteit een verzoek om teruggeleiding in, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een jaar.
Wie beslist over paspoort en reizen?
Voor een paspoort van een minderjarige is bij gezamenlijk gezag toestemming van beide ouders nodig. Voor een identiteitskaart geldt dat alleen tot 12 jaar; vanaf 12 jaar kan een kind zonder toestemming van de ouders een identiteitskaart krijgen.
Weigert een ouder mee te werken, dan kan de andere ouder de rechtbank om vervangende toestemming vragen. Een kind van 12 jaar of ouder kan dat ook zelf doen. Volgens de Rechtspraak duurt die procedure ongeveer drie maanden, dus vraag haar ruim voor de reis aan.
Reist u alleen met uw kind, dan kan de Koninklijke Marechaussee aan de grens vragen of de andere gezagsouder akkoord is. Neem daarom een ondertekend toestemmingsformulier mee, met een kopie van het identiteitsbewijs van die ouder en een uittreksel uit de BRP. Het paspoort is van het kind; geen van beide ouders mag het achterhouden om de ander dwars te zitten.
Welk recht geldt voor alimentatie en vermogen?
Voor kinderalimentatie geldt in de regel het recht van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Dat volgt uit het Haags Alimentatieprotocol 2007, dat de Alimentatieverordening (EG) 4/2009 van toepassing verklaart.
Woont het kind in Nederland, dan loopt de onderhoudsplicht in de regel tot 21 jaar (art. 1:395a BW). Woont de betalende ouder in het buitenland, dan kan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) helpen bij de inning over de grens. Zie ook kinderalimentatie en co-ouderschap.
Voor de verdeling van het vermogen geldt bij huwelijken vanaf 29 januari 2019 de Huwelijksvermogensverordening (EU) 2016/1103; voor eerdere huwelijken vaak het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Heeft u een contract gesloten, lees dan meer over huwelijkse voorwaarden bij een scheiding. Fiscale gevolgen in meerdere landen laat u beoordelen door een fiscalist.
Wat kunnen wij doen bij een grensoverschrijdende scheiding met kinderen?
- beoordelen welke rechter bevoegd is en welk recht geldt voor gezag, omgang en alimentatie;
- een internationaal ouderschapsplan opstellen of beoordelen;
- onderhandelen met de andere ouder over verhuizing en omgang, of als mediator bemiddelen;
- een verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing of een paspoort indienen of daartegen verweer voeren;
- u bijstaan in een teruggeleidingsprocedure bij de rechtbank Den Haag en de korte termijnen bewaken.
Meer over onze aanpak leest u op de pagina’s van onze advocaat familierecht en onze scheidingsadvocaat.
In het kort
- Bij gezamenlijk gezag mag u alleen naar het buitenland verhuizen met toestemming van de andere ouder of van de rechter (art. 1:253a BW).
- De rechter weegt alle belangen; het kindbelang weegt zwaar maar niet automatisch het zwaarst (HR 25 april 2008).
- Een ongeoorloofde overbrenging leidt in beginsel tot teruggeleiding; in Nederland beslist de rechtbank Den Haag, binnen zes weken per instantie.
- Of er gezag was, bepaalt het recht van het land waar het kind woonde; zonder gezag geen ontvoering in de zin van het verdrag.
Veelgestelde vragen
Mag ik met mijn kind op vakantie naar het buitenland zonder toestemming?
Een gewone vakantie binnen een afgesproken omgangsregeling is geen verhuizing. Neem wel een toestemmingsformulier van de andere gezagsouder mee, omdat de Koninklijke Marechaussee daarnaar kan vragen.
Beslist de rechter in het land van ontvoering over het gezag?
Nee. In een teruggeleidingsprocedure beslist de rechter alleen of het kind terug moet. Over gezag en verblijf beslist de rechter van het land waar het kind vóór de ontvoering woonde.