Wie de huur van zijn bedrijfsruimte wil beëindigen, of wie te maken krijgt met een opzegging door de verhuurder, moet allereerst weten onder welk regime de huurovereenkomst valt. Zoals uiteengezet in het eerste deel van deze serie gelden voor 7:290-bedrijfsruimte (winkels, horeca, ambachten) en voor 7:230a-bedrijfsruimte (kantoren, opslag, praktijkruimten) fundamenteel verschillende regels. Dat verschil is nergens zo bepalend als bij de opzegging.
Bij 7:290-bedrijfsruimte kan de verhuurder de huur alleen beëindigen op een limitatief aantal in de wet genoemde gronden, en gelden strikte formele vereisten. Bij 7:230a-bedrijfsruimte is de drempel voor de verhuurder veel lager: opzegging is in beginsel vormvrij en behoeft geen grond. Dit artikel werkt beide situaties uit.
Opzegging bij 7:290-bedrijfsruimte
Formele vereisten
Een opzegging van 7:290-bedrijfsruimte is aan strikte vormvereisten gebonden. De opzegging moet schriftelijk gebeuren, ofwel bij aangetekende brief ofwel via een exploot van een deurwaarder. De minimale opzegtermijn bedraagt één jaar. Een opzegging die niet aan deze vereisten voldoet, is nietig en heeft geen rechtsgevolg. De huurovereenkomst loopt dan gewoon door.
De opzegging moet worden gericht aan de huurder vóór het einde van de lopende huurperiode. Wie te laat opzegt, ziet de huur automatisch met de volgende termijn verlengd.
Opzeggingsgronden voor de verhuurder
De verhuurder van 7:290-bedrijfsruimte mag alleen opzeggen op gronden die de wet limitatief noemt. Bij opzegging tegen het einde van de eerste termijn (de eerste vijf jaar) gelden uitsluitend twee gronden: de huurder gedraagt zich niet als een goed huurder (duurzaam slecht huurderschap), of de verhuurder heeft het gehuurde dringend nodig voor eigen gebruik. Na de eerste termijn komt daar een derde grond bij: de afweging van de belangen van verhuurder bij beëindiging en de belangen van huurder bij voortzetting, waarbij de verhuurder een zwaarwegend belang moet aantonen.
Voor een uitgebreide bespreking van de afzonderlijke opzeggingsgronden en de jurisprudentie daarover verwijzen wij naar het artikel ‘De Ondernemershuur (7:290 BW): Bescherming & Opzeggingsgronden Winkelruimte’ elders op deze website.
De huurder die wil verlengen
De huurder van 7:290-bedrijfsruimte die de opzegging ontvangt maar wil blijven, moet binnen zes weken na ontvangst van de opzegging schriftelijk bezwaar maken. Doet hij dat niet, dan eindigt de huurovereenkomst op de aangezegde datum. Maakt hij wél bezwaar, dan moet de verhuurder de beëindiging aan de kantonrechter voorleggen. Pas als de rechter de beëindiging toewijst, eindigt de huur. Tot die tijd loopt de overeenkomst voort.
Opzegging bij 7:230a-bedrijfsruimte
De hoofdregel: opzegging zonder grond
Bij 7:230a-bedrijfsruimte is de wet veel soepeler voor de verhuurder. De huur eindigt na opzegging met inachtneming van de in het contract overeengekomen opzegtermijn, of bij gebreke daarvan de wettelijke termijn. Een grond voor opzegging is niet vereist. De verhuurder hoeft niet uit te leggen waarom hij wil opzeggen. De huurder heeft in beginsel geen recht op voortzetting.
Ontruimingsbescherming: uitstel via de rechter
Hoewel de huurder van 7:230a-bedrijfsruimte geen recht heeft op verlenging van de huur, heeft hij wél recht op ontruimingsbescherming. Dat betekent het volgende: nadat de huurovereenkomst is beëindigd en de verhuurder ontruiming heeft aangezegd, kan de huurder binnen twee maanden na de ontruimingsdatum de kantonrechter vragen de ontruimingstermijn te verlengen. De rechter weegt daarbij de belangen van beide partijen. De maximale verlenging bedraagt één jaar per verzoek, met een totaal maximum van drie jaar.
Ontruimingsbescherming is dus geen recht op voortgezet huurgenot, maar enkel uitstel. Na het verstrijken van de maximale termijn moet het pand worden verlaten.
Tussentijds beëindigen en de rol van break-opties
Zowel bij 7:290- als bij 7:230a-bedrijfsruimte kan het contract een break-clausule bevatten: een contractuele bepaling die partijen het recht geeft de huur tussentijds op te zeggen. Bij 7:290-bedrijfsruimte moet een dergelijke clausule wel in verhouding staan tot de bescherming die de wet aan de huurder biedt; een bepaling die de verhuurder in feite het recht geeft te allen tijde op te zeggen, kan in strijd komen met het dwingende karakter van het regime.
Wie gebruikmaakt van een break-clausule moet de exacte procedurele vereisten naleven: de juiste termijn, de juiste vorm (aangetekend of per exploot), en de juiste datum waarop wordt opgezegd. Één dag te laat betekent dat de opzegging geen effect heeft en de huur doorloopt voor de volgende periode.
Stilzwijgende verlenging is eveneens een aandachtspunt. Als de huurovereenkomst afloopt en geen van beide partijen opzegt, wordt de overeenkomst in de meeste gevallen stilzwijgend verlengd voor de duur van de oorspronkelijke periode of voor onbepaalde tijd, afhankelijk van de contractstekst. Controleer tijdig of verlenging gewenst is.
Veelgemaakte fouten bij opzegging
In de praktijk zien wij bij opzegging van bedrijfsruimte steeds terugkerende fouten:
- Te laat opzeggen, waardoor de opzegtermijn van één jaar wordt overschreden en de huur automatisch voor de volgende termijn doorloopt.
- Opzeggen zonder de wettelijk vereiste vorm (per gewone e-mail of telefoon in plaats van per aangetekende brief of exploot), waardoor de opzegging nietig is.
- Als verhuurder opzeggen zonder een erkende grond bij 7:290-bedrijfsruimte, waarna de huurder de kantonrechter inschakelt en de opzegging wordt vernietigd.
- Als huurder nalaten tijdig bezwaar te maken tegen een opzegging van 7:290-bedrijfsruimte, waardoor het recht op voortzetting vervalt.
- De opleververplichting vergeten: zelfs als de opzegging rechtsgeldig is, kan de huurder aansprakelijk zijn voor schade die ontstaat doordat het pand niet in de contractueel overeengekomen staat wordt teruggebracht.
- Bij 7:230a-bedrijfsruimte de tweemaandstermijn voor het indienen van een verzoek tot ontruimingsbescherming missen, waarna dat recht definitief is vervallen.
Conclusie
Opzegging van bedrijfsruimte lijkt eenvoudig, maar kent bij nader inzien talloze formele en inhoudelijke valkuilen. Of u nu huurder of verhuurder bent: een fout in de procedure kan leiden tot een doorlopende huurrelatie die u niet wilt, of tot het verlies van beschermingsrechten die u wel had kunnen benutten. Controleer altijd tijdig de termijnen, de vereiste vorm en het toepasselijke regime voordat u een opzegging verstuurt of ontvangt.
De huurrechtadvocaten van Law & More staan u bij in alle fasen van een opzegprocedure, van de eerste brief tot een eventuele procedure bij de kantonrechter. Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.
Veelgestelde vragen
Hoe lang is de opzegtermijn bij bedrijfsruimte?
Bij 7:290-bedrijfsruimte bedraagt de wettelijke minimumopzegtermijn één jaar. De opzegging moet schriftelijk plaatsvinden per aangetekende brief of deurwaardersexploot. Bij 7:230a-bedrijfsruimte geldt de in het contract overeengekomen termijn; een wettelijk minimum bestaat niet.
Kan een verhuurder de huur van een winkel zomaar opzeggen?
Nee. Bij 7:290-bedrijfsruimte mag de verhuurder alleen opzeggen op in de wet limitatief genoemde gronden, zoals dringende eigen behoeften of duurzaam slecht huurderschap. Een opzegging zonder erkende grond heeft geen rechtsgevolg.
Wat is ontruimingsbescherming bij 7:230a?
Na beëindiging van de huurovereenkomst kan de huurder van 7:230a-bedrijfsruimte de kantonrechter verzoeken de ontruimingstermijn te verlengen. Dit verzoek moet worden ingediend binnen twee maanden na de aangezegde ontruimingsdatum. De maximale verlenging bedraagt drie jaar in totaal.
Wat is een break-clausule in een huurcontract?
Een break-clausule is een contractuele bepaling die een of beide partijen het recht geeft de huurovereenkomst tussentijds op te zeggen. Bij 7:290-bedrijfsruimte moeten dergelijke clausules in lijn zijn met de dwingende wettelijke bescherming van de huurder.
Meer uit deze serie over huurrecht bedrijfsruimte
Dit artikel maakt deel uit van onze driedelige serie over huurrecht bedrijfsruimte. Lees ook de andere delen: