Kort geding: de spoedprocedure bij de voorzieningenrechter

Het Kort Geding: Snel Juridische Hulp Bij Spoed | L & M

Gepubliceerd op 31 maart 2017 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Het kort geding is een zelfstandige civiele spoedprocedure waarin de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening kan treffen in zaken die geen uitstel dulden (artikelen 254 tot en met 260 Rv). U kunt er bijvoorbeeld de opheffing van een beslag, een publicatieverbod, ontruiming of nakoming van een verplichting mee afdwingen. De zitting volgt doorgaans binnen enkele weken en het vonnis meestal binnen twee weken daarna.

Wanneer is uw zaak spoedeisend genoeg?

De wet eist dat het gaat om een zaak waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist. De voorzieningenrechter weegt daarbij uw belang bij een snelle beslissing af tegen het nadeel dat de wederpartij lijdt doordat zij zich in korte tijd moet verweren. In de praktijk is die drempel niet hoog, maar hij is er wel.

Twee dingen kunnen de spoedeisendheid onderuithalen. Het eerste is uw eigen stilzitten: wie maanden wacht voordat hij optreedt, ondermijnt zijn stelling dat het niet kan wachten. Het tweede is de aard van de vordering. Bij een zuivere geldvordering is de voorzieningenrechter terughoudend: naast het spoedeisend belang beoordeelt hij ook of het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is en of er een restitutierisico bestaat wanneer de bodemrechter later anders oordeelt.

Wat kunt u in kort geding vorderen?

De voorziening moet naar haar aard voorlopig zijn, maar dat laat veel ruimte. Gebruikelijk zijn een gebod of verbod, de opheffing van een conservatoir beslag, ontruiming van een bedrijfsruimte, afgifte van zaken of van een administratie, het staken van een onrechtmatige publicatie met rectificatie, en nakoming van een concreet omschreven verplichting. Wanneer een beslag onterecht blijkt, is het kort geding de aangewezen route; wij beschrijven dat in ons artikel over opheffing van conservatoir beslag.

Om een veroordeling kracht bij te zetten, wordt vrijwel altijd een dwangsom gevorderd. De rechter kan die opleggen voor het geval de veroordeelde niet aan de hoofdveroordeling voldoet, met een maximum waarboven geen dwangsommen meer worden verbeurd. Een geldvordering kan als voorschot worden toegewezen, maar niet als dwangsom worden versterkt. Wat u niet kunt krijgen, is een definitief oordeel: verklaringen voor recht, ontbinding of vernietiging horen thuis in de bodemprocedure.

Hoe verloopt de kort geding procedure?

De zaak begint niet met het uitbrengen van een dagvaarding, maar met een verzoek om een zittingsdatum. Uw advocaat dient via Mijn Rechtspraak een aanvraagformulier en een concept-dagvaarding in bij de rechtbank. De voorzieningenrechter bepaalt vervolgens dag en tijdstip van de zitting en wie de zaak behandelt. Pas daarna laat u de dagvaarding, met die datum erin, door de deurwaarder aan de wederpartij betekenen. Het betekende exploot moet uiterlijk drie werkdagen vóór de mondelinge behandeling bij de rechtbank binnen zijn; de procedureregels van de Rechtspraak schrijven dat voor. In spoedeisende gevallen kan de rechter de dagvaardingstermijn verkorten.

Er wordt geen conclusiewisseling gehouden. Het verweer wordt op de zitting gevoerd, meestal aan de hand van een pleitnota, en producties moeten tijdig van tevoren worden ingediend. De behandeling is kort en gericht: de rechter stelt vragen, beproeft vaak een schikking en sluit af met de mededeling wanneer hij uitspraak doet. Dat is doorgaans binnen twee weken, en bij grote spoed eerder of zelfs mondeling ter zitting, met een uitgewerkt vonnis dat later volgt. Hoe u een zaak aanhangig maakt, zetten wij stap voor stap uiteen bij de aanvraag van een kort geding.

Welke bewijsregels gelden er?

De voorzieningenrechter is niet gebonden aan de gewone regels van het bewijsrecht. Er worden in beginsel geen getuigen gehoord en geen deskundigen benoemd; daarvoor is de procedure te kort. U moet uw stellingen dus aannemelijk maken met schriftelijke stukken: correspondentie, contracten, facturen, foto’s, schriftelijke verklaringen. Alles wat u pas ter zitting op tafel legt, komt te laat.

Daaruit volgt ook de grens van de procedure. Is een zaak zo ingewikkeld dat zij zonder nader onderzoek niet te beoordelen is, dan weigert de voorzieningenrechter de gevraagde voorziening omdat de zaak zich niet leent voor behandeling in kort geding. Dat is geen inhoudelijk oordeel over uw gelijk, maar een verwijzing naar de bodemprocedure. Wanneer u de ene of de andere weg moet kiezen, leest u in ons artikel over kort geding versus bodemprocedure.

Wat is de verhouding tot de bodemprocedure?

Het vonnis in kort geding is voorlopig. Het brengt geen nadeel toe aan de zaak ten principale: de bodemrechter is niet gebonden aan het oordeel van de voorzieningenrechter en kan tot een andere beslissing komen. Wordt uw vordering in de bodemprocedure alsnog afgewezen, dan is de basis onder de voorlopige voorziening weggevallen en kunt u gehouden zijn het ontvangen bedrag terug te betalen en de schade te vergoeden die door de tenuitvoerlegging is ontstaan.

Een bodemprocedure hoeft er niet te zijn. In de meeste gevallen is het niet verplicht om er één te starten, en in de praktijk blijft het vaak bij het kort geding omdat partijen zich bij de uitkomst neerleggen. Dat is anders wanneer de rechter, bijvoorbeeld bij een beslag, een termijn stelt waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet worden ingesteld. Wat een bodemprocedure inhoudt, beschrijven wij apart.

Kunt u tegen het vonnis in hoger beroep?

Ja, en snel. De beroepstermijn tegen een vonnis in kort geding is vier weken in plaats van de gebruikelijke drie maanden (artikel 339 Rv). Het gerechtshof beoordeelt de zaak opnieuw, ook in hoger beroep aan de hand van de situatie op dat moment: is het spoedeisend belang inmiddels verdwenen, dan strandt het beroep daarop. Tegen de uitspraak van het hof staat cassatie bij de Hoge Raad open.

Een vonnis in kort geding is bovendien vrijwel altijd uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep schorst de werking dus niet: u kunt het vonnis direct laten uitvoeren, met het risico dat u aansprakelijk bent als het in hoger beroep sneuvelt. Wie een dagvaarding ontvangt, doet er goed aan het verweer meteen op te pakken; ons artikel over de ontvangen civiele dagvaarding helpt daarbij op weg.

Wat kost een kort geding?

De kosten bestaan uit griffierecht, deurwaarderskosten voor de betekening en het honorarium van uw advocaat. Voor een kort geding bij de rechtbank bedraagt het griffierecht in 2026 bij een vordering van onbepaalde waarde 341 euro voor een natuurlijk persoon en 735 euro voor een rechtspersoon. Gaat het om een vordering tot 100.000 euro, dan is dat 1.414 euro respectievelijk 3.083 euro. Wie op grond van zijn inkomen als onvermogend wordt aangemerkt, betaalt 93 euro. Bij de kantonrechter gelden lagere tarieven.

De verliezende partij wordt in beginsel veroordeeld in de proceskosten van de winnaar. Die vergoeding is forfaitair: het griffierecht en de deurwaarderskosten worden volledig vergoed, maar het salaris van de advocaat wordt berekend volgens het liquidatietarief en dekt zelden de werkelijke kosten. Alleen in bijzondere gevallen, zoals inbreuken op intellectuele eigendom of misbruik van procesrecht, kan een volledige kostenveroordeling volgen. Een nadere uitsplitsing vindt u bij de kosten van een kort geding.

Is bijstand door een advocaat verplicht?

Voor de eiser wel, tenzij de zaak bij de kantonrechter hoort. Bij de rechtbank geldt verplichte procesvertegenwoordiging: het kort geding kan alleen door een advocaat aanhangig worden gemaakt. Kantonzaken — arbeidszaken, huurzaken en vorderingen tot 25.000 euro — kunt u in persoon voeren. De gedaagde in een kort geding bij de rechtbank mag in persoon verschijnen, maar staat dan tegenover een professionele wederpartij die de zitting heeft voorbereid.

Dat verschil in voorbereiding is in een kort geding groter dan in een gewone procedure. Er is maar één zitting, er wordt niet schriftelijk gedebatteerd en de rechter beslist op wat er die middag ligt. De inhoud van de dagvaarding of van de pleitnota bepaalt daarmee grotendeels de uitkomst.

Veelgestelde vragen

Hoe snel kan een kort geding dienen?

In gewone zaken volgt de zitting doorgaans binnen enkele weken. Bij acute spoed kan de voorzieningenrechter een zitting op zeer korte termijn bepalen, in uitzonderlijke gevallen binnen 24 uur, en de dagvaardingstermijn verkorten.

Moet ik daarna nog een bodemprocedure starten?

Meestal niet. Alleen als de rechter daaraan een termijn heeft verbonden, bijvoorbeeld na een beslaglegging, moet u de zaak ten gronde aanhangig maken op straffe van verval van de voorziening.

Kan ik een geldbedrag vorderen in kort geding?

Dat kan, maar de voorzieningenrechter is terughoudend. Hij toetst of de vordering voldoende aannemelijk is, of er spoedeisend belang is en of het risico bestaat dat u het toegewezen bedrag niet kunt terugbetalen.

Wat gebeurt er als de wederpartij niet verschijnt?

Bij een correct betekende dagvaarding verleent de rechter verstek en beoordeelt hij de vordering summier: hij wijst toe wat hem niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Wat als het vonnis niet wordt nagekomen?

Dan verbeurt de veroordeelde de opgelegde dwangsommen, die u met een deurwaarder kunt innen. Blijft nakoming uit, dan kan een executiegeschil of een nieuw kort geding nodig zijn.

Een kort geding voorbereiden met Law & More

Een kort geding wordt gewonnen of verloren op de voorbereiding: de juiste vordering, een dossier dat de spoedeisendheid onderbouwt en een dagvaarding die de rechter in één keer meeneemt. Onze advocaten beoordelen of uw zaak zich voor een kort geding leent, voeren de procedure en staan u ook bij als u zelf gedagvaard bent. Bel gerust +31 40 369 06 80.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.