Wordt uw wederpartij tijdens een procedure failliet verklaard, dan wordt uw geding over een geldvordering van rechtswege geschorst en verloopt de vaststelling van uw vordering verder via de curator. Bij surseance van betaling en bij een WHOA-traject loopt de procedure in beginsel door; daar wordt niet het geding geraakt, maar uw mogelijkheid om verhaal te halen.
In dit artikel leest u wat de wettelijke hoofdregels zijn rondom procederen tegen een insolvente wederpartij, welke uitzonderingen gelden en welke stappen u kunt nemen.
De juridische hoofdregel: eerst vaststellen welk regime geldt en per wanneer
De gevolgen verschillen sterk per regime en per het exacte moment van de uitspraak. Bij faillissement staan liquidatie en de gelijkheid van schuldeisers voorop en grijpt de wet direct in lopende procedures in. Bij surseance van betaling loopt uw procedure in beginsel door en wordt vooral het verhaal beperkt. Bij een WHOA-traject loopt uw procedure eveneens in beginsel door, maar kan een afkoelingsperiode uw verhaalsmogelijkheden tijdelijk stilleggen.
Controleer daarom altijd eerst wat er precies is uitgesproken, op welke datum, en of er bij een surseance of een WHOA-traject inmiddels een omslag naar faillissement heeft plaatsgevonden. Die datum is later ook de peildatum voor verrekening, voor de pauliana en voor de vraag welke handelingen nog rechtsgeldig zijn.
Faillissement: de gevolgen hangen af van uw positie
Bij faillissement grijpt de wet direct in lopende en toekomstige procedures in, maar de precieze consequentie verschilt per situatie. Er zijn vijf gevallen te onderscheiden.
U bent eiser en vordert betaling. Bepalend is of uw vordering strekt tot voldoening van een verbintenis uit de boedel. De procedure wordt dan van rechtswege geschorst (artikel 29 Fw). U meldt uw vordering aan ter verificatie bij de curator. Alleen als de vordering bij de verificatie wordt betwist, wordt het geding voortgezet; degene die betwist, treedt dan in de plaats van de gefailleerde als procespartij. Een nieuwe, afzonderlijke procedure over die boedelvordering is wettelijk uitgesloten (artikel 26 Fw). De weg via de curator en de verificatie is voor een betalingsvordering dus de aangewezen route.
U bent eiser en vordert iets anders dan betaling. Vorderingen tot een verklaring voor recht, ontbinding, nakoming anders dan betaling, of afgifte van uw eigen zaken vallen buiten artikel 29 Fw. Die procedures lopen in beginsel door. U kunt als eiser schorsing vragen om de curator in het geding te roepen (artikel 28 Fw). Neemt de curator het geding niet over, dan kunt u tegen de gefailleerde zelf doorprocederen, maar een veroordeling werkt dan niet tegen de boedel (artikel 25 lid 2 Fw).
De failliet is eiser. Hier volgt de schorsing niet automatisch. U moet als gedaagde om schorsing verzoeken, waarna u de curator kunt oproepen het geding over te nemen (artikel 27 Fw). Reageert de curator niet, dan kunt u ontslag van instantie vragen. Doet u dat niet, dan kan de zaak buiten bezwaar van de boedel tegen de gefailleerde worden voortgezet. De curator mag het geding overigens ook uit eigen beweging overnemen.
De zaak stond al voor vonnis. Waren de stukken vóór de faillietverklaring al aan de rechter overgelegd voor een beslissing, dan blijven de schorsingsregels buiten toepassing en wijst de rechter gewoon vonnis (artikel 30 Fw). Wordt de zaak daarna voortgezet, dan herleven de regels van de artikelen 27 tot en met 29 Fw. Let op het verschil tussen een vonnis krijgen en dat vonnis kunnen gebruiken: ook zo’n vonnis moet, om tegen de boedel te kunnen worden ingeroepen, via de verificatie in de afwikkeling worden betrokken. Losstaande executie tegen de boedel is niet mogelijk (artikel 33 Fw).
U had al een vonnis van vóór het faillissement. Een executoriale titel van vóór het faillissement helpt u niet meer tegen de boedel: lopende executies eindigen en beslagen vervallen (artikel 33 Fw). De titel blijft wel bruikbaar ter onderbouwing van uw verificatie en tegen derden, zoals een borg of een medeschuldenaar.
Nog geen procedure gestart: verificatie, renvooi en de omvang van de boedel
Een nieuwe dagvaardingsprocedure tegen de failliete vennootschap is voor vorderingen die op de boedel drukken wettelijk uitgesloten (artikel 26 Fw). U dient uw vordering met bewijsstukken in bij de curator (artikel 110 Fw). Blijft de curator of een medeschuldeiser de vordering betwisten, dan beproeft de rechter-commissaris eerst een schikking en verwijst hij partijen daarna naar de renvooiprocedure voor een inhoudelijke beoordeling (artikel 122 Fw). Was uw procedure al aanhangig en op grond van artikel 29 Fw geschorst, dan is een nieuwe dagvaarding niet nodig: die procedure wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond.
Een inhoudelijke beoordeling van uw vordering is echter niet in iedere afwikkeling verzekerd. Renvooi veronderstelt een verificatievergadering, en die vergadering komt er alleen als er voldoende actief in de boedel is. Is op voorhand duidelijk dat concurrente schuldeisers niets zullen ontvangen, dan volgt een vereenvoudigde afwikkeling zonder verificatievergadering (artikel 137a Fw) en blijft een inhoudelijke vaststelling van uw vordering achterwege.
Weeg dat vooraf af. Bij een lege of nagenoeg lege boedel loopt u het risico proceskosten te maken in een renvooiprocedure zonder dat daar een uitkering of een inhoudelijke vaststelling tegenover staat. Vraag de curator naar de verwachte boedelomvang voordat u renvooi start, en betrek het verwachte uitkeringspercentage in uw beslissing om door te procederen.
Verjarings- en vervaltermijnen die door het faillissement in het gedrang komen, worden zo nodig verlengd (artikel 36 Fw).
Surseance van betaling: beperkter effect op het geding, wel op het verhaal
Surseance is een adempauze om sanering mogelijk te maken. Voor lopende en nieuwe procedures geldt een ander regime dan bij faillissement, maar dat betekent niet dat surseance uw processtrategie ongemoeid laat.
Wat er niet gebeurt: de surseance schorst lopende procedures niet en belet evenmin het aanbrengen van nieuwe (artikel 231 lid 1 Fw). U kunt dus in beginsel doorprocederen en een vonnis verkrijgen. Alleen bij een kale vordering tot betaling van een door de schuldenaar erkende schuld, waarbij u geen belang hebt bij een vonnis om rechten tegen derden te kunnen inroepen, kan de rechter de uitspraak aanhouden tot na het einde van de surseance (artikel 231 lid 2 Fw).
Wat er wel gebeurt, langs vijf mechanismen.
Blokkering van verhaal. De schuldenaar kan niet tot betaling worden gedwongen, aangevangen executies blijven geschorst en gelegde beslagen vervallen (artikel 230 lid 1 en 2 Fw), in beginsel voor concurrente vorderingen (artikelen 232 en 233 Fw).
De positie van preferente schuldeisers en separatisten. Preferente schuldeisers en pand- en hypotheekhouders blijven in beginsel buiten schot van die verhaalsblokkade.
De afkoelingsperiode. Gelast de rechtbank een afkoelingsperiode, dan kan die de positie van preferente schuldeisers en separatisten alsnog tijdelijk beperken (artikel 241a Fw).
De voorbereiding en de stemming over een akkoord. Wordt een akkoord aangeboden, dan dient u uw vordering in bij de bewindvoerder (artikel 257 Fw) en komt deze op de crediteurenlijst (artikel 259 Fw). Betwisting kan ook ter vergadering plaatsvinden (artikel 266 Fw); de rechter-commissaris, of bij gebreke daarvan de rechtbank, bepaalt vervolgens of en tot welk bedrag u tot de stemming wordt toegelaten (artikel 267 Fw).
Een mogelijke omslag naar faillissement. Slaagt de sanering niet, dan kan de surseance overgaan in faillissement. Uw vordering komt dan opnieuw, en dit keer volledig, in het faillissementsregime terecht: de verificatie- en renvooiregels gaan alsnog gelden, ook als u tijdens de surseance al tot de stemming was toegelaten.
Houd daarbij één onderscheid scherp: toelating tot de stemming over een akkoord is niet hetzelfde als een definitieve vaststelling van uw vordering. Anders dan bij faillissement kent de surseance geen verificatie- en renvooiprocedure, zodat uw vordering in de surseance zelf niet definitief wordt vastgesteld.
Doorprocederen tijdens surseance levert dus geen directe betaling op, maar kan wel zinvol zijn: u houdt uw bewijspositie actueel, u verkrijgt een titel die u tegen borgen en medeschuldenaren kunt gebruiken, en u staat sterker als de surseance eindigt of overgaat in faillissement.
WHOA: uw positie vraagt actieve beoordeling
Steeds vaker volgt geen surseance, maar een akkoordtraject onder de WHOA (artikel 369 en volgende Fw). Uw procedure loopt in beginsel door, maar de rechtbank kan een afkoelingsperiode gelasten. Dan kunt u zich alleen na machtiging van de rechter op het vermogen verhalen, kunnen gelegde beslagen worden opgeheven en wordt de behandeling van faillissements- en surseanceverzoeken geschorst (artikel 376 Fw).
Als schuldeiser volstaat het niet om af te wachten of, en welk, akkoord wordt aangeboden. Beoordeel actief de klasse-indeling: in welke klasse wordt uw vordering ingedeeld, en is die indeling houdbaar gelet op de aard en de rang van uw vordering? Beoordeel de informatievoorziening: hebt u de gegevens ontvangen die nodig zijn om het akkoord te beoordelen, waaronder de waardering en de vergelijking met een faillissementsscenario? Beoordeel de stemprocedure: is uw vordering correct in de stemming betrokken en is het stemresultaat binnen uw klasse juist vastgesteld? En beoordeel de homologatie: voldoet het akkoord aan de wettelijke vereisten, waaronder de regels over de verdeling van waarde tussen klassen?
Gebondenheid aan een gehomologeerd akkoord hangt samen met de vraag of, en op welke wijze, uw vordering binnen de reikwijdte van dat akkoord valt en tot welke klasse zij behoort. Wordt het akkoord gehomologeerd en valt uw vordering binnen de betreffende klasse, dan bent u daaraan gebonden, ook als u tegenstemde.
Bezwaren tegen homologatie moeten tijdig en binnen de wettelijke procedurele kaders naar voren worden gebracht; de gevolgen van een gemist moment hangen af van het soort bezwaar en van de fase van het proces. Wacht dus niet tot kort voor de zitting: beoordeel het voorstel zodra het beschikbaar is en bepaal op welk moment en via welke weg uw bezwaar moet worden ingebracht.
Belangrijke uitzonderingen en nuances: de wegen naast de boedel
Loopt procederen tegen de insolvente partij dood, of wilt u naast de boedelprocedure andere routes verkennen, dan zijn de volgende onderwerpen van belang.
Verrekening
Bent u zelf ook iets verschuldigd aan uw wederpartij, dan kan verrekening een belangrijke verhaalsmogelijkheid zijn, omdat zij niet afhankelijk is van een uitkering uit de boedel. Verrekening is toegestaan als vordering en schuld beide vóór de faillietverklaring zijn ontstaan of voortvloeien uit handelingen die vóór dat moment met de gefailleerde zijn verricht (artikel 53 Fw).
Of verrekening daadwerkelijk mogelijk en aantrekkelijk is, hangt onder meer af van het moment waarop vordering en schuld zijn ontstaan, van de onderlinge rechtsverhouding, van een eventuele verpanding of cessie van de vordering aan een derde, van de goede trouw bij een overname van de vordering of de schuld, waarbij overname te kwader trouw is uitgesloten (artikel 54 Fw), en van de contractuele en feitelijke context. Schort betaling niet zonder onderbouwing op, maar breng uw verrekeningspositie onmiddellijk in kaart en laat die beoordelen.
Zekerheden en goederenrechtelijke aanspraken
Niet iedere aanspraak geeft dezelfde positie; de rechtsgevolgen verschillen per zekerheidsrecht.
Eigendomsvoorbehoud: zolang de koopprijs niet volledig is betaald, blijft de zaak uw eigendom en kunt u haar in beginsel opeisen, mits u dat kunt aantonen en de zaak nog identificeerbaar aanwezig is.
Recht van reclame: onder de wettelijke voorwaarden kunt u een geleverde maar onbetaalde zaak terugvorderen (artikel 7:39 en volgende BW). Dit recht kent eigen, korte termijnen en vervalgronden en moet dus tijdig worden ingeroepen.
Retentierecht: dit geeft u het recht afgifte van een zaak op te schorten totdat is betaald, maar geen eigendom en, anders dan pand of hypotheek, niet zonder meer een separatistenpositie in de boedelverdeling.
Pand- en hypotheekrecht: pand- en hypotheekhouders kunnen als separatist uitwinnen, buiten de gewone verificatie om (artikel 57 Fw).
Tijdens een afkoelingsperiode kunt u deze rechten niet zonder machtiging uitoefenen, maar de omvang en de duur van die beperking verschillen per regime: artikel 63a Fw in faillissement, artikel 241a Fw in surseance en artikel 376 Fw in de WHOA. Ga dus per zekerheidsrecht en per regime na of, en zo ja hoe, u nog kunt handelen.
Lopende overeenkomsten
Hebt u een lopende overeenkomst met uw wederpartij, dan is de curator niet zonder meer verplicht die na te komen. U kunt de curator een redelijke termijn stellen om zich uit te spreken (artikel 37 Fw), maar het stellen van die termijn leidt niet automatisch tot nakoming: de curator kan gestanddoening weigeren, of aangeven niet bereid of niet in staat te zijn zekerheid voor nakoming te stellen.
Onderscheid daarbij de reeds door u verrichte prestaties, die doorgaans als concurrente vordering onder de gewone verificatie vallen tenzij een specifieke voorrang geldt; de toekomstige prestaties, waarover de curator beslist of de overeenkomst wordt voortgezet; de boedelvorderingen, dat wil zeggen verplichtingen die na de faillietverklaring op verzoek van de curator zijn ontstaan en die doorgaans ten laste van de boedel komen; en de schade wegens niet-nakoming of beëindiging, waarvan de kwalificatie afhangt van de grondslag van de schade en van het moment waarop de vordering is ontstaan. Een schadevergoedingsvordering is dus niet in alle gevallen automatisch een gewone concurrente vordering.
Derden
Een moedermaatschappij, een borg, een hoofdelijk medeschuldenaar, een bankgarantie of een kredietverzekeraar staat buiten het faillissement, de surseance of het WHOA-traject. Tegen die partijen kunt u in beginsel gewoon procederen of doorprocederen, ongeacht wat er met de hoofdvordering tegen uw wederpartij gebeurt.
Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid is geen automatisch gevolg van een faillissement of van een onbetaald gebleven schuld. Een individuele schuldeiser kan een bestuurder niet aansprakelijk stellen enkel omdat de vennootschap failliet is gegaan. Vereist is een afzonderlijke onrechtmatige gedraging van de bestuurder jegens die specifieke schuldeiser, met voldoende onderbouwing van de daarvoor geldende maatstaf (artikel 6:162 BW). Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de bestuurder verplichtingen aanging terwijl hij wist of behoorde te weten dat de vennootschap die niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden, of wanneer hij betaling frustreerde door selectief te betalen.
Onderscheid dat van de vordering wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 BW). Die bepaling ziet op aansprakelijkheid jegens de boedel en levert niet zonder meer een individuele schuldeisersvordering op; die boedelvordering komt uitsluitend de curator toe, net als de faillissementspauliana. Naast en los daarvan kunt u als individuele schuldeiser wel een eigen vordering uit onrechtmatige daad instellen, mits u de zelfstandige maatstaf daarvoor kunt onderbouwen. Buiten faillissement staat u overigens de pauliana van artikel 3:45 BW ten dienste.
Turboliquidatie
Verdwijnt uw wederpartij zonder faillissement door ontbinding zonder baten (artikel 2:19 lid 4 BW), dan gelden sinds 15 november 2023 extra verplichtingen onder de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie. Het bestuur moet binnen veertien dagen na de ontbinding een slotbalans en een beschrijving van de oorzaak van het ontbreken van baten deponeren bij het handelsregister, en moet onbetaalde schuldeisers daarna onverwijld schriftelijk meedelen dat die stukken zijn gedeponeerd (artikel 2:19b BW).
Voldoet het bestuur daar niet aan, dan kunt u als schuldeiser de kantonrechter machtiging vragen tot raadpleging van de boeken en bescheiden van de ontbonden rechtspersoon (artikel 2:24 lid 4 BW). Daarnaast kan niet-naleving leiden tot een civielrechtelijk bestuursverbod (artikel 2:19c BW). Ontbreken de vereiste stukken, of blijken er alsnog baten te zijn, dan kunt u het faillissement aanvragen of heropening van de vereffening verzoeken (artikel 2:23c BW).
De regeling is tijdelijk. Zij is bij koninklijk besluit verlengd en vervalt naar de huidige stand van zaken op 15 november 2027, met de mogelijkheid van verdere verlenging of van vervanging door een permanente regeling.
Grensoverschrijdende situaties
Heeft uw wederpartij activa of schuldeisers in andere lidstaten van de Europese Unie, is de insolventieprocedure zelf in een ander land uitgesproken, of speelt de vraag welke rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is, dan geldt een ander toetsingskader. Voor situaties binnen de Europese Unie is in beginsel de Insolventieverordening van belang, Verordening (EU) 2015/848. Die geeft regels over onder meer de erkenning van insolventieprocedures uit andere lidstaten, de plaats waar een hoofdprocedure kan worden geopend en de samenloop met eventuele secundaire procedures. Voor grensoverschrijdende zekerheden en voor de executie van vonnissen over de grens gelden aparte regels.
Welke regeling in uw situatie precies van toepassing is, hangt af van de vestigingsplaats van uw wederpartij, van de locatie van de activa en van de betrokken schuldeisers. Dat is niet uit een algemeen overzicht te herleiden en vraagt om een afzonderlijke beoordeling.
De drie regimes naast elkaar
| Aspect | Faillissement | Surseance van betaling | WHOA-akkoordtraject |
|---|---|---|---|
| Uw lopende procedure | Geschorst bij een betalingsvordering (art. 29 Fw); loopt door bij andere vorderingen, met de mogelijkheid de curator op te roepen (art. 27 en 28 Fw) | Loopt in beginsel door; alleen bij een kale, erkende betalingsvordering kan de uitspraak worden aangehouden (art. 231 Fw) | Loopt in beginsel door, tenzij de rechtbank een afkoelingsperiode gelast (art. 376 Fw) |
| Verhaal en executie | Geschorst; lopende executies eindigen en beslagen vervallen (art. 33 Fw) | Verhaal op concurrente vorderingen geblokkeerd; executies geschorst, beslagen vervallen (art. 230 Fw) | Verhaal alleen na machtiging van de rechter tijdens een afkoelingsperiode (art. 376 Fw) |
| Vaststelling van uw vordering | Verificatie en zo nodig renvooi (art. 122 Fw), mits er voldoende actief is; anders vereenvoudigde afwikkeling zonder verificatie (art. 137a Fw) | Geen definitieve vaststelling; alleen toelating tot de stemming over een akkoord (art. 267 Fw) | Geen verificatie; beoordeling via klasse-indeling, informatie en stemming over het akkoord |
| Zekerheden en separatisten | Pand- en hypotheekhouders winnen uit buiten de verificatie om (art. 57 Fw); beperkt tijdens een afkoelingsperiode (art. 63a Fw) | Blijven grotendeels buiten schot, tenzij de rechtbank een afkoelingsperiode gelast (art. 241a Fw) | Uitoefening kan tijdens een afkoelingsperiode worden beperkt (art. 376 Fw) |
| Mogelijke uitkomst | Uitdeling naar rang van de vordering, vaak beperkt | Akkoord, beëindiging van de surseance, of omslag naar faillissement met herleving van het faillissementsregime | Homologatie, bindend voor uw klasse, of afwijzing van het akkoord |
Stappenplan: de eerste week na de uitspraak
Leg zodra u van de insolventie hoort de volgende gegevens vast; dat scheelt tijd wanneer u daarna beslissingen moet nemen.
De datum en het soort uitspraak, dus faillissement, surseance of WHOA-traject, met het zaak- of procedurenummer.
De identiteit en de contactgegevens van de curator, de bewindvoerder of de herstructureringsdeskundige.
De aard en de rang van uw vordering: concurrent, preferent of boedelvordering.
De lopende termijnen, zowel in uw eigen procedure als in de insolventieprocedure, dus indieningstermijnen, verzettermijnen en de homologatiezitting.
De bestaande beslagen en executies, met hun status na de uitspraak.
De zekerheden, garanties en medeschuldenaren waarop u zich mogelijk kunt beroepen.
De mogelijkheid van verrekening met een eigen schuld aan de wederpartij.
De verwachte kosten van voortzetting, bijvoorbeeld van een renvooiprocedure of een homologatiebezwaar.
De verwachte uitkering of akkoordwaarde, zo mogelijk na navraag bij de curator of de bewindvoerder.
Meld daarna uw vordering direct en volledig aan bij de curator of de bewindvoerder, met contract, facturen, correspondentie en processtukken. Inventariseer zekerheden, verrekeningsmogelijkheden en aanspraken op derden voordat activa worden geliquideerd. En bepaal pas daarna of doorprocederen zinvol is.
Veelgemaakte fouten in de praktijk
Ervan uitgaan dat de rol zichzelf regelt. Aanhouding of doorhaling op de rol gebeurt niet automatisch. U kunt daar om vragen, maar doe dat niet zonder afweging: het kan proceskosten beperken, maar ook uw bewijspositie, lopende verjarings- of vervaltermijnen of onderhandelingsbelangen raken. Koppel die keuze aan het schorsingsregime dat voor uw vordering geldt en aan de fase waarin uw procedure zich bevindt.
Renvooi starten zonder naar de boedel te vragen. Zonder voldoende actief komt er geen verificatievergadering en dus geen inhoudelijke vaststelling, terwijl u de kosten wel maakt.
Vertrouwen op een oud vonnis. Een titel van vóór het faillissement levert tegen de boedel niets meer op; beslagen vervallen en executies eindigen.
Toelating tot de stemming verwarren met vaststelling van de vordering. Bij surseance wordt uw vordering niet definitief vastgesteld.
Betaling opschorten zonder onderbouwde verrekeningspositie. Verrekening is geen automatisme en moet aan de wettelijke voorwaarden worden getoetst.
Aannemen dat de bestuurder wel aansprakelijk is. Een faillissement levert op zichzelf geen bestuurdersaansprakelijkheid op, en de vordering wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur komt de curator toe, niet u.
Wachten tot kort voor de homologatiezitting. Een bezwaar tegen een WHOA-akkoord vraagt voorbereiding en moet binnen de procedurele kaders worden ingebracht.
Alleen achteraf kijken. Werk waar mogelijk vooraf met eigendomsvoorbehoud, concerngaranties, zekerheden en kredietverzekering, en houd er rekening mee dat een insolventiebeding in een WHOA-traject niet zonder meer effect heeft. Monitor daarnaast uw debiteuren via het handelsregister en het centraal insolventieregister; de eerste dagen na een uitspraak zijn vaak bepalend.
Veelgestelde vragen
Kan ik de failliete vennootschap nog dagvaarden voor mijn vordering?
Voor vorderingen die op de boedel drukken niet: dat is wettelijk uitgesloten (artikel 26 Fw). U meldt uw vordering aan bij de curator. Voor vorderingen die niet tot betaling uit de boedel strekken, zoals een verklaring voor recht of afgifte van uw eigen zaken, geldt dat verbod niet.
Heb ik nog iets aan een vonnis van vóór het faillissement?
Niet rechtstreeks tegen de boedel: lopende executies eindigen en beslagen vervallen (artikel 33 Fw). Het vonnis blijft wel bruikbaar bij de verificatie en tegen derden, zoals een borg of een medeschuldenaar.
Wordt mijn vordering bij surseance definitief vastgesteld?
Nee. De surseance kent geen verificatie- en renvooiprocedure. U wordt alleen, en na beoordeling door de rechter-commissaris of de rechtbank, toegelaten tot de stemming over een eventueel akkoord (artikel 267 Fw).
Ben ik gebonden aan een gehomologeerd WHOA-akkoord als ik tegenstemde?
Ja, wanneer uw vordering binnen de klasse valt waarop het akkoord ziet en het akkoord is gehomologeerd. Ga daarom vooraf na of, en hoe, uw vordering in het akkoord is betrokken.
Mag ik verrekenen als ik zelf ook iets verschuldigd ben?
Mogelijk, als vordering en schuld beide vóór de faillietverklaring zijn ontstaan of voortvloeien uit eerdere handelingen met de gefailleerde (artikel 53 Fw) en er geen overname te kwader trouw speelt (artikel 54 Fw). Dat moet per geval worden getoetst.
Advocaat insolventierecht in Eindhoven en Amsterdam
Law & More staat schuldeisers bij wanneer een wederpartij failliet gaat, surseance aanvraagt of een WHOA-traject start. Wij beoordelen in de eerste dagen na de uitspraak welk regime geldt, wat dat voor uw lopende procedure betekent en welke routes naast de boedel openstaan: verrekening, zekerheden, aanspraken op derden en waar dat kan bestuurdersaansprakelijkheid. Onze advocaten werken vanuit Eindhoven en Amsterdam en staan cliënten in heel Nederland bij. Meer over dit rechtsgebied leest u op onze pagina over de insolventierecht advocaat. Neem gerust contact met ons op voor een eerste beoordeling van uw positie.
Vindplaatsen
Faillissementswet: de artikelen 25 tot en met 30, 33, 36, 37, 53, 54, 57, 63a, 110, 122, 137a, 230 tot en met 233, 241a, 257, 259, 266, 267, 369 en volgende, en 376.
Burgerlijk Wetboek: artikel 2:19 lid 4, 2:19b, 2:19c, 2:23c, 2:24 lid 4, 2:248, 3:45, 6:162 en 7:39 en volgende.
Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie, in werking sinds 15 november 2023, bij koninklijk besluit verlengd tot 15 november 2027.
Verordening (EU) 2015/848 betreffende insolventieprocedures.
Laatste inhoudelijke controle: 18 augustus 2026. Deze tekst gaat over procedures voor de Nederlandse burgerlijke rechter tegen een in Nederland gevestigde wederpartij en geeft algemene informatie, geen juridisch advies over een concrete situatie. Wet- en regelgeving en rechtspraak wijzigen periodiek; bij een grensoverschrijdend element geldt een ander toetsingskader.