Gepubliceerd op 27 maart 2017 · Laatst bijgewerkt op 29 september 2026
Wwft-compliance betekent: u onderzoekt uw cliënt voordat u voor hem werkt, u houdt de relatie daarna in de gaten en u meldt een ongebruikelijke transactie direct bij de FIU-Nederland. Vanaf 10 juli 2027 vervangt een rechtstreeks werkende Europese verordening het grootste deel van dit stelsel.
Inhoudsopgave
Voor wie geldt de Wwft?
De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme geldt niet alleen voor banken en verzekeraars. Ook trustkantoren, aanbieders van cryptodiensten, notarissen, accountants, belastingadviseurs, makelaars, pandhuizen en handelaren in goederen vallen eronder. Voor al deze instellingen geldt hetzelfde uitgangspunt: ken uw cliënt, houd de relatie in de gaten en meld wat ongebruikelijk is.
Geldt de Wwft ook voor advocaten?
Alleen bij een beperkte, limitatief opgesomde reeks werkzaamheden: advies over of bijstand bij de aan- of verkoop van registergoederen, en het oprichten of beheren van vennootschappen of van geld en effecten. Het bepalen van uw rechtspositie en uw vertegenwoordiging in een procedure vallen er nadrukkelijk buiten.
Die afbakening beschermt het verschoningsrecht. Wat u uw advocaat toevertrouwt bij het bepalen van uw rechtspositie, wordt niet gemeld.
Wat houdt het cliëntenonderzoek in?
Het cliëntenonderzoek is risicogebaseerd en kent drie varianten: vereenvoudigd bij een aantoonbaar laag risico, standaard, en verscherpt bij een hoog risico. Verscherpt onderzoek is verplicht bij onder meer politiek prominente personen, cliënten uit landen met een hoog risico en ongebruikelijk complexe structuren. Instellingen leggen zelf vast waarom zij voor een bepaalde variant kiezen; het ontbreken van die onderbouwing is vaak het eerste wat een toezichthouder opvraagt.
U stelt de identiteit van uw cliënt vast en verifieert die, samen met de identiteit van zijn vertegenwoordiger en van de uiteindelijk belanghebbenden. Daarnaast onderzoekt u het doel van de relatie en, waar nodig, de herkomst van de middelen. Kunt u het onderzoek niet afronden, dan mag u niet beginnen en moet u een bestaande relatie beëindigen. Dat is geen keuze maar een verbod, en het is de reden waarom banken relaties opzeggen zodra het cliëntenonderzoek vastloopt.
Wie is de uiteindelijk belanghebbende (UBO)?
Als uiteindelijk belanghebbende geldt de natuurlijke persoon die meer dan 25 procent van het eigendomsbelang of van de stemrechten houdt, of die op een andere manier feitelijke zeggenschap heeft (niet opnieuw gecontroleerd, gangbare drempel). Is er niemand die aan die criteria voldoet, dan geldt het hoger leidinggevend personeel als UBO. Elke rechtspersoon registreert zijn UBO’s; het bestuur is daarvoor verantwoordelijk. Wat die registratie voor de betrokkene zelf betekent, leest u in ons artikel over het UBO-register.
Wanneer meldt u een ongebruikelijke transactie?
Een ongebruikelijke transactie meldt u direct bij de Financial Intelligence Unit-Nederland. Of iets ongebruikelijk is, volgt uit de indicatorenlijst: objectieve indicatoren, zoals bepaalde contante bedragen of transacties met aangewezen landen, en een subjectieve indicator die geldt zodra u vermoedt dat een transactie met witwassen of terrorismefinanciering te maken kan hebben.
Let op het verschil met een aangifte: u meldt ongebruikelijk, niet verdacht. De FIU beoordeelt of een melding verdacht is en geeft die door aan de opsporing. U mag uw cliënt niet vertellen dat u heeft gemeld. Meldt u te goeder trouw, dan bent u gevrijwaard van aansprakelijkheid voor de schade die uw cliënt daardoor lijdt. Het onderscheid tussen beide begrippen werken wij verder uit bij witwassen en ongebruikelijke transacties.
Wat is de terugmeldplicht bij het UBO-register?
Naast de melding bij de FIU bestaat een tweede, minder bekende meldplicht. Ziet u tijdens het cliëntenonderzoek een verschil tussen wat u zelf vaststelt en wat in het UBO-register staat — een ontbrekende UBO, een onterecht vermelde UBO, een onjuist belangpercentage — dan meldt u dat op grond van artikel 10c Wwft bij de Kamer van Koophandel.
Dat is een wettelijke verplichting en geen keuze. Leg in uw cliëntacceptatieproces vast wie de controle uitvoert, op welk moment en hoe u de terugmelding documenteert. Ontbreekt die vastlegging, dan ontbreekt bij een toezichtonderzoek ook het bewijs dat u de controle heeft gedaan.
Een voorbeeld ter illustratie. Bij het cliëntenonderzoek van een besloten vennootschap blijkt dat het UBO-register een minderheidsaandeelhouder vermeldt die volgens de eigen administratie van de cliënt geen zeggenschap meer heeft sinds een aandelenoverdracht. De instelling meldt dat verschil terug bij de Kamer van Koophandel en legt de melding, met datum en onderbouwing, vast in het cliëntdossier.
Wie mag het UBO-register inzien?
Op dit punt zijn oudere publicaties vaak achterhaald. Het Hof van Justitie van de Europese Unie verklaarde op 22 november 2022 in de gevoegde zaken C-37/20 en C-601/20 de algemene, publieke toegankelijkheid van UBO-gegevens ongeldig. Het register is dus geen publieke bron en wordt dat ook niet opnieuw.
Wie wél mag inzien, staat in de Handelsregisterwet 2007: de bevoegde autoriteiten en de FIU, Wwft-instellingen voor hun cliëntenonderzoek, partijen die de gegevens nodig hebben voor sanctietoetsing, en de ingeschrevene zelf. Daarnaast kunnen categorieën met een aantoonbaar legitiem belang worden aangewezen, met name onderzoeksjournalisten en maatschappelijke organisaties. De Kamer van Koophandel informeert de UBO bovendien over verstrekkingen van zijn gegevens. Over de privacykant schreven wij eerder bij het UBO-register en privacy.
Wat houdt het verbod op contante betalingen in?
Artikel 1f van de Wwft verbiedt beroeps- of bedrijfsmatige handelaren in goederen, aanbieders van cryptodiensten en pandhuizen om in of vanuit Nederland contante betalingen van 3.000 euro of meer te verrichten of te accepteren. Het verbod geldt alleen voor goederen, niet voor diensten, en niet voor betalingen tussen particulieren onderling.
Vanaf 10 juli 2027 komt daar een Europese grens overheen: artikel 80 van de Europese antiwitwasverordening stelt een limiet van 10.000 euro voor contante betalingen aan handelaren in goederen én diensten. Die Europese grens is hoger, maar lidstaten mogen een strengere drempel handhaven, en de Nederlandse grens van 3.000 euro voor goederen blijft dus naar verwachting bestaan naast de nieuwe Europese grens voor diensten.
Voor uw kasbeleid betekent dit dat u straks met twee grenzen rekening houdt: 3.000 euro voor de verkoop van goederen en 10.000 euro zodra u ook diensten tegen contant geld aanbiedt. Wie dat onderscheid nu al in zijn interne procedures verwerkt, voorkomt discussie met de toezichthouder wanneer de Europese grens gaat gelden.
Wat verandert er per 10 juli 2027?
Verordening (EU) 2024/1624 van 31 mei 2024 wordt vanaf 10 juli 2027 rechtstreeks van toepassing. Nederland hoeft en mag de verordening niet omzetten in eigen regels. De Wwft zoals u die kent, verdwijnt grotendeels en maakt plaats voor een implementatiewet die alleen nog regelt wat de verordening aan lidstaten overlaat, zoals de aanwijzing van toezichthouders. Daarnaast komt er een nieuwe antiwitwasrichtlijn met eigen omzettingstermijnen en een Europese antiwitwasautoriteit die rechtstreeks toezicht gaat houden op de grootste financiële instellingen.
Voor uw praktijk betekent dit vooral: de begrippen blijven, de vindplaats verandert. Cliëntenonderzoek, UBO-registratie en de meldplicht komen terug in de verordening, met een striktere en uniformere uitwerking. Richt u nu uw interne procedures in, schrijf verwijzingen naar Wwft-artikelen dan zo op dat u die straks eenvoudig kunt vervangen.
Welke rol speelt de Sanctiewet daarnaast?
De Wwft is niet de enige wet die uw cliëntacceptatie stuurt. De Sanctiewet 1977 is de Nederlandse grondslag voor de uitvoering van internationale sancties (niet opnieuw gecontroleerd): wapenembargo’s, reisbeperkingen en vooral financiële sancties tegen personen, entiteiten en landen. De sancties zelf staan in rechtstreeks werkende Europese verordeningen, gebaseerd op VN-resoluties en eigen Europese besluitvorming. De lijsten wijzigen regelmatig, soms van de ene op de andere dag.
Richt uw administratieve organisatie en interne controle zo in dat u uw relaties tegen de sanctielijsten kunt toetsen en een treffer direct kunt opvolgen. Staat een relatie op een lijst, dan bevriest u de tegoeden en stelt u geen middelen ter beschikking; u meldt dit bij de toezichthouder. Overtreding van de Sanctiewet is een economisch delict waarop naast bestuursrechtelijke maatregelen ook strafvervolging kan volgen.
De twee stelsels lopen in de praktijk door elkaar: sanctietoetsing gebruikt hetzelfde cliëntenonderzoek, maar de gevolgen verschillen. Bij de Wwft meldt u en gaat de dienstverlening in beginsel door of stopt zij; bij een sanctietreffer bevriest u en handelt u niet. Wie beide processen in één procedure vastlegt, voorkomt dat een sanctietreffer als een gewone ongebruikelijke transactie wordt behandeld. Bestuurders die dit onderschatten, lopen een eigen risico; wij beschrijven dat bij de gevolgen van witwassen binnen een bv.
Wat zijn de gevolgen van niet-naleven?
Het toezicht is verdeeld over meerdere instanties: De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten voor de financiële sector, het Bureau Financieel Toezicht voor onder meer notarissen en accountants, Bureau Toezicht Wwft voor handelaren en bemiddelaars, en de lokale deken voor advocaten. Zij kunnen een aanwijzing geven, een last onder dwangsom opleggen of een bestuurlijke boete opleggen, die in beginsel wordt gepubliceerd. Voor advocaten en notarissen komt daar het tuchtrecht bij, met maatregelen tot schorsing en ontzetting uit het ambt.
Daarnaast bestaat een strafrechtelijke lijn die vaak met de Wwft wordt verward. Witwassen zelf staat niet in de Wwft, maar in de artikelen 420bis tot en met 420quater van het Wetboek van Strafrecht (niet opnieuw gecontroleerd). De Wwft regelt uw preventieve plichten; wie zelf voorwerpen met een criminele herkomst verwerft, voorhanden heeft of omzet, wordt op grond van het Wetboek van Strafrecht vervolgd. Wat daaronder valt, leest u bij witwassen in Nederland.
Samengevat
- Wwft-compliance bestaat uit cliëntenonderzoek, monitoring en het melden van ongebruikelijke transacties bij de FIU.
- Advocaten zijn alleen Wwft-instelling bij specifieke werkzaamheden; het bepalen van uw rechtspositie valt erbuiten.
- Naast de FIU-melding bestaat een terugmeldplicht bij afwijkingen in het UBO-register (artikel 10c Wwft).
- Het UBO-register is sinds het arrest van het Hof van Justitie van 22 november 2022 niet meer publiek toegankelijk.
- Vanaf 10 juli 2027 vervangt de Europese antiwitwasverordening het grootste deel van de Wwft.
Veelgestelde vragen
Moet ik elke contante betaling melden?
Nee. U meldt transacties die volgens de indicatorenlijst ongebruikelijk zijn, en u beoordeelt zelf of er aanleiding is te veronderstellen dat een transactie met witwassen of terrorismefinanciering samenhangt.
Mag ik mijn cliënt vertellen dat ik heb gemeld?
Nee. Het is verboden uw cliënt of derden te informeren over een melding of een lopend onderzoek. Een melding te goeder trouw vrijwaart u wel van aansprakelijkheid.
Geldt de Wwft ook voor advocaten?
Alleen bij bepaalde werkzaamheden, zoals begeleiding bij transacties en het oprichten of beheren van vennootschappen. Het bepalen van uw rechtspositie en uw optreden in een procedure vallen erbuiten.
Wat gebeurt er als het UBO-register niet klopt?
Dan meldt de Wwft-instelling die dat constateert dit terug bij de Kamer van Koophandel, op grond van artikel 10c Wwft. De rechtspersoon zelf blijft verantwoordelijk voor een juiste registratie.
Verdwijnt de Wwft echt?
Grotendeels. Vanaf 10 juli 2027 geldt Verordening (EU) 2024/1624 rechtstreeks; de Wwft wordt vervangen door een implementatiewet die alleen nog regelt wat de verordening aan lidstaten overlaat.
Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.