Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2026
Een handelsagent heeft volgens de wet recht op provisie, op informatie om die provisie te controleren, op een minimale opzegtermijn en, na het einde van de agentuur, vaak op een klantenvergoeding (art. 7:428 e.v. Burgerlijk Wetboek, BW). Is hem een gebied of klantenkring toegewezen, dan krijgt hij ook provisie over orders die de principaal daar zonder hem binnenhaalt, tenzij uitdrukkelijk is afgesproken dat hij geen alleenrecht heeft (art. 7:431 lid 1 sub c BW).
Veel van deze regels zijn van dwingend recht: de principaal kan er niet ten nadele van de agent van afwijken (art. 7:445 BW). Hieronder leest u welke rechten en plichten de wet geeft, en waar u als agent of als principaal op let. Een algemene uitleg vindt u op onze pagina over de agentuurovereenkomst.
Inhoudsopgave
Wanneer bent u handelsagent?
U bent handelsagent als een principaal u tegen beloning opdraagt om bij het sluiten van overeenkomsten te bemiddelen, en soms ook om die overeenkomsten in zijn naam en voor zijn rekening te sluiten, zonder dat u ondergeschikt bent (art. 7:428 BW). De agentuur is een duurovereenkomst: zij geldt voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Het verschil met andere vormen van samenwerking is belangrijk, omdat de beschermende regels alleen voor de agent gelden:
- Een werknemer, zoals een handelsvertegenwoordiger in loondienst, werkt onder gezag van de werkgever en valt onder het arbeidsrecht (art. 7:686 e.v. BW).
- Een distributeur of dealer koopt zelf goederen in en verkoopt ze op eigen naam door; hij verdient aan de marge, niet aan provisie.
- Een franchisenemer werkt met de formule van een ander en heeft een eigen wettelijke regeling (art. 7:911 e.v. BW).
De naam van het contract is niet beslissend. De rechter kijkt naar wat partijen feitelijk hebben afgesproken en hoe zij in de praktijk samenwerken.
Hoe legt u de agentuurovereenkomst vast?
De wet stelt geen vormvereiste: een mondelinge agentuurovereenkomst is geldig. Iedere partij kan wel van de ander een ondertekend stuk verlangen met de inhoud van de overeenkomst en latere wijzigingen.
Sommige afspraken werken alleen als ze schriftelijk of uitdrukkelijk zijn gemaakt. Het gaat dan onder meer om het concurrentiebeding (art. 7:443 BW), het uitsluiten van het alleenrecht in een toegewezen gebied (art. 7:431 lid 1 sub c BW) en het beding dat provisie pas verschuldigd is als de klant heeft betaald (art. 7:432 lid 2 BW).
Leg daarom op papier vast voor welk gebied, welke klanten en welke producten de agent werkt, hoe de provisie wordt berekend en of de agent ook voor anderen mag werken.
Wanneer heeft de agent recht op provisie?
De agent heeft recht op provisie voor overeenkomsten die tijdens de agentuur door zijn tussenkomst tot stand komen, en voor nieuwe overeenkomsten met klanten die hij eerder heeft aangebracht (art. 7:431 lid 1 BW). Ook na het einde van de agentuur kan hij provisie verdienen op orders die vooral aan zijn werk te danken zijn en binnen een redelijke termijn worden gesloten (art. 7:431 lid 2 BW).
Heeft de principaal een order niet binnen de afgesproken termijn geweigerd, dan geldt die voor de provisie als aanvaard; zonder afspraak is die termijn een maand (art. 7:432 lid 1 BW). De principaal kan de provisie dus niet ontlopen door lang te wachten met reageren.
Provisie mag alleen afhangen van de betaling door de klant als dat uitdrukkelijk is afgesproken. Ook dan ontstaat het recht uiterlijk als de klant zijn deel heeft uitgevoerd of had moeten uitvoeren (art. 7:432 lid 3 BW).
Wat betekent exclusiviteit voor de agent?
Heeft de principaal de agent een gebied of klantenkring toegewezen, dan heeft de agent recht op provisie over alle overeenkomsten met klanten in dat gebied of uit die kring, ook als hij er zelf niet aan heeft meegewerkt (art. 7:431 lid 1 sub c BW). Dat geldt niet als uitdrukkelijk is afgesproken dat de agent daar geen alleenrecht heeft.
Exclusiviteit in deze zin betekent dus vooral een recht op provisie. Zij verbiedt de principaal niet om zelf in het gebied te verkopen of daar een andere agent in te zetten, maar hij moet de toegewezen agent dan wel provisie betalen.
Omgekeerd mag een agent in beginsel ook voor andere principalen werken, tenzij dat in de overeenkomst is uitgesloten. Werkt hij voor een concurrent, dan kan dat wel in strijd zijn met zijn plicht om de belangen van de principaal te behartigen.
Welke informatie moet de principaal geven?
De principaal moet na elke maand een schriftelijke opgave geven van de provisie over die maand, met de gegevens waarop de berekening berust, en wel vóór het einde van de volgende maand (art. 7:433 lid 1 BW). Partijen kunnen schriftelijk afspreken dat dit per twee of drie maanden gebeurt.
De agent mag inzage vragen in de bewijsstukken, zoals facturen en orderbevestigingen, en zich daarbij op eigen kosten laten bijstaan door een deskundige (art. 7:433 lid 2 BW). Weigert de principaal de deskundige, dan benoemt de voorzieningenrechter er een op verzoek van de agent.
Welke opzegtermijn geldt?
Is niets afgesproken, dan geldt een opzegtermijn van vier maanden, die na drie jaar met één maand en na zes jaar met twee maanden wordt verlengd (art. 7:437 BW). Opzeggen gebeurt tegen het einde van een kalendermaand.
Spreken partijen een kortere termijn af, dan moet die in het eerste jaar minimaal één maand zijn, in het tweede jaar twee maanden en daarna drie maanden. De termijn voor de principaal mag niet korter zijn dan die voor de agent.
Wie opzegt zonder die termijn in acht te nemen, is schadeplichtig, tenzij hij opzegt wegens een dringende reden die hij direct aan de ander meedeelt (art. 7:439 BW). Een beding waarin één partij zelf bepaalt wat een dringende reden is, is nietig. Meer over opzeggen van duurovereenkomsten leest u in ons artikel opzegging van duurovereenkomsten.
Wanneer krijgt de agent een klantenvergoeding?
Na het einde van de agentuur heeft de agent recht op een klantenvergoeding als hij nieuwe klanten heeft aangebracht of de omzet met bestaande klanten aanmerkelijk heeft vergroot, de principaal daar nog aanzienlijke voordelen van heeft en een vergoeding billijk is (art. 7:442 BW). De vergoeding bedraagt maximaal één jaarbeloning, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaar, of van de kortere duur van de agentuur.
De agent moet binnen een jaar na het einde van de overeenkomst laten weten dat hij aanspraak maakt op de vergoeding. Doet hij dat niet, dan vervalt het recht.
Er is geen recht op een klantenvergoeding als de principaal heeft opgezegd wegens een dringende reden die aan de agent te wijten is. Hetzelfde geldt als de agent zelf heeft opgezegd, tenzij dat gerechtvaardigd was door omstandigheden aan de kant van de principaal of door zijn leeftijd of ziekte, en als de agent zijn plaats met toestemming aan een ander heeft overgedragen.
Wat mag een concurrentiebeding bepalen?
Een concurrentiebeding is alleen geldig als het schriftelijk is aangegaan, en het mag niet langer duren dan twee jaar na het einde van de agentuur (art. 7:443 BW). Het mag alleen gaan over het gebied of de klantenkring van de agent en over de soort producten waarvoor hij werkte.
De rechter kan een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen als het de agent onbillijk benadeelt. Meer hierover leest u in ons artikel over het non-concurrentiebeding.
Waar let u als handelsagent op?
- Controleer of in het contract staat welk gebied of welke klantenkring u is toegewezen, en of uw alleenrecht uitdrukkelijk is uitgesloten (art. 7:431 lid 1 sub c BW).
- Vraag elke maand de schriftelijke provisieopgave op en vraag zo nodig inzage in de stukken (art. 7:433 BW).
- Toets een opzegging aan de wettelijke termijn van vier, vijf of zes maanden (art. 7:437 BW).
- Meld uw aanspraak op een klantenvergoeding binnen een jaar na het einde van de agentuur (art. 7:442 BW).
Waar let u als principaal op?
- Sluit het alleenrecht uitdrukkelijk uit als u zelf in het gebied wilt blijven verkopen zonder provisie te betalen.
- Leg het concurrentiebeding schriftelijk vast en beperk het tot het gebied, de klanten en de producten van de agent, voor maximaal twee jaar (art. 7:443 BW).
- Verstrek de provisieopgave vóór het einde van de volgende maand (art. 7:433 lid 1 BW).
- Reken bij beëindiging met de opzegtermijn en een mogelijke klantenvergoeding van maximaal één jaarbeloning.
Wat kunnen wij voor u doen bij een agentuurovereenkomst?
Wij adviseren zowel handelsagenten als principalen over hun samenwerking; meer over onze aanpak leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.
- Wij stellen een agentuurovereenkomst op of beoordelen een bestaande overeenkomst op de dwingende regels van art. 7:428 e.v. BW.
- Wij leggen afspraken over gebied, alleenrecht en provisie zo vast dat ze aan de wettelijke eisen voldoen.
- Wij controleren provisieopgaven en regelen inzage in de onderliggende stukken via een deskundige (art. 7:433 BW).
- Wij berekenen een klantenvergoeding of beoordelen een claim daarop (art. 7:442 BW).
- Wij beoordelen een opzegging en de schadevergoeding bij een te korte termijn (art. 7:437 en 7:439 BW).
Samengevat
- De handelsagent bemiddelt zelfstandig voor een principaal tegen provisie (art. 7:428 BW).
- Bij een toegewezen gebied of klantenkring heeft de agent recht op provisie over alle orders daar, tenzij het alleenrecht uitdrukkelijk is uitgesloten.
- De principaal geeft maandelijks een provisieopgave en moet inzage geven in de stukken.
- Zonder afspraak is de opzegtermijn vier maanden, oplopend tot zes maanden na zes jaar.
- Een klantenvergoeding bedraagt maximaal één jaarbeloning en moet binnen een jaar worden geclaimd.
Veelgestelde vragen
Mag de principaal zelf klanten benaderen in mijn gebied?
Ja, maar als u dat gebied is toegewezen, heeft u recht op provisie over die orders. Dat is alleen anders als uitdrukkelijk is afgesproken dat u geen alleenrecht heeft (art. 7:431 lid 1 sub c BW).
Geldt de Nederlandse regeling ook als de principaal in het buitenland zit?
Partijen kunnen een ander recht kiezen. Werkt de agent binnen de EU, dan blijft de bescherming uit de Europese agentuurrichtlijn volgens het Hof van Justitie van de EU in de regel van toepassing. Lees meer in ons artikel over grensoverschrijdende vertegenwoordiging.
Hoe hoog is de klantenvergoeding?
De wet geeft alleen een maximum: één jaarbeloning, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaar. Binnen dat maximum hangt het bedrag af van het voordeel voor de principaal en van wat billijk is.
Kan ik een concurrentiebeding van drie jaar laten opnemen?
Nee. Een concurrentiebeding in een agentuurovereenkomst mag niet langer duren dan twee jaar na het einde van de overeenkomst (art. 7:443 BW).