Non-concurrentiebeding: wat mag in arbeids- en handelscontracten?

Twee mensen in een zakelijke vergadering.

Gepubliceerd op 13 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Een non-concurrentiebeding in een arbeidscontract is alleen geldig als het schriftelijk is afgesproken met een werknemer van 18 jaar of ouder (artikel 7:653 BW). In een tijdelijk contract is het beding bovendien nietig als de werkgever niet schriftelijk motiveert welk zwaarwegend belang het nodig maakt.

Tussen bedrijven, bijvoorbeeld in een distributie- of overnamecontract, gelden andere regels. Daar toetst u het beding aan het kartelverbod van artikel 6 Mededingingswet en artikel 101 VWEU. Hieronder leest u eerst hoe het beding in het arbeidsrecht werkt en daarna wat in handelscontracten geldt.

Twee zakelijke professionals bespreken contracten in een modern kantoor met uitzicht op de stad.

Wat is een non-concurrentiebeding?

Een non-concurrentiebeding, ook concurrentiebeding genoemd, verbiedt iemand om na het einde van een contract op een bepaalde manier te werken, meestal bij of als concurrent. Een relatiebeding is beperkter: dat verbiedt alleen zaken te doen met klanten of relaties van de werkgever.

In het arbeidsrecht vallen beide bedingen onder dezelfde regels van artikel 7:653 BW. Het verschil en de gevolgen leest u in ons artikel over concurrentiebeding of relatiebeding.

Arbeidscontract of handelscontract: de regels naast elkaar

De tabel zet de belangrijkste verschillen op een rij. De regels zijn gecontroleerd op 29 oktober 2026.

PuntArbeidscontractDistributie- of franchisecontractVerkoop van een onderneming
GrondslagArtikel 7:653 BWArtikel 101 VWEU, artikel 6 Mededingingswet en Verordening (EU) 2022/720Artikel 101 VWEU en de Europese regels voor nevenrestricties
VormvereisteSchriftelijk, werknemer 18 jaar of ouderGeen wettelijk vormvereisteGeen wettelijk vormvereiste
Maximale duurGeen wettelijk maximum; de rechter toetstTijdens het contract in de regel vijf jaar; na afloop één jaarIn de regel drie jaar met knowhow, twee jaar met alleen goodwill
Wie toetstDe kantonrechterDe rechter en de ACMDe rechter en de ACM of Europese Commissie

Wanneer is een concurrentiebeding in een arbeidscontract geldig?

Het beding is geldig als het schriftelijk is overeengekomen met een werknemer van 18 jaar of ouder (artikel 7:653 lid 1 BW). Een handtekening onder een contract of reglement waarin het beding staat, is voldoende.

De Hoge Raad oordeelde op 28 maart 2008 dat ook een getekende akkoordverklaring bij een brief volstaat, als de arbeidsvoorwaarden met het beding bij die brief waren gevoegd (ECLI:NL:HR:2008:BC0384). De bijlage zelf hoeft de werknemer dan niet te tekenen. Ging de akkoordverklaring over een stuk dat niet was bijgevoegd, dan is er geen schriftelijke instemming, tenzij de werknemer uitdrukkelijk met het beding instemt.

In een contract voor bepaalde tijd is het beding nietig, tenzij in het contract schriftelijk staat welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen het beding nodig maken (artikel 7:653 lid 2 BW). Een algemene standaardzin is daarvoor niet genoeg. Meer daarover leest u in ons artikel over het concurrentiebeding in een tijdelijk contract.

Wanneer verliest de werkgever het beroep op het beding?

Eindigt het contract door ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, dan kan hij geen rechten ontlenen aan het beding (artikel 7:653 lid 4 BW).

Verandert de functie van de werknemer ingrijpend, waardoor het beding aanmerkelijk zwaarder gaat drukken, dan kan het beding vervallen. De werkgever moet het beding na zo’n wijziging opnieuw schriftelijk laten tekenen. Of een wijziging ingrijpend genoeg is, beoordeelt de rechter per geval.

Kan de rechter een concurrentiebeding vernietigen of matigen?

Ja. De kantonrechter kan het beding geheel of gedeeltelijk vernietigen als de werknemer in verhouding tot het belang van de werkgever onbillijk wordt benadeeld (artikel 7:653 lid 3 BW). De rechter kan het beding bijvoorbeeld in duur of gebied beperken.

De rechter weegt onder meer de duur, het gebied en de reikwijdte van het verbod, de functie en kennis van de werknemer, en de vraag of de werknemer zonder het beding moeilijk ander werk vindt. Belemmert het beding de werknemer aanmerkelijk, dan kan de rechter de werkgever een vergoeding laten betalen voor de duur van het verbod (artikel 7:653 lid 5 BW).

Veel geschillen worden in kort geding beslist, omdat de werknemer snel duidelijkheid nodig heeft over een nieuwe baan. Zo besliste de kantonrechter in kort geding van de rechtbank Rotterdam op 21 mei 2024 dat een werknemer zijn werk bij een concurrent moest staken tot 1 april 2025 (ECLI:NL:RBROT:2024:4786). De bedrijfsbelangen van de werkgever wogen daar zwaarder dan de persoonlijke belangen van de werknemer. De gevorderde contractuele boete werd wel gematigd en een vergoeding voor de werknemer werd afgewezen.

Wat kan de werkgever doen als de werknemer het beding overtreedt?

Overtreedt de werknemer een geldig beding, dan kan de werkgever een boete vorderen als die in het beding is afgesproken, of schadevergoeding. Ook kan hij de rechter vragen de werknemer te verbieden het werk voort te zetten, zo nodig op straffe van een dwangsom.

Een boete in het arbeidscontract moet voldoen aan de regels van artikel 7:650 BW. De rechter kan een boete matigen als die buitensporig is, zoals ook in de Rotterdamse zaak hierboven gebeurde.

Wet modernisering concurrentiebeding: wat staat er in het voorstel?

Op 4 maart 2024 ging het wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding in internetconsultatie (Rijksoverheid, 4 maart 2024). Volgens dat voorstel mag een concurrentiebeding hoogstens een jaar gelden. De werkgever moet het zwaarwegende belang altijd motiveren, ook in een vast contract. En wie zich op het beding beroept, betaalt de werknemer een vergoeding.

Volgens de wetgevingskalender van de overheid ging de ministerraad op 26 juni 2026 akkoord met het voorstel. Zolang het geen wet is, gelden de huidige regels van artikel 7:653 BW (stand 29 oktober 2026). Bestaande bedingen blijven dus voorlopig onder de huidige toets vallen.

Welke regels gelden voor een non-concurrentiebeding tussen bedrijven?

Tussen ondernemingen is een non-concurrentiebeding een afspraak die de mededinging kan beperken. Het beding is toegestaan als het onder een vrijstelling valt of nodig is voor een legitiem doel, zoals de overdracht van een onderneming.

Wat geldt in distributie- en franchisecontracten?

Voor distributie- en franchisecontracten geldt de Europese groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten (Verordening (EU) 2022/720). Een non-concurrentiebeding tijdens het contract is vrijgesteld voor maximaal vijf jaar, als het marktaandeel van zowel de leverancier als de afnemer niet hoger is dan 30%.

Sinds 1 juni 2022 mag een stilzwijgend verlengd beding langer dan vijf jaar duren, als de afnemer het tegen redelijke kosten en met een redelijke termijn kan beëindigen. Een beding voor de periode na het einde van het contract is alleen vrijgesteld voor maximaal één jaar, beperkt tot de vestiging van waaruit de afnemer werkte, en alleen om knowhow te beschermen. Meer over dit contracttype leest u bij de distributieovereenkomst.

Wat geldt bij de verkoop van een onderneming?

Bij een overname mag de verkoper een concurrentieverbod krijgen, zodat de koper de volle waarde van de onderneming krijgt. De Europese Commissie aanvaardt in de regel maximaal drie jaar als ook knowhow wordt overgedragen, en twee jaar als alleen goodwill wordt overgedragen.

Het verbod moet beperkt blijven tot de producten, diensten en het gebied van de overgedragen onderneming. Een ruimer beding kan nietig zijn en tot een boete van de Autoriteit Consument & Markt leiden.

Wat controleert u als werknemer voordat u bij een concurrent begint?

  • Of u het beding schriftelijk heeft getekend, of een akkoordverklaring bij een brief met het beding als bijlage.
  • Bij een tijdelijk contract: of de werkgever het zwaarwegende belang in het contract zelf heeft gemotiveerd (artikel 7:653 lid 2 BW).
  • Of uw functie sinds de ondertekening ingrijpend is veranderd zonder dat u het beding opnieuw tekende.
  • De duur, het gebied en welke werkzaamheden precies verboden zijn, en de hoogte van een eventuele boete.

Hoe stelt u als werkgever een beding op dat bij de rechter overeind blijft?

  • Leg het beding schriftelijk vast en laat het bij een ingrijpende functiewijziging opnieuw tekenen.
  • Motiveer bij een tijdelijk contract per werknemer het zwaarwegende belang in het contract zelf.
  • Beperk duur, gebied en activiteiten tot wat nodig is om kennis en klanten te beschermen.
  • Neem een boete op die voldoet aan artikel 7:650 BW.

Hulp bij een concurrentiebeding of non-concurrentieafspraak

Onze advocaten arbeidsrecht en ondernemingsrecht adviseren werknemers, werkgevers en ondernemers over deze bedingen. Wij doen onder meer het volgende:

  • Wij toetsen een concurrentie- of relatiebeding aan de eisen van artikel 7:653 BW.
  • Wij vragen de kantonrechter om vernietiging of beperking van het beding, of om een vergoeding.
  • Wij voeren kort gedingen over handhaving van het beding of over een gevorderde boete.
  • Wij toetsen non-concurrentiebedingen in distributie-, franchise- en overnamecontracten aan Verordening (EU) 2022/720 en artikel 6 Mededingingswet.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.