Gepubliceerd op 9 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd kunt u in de regel opzeggen, ook als het contract daar niets over zegt. De belangrijkste uitzondering: een overeenkomst voor bepaalde tijd zonder opzegbeding loopt meestal door tot de einddatum, en de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) kunnen bij elke opzegging extra eisen stellen.
Bij het opzeggen van duurovereenkomsten gaat het vaak mis op de termijn, de vorm of de vraag of u een vergoeding moet aanbieden. Voor huur, arbeid en agentuur staan de regels in Boek 7 BW. Voor distributie, franchise, licenties en leveringscontracten heeft de Hoge Raad ze in vier arresten tussen 2011 en 2025 uitgewerkt.
Inhoudsopgave
Wat de Hoge Raad sinds 2011 heeft beslist
De vier arresten hieronder vormen samen het toetsingskader. Rechters passen ze toe op elke onbenoemde duurovereenkomst.
| Datum en ECLI | Zaak | Wat de Hoge Raad besliste |
|---|---|---|
| 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 | Gemeente De Ronde Venen / Stedin | Bevatten wet en contract geen opzegregeling, dan is een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar. De redelijkheid en billijkheid kunnen een zwaarwegende grond, een termijn of een aanbod tot schadevergoeding vereisen. In deze zaak hoefde de gemeente geen zwaarwegende grond te hebben. |
| 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141 | Goglio / SMQ (licentieovereenkomst) | Aanvulling door de redelijkheid en billijkheid kan ook als het contract een opzegregeling heeft, voor zover partijen daar ruimte voor laten. Daarnaast kan een beroep op de opzegbevoegdheid onaanvaardbaar zijn (lid 2), maar dat moet goed worden onderbouwd. |
| 29 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1709 | Franchisenemer / Leen Bakker | Moet een opzegging gepaard gaan met een vergoeding, dan maakt het ontbreken van een aanbod de opzegging in de regel niet ongeldig. Het kan wel meewegen bij de hoogte van de vergoeding. |
| 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:763 | DPD / Get Moving en Bosch Transport (pakketvervoer) | Het hof mocht de contractuele opzegtermijn van één maand niet via de aanvullende werking vervangen door twee of drie maanden. Het had moeten toetsen of een beroep op de afgesproken termijn onaanvaardbaar was. Een vergoeding kan wel verschuldigd zijn. |
De lijn is duidelijk. Wie een opzegregeling afspreekt, mag daarop in beginsel vertrouwen. De bescherming van de wederpartij loopt vooral via een schadevergoeding, en zelden via het ongeldig verklaren van de opzegging.
Benoemde en onbenoemde duurovereenkomsten
Een duurovereenkomst verplicht partijen tot herhaalde of doorlopende prestaties: maandelijkse leveringen, wekelijks onderhoud of de levering van energie. Het contract geldt voor bepaalde tijd (met een einddatum) of voor onbepaalde tijd.
Benoemde duurovereenkomsten hebben eigen opzegregels in Boek 7 BW, zoals de arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 BW e.v.), de huurovereenkomst (artikel 7:201 BW e.v.), de agentuurovereenkomst (artikel 7:428 BW e.v.) en de verzekeringsovereenkomst (artikel 7:925 BW e.v.). Van een deel van die regels mag niet ten nadele van de zwakkere partij worden afgeweken.
Onbenoemde duurovereenkomsten, zoals distributie-, licentie- en leveringscontracten en serviceabonnementen, hebben geen eigen regeling. Voor franchise bestaan alleen regels over de fase vóór het sluiten en over de inhoud (artikel 7:911 BW e.v.). Hier geldt artikel 6:248 BW en de rechtspraak hierboven. De uitkomst is daardoor minder voorspelbaar; een goed opzegbeding geeft houvast.
Opzegregels per contracttype
| Contract | Opzegging door de sterkere partij | Opzegging door de beschermde partij | Wetsartikel |
|---|---|---|---|
| Huur woonruimte | Verhuurder: alleen op een wettelijke grond, schriftelijk met reden; termijn 3 maanden plus 1 maand per huurjaar, maximaal 6; einde pas na instemming huurder of uitspraak rechter | Huurder: zonder reden; termijn gelijk aan de betalingstermijn, minimaal 1 en maximaal 3 maanden | art. 7:271 lid 5 en 7:274 BW |
| Arbeidsovereenkomst | Werkgever: redelijke grond, toestemming UWV of ontbinding door de kantonrechter; termijn 1 tot 4 maanden afhankelijk van de duur van het dienstverband | Werknemer: vrij; termijn 1 maand tenzij schriftelijk anders afgesproken | art. 7:669 en 7:672 BW |
| Agentuur | Principaal: wettelijke termijn 4 maanden, na 3 jaar 5 en na 6 jaar 6 maanden; klantenvergoeding vaak verschuldigd | Agent: termijn niet langer dan die van de principaal | art. 7:437 en 7:442 BW |
| Distributie, licentie, levering | Contract en artikel 6:248 BW | Contract en artikel 6:248 BW | geen eigen regeling |
Huur: de verhuurder heeft de rechter nodig
De verhuurder van woonruimte kan alleen opzeggen op een grond uit artikel 7:274 BW, zoals dringend eigen gebruik of slecht huurderschap. Stemt de huurder niet in, dan eindigt de huur pas als de rechter de beëindiging uitspreekt. Sinds de Wet vaste huurcontracten van 1 juli 2024 is tijdelijke verhuur van woonruimte nog maar in een beperkt aantal situaties toegestaan; zonder geldige uitzondering loopt de huur door voor onbepaalde tijd.
Voor bedrijfsruimte gelden andere regels. Winkel- en horecaruimte (artikel 7:290 BW) kent huurbescherming met in beginsel vijf plus vijf jaar. Bij overige bedrijfsruimte (artikel 7:230a BW) gaat het vooral om ontruimingsbescherming.
Arbeid: de werkgever heeft een grond nodig
Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan de werkgever alleen opzeggen met een redelijke grond uit artikel 7:669 BW. Bij bedrijfseconomisch ontslag of langdurige arbeidsongeschiktheid beslist UWV, bij de andere gronden de kantonrechter. In de regel is een transitievergoeding verschuldigd (artikel 7:673 BW). Een contract voor bepaalde tijd kan tussentijds alleen worden opgezegd als dat schriftelijk is afgesproken (artikel 7:667 lid 3 BW).
Agentuur: minimumtermijnen en een klantenvergoeding
De agentuurovereenkomst beschermt de handelsagent. Partijen mogen schriftelijk een kortere termijn dan de wettelijke afspreken, maar volgens artikel 7:437 BW niet korter dan één maand in het eerste jaar, twee maanden in het tweede jaar en drie maanden daarna. De principaal mag geen kortere termijn hebben dan de agent. Direct beëindigen kan alleen bij een dringende reden (artikel 7:440 BW).
Na het einde heeft de agent recht op een klantenvergoeding voor klanten die hij heeft aangebracht of uitgebreid. Die is volgens artikel 7:442 BW ten hoogste één jaarbeloning, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaar. De agent moet binnen één jaar na het einde melden dat hij de vergoeding wil (artikel 7:442 lid 4 BW).
Distributie: investeringen en afhankelijkheid wegen zwaar
Een distributeur koopt op eigen naam en verkoopt door. Ontbreekt een opzegbeding, dan is de overeenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar met een redelijke termijn. Distributeurs investeren vaak in voorraad, personeel en marketing. De rechter weegt die investeringen en de afhankelijkheid mee bij de vraag of een vergoeding verschuldigd is.
Bepaalde tijd: tussentijds opzeggen kan meestal niet
Partijen hebben bewust voor een vaste looptijd gekozen. Zonder tussentijds opzegbeding bent u gebonden tot de einddatum. Er zijn drie uitzonderlijke routes, die de rechter streng toetst:
- ontbinding bij een tekortkoming van de wederpartij (artikel 6:265 BW);
- wijziging of ontbinding door de rechter wegens onvoorziene omstandigheden, als ongewijzigde voortzetting naar redelijkheid en billijkheid niet van u kan worden verwacht (artikel 6:258 BW);
- ontbinding als nakoming blijvend onmogelijk is door overmacht.
Let ook op stilzwijgende verlenging. Het contract in de DPD-zaak gold voor één jaar en werd daarna telkens met één jaar verlengd. Wie de opzegdatum mist, zit dan een jaar langer vast, tenzij het contract iets anders zegt. Bij consumentencontracten mag de consument na een stilzwijgende verlenging in de regel op elk moment opzeggen met ten hoogste één maand (artikel 6:236 onder j BW).
Onbepaalde tijd: welke eisen kan de rechter stellen?
Zonder afspraken mag u opzeggen. De redelijkheid en billijkheid kunnen afhankelijk van de aard van het contract en de omstandigheden drie eisen stellen:
- een voldoende zwaarwegende reden, vooral bij sterke afhankelijkheid van de wederpartij (zie ook geldige reden bij opdracht);
- een redelijke opzegtermijn;
- een aanbod tot vergoeding van schade door de opzegging.
Een vaste rekenregel voor de redelijke termijn bestaat niet. De rechter kijkt naar de duur van de samenwerking, de aard van de prestaties, niet terugverdiende investeringen, de mogelijkheid om een vervanger of andere omzet te vinden en de mate van afhankelijkheid. Lees meer over redelijkheid en billijkheid.
Een afgesproken termijn gaat voor
Staat er een opzegtermijn in het contract, dan geldt die. In de DPD-zaak stond in artikel 27.3 van het contract dat schriftelijk moest worden opgezegd tegen het einde van de maand, met een termijn van één maand. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof dat die termijn had vervangen door een langere, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Alleen als een beroep op de afgesproken termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, kan de rechter die opzij zetten (artikel 6:248 lid 2 BW).
Is een opzegbeding onduidelijk, dan legt de rechter het uit naar wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, en niet alleen naar de letterlijke tekst (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, Haviltex). In algemene voorwaarden tegenover een consument gaat een onduidelijk beding in het voordeel van de consument (artikel 6:238 lid 2 BW).
Schadevergoeding na een geldige opzegging
Ook een geldige opzegging kan een vergoeding vereisen, als de opzegging de wederpartij onevenredig hard treft. De rechter kijkt naar de schade door de opzegging, de duur van de samenwerking, niet terugverdiende investeringen en de termijn die in acht is genomen. Wie direct na een grote investering van de wederpartij opzegt, loopt meer risico.
Volgens de Hoge Raad in de DPD-zaak gaat het bij die vergoeding om wat de redelijkheid en billijkheid in de omstandigheden meebrengen. Het is geen schadeberekening zoals bij wanprestatie, waarin wordt vergeleken met de situatie bij een correcte opzegging. In de Leen Bakker-zaak bleef de opzegging geldig zonder aanbod; de hoogte van de vergoeding werd overgelaten aan een schadestaatprocedure.
Een voorbeeld ter illustratie: een leverancier zegt een distributierelatie van vele jaren op met één maand termijn, kort nadat de distributeur een nieuwe vestiging heeft geopend. De opzegging zal meestal geldig zijn, maar het risico op een vergoeding is groot.
Zo zegt u een duurovereenkomst op
- Stel vast welk soort contract het is. Geldt een regeling uit Boek 7 BW (huur, arbeid, agentuur), dan bepaalt de wet een groot deel van de spelregels.
- Controleer looptijd, opzegbeding, opzegtermijn, vormvereisten, opzeggronden en de datum van stilzwijgende verlenging.
- Verzamel het contract, wijzigingen, correspondentie en cijfers over omzet en investeringen van beide kanten.
- Zeg schriftelijk op, per aangetekende brief of per e-mail met ontvangstbevestiging, en noem de einddatum.
- Overweeg bij een lange relatie of recente investeringen van de wederpartij een langere termijn, een afbouwregeling of een aanbod tot vergoeding.
Wat u controleert als de wederpartij opzegt
- Volgt de opzegging de afgesproken vorm en termijn?
- Geldt een wettelijke regeling, zoals bij huur, arbeid of agentuur?
- Welke investeringen heeft u nog niet terugverdiend en welke omzet valt weg?
- Bent u handelsagent: meld binnen één jaar na het einde dat u een klantenvergoeding wilt (artikel 7:442 lid 4 BW).
- Laat schriftelijk weten dat u de opzegging of de termijn betwist, zodra u dat besluit.
Onze rol bij opzegging van een duurovereenkomst
- vaststellen welke wettelijke of contractuele opzegregels gelden en welke termijn juist is;
- beoordelen of artikel 6:248 BW extra eisen stelt, en de opzeggingsbrief opstellen;
- een ontvangen opzegging toetsen en de schade- of klantenvergoeding berekenen;
- onderhandelen over een afbouwregeling of vaststellingsovereenkomst, en zo nodig procederen.
Opzeggen van duurovereenkomsten in vijf punten
- Een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd is in beginsel opzegbaar (HR 2011, Ronde Venen/Stedin); bepaalde tijd meestal niet tussentijds.
- Huur, arbeid en agentuur hebben eigen wettelijke termijnen in Boek 7 BW.
- Een afgesproken opzegtermijn wordt niet via aanvulling verlengd; alleen bij onaanvaardbaarheid zet de rechter hem opzij (HR 2025, DPD).
- Ontbreekt een vereist aanbod tot vergoeding, dan blijft de opzegging in de regel geldig (HR 2024, Leen Bakker).
- Let op de datum van stilzwijgende verlenging; die bepaalt vaak hoelang u nog vastzit.
Veelgestelde vragen
Kan een duurovereenkomst zonder boete worden beëindigd?
Dat hangt af van het contract. Staat er een boetebeding in, dan bent u die boete in beginsel verschuldigd als u het beding overtreedt. De rechter kan een boete matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 BW). Bij contracten voor onbepaalde tijd zonder opzegregeling is opzegging mogelijk, soms met een vergoeding.
Wat zijn de gevolgen van een te korte opzegtermijn?
De wederpartij kan schadevergoeding vorderen, meestal voor de schade over de periode die ontbrak. Bij een arbeidsovereenkomst kent de wet een vaste vergoeding bij onregelmatige opzegging, gelijk aan het loon over de ontbrekende termijn (artikel 7:672 BW). Voor onbenoemde contracten beoordeelt de rechter per geval wat een redelijke termijn was.
Wat is het verschil tussen opzeggen en ontbinden?
Opzeggen beëindigt het contract voor de toekomst met een termijn, zonder dat de wederpartij iets verkeerd heeft gedaan. Ontbinden kan als de wederpartij tekortschiet (artikel 6:265 BW) en werkt zonder opzegtermijn. Bij ontbinding kunt u daarnaast schadevergoeding vorderen als de tekortkoming de wederpartij kan worden toegerekend.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.