Gepubliceerd op 24 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
De hardnekkigste juridische misverstanden onder ondernemers gaan over aansprakelijkheid, algemene voorwaarden, incasso en de status van zzp’ers. Ze kosten geld omdat ze pas opvallen als er al een conflict is. Hieronder zetten wij tien veelvoorkomende aannames naast de wet, met het wetsartikel erbij, zodat u kunt nagaan hoe uw eigen onderneming ervoor staat.
Inhoudsopgave
Bent u privé aansprakelijk voor de schulden van uw onderneming?
Dat hangt volledig af van uw rechtsvorm, en op dit punt zit een groot deel van de ondernemers ernaast. Bij een eenmanszaak bestaat er juridisch geen scheiding tussen u en de onderneming: er is één vermogen, en schuldeisers van de zaak kunnen zich verhalen op uw privébezittingen. Bij een vennootschap onder firma is iedere vennoot hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap. Dat betekent dat een schuldeiser één vennoot kan aanspreken voor de volledige schuld, ook als die vennoot de afspraak zelf niet heeft gemaakt.
Een besloten vennootschap werkt anders. De BV is een rechtspersoon met een eigen vermogen; de aandeelhouder is in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk voor wat de vennootschap doet en riskeert niet meer dan zijn inbreng. Bij een commanditaire vennootschap loopt de scheidslijn tussen de beherend vennoot, die volledig aansprakelijk is, en de commanditaire vennoot, die in beginsel slechts zijn inbreng riskeert maar die bescherming verliest zodra hij zich met het beheer bemoeit.
De keuze van rechtsvorm is dus geen administratieve formaliteit maar een risicobeslissing. Wij zetten de gevolgen op een rij in ons artikel over het verschil tussen een BV en een eenmanszaak. Laat de fiscale kant daarbij door een fiscalist beoordelen; die weegt anders dan de juridische.
Beschermt een BV de bestuurder tegen persoonlijke aansprakelijkheid?
Niet zonder meer. Het misverstand is dat de rechtspersoon een schild vormt waar niets doorheen komt. In werkelijkheid kent het recht drie routes waarlangs een bestuurder alsnog persoonlijk kan worden aangesproken, en die worden in de praktijk regelmatig bewandeld.
De eerste is de interne aansprakelijkheid van artikel 2:9 BW: de bestuurder is tegenover de vennootschap aansprakelijk voor onbehoorlijke taakvervulling, waarvoor een ernstig verwijt nodig is. De tweede is artikel 2:248 BW, dat geldt in faillissement van een BV: bij kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is, is het bestuur aansprakelijk voor het tekort in de boedel. Heeft het bestuur de administratieplicht van artikel 2:10 BW of de publicatieplicht van artikel 2:394 BW geschonden, dan staat vast dat het zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Dat bewijsvermoeden maakt een te laat gedeponeerde jaarrekening een reëel risico. De derde route is de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW, waarop schuldeisers zich beroepen wanneer een bestuurder verplichtingen aangaat terwijl hij weet dat de vennootschap die niet zal kunnen nakomen.
Wanneer die drempel precies wordt gehaald, bespreken wij in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij de BV. De praktische les is eenvoudig: houd de administratie bij, deponeer op tijd, en leg vast waarom u een risicovol besluit verantwoord vond.
Is een mondelinge afspraak minder geldig dan een contract?
Nee, en juist het omgekeerde misverstand komt ook voor. Het Nederlandse verbintenissenrecht is in beginsel vormvrij: een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding, en verklaringen kunnen in iedere vorm geschieden. Een mondeling gesloten koopovereenkomst of opdracht is dus even bindend als een ondertekend stuk. Voor enkele uitzonderingen schrijft de wet wel een vorm voor, zoals de notariële akte bij de levering van aandelen in een BV.
Het probleem is dus niet de geldigheid maar het bewijs. Wie zich op de rechtsgevolgen van een afspraak beroept, draagt daarvan in beginsel de bewijslast op grond van artikel 150 Rv. Zonder stukken staat uw lezing tegenover die van de wederpartij, en dan verliest u een zaak die u inhoudelijk had kunnen winnen. Een bevestigingsmail waarin u de gemaakte afspraken samenvat, is daarom vaak al voldoende: blijft een reactie uit, dan is dat een sterk aanknopingspunt.
Hoe u die bewijspositie opbouwt zonder ieder gesprek in een contract te gieten, beschrijven wij in onze bijdrage over mondelinge afspraken tussen ondernemers.
Gelden uw algemene voorwaarden automatisch?
Nee. Twee zelfstandige stappen moeten zijn gezet. U moet de voorwaarden van toepassing verklaren, en u moet de wederpartij een redelijke mogelijkheid hebben geboden om er kennis van te nemen. Die informatieplicht volgt uit artikel 6:234 BW en moet uiterlijk zijn vervuld op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten. Voorwaarden die pas bij de factuur meekomen, of die alleen via een kleine verwijzing onder aan een website vindbaar zijn, halen die eis niet.
De sanctie is stevig. Is de informatieplicht geschonden, dan zijn de bedingen vernietigbaar op grond van artikel 6:233 BW. De overeenkomst blijft dan gewoon in stand, maar precies de bepalingen waarvoor u de voorwaarden had opgesteld, uw beperking van aansprakelijkheid, uw boetebeding, uw verkorte klachttermijn, vallen weg. U zit dan aan de deal vast zonder de bescherming.
Hanteren beide partijen eigen voorwaarden, dan geldt in Nederland de regel van artikel 6:225 BW: de voorwaarden waarnaar het eerst is verwezen gaan voor, tenzij de tweede partij de toepasselijkheid van de eerste uitdrukkelijk van de hand wijst. Wie dus als eerste een offerte met voorwaarden stuurt, staat sterker. Hoe u dat in de praktijk inricht, leest u in ons artikel over algemene voorwaarden in B2B en de battle of forms.
Mag u incassokosten in rekening brengen zonder aanmaning?
Tegenover een consument niet. Voor consumenten geldt dat u eerst een aanmaning moet sturen waarin u een termijn van veertien dagen geeft die ingaat op de dag na ontvangst, en waarin u het bedrag van de incassokosten al noemt. Ontbreekt die brief of klopt de termijn niet, dan bent u de incassokosten kwijt, hoe terecht uw vordering verder ook is. Tegenover een zakelijke afnemer is die veertiendagenbrief niet vereist en volstaat verzuim.
De hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten bij consumenten is dwingend geregeld in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vergoeding bedraagt 15 procent over de eerste 2.500 euro van de hoofdsom, 10 procent over de volgende 2.500 euro, 5 procent over de volgende 5.000 euro, 1 procent over de volgende 190.000 euro en een half procent over het meerdere, met een minimum van 40 euro en een maximum van 6.775 euro. Tussen ondernemers mag u van deze staffel afwijken, maar dan moet dat wel in uw algemene voorwaarden staan.
Schakelt u een incassodienstverlener in, controleer dan of die is geregistreerd. Sinds 1 april 2025 geldt op grond van de Wet kwaliteit incassodienstverlening een registratieplicht; het register wordt beheerd door Justis en de Inspectie Justitie en Veiligheid houdt toezicht. De berekening zelf werken wij uit in onze gids over incassokosten.
Bent u eigenaar van alles wat uw werknemers en freelancers maken?
Voor werknemers meestal wel, voor freelancers meestal niet, en dat onderscheid is de bron van veel ellende. Behoort het maken van bepaalde werken tot de functie van de werknemer, dan wordt de werkgever op grond van artikel 7 Auteurswet als maker aangemerkt, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Het auteursrecht ontstaat dan rechtstreeks bij de onderneming.
Huurt u een freelancer, een ontwerpbureau of een softwareontwikkelaar in, dan geldt die regel niet. De opdrachtnemer is en blijft de maker, ook wanneer u de volledige factuur heeft betaald. U krijgt hooguit een gebruiksrecht, en de omvang daarvan wordt bepaald door wat partijen zijn overeengekomen. Wilt u het auteursrecht zelf, dan moet dat worden overgedragen, en die overdracht vereist een akte. Een enkele zin in een offerte dat het werk uw eigendom wordt, is daarvoor te mager.
Regel dit vóór de opdracht start, niet erna. Een ontwerper die zijn auteursrecht nog heeft, kan u na een conflict beletten uw eigen huisstijl, website of broncode te blijven gebruiken. Meer over de samenloop van rechten leest u in ons artikel over merkrecht en auteursrecht.
Is uw bedrijfsnaam automatisch beschermd als merk?
Nee. Dit is misschien wel het duurste misverstand op deze lijst, omdat het pas blijkt wanneer u al jaren onder een naam handelt. In de Benelux ontstaat een merkrecht uitsluitend door registratie bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Gebruik alleen levert geen merkrecht op, en het vastleggen van een domeinnaam of een inschrijving in het handelsregister evenmin.
Wat u wel heeft, is bescherming van uw handelsnaam op grond van de Handelsnaamwet. Die verbiedt een ander een naam te voeren die zo weinig afwijkt van de uwe dat verwarring te duchten is. Die bescherming is echter gekoppeld aan het gebied en de branche waarin u feitelijk actief bent, en zij beschermt de naam als aanduiding van uw onderneming, niet als teken op uw producten en diensten.
Wie landelijk of internationaal wil groeien, registreert daarom tijdig als merk, en controleert vooraf of oudere rechten in de weg staan. Een naamswijziging omdat een ander eerder registreerde is een kostenpost die zich zelden laat terugverdienen.
Geldt de AVG ook voor kleine ondernemingen?
Ja. De AVG kent geen ondergrens voor bedrijfsomvang. Zodra u persoonsgegevens verwerkt, en dat doet vrijwel iedere onderneming met klanten, personeel of een nieuwsbrief, gelden de verplichtingen onverkort. De omvang van de organisatie speelt slechts bij enkele specifieke verplichtingen een rol.
De praktische kern bestaat uit een verwerkingsregister, een grondslag voor iedere verwerking, verwerkersovereenkomsten met partijen die voor u gegevens verwerken, en een procedure voor datalekken. Een datalek meldt u zonder onredelijke vertraging bij de Autoriteit Persoonsgegevens, in beginsel binnen tweeënzeventig uur nadat u ervan kennis heeft genomen. De boetebevoegdheid van de toezichthouder loopt op tot 20 miljoen euro of, als dat hoger is, vier procent van de wereldwijde jaaromzet.
Welke verplichtingen in het mkb het vaakst blijven liggen, zetten wij uiteen in ons artikel over verwerkingsregister, DPIA en datalek.
Is een zzp’er die u inhuurt altijd zelfstandig?
Nee, en de verklaring waarmee dat vroeger werd afgedekt bestaat niet meer. De VAR is in 2016 afgeschaft en komt in geen enkele hedendaagse beoordeling meer voor. Of er sprake is van een arbeidsovereenkomst wordt beoordeeld aan de hand van artikel 7:610 BW: verricht de opdrachtnemer persoonlijk arbeid, wordt daarvoor loon betaald, en bestaat er een gezagsverhouding? Beslissend is niet wat partijen op papier hebben gezet, maar hoe zij feitelijk uitvoering aan de afspraak geven.
De inzet is aanzienlijk, want blijkt achteraf sprake van een dienstverband, dan kan de Belastingdienst loonheffingen naheffen bij de opdrachtgever en kan de werkende zich beroepen op ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte en pensioenopbouw. Het handhavingsmoratorium dat de Belastingdienst hierin jarenlang terughoudend maakte, is per 1 januari 2025 geëindigd. Daarnaast is een wettelijk rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van het uurtarief in het Staatsblad geplaatst; de inwerkingtreding daarvan is bij koninklijk besluit geregeld.
Beoordeel uw bestaande opdrachten daarom op de feitelijke gang van zaken: wie bepaalt de werktijden, wie levert de middelen, wordt de opdrachtnemer opgenomen in roosters en overleggen, en werkt hij ook voor anderen? Wij gaan hier dieper op in bij werken als zelfstandig ondernemer en de handhaving op schijnzelfstandigheid.
Hoe lang moet u uw administratie bewaren?
De fiscale bewaarplicht van artikel 52 AWR bedraagt zeven jaar. Zij ziet op de volledige administratie: facturen, bankafschriften, contracten, de grootboekadministratie en de onderliggende vastleggingen, ook wanneer die alleen digitaal bestaan. Een export naar papier is niet altijd voldoende; de Belastingdienst moet de gegevens binnen redelijke termijn kunnen controleren in een toegankelijke vorm.
Daarnaast geldt voor rechtspersonen de vennootschapsrechtelijke administratieplicht van artikel 2:10 BW. Die verplichting heeft, zoals hierboven bleek, rechtstreeks gevolg voor de aansprakelijkheid van bestuurders bij een faillissement. Een onvolledige administratie is dus niet alleen een fiscaal risico maar ook een bestuurdersrisico.
Bewaar bovendien de stukken die uw civielrechtelijke positie onderbouwen langer dan de wettelijke minimumtermijn wanneer een vordering nog niet is verjaard. Bewijs dat u niet meer heeft, kunt u in een procedure niet alsnog produceren.
Betaalt de verliezer van een procedure alle kosten?
Nee, en dat verrast ondernemers die aan een zaak beginnen met de gedachte dat de rekening bij de tegenpartij eindigt. De rechter veroordeelt de in het ongelijk gestelde partij op grond van artikel 237 Rv in de proceskosten, maar het salarisdeel van die veroordeling wordt berekend volgens het liquidatietarief. Dat is een forfaitair tarief dat is gekoppeld aan het belang van de zaak en het aantal proceshandelingen, en dat in de regel ver achterblijft bij de werkelijke advocaatkosten.
Reken er dus op dat u ook bij een gunstige uitkomst een deel van uw eigen kosten draagt. Alleen in bijzondere gevallen bestaat aanspraak op een volledige kostenvergoeding, zoals bij procedures over inbreuk op intellectuele eigendomsrechten. Een contractueel beding waarin de wederpartij zich verbindt tot vergoeding van de werkelijke kosten kan uitkomst bieden, maar de rechter toetst zo’n beding.
Deze rekensom hoort thuis in de afweging vóór u dagvaardt. Een vordering die inhoudelijk sterk is maar economisch niet uit kan, laat zich beter oplossen door onderhandeling of mediation dan door een procedure.
Veelgestelde vragen
Juridische misverstanden voorkomen
Wat deze tien misverstanden gemeen hebben, is dat ze zich pas wreken op het moment dat u ze het slechtst kunt gebruiken: bij een faillissement van een afnemer, een conflict met een medeoprichter, een controle of een dagvaarding. Ze zijn alle tien met beperkte inspanning vooraf te ondervangen, meestal door een afspraak op papier te zetten of een termijn te bewaken.
De ondernemingsrechtadvocaten van Law & More toetsen contracten, algemene voorwaarden en samenwerkingsvormen aan de actuele regelgeving en zetten waar nodig de correctie in gang. De regelingen waarnaar in dit artikel wordt verwezen, vindt u in de Auteurswet en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; over de registratieplicht voor incassodienstverleners informeert de Rijksoverheid.