Gepubliceerd op 24 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
De hardnekkigste juridische misverstanden onder ondernemers gaan over aansprakelijkheid, algemene voorwaarden, incasso en de status van zzp’ers. Ze kosten geld omdat ze pas opvallen als er al een conflict is. Hieronder zetten wij tien veelvoorkomende aannames naast de wet, met het wetsartikel erbij, zodat u kunt nagaan hoe uw eigen onderneming ervoor staat.
Inhoudsopgave
De tien misverstanden in één overzicht
| Misverstand | Wat de wet zegt | Grondslag |
|---|---|---|
| Als ondernemer bent u nooit privé aansprakelijk | Bij eenmanszaak en vof wel; bij een bv in beginsel niet | Art. 18 WvK, art. 2:64/2:175 BW |
| Een bv beschermt de bestuurder altijd | Drie routes naar persoonlijke aansprakelijkheid | Art. 2:9, 2:248 en 6:162 BW |
| Een mondelinge afspraak telt niet | Wel geldig; het probleem is bewijs | Art. 3:37 BW, art. 150 Rv |
| Algemene voorwaarden gelden vanzelf | Alleen als toepasselijk verklaard en tijdig ter hand gesteld | Art. 6:233 en 6:234 BW |
| Incassokosten mag u altijd rekenen | Bij consumenten pas na een veertiendagenbrief | Art. 6:96 lid 6 BW |
| Wat een freelancer maakt, is van u | De freelancer blijft maker; overdracht vereist een akte | Art. 2 en 7 Auteurswet |
| Uw bedrijfsnaam is een merk | Merkrecht ontstaat alleen door registratie | Benelux-Verdrag IE; Handelsnaamwet |
| De AVG is voor grote bedrijven | Geen ondergrens voor bedrijfsomvang | AVG |
| Een zzp’er is zelfstandig als het contract dat zegt | De feitelijke uitvoering beslist | Art. 7:610 BW |
| De verliezer betaalt alle proceskosten | Alleen een forfaitair deel | Art. 237 Rv, liquidatietarief |
1. Bent u privé aansprakelijk voor de schulden van uw onderneming?
Dat hangt af van uw rechtsvorm. Bij een eenmanszaak bestaat juridisch geen scheiding tussen u en de onderneming: schuldeisers van de zaak kunnen zich verhalen op uw privébezit. Bij een vennootschap onder firma is iedere vennoot hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap (artikel 18 WvK). Een schuldeiser kan dus één vennoot aanspreken voor de volledige schuld, ook als die de afspraak niet zelf heeft gemaakt.
Een besloten vennootschap is een rechtspersoon met een eigen vermogen; de aandeelhouder is in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk en riskeert niet meer dan zijn inbreng (artikel 2:175 BW). Bij een commanditaire vennootschap is de beherend vennoot volledig aansprakelijk; de commanditaire vennoot riskeert in beginsel alleen zijn inbreng, maar verliest die bescherming zodra hij zich met het beheer bemoeit.
De keuze van rechtsvorm is dus een risicobeslissing. Wij zetten de gevolgen op een rij in ons artikel over het verschil tussen een BV en een eenmanszaak. Laat de fiscale kant door een fiscalist beoordelen.
2. Beschermt een bv de bestuurder tegen persoonlijke aansprakelijkheid?
Niet zonder meer. Er zijn drie routes waarlangs een bestuurder alsnog persoonlijk kan worden aangesproken:
- Interne aansprakelijkheid (artikel 2:9 BW): tegenover de vennootschap, bij onbehoorlijke taakvervulling waarvan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
- Aansprakelijkheid in faillissement (artikel 2:248 BW): bij kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is, voor het tekort in de boedel. Is de administratieplicht (artikel 2:10 BW) of de publicatieplicht (artikel 2:394 BW) geschonden, dan staat het onbehoorlijk bestuur vast en wordt vermoed dat het een belangrijke oorzaak was.
- Onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW): bijvoorbeeld als een bestuurder verplichtingen aangaat terwijl hij weet dat de vennootschap die niet kan nakomen.
Dat bewijsvermoeden maakt een te laat gedeponeerde jaarrekening een reëel risico. Meer leest u bij bestuurdersaansprakelijkheid bij de BV. De praktische les: houd de administratie bij, deponeer op tijd en leg vast waarom u een risicovol besluit verantwoord vond.
3. Is een mondelinge afspraak minder geldig dan een contract?
Nee. Het Nederlandse verbintenissenrecht is in beginsel vormvrij: een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW), en verklaringen kunnen in iedere vorm worden gedaan (artikel 3:37 BW). Een mondeling gesloten koop of opdracht is dus even bindend als een ondertekend stuk. Voor enkele uitzonderingen schrijft de wet een vorm voor, zoals de notariële akte bij de levering van aandelen in een bv.
Het probleem is het bewijs. Wie zich op een afspraak beroept, moet die in beginsel bewijzen (artikel 150 Rv). Een bevestigingsmail waarin u de gemaakte afspraken samenvat, is daarom vaak al een sterk bewijsmiddel; blijft een reactie uit, dan is dat een aanknopingspunt. Meer in onze bijdrage over mondelinge afspraken tussen ondernemers.
4. Gelden uw algemene voorwaarden automatisch?
Nee. U moet de voorwaarden van toepassing verklaren, en u moet de wederpartij een redelijke mogelijkheid bieden om ervan kennis te nemen. Die informatieplicht volgt uit artikel 6:234 BW en moet uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst zijn vervuld. Voorwaarden die pas bij de factuur meekomen, zijn te laat.
De sanctie is stevig. Is de informatieplicht geschonden, dan zijn de bedingen vernietigbaar (artikel 6:233 onder b BW). De overeenkomst blijft bestaan, maar juist uw aansprakelijkheidsbeperking, boetebeding of verkorte klachttermijn vallen weg.
Hanteren beide partijen eigen voorwaarden, dan gaan volgens artikel 6:225 lid 3 BW de voorwaarden voor waarnaar het eerst is verwezen, tenzij de tweede partij die uitdrukkelijk van de hand wijst. Meer in ons artikel over algemene voorwaarden in B2B en de battle of forms.
5. Mag u incassokosten rekenen zonder aanmaning?
Tegenover een consument niet. U moet eerst een aanmaning sturen met een betalingstermijn van veertien dagen, ingaand op de dag na ontvangst, waarin u ook het bedrag van de incassokosten noemt (artikel 6:96 lid 6 BW). Ontbreekt die brief of klopt de termijn niet, dan bent u de incassokosten kwijt. Tegenover een zakelijke afnemer is die veertiendagenbrief niet vereist.
Heeft u de brief wel correct verstuurd en betaalt de consument niet binnen de termijn, dan zijn de kosten verschuldigd, ook als u daarna niets meer doet. Dat oordeelde de Hoge Raad op 13 juni 2014 in een prejudiciële beslissing.
De hoogte is bij consumenten dwingend geregeld in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (artikel 2, versie geldend sinds 1 oktober 2024):
| Deel van de hoofdsom | Vergoeding |
|---|---|
| Over de eerste € 2.500 | 15% |
| Over de volgende € 2.500 | 10% |
| Over de volgende € 5.000 | 5% |
| Over de volgende € 190.000 | 1% |
| Over het meerdere | 0,5%, met een maximum van € 6.775 |
| Minimum | € 40 |
Een voorbeeld ter illustratie: bij een onbetaalde factuur van € 4.000 aan een consument bedraagt de vergoeding 15% van € 2.500 plus 10% van € 1.500, samen € 525. Tussen ondernemers mag u van de staffel afwijken, maar dan moet dat in uw voorwaarden staan.
Schakelt u een incassodienstverlener in, controleer dan of die is geregistreerd. Volgens de Rijksoverheid geldt sinds 1 april 2024 de Wet kwaliteit incassodienstverlening; bestaande dienstverleners moesten zich uiterlijk een jaar later registreren. Justis beheert het register, de Inspectie Justitie en Veiligheid houdt toezicht. Meer in onze gids over incassokosten.
6. Bent u eigenaar van alles wat uw werknemers en freelancers maken?
Voor werknemers meestal wel, voor freelancers meestal niet. Behoort het maken van bepaalde werken tot de functie van de werknemer, dan geldt de werkgever als maker, tenzij anders is afgesproken (artikel 7 Auteurswet).
Huurt u een freelancer, ontwerpbureau of softwareontwikkelaar in, dan geldt die regel niet. De opdrachtnemer blijft de maker, ook als u de volledige factuur heeft betaald. U krijgt hooguit een gebruiksrecht. Wilt u het auteursrecht zelf, dan moet het worden overgedragen bij akte (artikel 2 Auteurswet). Een zin in een offerte dat het werk uw eigendom wordt, is daarvoor te mager.
Regel dit vóór de opdracht start. Een ontwerper die zijn auteursrecht nog heeft, kan u na een conflict beletten uw huisstijl, website of broncode te blijven gebruiken. Meer in ons artikel over merkrecht en auteursrecht.
7. Is uw bedrijfsnaam automatisch beschermd als merk?
Nee. In de Benelux ontstaat een merkrecht alleen door registratie bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Gebruik levert geen merkrecht op, en een domeinnaam of inschrijving in het handelsregister evenmin.
Wel beschermt de Handelsnaamwet uw handelsnaam tegen een naam die zo weinig afwijkt dat verwarring te duchten is (artikel 5 Handelsnaamwet). Die bescherming hangt af van het gebied en de branche waarin u actief bent, en beschermt de naam van uw onderneming, niet het teken op uw producten. Wie landelijk of internationaal wil groeien, registreert tijdig als merk en controleert vooraf of oudere rechten in de weg staan.
8. Geldt de AVG ook voor kleine ondernemingen?
Ja. De AVG kent geen ondergrens voor bedrijfsomvang. Zodra u persoonsgegevens verwerkt van klanten, personeel of leveranciers, gelden de verplichtingen. De omvang van de organisatie speelt alleen bij enkele specifieke verplichtingen een rol.
De kern: een verwerkingsregister, een grondslag voor iedere verwerking, verwerkersovereenkomsten en een procedure voor datalekken. Een datalek meldt u zonder onredelijke vertraging bij de Autoriteit Persoonsgegevens, in beginsel binnen 72 uur (artikel 33 AVG). De maximale boete is 20 miljoen euro of, als dat hoger is, vier procent van de wereldwijde jaaromzet (artikel 83 AVG). Meer bij verwerkingsregister, DPIA en datalek.
9. Is een zzp’er die u inhuurt altijd zelfstandig?
Nee. De VAR is in 2016 afgeschaft. Of er sprake is van een arbeidsovereenkomst, beoordeelt de rechter aan de hand van artikel 7:610 BW: persoonlijke arbeid, loon en een gezagsverhouding. Beslissend is niet wat op papier staat, maar hoe partijen feitelijk uitvoering geven aan de afspraak.
De inzet is groot. Blijkt achteraf sprake van een dienstverband, dan kan de Belastingdienst loonheffingen naheffen, en kan de werkende zich beroepen op ontslagbescherming en loondoorbetaling bij ziekte. Het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst is per 1 januari 2025 geëindigd.
Beoordeel uw opdrachten op de feitelijke gang van zaken: wie bepaalt de werktijden, wie levert de middelen, draait de opdrachtnemer mee in roosters en overleggen, en werkt hij ook voor anderen? Meer bij werken als zelfstandig ondernemer en de handhaving op schijnzelfstandigheid.
Extra: hoe lang moet u uw administratie bewaren?
De fiscale bewaarplicht van artikel 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen bedraagt zeven jaar. Zij geldt voor de hele administratie: facturen, bankafschriften, contracten en grootboek, ook als die alleen digitaal bestaan. Voor rechtspersonen geldt daarnaast de administratieplicht van artikel 2:10 BW, die zoals hierboven bleek rechtstreeks doorwerkt in de aansprakelijkheid van bestuurders bij faillissement.
Bewaar stukken die uw civiele positie onderbouwen langer zolang een vordering nog niet is verjaard. Bewijs dat u niet meer heeft, kunt u in een procedure niet alsnog overleggen.
10. Betaalt de verliezer van een procedure alle kosten?
Nee. De rechter veroordeelt de verliezende partij in de proceskosten (artikel 237 Rv), maar het salarisdeel wordt berekend volgens het liquidatietarief. Dat is een forfaitair tarief per proceshandeling, gekoppeld aan het belang van de zaak, en het blijft in de regel ver achter bij de werkelijke advocaatkosten.
Alleen in bijzondere gevallen bestaat aanspraak op volledige kostenvergoeding, zoals bij procedures over inbreuk op intellectuele eigendomsrechten (artikel 1019h Rv). Een contractueel beding over vergoeding van de werkelijke kosten kan helpen, maar de rechter toetst zo’n beding. Neem deze rekensom mee vóór u dagvaardt.
Wat wij voor u kunnen doen
- Wij toetsen uw algemene voorwaarden en controleren of u ze tijdig ter hand stelt.
- Wij beoordelen uw rechtsvorm en uw risico als bestuurder.
- Wij stellen opdrachtovereenkomsten met freelancers op, inclusief de akte waarmee het auteursrecht overgaat.
- Wij beoordelen de inhuur van zzp’ers aan de hand van artikel 7:610 BW en de feitelijke gang van zaken.
- Wij stellen de veertiendagenbrief op en schatten vóór een procedure de proceskosten in.
In het kort
- Een bv beschermt de aandeelhouder, maar de bestuurder kan persoonlijk aansprakelijk zijn (artikelen 2:9, 2:248 en 6:162 BW).
- Algemene voorwaarden moet u uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst ter hand stellen; anders zijn de bedingen vernietigbaar.
- Tegenover een consument rekent u incassokosten pas na een correcte veertiendagenbrief; daarna zijn ze verschuldigd zonder verdere handelingen (HR 13 juni 2014).
- Merkrecht ontstaat alleen door registratie; auteursrecht van een freelancer gaat alleen bij akte over.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.