Wilt u iemand van buiten de Europese Unie in Nederland laten werken, dan heeft u in de meeste gevallen een vergunning nodig. Welke vergunning dat is, hangt af van het verblijfsdoel en de aard van de werkzaamheden, en niet uitsluitend van de duur van het verblijf.
In dit artikel leest u:
- wanneer een tewerkstellingsvergunning (TWV) of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) nodig is;
- wie de aanvraag indient en hoe die verloopt;
- wat de arbeidsmarkttoets inhoudt;
- wanneer geen vergunning nodig is;
- wat er geldt voor Britse burgers na de Brexit.
De hoofdregel
Artikel 2 van de Wet arbeid vreemdelingen bepaalt dat het een werkgever verboden is een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning, of zonder dat de vreemdeling beschikt over een gecombineerde vergunning voor werkzaamheden bij die werkgever.
Twee dingen zijn daarbij van belang. De vergunningplicht ziet op de arbeid en richt zich tot de werkgever. En verblijf en arbeid zijn juridisch gescheiden: voor een verblijf van meer dan negentig dagen is daarnaast een verblijfsrechtelijke titel nodig.
Op het verblijfsdocument staat een arbeidsmarktaantekening. Daaruit blijkt of arbeid is toegestaan en of daarvoor nog een tewerkstellingsvergunning nodig is. Staat er dat arbeid is toegestaan maar dat een vergunning wel is vereist, dan mag u iemand zonder die vergunning niet laten werken. Controleer die aantekening dus altijd, ook bij een geldig document.
TWV of GVVA?
Er bestaat geen eenvoudige vuistregel op basis van het aantal dagen. De duur van het verblijf speelt een rol, maar de keuze tussen een tewerkstellingsvergunning en een gecombineerde vergunning volgt uit het verblijfsdoel en de werkzaamheden. Voor bepaalde categorieën geldt bovendien een eigen verblijfs- en arbeidsrechtelijke regeling.
In hoofdlijnen:
De tewerkstellingsvergunning wordt door de werkgever aangevraagd bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Dat volgt uit artikel 6 van de Wet arbeid vreemdelingen. De werknemer regelt daarnaast zelf zijn verblijfsrecht, voor zover dat nodig is.
De gecombineerde vergunning is één aanvraag bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), waarbij UWV adviseert over het arbeidsdeel. De werknemer ontvangt één document waaruit blijkt of hij mag verblijven en werken. Wie de aanvraag indient en of daarvoor een referent nodig is, hangt af van het verblijfsdoel. Ga dat per situatie na.
Voor verblijf als kennismigrant en voor de Europese blauwe kaart geldt een eigen toelatings- en aanvraagregime. Die routes lopen niet via de gecombineerde vergunning. Welke route openstaat, hangt onder meer af van de positie van de werkgever als referent, het salaris en de functie.
De arbeidsmarkttoets
Bij de reguliere vergunningroute wordt getoetst of er voor de betreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is. Dat is de wettelijke term: het gaat om werkzoekenden in Nederland en de rest van de Europese Economische Ruimte die voor de functie in aanmerking komen.
Artikel 8 van de Wet arbeid vreemdelingen noemt twee afwijzingsgronden die hier van belang zijn. De vergunning wordt geweigerd wanneer prioriteitgenietend aanbod aanwezig is, en wanneer de werkgever niet kan aantonen voldoende inspanningen te hebben verricht om de arbeidsplaats met dat aanbod te vervullen.
De vacature moet in beginsel ten minste vijf weken vóór de aanvraag bij UWV zijn gemeld. Wat verder van u wordt verwacht aan wervingsinspanningen, hangt af van de functie en de omstandigheden. Reken er niet op dat voor iedere werknemer of iedere functie precies dezelfde eisen gelden.
Voor sommige categorieën gelden afzonderlijke wettelijke of beleidsmatige uitzonderingen op de toets, bijvoorbeeld bij bepaalde vormen van overplaatsing binnen een concern of bij bepaalde wetenschappelijke functies. Dat is geen algemene versoepeling: laat per categorie vaststellen welke uitzondering geldt en onder welke voorwaarden.
Wanneer geen tewerkstellingsvergunning nodig is
Het verbod geldt niet in een aantal gevallen. Artikel 3 van de Wet arbeid vreemdelingen bepaalt onder meer dat het verbod niet van toepassing is op een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige, voor zover hij daadwerkelijk als zelfstandige werkt.
Let op het verschil tussen die twee vragen. Of iemand een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige krijgt, wordt beoordeeld aan de hand van de voorwaarden voor die vergunning. Dat is iets anders dan de vraag of een tewerkstellingsvergunning nodig is. Verwar die twee niet, en ga er niet van uit dat een product of dienst per definitie innovatief moet zijn.
Daarnaast bestaan vrijstellingen op grond van verdragsrecht en algemene maatregel van bestuur, en geldt in bepaalde gevallen wel een meldplicht. Die melding moet dan schriftelijk worden gedaan, ten minste twee werkdagen voordat het werk begint. Een vrijstelling van de vergunningplicht betekent dus niet altijd dat u niets hoeft te doen.
Britse burgers na de Brexit
Het Verenigd Koninkrijk trad op 31 januari 2020 uit de Europese Unie. Tijdens de overgangsperiode bleef het Unierecht van toepassing. Die periode eindigde op 31 december 2020.
Het terugtrekkingsakkoord beschermt bestaande verblijfs- en mobiliteitsrechten. Het geeft Britse burgers geen algemeen recht om in de toekomst naar Nederland te komen werken. Er zijn daarom drie categorieën te onderscheiden.
1. Britse onderdanen die hier al verbleven
Wie voor het einde van de overgangsperiode rechtmatig in Nederland verbleef en binnen de personele werkingssfeer van het akkoord valt, behoudt in beginsel het verblijfsrecht en de vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Daarvoor is een verblijfsdocument onder het akkoord vereist.
Op dat document staat als arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist. Bij duurzaam verblijf luidt de aantekening hetzelfde. Als werkgever mag u iemand met die aantekening niet behandelen alsof voor het werk nog een tewerkstellingsvergunning nodig is.
2. Britse grensarbeiders
Wie voor 1 januari 2021 in Nederland reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte maar elders woonde, kan die economische activiteit onder het akkoord voortzetten. Daarvoor bestaat een afzonderlijk document, met de vermelding frontier worker en dezelfde arbeidsmarktaantekening.
Dat document heeft een declaratoir karakter: het legt een bestaand recht vast en schept het niet. De betrokkene moet wel blijven voldoen aan de voorwaarden waarop het document berust.
3. Britse onderdanen die na de overgangsperiode komen
Wie na 31 december 2020 naar Nederland komt om hier te verblijven, kan aan het terugtrekkingsakkoord geen aanspraak op een verblijfsvergunning ontlenen. Op hem is in beginsel het reguliere beleid voor derdelanders van toepassing, tenzij een specifieke regeling of vrijstelling geldt.
De handels- en samenwerkingsovereenkomst verandert daar weinig aan. Die schept geen algemeen recht op mobiliteit, verblijf of toegang tot de arbeidsmarkt. Zij bevat wel regelingen voor tijdelijke zakelijke dienstverlening, onder meer voor dienstverleners op contractbasis en voor beoefenaars van een vrij beroep. Dat laatste is in dit verband een Britse onderdaan die als zelfstandige tijdelijk een dienst verricht voor een Nederlandse opdrachtgever.
Wat het akkoord wel en niet regelt
Valt iemand onder het akkoord, dan kan hij zich tegenover u als werkgever beroepen op zijn vrije toegang tot de arbeidsmarkt. Het akkoord waarborgt echter niet zonder meer het behoud van de arbeidsovereenkomst, het loon of de functie. Dat blijft een arbeidsrechtelijke vraag.
Tegenover de IND kan hij een verblijfsdocument, een juiste arbeidsmarktaantekening en toetsing van een afwijzing of intrekking verlangen. Tegen een besluit van de IND staan bezwaar en beroep open; de hoofdregel is een termijn van vier weken.
Voor de sociale zekerheid geldt een eigen regeling. Voor het einde van de overgangsperiode in het Verenigd Koninkrijk vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid en wonen kunnen worden samengeteld. Dat gaat over continuïteit van opgebouwde rechten en niet over voortzetting van een arbeidsovereenkomst.
Twee situaties die door elkaar lopen
Treedt iemand in dienst bij een Nederlandse werkgever, dan geldt de reguliere route voor derdelanders, tenzij het akkoord van toepassing is.
Blijft iemand in dienst van een Britse werkgever en verricht hij tijdelijk diensten in Nederland op basis van een dienstverleningsovereenkomst, dan geldt een afzonderlijke regeling met eigen voorwaarden.
Wie is waarvoor verantwoordelijk?
Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om te controleren of een tewerkstellingsvergunning nodig is en om die aan te vragen en te verkrijgen. De werknemer moet beschikken over een verblijfsdocument waarop de toegestane arbeid juist staat vermeld.
Het ontbreken van een vergunning maakt de arbeidsovereenkomst niet automatisch ongeldig en neemt niet zonder meer het recht op loon weg. Het bestuursrechtelijke verbod en de civielrechtelijke loonplicht kunnen naast elkaar bestaan. Wel kan het ontbreken van een vergunning onder omstandigheden een grond zijn voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Overtreding van de vergunningplicht, de meldplicht en de administratieve verplichtingen kan bestuursrechtelijk worden gehandhaafd.
Administratie
Bent u inhoudingsplichtig voor de loonheffingen, dan stelt u vóór aanvang van de werkzaamheden de identiteit vast aan de hand van een geldig document. Een afschrift daarvan, met vermelding van de aard en het nummer van het document, bewaart u in de loonadministratie.
Treedt u op als referent, dan gelden aanvullende bewaarplichten, onder meer voor de vergunning of het aanvullend document, de arbeidsovereenkomst, de loonspecificaties en het bewijs van girale loonbetaling.
Bewaak de afloopdatum van de vergunning. Doorwerken na afloop is een overtreding, ook wanneer een verlengingsaanvraag al loopt.
Veelgestelde vragen
Heb ik een TWV of een GVVA nodig?
Dat hangt af van het verblijfsdoel en de werkzaamheden, niet alleen van de duur van het verblijf. De tewerkstellingsvergunning vraagt de werkgever aan bij UWV. De gecombineerde vergunning is één aanvraag bij de IND, waarbij UWV over het arbeidsdeel adviseert. Voor kennismigranten en de Europese blauwe kaart geldt een eigen regime.
Wie vraagt de vergunning aan?
De tewerkstellingsvergunning wordt door de werkgever aangevraagd. Bij de gecombineerde vergunning hangt het van het verblijfsdoel af wie de aanvraag indient en of een referent nodig is. Controleer dat per situatie.
Wat houdt de arbeidsmarkttoets in?
UWV beoordeelt of er voor de arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod aanwezig is en of u voldoende inspanningen heeft verricht om de plaats daarmee te vervullen. De vacature moet in beginsel ten minste vijf weken vóór de aanvraag bij UWV zijn gemeld.
Mag een Britse werknemer nog zonder vergunning in Nederland werken?
Alleen wanneer hij onder het terugtrekkingsakkoord valt of onder een specifieke regeling. Op het verblijfsdocument van iemand die onder het akkoord valt, staat dat arbeid vrij is toegestaan en dat een tewerkstellingsvergunning niet is vereist. Britse burgers die na 31 december 2020 naar Nederland zijn gekomen, vallen in beginsel onder de regels voor derdelanders.
Geldt er ook een meldplicht?
In bepaalde gevallen waarin geen vergunning nodig is, moet het werk wel schriftelijk worden gemeld, ten minste twee werkdagen voordat het begint. Ga dus altijd beide vragen na.
Wat gebeurt er als er geen vergunning is?
De werkgever is verantwoordelijk voor de controle en de aanvraag, en overtreding kan bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. De arbeidsovereenkomst is daardoor niet automatisch ongeldig en het recht op loon vervalt niet zonder meer, maar het ontbreken van een vergunning kan onder omstandigheden wel grond zijn voor ontbinding.
Onze dienstverlening
Wij beoordelen welke route in uw situatie van toepassing is, of een vergunning of melding nodig is en wat u moet vastleggen. Ook bij een handhavingstraject of een geschil over de gevolgen van een ontbrekende vergunning kunt u bij ons terecht. Onze advocaten arbeidsmigratie in Eindhoven en Amsterdam kijken met u mee. Neem gerust contact met ons op.
Deze informatie is gecontroleerd op 16 augustus 2026. Wet- en regelgeving, beleid en uitvoeringspraktijk kunnen wijzigen. De uitkomst hangt af van de concrete feiten en van het toepasselijke verblijfsdoel.