Een zekerheidsrecht geeft een schuldeiser extra waarborg dat zijn vordering wordt voldaan: verhaal op een bepaald goed met voorrang boven andere schuldeisers, of verhaal op het vermogen van een tweede persoon.
Inhoudsopgave
Wettelijke basis
De wet kent twee hoofdvormen. Goederenrechtelijke zekerheid loopt via pandrecht en hypotheekrecht. Dat zijn beperkte rechten die ertoe strekken een geldvordering bij voorrang op het bezwaarde goed te verhalen (artikel 3:227 BW). Rust het recht op een registergoed, dan heet het hypotheek; rust het op een ander goed, dan is het pand. Een hypotheek wordt gevestigd bij notariële akte en inschrijving in de openbare registers (artikel 3:260 BW). Pand ontstaat door de zaak in de macht van de pandhouder te brengen (artikel 3:236 BW), of stil, bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte (artikelen 3:237 en 3:239 BW).
De voorrang zelf volgt uit artikel 3:278 BW. Bij verzuim mag de pand- of hypotheekhouder zonder rechterlijke tussenkomst uitwinnen (artikelen 3:248 en 3:268 BW). Beide rechten zijn afhankelijke rechten (artikel 3:7 BW): zij volgen de vordering en gaan bij overdracht daarvan mee over (artikel 6:142 BW). Overdracht van een goed die alleen tot zekerheid strekt is geen geldige titel (artikel 3:84 lid 3 BW), het zogenoemde fiducia-verbod.
Persoonlijke zekerheid komt uit het verbintenissenrecht: borgtocht (artikel 7:850 BW), hoofdelijke verbondenheid (artikel 6:6 BW) en de vormvrije garantie of bankgarantie. Daarnaast bestaan oneigenlijke zekerheden die niet als beperkt recht zijn vormgegeven maar wel hetzelfde doel dienen, zoals het eigendomsvoorbehoud (artikel 3:92 BW) en het retentierecht (artikel 3:290 BW).
Hoe het in de praktijk werkt
Bij de financiering van een onderneming worden zekerheden meestal gestapeld. De bank neemt hypotheek op het bedrijfspand, pandrecht op voorraad, inventaris en debiteuren, en vraagt daarnaast een persoonlijke borgtocht van de bestuurder of aandeelhouder. Elk recht dekt een ander risico: de hypotheek de vaste activa, het pandrecht de omzet, de borgtocht het restant.
In faillissement is het verschil goed zichtbaar. Pand- en hypotheekhouders zijn separatist: zij mogen hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement is (artikel 57 Faillissementswet). Wel kan de rechter-commissaris een afkoelingsperiode afkondigen waarin zij tijdelijk niets mogen doen (artikel 63a Faillissementswet). Een schuldeiser zonder zekerheid deelt mee in wat er daarna overblijft, en dat is doorgaans weinig.
Waar het misgaat
Bij stil pandrecht op vorderingen strandt de zekerheid regelmatig op de reikwijdte: verpand kunnen worden de vorderingen die op dat moment bestaan of rechtstreeks voortvloeien uit een dan al bestaande rechtsverhouding (artikel 3:239 lid 1 BW). Vorderingen uit later gesloten overeenkomsten vallen er niet onder, tenzij periodiek opnieuw wordt verpand.
Een tweede valkuil is het verpandingsverbod in de inkoopvoorwaarden van uw debiteur. Of zo’n beding verpanding werkelijk onmogelijk maakt of alleen tot wanprestatie leidt, hangt af van de uitleg ervan. Wie debiteuren verpandt doet er verstandig aan die voorwaarden vooraf te controleren.
Bij borgtocht speelt het toestemmingsvereiste: een particuliere borgtocht door een gehuwde of geregistreerde partner is zonder toestemming van de andere partner vernietigbaar (artikelen 1:88 en 1:89 BW). De uitzondering voor handelingen in de normale uitoefening van het bedrijf wordt eng uitgelegd. En een eigendomsvoorbehoud verliest zijn kracht zodra de geleverde zaak wordt verwerkt of vermengd.
Verwante begrippen
Zekerheidsrecht is de verzamelnaam boven pandrecht, hypotheekrecht, borgtocht, hoofdelijke aansprakelijkheid, eigendomsvoorbehoud en retentierecht. Bij overdracht van de vordering via cessie gaan de zekerheden mee, en in faillissement bepaalt het zekerheidsrecht uw positie.
Verder lezen
Uitgebreider over dit onderwerp: Zekerheden bij financiering van uw BV: pandrecht, hypotheek en persoonlijke borgtocht uitgelegd, Pandrecht of eigendomsvoorbehoud – wie gaat voor?.
Twijfelt u of uw zekerheden standhouden? Onze civiel recht advocaten toetsen de vestiging en de reikwijdte ervan.