Pandrecht of eigendomsvoorbehoud: wie gaat voor bij niet-betaling en faillissement?

Twee zakelijke professionals bespreken documenten aan een bureau in een kantooromgeving.

Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026

Zolang de koopprijs niet is betaald, gaat het eigendomsvoorbehoud voor: de leverancier blijft eigenaar en kan de zaak terughalen, ook als de koper haar aan een bank heeft verpand. Wordt de koopprijs wel betaald, ook na een faillissement van de koper, dan groeit het pandrecht dat de koper vooraf op zijn voorwaardelijke eigendom heeft gevestigd van rechtswege uit tot een pandrecht op de zaak zelf (HR 3 juni 2016, Rabobank/Reuser).

Hieronder leest u hoe beide zekerheden werken, wat de Hoge Raad heeft beslist en wat er in een faillissement gebeurt. Over het eigendomsvoorbehoud zelf leest u meer in ons artikel wat is eigendomsvoorbehoud.

Twee zakelijke professionals bespreken documenten over eigendomsvoorbehoud en pandrecht in een modern kantoor.

Hoe werkt een eigendomsvoorbehoud?

Bij een eigendomsvoorbehoud levert de verkoper de zaak, maar gaat de eigendom pas over als de koper heeft betaald. Artikel 3:92 lid 1 BW merkt zo’n afspraak aan als een overdracht onder de opschortende voorwaarde van betaling.

De koper krijgt de zaak in handen en een voorwaardelijke eigendom: hij wordt automatisch eigenaar zodra de voorwaarde is vervuld. Tot dat moment is de verkoper eigenaar. Betaalt de koper niet, dan kan de verkoper de overeenkomst ontbinden en de zaak opeisen (revindiceren).

Voor welke vorderingen mag u eigendom voorbehouden?

Artikel 3:92 lid 2 BW beperkt de reikwijdte. Een eigendomsvoorbehoud kan alleen gelden voor de tegenprestatie voor de geleverde zaken, voor werkzaamheden die met de levering samenhangen en voor vorderingen wegens tekortkoming in de nakoming van zulke overeenkomsten. Een clausule die de eigendom voorbehoudt tot “alle vorderingen” uit de relatie zijn betaald, werkt dus niet voor andere vorderingen, zoals een lening.

Het voorbehoud ontstaat niet vanzelf. Het moet zijn afgesproken in de koopovereenkomst of in algemene voorwaarden die van toepassing zijn op die koop, uiterlijk bij de levering.

Wanneer vervalt het eigendomsvoorbehoud?

Het voorbehoud vervalt bij volledige betaling, maar ook als de zaak haar zelfstandigheid verliest. Wordt een zaak bestanddeel van een andere zaak of van een gebouw, dan gaat de eigendom over door natrekking (artikel 5:14 en 5:20 BW). Ontstaat door bewerking een nieuwe zaak, dan wordt in beginsel degene die haar maakt eigenaar (artikel 5:16 BW). Verkoopt de koper de zaak door aan een afnemer te goeder trouw, dan wordt die afnemer volgens artikel 3:86 BW beschermd.

Hoe werkt een pandrecht op roerende zaken?

Een pandrecht geeft de schuldeiser het recht om de verpande zaak te laten verkopen en zich met voorrang uit de opbrengst te voldoen (artikel 3:227 en 3:248 BW). Een pandrecht kan rusten op roerende zaken en vorderingen; op registergoederen, zoals een woning of bedrijfspand, vestigt u geen pandrecht maar een hypotheekrecht.

  • Vuistpand (artikel 3:236 lid 1 BW): de zaak komt in de macht van de pandhouder of een derde.
  • Stil of bezitloos pand (artikel 3:237 lid 1 BW): de zaak blijft bij de pandgever. Vestiging gebeurt bij een notariële akte of een geregistreerde onderhandse akte. Banken gebruiken deze vorm voor voorraden en inventaris.

Ook vorderingen kunnen worden verpand, openbaar of stil. Daarover gaat ons artikel over verpanding van vorderingen.

Twee professionals bespreken documenten aan een kantoor tafel met een huismodel en sleutels, wat een zakelijke onderhandelingen over eigendom en pandrecht uitbeeldt.

Wie gaat voor als beide rechten op dezelfde zaak rusten?

De leverancier gaat voor zolang hij niet volledig is betaald. De koper kan geen pandrecht op de zaak zelf vestigen, omdat hij nog geen eigenaar is, maar wel op zijn voorwaardelijke eigendom.

Een typisch voorbeeld is een bank die een stil pandrecht heeft op de hele huidige en toekomstige voorraad van een onderneming. Levert een leverancier nieuwe voorraad onder eigendomsvoorbehoud, dan krijgt de bank een pandrecht op de voorwaardelijke eigendom van de onderneming. De leverancier kan zijn zaken bij niet-betaling terughalen zonder rekening te houden met dat pandrecht, omdat hij nog eigenaar is.

Wat besliste de Hoge Raad in Rabobank/Reuser?

In Rabobank/Reuser (HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046) had een koper vóór zijn faillissement een stil pandrecht gevestigd op zaken die hij onder eigendomsvoorbehoud had gekocht. De restkoopprijs werd na het faillissement betaald.

De Hoge Raad oordeelde dat een pandrecht op voorwaardelijke eigendom een pandrecht op een bestaand goed is. Wordt de voorwaarde na het faillissement vervuld, dan groeit het pandrecht van rechtswege uit tot een pandrecht op de volle eigendom. Het faillissement staat daaraan niet in de weg (artikel 35 Faillissementswet is niet van toepassing), zodat de zaak niet onbezwaard in de boedel valt. Een verpandingsverbod in de leveringsvoorwaarden van de leverancier had volgens de Hoge Raad geen goederenrechtelijke werking.

Wat kan de pandhouder doen voordat de koopprijs is betaald?

De pandhouder kan de resterende koopprijs zelf aan de leverancier voldoen; een derde mag volgens artikel 6:30 BW een schuld betalen. Daarmee wordt de voorwaarde vervuld en rust het pandrecht op de zaak zelf. Hij kan ook alleen de voorwaardelijke eigendom laten verkopen; de koper daarvan wordt pas eigenaar als de restkoopprijs alsnog wordt betaald, zodat zo’n verkoop doorgaans weinig opbrengt.

Wat gebeurt er bij faillissement van de koper?

De leverancier met eigendomsvoorbehoud is eigenaar en kan zijn zaak bij de curator opeisen; zij valt niet in de boedel. De pandhouder is separatist: hij mag volgens artikel 57 Faillissementswet zijn pandrecht uitoefenen alsof er geen faillissement is.

  • Afkoelingsperiode: de rechter-commissaris kan op grond van artikel 63a Faillissementswet een afkoelingsperiode van ten hoogste twee maanden afkondigen, eenmaal te verlengen met ten hoogste twee maanden. In die periode kunnen eigenaren en pandhouders de zaken niet zonder machtiging ophalen of verkopen.
  • Termijn van de curator: de curator kan een separatist volgens artikel 58 Faillissementswet een redelijke termijn stellen om zijn recht uit te oefenen; daarna mag de curator de zaak zelf verkopen, met voorrang voor de pandhouder op de opbrengst.
  • Bodemvoorrecht: de Belastingdienst gaat met zijn voorrecht volgens artikel 21 lid 2 Invorderingswet 1990 vóór een stil pandrecht op bodemzaken: zaken op de bodem van de onderneming die dienen tot stoffering van het pand of tot gebruik van het land, zoals inventaris (artikel 22 lid 3 Invorderingswet 1990). Een vuistpand gaat wel voor.
  • Concurrente schuldeisers krijgen alleen een uitkering uit wat na betaling van boedelschulden en bevoorrechte vorderingen overblijft.

Meer over de positie van schuldeisers leest u in ons artikel over faillissement en doorstart.

Waar let u als leverancier op?

  • Neem het eigendomsvoorbehoud op in de koopovereenkomst of in algemene voorwaarden die u uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst aan de koper hebt gegeven.
  • Beperk de clausule tot de vorderingen die artikel 3:92 lid 2 BW toestaat.
  • Zorg dat uw zaken identificeerbaar blijven, bijvoorbeeld met serienummers op facturen en pakbonnen.
  • Meld uw eigendom direct na een faillissement schriftelijk bij de curator en vraag om afgifte.
  • Houd rekening met verlies van uw eigendom zodra de koper de zaken verwerkt, inbouwt of doorverkoopt.
  • Treed bij wanbetaling door een klant tijdig op met een ingebrekestelling en ontbinding.

Waar let u als financier of pandhouder op?

  • Laat de pandakte de huidige en toekomstige voorraad en uitdrukkelijk ook de voorwaardelijke eigendom van de pandgever omvatten.
  • Laat een onderhandse pandakte direct registreren bij de Belastingdienst, zodat zij voldoet aan artikel 3:237 BW.
  • Breng in kaart welke leveranciers onder eigendomsvoorbehoud leveren en hoeveel nog openstaat.
  • Weeg bij uitwinning af of het betalen van de restkoopprijs meer oplevert dan verkoop van de voorwaardelijke eigendom.
  • Houd bij stil pand rekening met het bodemvoorrecht van de Belastingdienst en de afkoelingsperiode.

Wat kunnen wij voor u doen bij pandrecht en eigendomsvoorbehoud?

Wij adviseren leveranciers, financiers en ondernemers over zekerheden, ook vanuit onze praktijk insolventierecht. Wij kunnen:

  • een eigendomsvoorbehoud in uw algemene voorwaarden toetsen aan artikel 3:92 BW en herschrijven;
  • een pandakte of een regeling met een leverancier beoordelen of opstellen;
  • na een faillissement uw eigendom of pandrecht bij de curator onderbouwen en afgifte vorderen;
  • onderhandelen met curator, bank en leveranciers over voorrang en opbrengstverdeling;
  • procederen over revindicatie, uitwinning en voorrang, en termijnen zoals die van artikel 58 Faillissementswet bewaken.

Bij het vastleggen van afspraken helpt ook ons artikel over het opstellen van een contract.

Samengevat

  • Zolang niet is betaald, is de leverancier met eigendomsvoorbehoud eigenaar en gaat hij voor (artikel 3:92 BW).
  • De koper kan wel een pandrecht op zijn voorwaardelijke eigendom vestigen.
  • Na betaling, ook na faillissement, groeit dat pandrecht uit tot een pandrecht op de zaak zelf (HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046).
  • Een eigendomsvoorbehoud geldt alleen voor de vorderingen van artikel 3:92 lid 2 BW en vervalt bij natrekking, zaaksvorming of doorverkoop aan een derde te goeder trouw.
  • In faillissement spelen de afkoelingsperiode, de termijn van de curator en het bodemvoorrecht van de Belastingdienst een rol.

Veelgestelde vragen

Kan een leverancier een verpandingsverbod opnemen?

Dat kan, maar volgens de Hoge Raad in Rabobank/Reuser heeft zo’n verbod in leveringsvoorwaarden geen goederenrechtelijke werking. Het pandrecht ontstaat dus toch; de leverancier heeft hooguit een vordering wegens wanprestatie op de koper.

Mag de curator zaken onder eigendomsvoorbehoud verkopen?

Nee, niet zonder toestemming van de leverancier, want die is eigenaar. De curator kan wel de restkoopprijs betalen of afspraken maken met de leverancier, bijvoorbeeld bij een doorstart.

Gaat een eigendomsvoorbehoud voor op het bodemvoorrecht van de Belastingdienst?

Niet altijd. Voor bepaalde belastingschulden, zoals naheffingsaanslagen loonbelasting en omzetbelasting, kan de ontvanger bodembeslag leggen op zaken van derden die als bodemzaak op de bodem van de belastingschuldige staan; derden kunnen zich daartegen dan niet verzetten (artikel 22 lid 3 Invorderingswet 1990). Ook de leverancier met eigendomsvoorbehoud is zo’n derde. Of een zaak een bodemzaak is, hangt van het geval af; laat dit daarom per situatie beoordelen.

Kunnen onroerende zaken worden verpand?

Nee. Op registergoederen, zoals grond en gebouwen, wordt een hypotheekrecht gevestigd bij notariële akte en inschrijving in de openbare registers (artikel 3:260 BW).

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.