Ouderschapsplan: wanneer het verplicht is en wat erin moet

Weekkalender aan de muur met per dag gekleurde stickers

Gepubliceerd op 19 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Een ouderschapsplan is verplicht als u met minderjarige kinderen scheidt of uw geregistreerd partnerschap laat ontbinden (artikel 815 Rv). Ongehuwde ouders met gezamenlijk gezag moeten er ook een maken als zij uit elkaar gaan (artikel 1:247a BW). Alleen als een plan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd, mag de rechter met andere stukken genoegen nemen.

In het plan staan in elk geval de verdeling van de zorg, de manier waarop u elkaar informeert en de kosten van de kinderen. De Rijksoverheid heeft een checklist voor het ouderschapsplan. Hieronder leest u voor wie de plicht geldt, wat artikel 815 Rv eist, hoe rechters naar een 50/50-verdeling kijken en wat u doet als de andere ouder zich niet aan de afspraken houdt.

Welke ouders moeten een ouderschapsplan maken?

De plicht geldt voor gehuwde ouders die scheiden en voor geregistreerd partners die hun partnerschap laten ontbinden. Zij voegen het plan bij het verzoekschrift (artikel 815 lid 2 Rv). Ook ongehuwde ouders die samen het gezag uitoefenen, moeten een ouderschapsplan opstellen zodra zij hun samenleving beëindigen (artikel 1:247a BW). De inhoudelijke eisen zijn dan dezelfde.

De verplichting bestaat sinds 2009. Zij kwam met de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. De wetgever koppelde het plan bewust aan de scheidingsprocedure, zodat afspraken over de kinderen niet pas ter sprake komen als het conflict is opgelopen. De eerste vraag is dus of u gezag heeft en of u dat samen uitoefent. Hoe het ouderlijk gezag in Nederland is geregeld, leest u apart.

Voor geregistreerd partners geldt een bijzonderheid. Een partnerschap kan normaal met een verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand worden beëindigd. Die route staat niet open als de partners samen het gezag hebben over gemeenschappelijke kinderen (artikel 1:80c BW). Dan loopt de ontbinding via de rechter, met ouderschapsplan.

De plicht geldt zolang er minderjarige kinderen zijn. Is uw kind 18, dan is voor hem geen plan meer nodig; uw onderhoudsplicht loopt wel door tot 21 jaar (artikel 1:395a BW). Heeft u geen gezamenlijk gezag, dan geldt de wettelijke plicht niet. Een schriftelijke regeling blijft dan wel verstandig. De regels over gezag en omgang staan in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Ouderschapsplan, convenant of omgangsregeling: wat regelt welk stuk?

Deze drie stukken worden vaak door elkaar gehaald. Ze regelen verschillende dingen en hebben een andere wettelijke basis.

StukWat het regeltWettelijke basisVerplicht?
OuderschapsplanZorgverdeling, informatie en overleg, kosten van de kinderenArt. 815 Rv; art. 1:247a BWJa, bij scheiding of uit elkaar gaan met minderjarige kinderen en gezamenlijk gezag
EchtscheidingsconvenantVerdeling van vermogen, woning, pensioen en partneralimentatieAfspraken tussen partners; de rechter kan ze in de beschikking opnemen (art. 819 Rv)Nee, wel gebruikelijk
OmgangsregelingContact tussen het kind en de ouder zonder gezagArt. 1:377a BWNee; de rechter stelt haar op verzoek vast

In de praktijk worden ouderschapsplan en convenant tegelijk opgesteld en samen bij het verzoekschrift gevoegd. Juridisch staan zij los van elkaar. Oefent u het gezag samen uit, dan spreekt de wet niet van omgang maar van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (artikel 1:253a BW).

Welke drie onderwerpen eist artikel 815 Rv?

Artikel 815 lid 3 Rv noemt drie onderwerpen die in elk geval geregeld moeten zijn:

  • de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, of de omgangsregeling als een van u geen gezag heeft;
  • de manier waarop u elkaar informeert en raadpleegt over belangrijke zaken rond de kinderen en hun vermogen;
  • de kosten van verzorging en opvoeding, dus de kinderalimentatie.

Daarnaast moet het verzoekschrift vermelden hoe de kinderen bij het opstellen van het plan zijn betrokken (artikel 815 Rv). De rechter kijkt daarnaar. Beschrijf dus concreet wat u met uw kinderen heeft besproken en hoe hun mening is meegewogen, passend bij hun leeftijd. Het verzoekschrift vermeldt ook over welke punten u het eens bent en waarover niet.

Naast die wettelijke kern mag u meer regelen. Denk aan vakanties en feestdagen, verblijf bij grootouders, het aanvragen van een paspoort en reizen naar het buitenland. Ook over bedtijden en schermgebruik kunt u afspraken maken. Zodra het plan aan de beschikking is gehecht, is elke afspraak daarin net zo bindend als de verplichte onderdelen. Neem daarom niets op wat u niet kunt nakomen. Formuleer wat u opneemt zo dat een buitenstaander kan vaststellen of het is gebeurd.

Hoe verdeelt u de zorg- en opvoedingstaken?

Na de scheiding heeft een kind recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders (artikel 1:247 lid 4 BW). Het gezag omvat ook de plicht om de band met de andere ouder te bevorderen. De wet laat toe dat u rekening houdt met praktische belemmeringen, maar alleen zolang die bestaan.

Werk met een concreet schema in plaats van algemene formuleringen. Leg vast wie op welke dagen de zorg heeft, hoe de overdracht verloopt en wie haalt en brengt. Spreek af hoe u omgaat met ziekte, studiedagen en onvoorziene diensten. Onregelmatige werktijden vragen om een ander model dan een vaste kantoorbaan; zie ons artikel over co-ouderschap met onregelmatige diensten. Spreek ook af wat er gebeurt als een van u wil verhuizen. Daarover gaat ons artikel over verhuizen tijdens een echtscheiding.

Leg in hetzelfde onderdeel vast wie beslist over school en zorg. Bij gezamenlijk gezag beslist u samen over belangrijke zaken, zoals de schoolkeuze of een ingrijpende medische behandeling. Spreek af hoe u tot zo’n besluit komt en wat u doet als u er niet uitkomt. Een geschil daarover kunt u op grond van artikel 1:253a BW aan de rechtbank voorleggen. Laat school en huisarts weten dat het kind twee adressen heeft, zodat informatie beide ouders bereikt.

Betekent gelijkwaardig ouderschap een 50/50-verdeling?

Nee. Gelijkwaardig betekent niet automatisch dat het kind de helft van de tijd bij elke ouder is. Dat laat een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 30 juli 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:2860) zien. De vader wilde co-ouderschap. Het hof wees dat af: co-ouderschap vraagt een basaal onderling vertrouwen tussen de ouders, en de vader bleef de moeder wantrouwen. Het hof breidde de regeling wel uit, naar om de week van donderdagmiddag tot maandagochtend bij de vader.

Voor uw plan betekent dit: een gelijke verdeling werkt alleen als u als ouders kunt samenwerken. Lukt dat niet, dan kijkt de rechter vooral naar stabiliteit voor het kind. In die zaak woog voor het hof zwaarder dat het kind bij dezelfde opvoeder bleef dan dat het in hetzelfde huis bleef wonen.

Wat is de 5-2-2-5-regeling?

Dat is een veelgebruikt schema voor een gelijke verdeling. Het kind is bijvoorbeeld maandag en dinsdag bij de ene ouder, woensdag en donderdag bij de andere, en de weekenden van vrijdag tot en met zondag wisselen. Zo is het kind afwisselend vijf en twee dagen achter elkaar bij elke ouder.

De wet schrijft geen vast schema voor. U kiest wat past bij de leeftijd van uw kind, de afstand tussen de woningen en uw werktijden. Andere mogelijkheden zijn een week-om-weekregeling of een regeling waarbij het kind vooral bij één ouder woont. Leg het schema met dagen en overdrachtstijden vast in het plan.

Hoe legt u de kosten van de kinderen vast?

Ouders zijn onderhoudsplichtig tot hun kind 21 jaar wordt (artikel 1:395a BW). Tot 18 jaar betaalt u de kinderalimentatie aan de verzorgende ouder, daarna rechtstreeks aan het kind. De hoogte volgt uit de behoefte van het kind, afgeleid van het gezinsinkomen vóór de scheiding, en uit de draagkracht van beide ouders. Rechters rekenen met de landelijke alimentatienormen.

Neem niet alleen het maandbedrag op, maar ook wie welke kosten rechtstreeks betaalt: schoolgeld, sportclub, telefoon, fiets en bijzondere uitgaven. Een kindrekening waarop beide ouders storten voorkomt discussie. Alimentatie wordt elk jaar op 1 januari van rechtswege geïndexeerd, tenzij u dat uitdrukkelijk uitsluit (artikel 1:402a BW). Hoe de berekening werkt, leest u in ons artikel over kinderalimentatie berekenen.

Spreek af hoe u omgaat met grotere uitgaven die u niet kunt voorzien, zoals een beugel of een schoolreis naar het buitenland. Een afspraak dat u uitgaven boven een vast bedrag vooraf samen bespreekt, scheelt achteraf discussie. Leg ook vast wanneer u de bedragen samen bekijkt, bijvoorbeeld bij een flinke inkomenswijziging of bij de overgang naar het voortgezet onderwijs.

Hoe betrekt u uw kind, en wanneer spreekt de rechter het?

Kinderen worden bij het plan betrokken, maar zij beslissen niet. In de procedure geldt het hoorrecht: een kind van 12 jaar of ouder krijgt de kans zijn mening te geven voordat de rechter beslist (artikel 809 Rv). Jongere kinderen kan de rechter horen als hij dat wenselijk vindt. Het gesprek vindt plaats zonder de ouders.

In de praktijk nodigt de rechtbank ook jongere kinderen uit. Volgens de pagina van de Rechtspraak over het kindgesprek (geraadpleegd op 29 oktober 2026) krijgen kinderen vanaf 8 jaar een schriftelijke uitnodiging; in zaken over alimentatie geldt 16 jaar. Uw kind is niet verplicht te komen. De rechter weegt de mening van uw kind mee, maar beslist zelf.

Botsen de belangen van de ouders met die van het kind, dan kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen (artikel 1:250 BW). Die vertegenwoordigt het kind en brengt zijn standpunt zelfstandig naar voren. Meer daarover leest u in ons artikel over de wensen van het kind bij omgangsregelingen.

Hoe u uw kind betrekt, hangt af van zijn leeftijd. Bij jonge kinderen gaat het om wat het kind aankan en nodig heeft aan structuur. Kinderen op de basisschool kunt u eenvoudige vragen stellen over wat zij prettig vinden. Pubers verwachten dat hun mening meeweegt, zeker over hun weekindeling. Vertel uw kind wat er gaat gebeuren, maar leg de keuze niet bij hem neer. Beschrijf in het verzoekschrift hoe u dit heeft gedaan, zoals artikel 815 Rv vraagt.

In drie stappen naar een plan dat u allebei tekent

Stap 1: breng uw eigen situatie in kaart. Doe dit eerst alleen. Zet op papier hoe de zorg nu verdeeld is, hoe uw werkroosters eruitzien, welke vaste verplichtingen de kinderen hebben en welke financiële ruimte er is. Schrijf op wat u per se wilt en waar u soepel kunt zijn. Wie met een concreet voorstel komt, hoeft niet te improviseren als de emoties oplopen.

Stap 2: voer het overleg met structuur. Plan korte, vaste momenten en leg na elk gesprek schriftelijk vast waarover u het eens bent. Houd de agenda bij de kinderen; de inboedel en verwijten over het verleden horen in een ander gesprek. Lukt het niet samen, dan is mediation een route. Een mediator is neutraal, het gesprek is vertrouwelijk en deelname is vrijwillig. Een verplicht mediationtraject vóór de zitting kent het Nederlandse recht niet. Hoe zo’n traject verloopt, leest u in ons artikel over mediation bij scheiding.

Stap 3: laat het concept toetsen voordat u tekent. Bevat het plan alle onderwerpen van artikel 815 Rv? Is de zorgregeling concreet genoeg om uit te voeren en zo nodig af te dwingen? Klopt de alimentatieberekening, en staat erin hoe de kinderen zijn betrokken? Een advocaat is zeker nuttig als de financiële situatie ingewikkeld is of als de raad voor de kinderbescherming al betrokken is. Beide ouders ondertekenen het plan.

Wat doet de rechtbank met het ondertekende plan?

De advocaat voegt het ondertekende plan bij het verzoekschrift. Spreekt de rechtbank de echtscheiding uit of ontbindt zij het partnerschap, dan kan zij de afspraken in de beschikking opnemen (artikel 819 Rv). Het plan wordt dan aan de beschikking gehecht. De afspraken zijn daarmee niet langer alleen een overeenkomst tussen u beiden, maar onderdeel van een rechterlijke beslissing.

Vergeet de laatste stap niet. De echtscheidingsbeschikking moet binnen zes maanden nadat zij onherroepelijk is geworden worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand (artikel 1:163 BW). Gebeurt dat niet, dan verliest de beschikking haar kracht en is de scheiding niet tot stand gekomen.

Wat als een gezamenlijk plan niet lukt?

Artikel 815 Rv kent een uitweg. Kan het ouderschapsplan redelijkerwijs niet worden overgelegd, dan kunnen andere stukken volstaan waaruit blijkt welke voorzieningen nodig zijn. De rechter beoordeelt dat. U moet dan laten zien wat u heeft geprobeerd: gesprekken, mediation of correspondentie via de advocaten. In de praktijk dient u uw eigen voorstel in, met de stukken waaruit blijkt dat de andere ouder niet meewerkte. De rechter beslist daarna zelf over de punten waarover u het oneens bent.

Ongehuwde ouders met gezamenlijk gezag kunnen een geschil over de zorgverdeling aan de rechtbank voorleggen op grond van artikel 1:253a BW. Ook dan verwacht de rechter dat u eerst zelf heeft geprobeerd tot een plan te komen.

Welke rechter en welk recht gelden in een internationaal gezin?

Heeft u een andere nationaliteit, of woont de andere ouder in het buitenland, dan verandert er aan de inhoud van het plan weinig. Twee vragen komen wel eerst: welke rechter mag beslissen, en welk recht past die rechter toe?

De bevoegdheid volgt uit Verordening (EU) 2019/1111, ook wel Brussel II-ter genoemd. Voor gezag, zorg en omgang is in beginsel de rechter bevoegd van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Dat is een feitelijk begrip: waar gaat het kind naar school en waar ligt het middelpunt van zijn leven? De nationaliteit van de ouders telt daarvoor niet. Woont uw kind in Nederland, dan is de Nederlandse rechter bevoegd, ook als u in het buitenland bent getrouwd.

Welk recht de rechter toepast, volgt uit het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996: de rechter past in beginsel zijn eigen recht toe. De Nederlandse rechter toetst uw plan dus aan artikel 815 Rv. Ook als het ouderschapsplan onhaalbaar blijkt, kan de rechter zelf een regeling vaststellen.

De procedure bij de Nederlandse rechtbank verloopt in het Nederlands. Stelt u het plan in het Engels op, zorg dan voor een Nederlandse versie en spreek af welke tekst leidend is. Neem ook afspraken op over reizen (hoeveel weken, hoe ver vooraf melden, schriftelijke toestemming) en over contact op afstand, zoals vaste momenten voor videobellen en wie de reiskosten draagt.

Het gevoeligste punt is verhuizing naar het buitenland. Heeft de andere ouder ook gezag, dan heeft u zijn toestemming nodig. Weigert hij, dan kunt u de rechtbank om vervangende toestemming vragen (artikel 1:253a BW). De rechter weegt alle omstandigheden, zoals de noodzaak van de verhuizing, de voorbereiding, het contact met de achterblijvende ouder en de reiskosten. Vertrekt u zonder toestemming of beslissing van de rechter, dan kan dat internationale kinderontvoering opleveren. De achtergebleven ouder kan dan terugkeer van het kind vragen.

Wanneer en hoe past u het ouderschapsplan aan?

Kinderen worden ouder en banen veranderen. Bent u het samen eens, dan legt u de wijziging schriftelijk vast en ondertekent u die allebei. Naar de rechter hoeft niet, maar het kan verstandig zijn als u de nieuwe afspraak wilt kunnen afdwingen.

Dat dit kan, bleek uit een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 september 2021 (ECLI:NL:RBZWB:2021:4529). Ex-echtgenoten vroegen samen om hun gewijzigde ouderschapsplan in een beschikking op te nemen. De rechtbank stelde vast dat de wet daar na de scheiding geen uitdrukkelijke grondslag voor geeft. Toch wees zij het verzoek toe: de wetgever wil juist dat ouders zelf afspraken maken en die nakomen.

Bent u het niet eens, dan kan de rechtbank een regeling wijzigen als de omstandigheden zijn veranderd, of als bij de eerdere beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan (artikel 1:377e BW). Voor alimentatie geldt een vergelijkbare regel in artikel 1:401 BW. Wanneer een aanpassing kansrijk is, leest u in ons artikel over het ouderschapsplan jaren later aanpassen.

Neem in het plan zelf op wanneer u de afspraken evalueert, bijvoorbeeld jaarlijks en bij elke schoolovergang. Spreek ook af dat u elkaar tijdig informeert over een nieuwe baan, een verhuizing of een nieuwe partner.

Hoe dwingt u de afspraken af?

Is het plan in de beschikking opgenomen, dan kunt u nakoming vorderen, zo nodig in kort geding, en de rechter vragen een dwangsom op te leggen. Afgifte van het kind met hulp van de sterke arm is mogelijk op grond van artikel 812 Rv. Bij een beschikking over de zorg- of omgangsregeling kan dat alleen als de beschikking dat uitdrukkelijk bepaalt.

Harde executie is zelden de beste eerste stap. Een aangepast schema, begeleide overdracht of hulp via de raad voor de kinderbescherming lost vaak meer op dan een dwangsom. Welke stappen u kunt zetten, leest u in ons artikel over wat u kunt doen als de omgangsregeling niet wordt nageleefd. De procedureregels staan in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Wat wij doen bij het opstellen of wijzigen van een ouderschapsplan

  • Wij stellen het plan op met de onderdelen die artikel 815 Rv verplicht stelt.
  • Wij rekenen de kinderalimentatie door volgens de alimentatienormen en leggen vast wie welke kosten betaalt.
  • Wij dienen het verzoekschrift in, met het plan en een beschrijving van hoe uw kinderen zijn betrokken.
  • Komt u er samen niet uit, dan onderbouwen wij uw eigen voorstel bij de rechtbank.
  • Wij vragen later wijziging aan (artikel 1:377e BW) of vorderen nakoming.

Meer over onze praktijk leest u op de pagina familierechtadvocaat.

Het ouderschapsplan in vijf punten

  • Verplicht bij scheiding met minderjarige kinderen (artikel 815 Rv) en voor ongehuwde ouders met gezamenlijk gezag (artikel 1:247a BW).
  • Gelijkwaardig ouderschap is niet automatisch 50/50; co-ouderschap vraagt onderling vertrouwen.
  • Kinderen vanaf 12 jaar hebben hoorrecht (artikel 809 Rv); de rechtbank nodigt in de praktijk al kinderen vanaf 8 jaar uit.
  • Na opname in de beschikking zijn de afspraken afdwingbaar, zo nodig met een dwangsom.
  • Ook een later gewijzigd plan kan in een beschikking worden opgenomen.

Veelgestelde vragen

Moet een advocaat het ouderschapsplan opstellen?

Nee. U mag het samen opstellen of met een mediator. Voor het indienen van het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank is wel een advocaat nodig.

Hoe lang blijft het ouderschapsplan gelden?

De afspraken over zorg en gezag gelden tot de kinderen 18 zijn, of tot u ze wijzigt. De onderhoudsplicht loopt door tot 21 jaar (artikel 1:395a BW).

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.