Gepubliceerd op 29 november 2022 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Indexering van alimentatie gaat elk jaar op 1 januari automatisch in, op grond van artikel 1:402a BW. U hoeft daar zelf niets voor te doen en de andere partij hoeft niet in te stemmen. Voor 2026 is het wijzigingspercentage vastgesteld op 4,6 procent, voor zowel kinder- als partneralimentatie die bij uitspraak of overeenkomst zijn vastgesteld.
Dat het bedrag automatisch stijgt, betekent niet dat het altijd goed gaat. Wie het percentage niet elk jaar opnieuw toepast, betaalt of ontvangt na verloop van tijd een bedrag dat niet meer klopt. Hieronder leest u hoe u het juiste bedrag berekent, wanneer indexering kan worden uitgesloten, en tot hoever u een achterstand nog kunt terugvorderen.
Inhoudsopgave
Wat bepaalt artikel 1:402a BW precies?
Bedragen voor levensonderhoud worden jaarlijks van rechtswege aangepast aan de loonontwikkeling. Het ministerie van Justitie en Veiligheid stelt het percentage elk najaar vast en publiceert het in de Staatscourant; voor 2026 komt het uit op 4,6 procent.
Van rechtswege betekent: zonder verzoek, zonder nieuwe beschikking en zonder instemming van de andere partij. De betalende partij maakt het nieuwe bedrag dus uit zichzelf over. Omdat het percentage per jaar verschilt, moet u een achterstand over meerdere jaren cumulatief berekenen: elk jaar past u het percentage toe op het bedrag van het jaar ervoor, niet op het oorspronkelijke bedrag. Percentages simpelweg optellen levert structureel een te laag bedrag op.
Geïndexeerd wordt het vastgestelde bedrag, niet de behoefte- of draagkrachtberekening erachter. Verandert er iets wezenlijks in inkomen, lasten of zorgverdeling, dan loopt dat via een eigen traject: een wijzigingsverzoek op grond van artikel 1:401 BW. Indexering en wijziging blijven juridisch gescheiden trajecten.
Hoe berekent u het nieuwe alimentatiebedrag?
U vermenigvuldigt het bedrag van vorig jaar met 1 plus het wijzigingspercentage. Voor 2026 betekent dat: het bedrag over 2025 maal 1,046.
Een voorbeeld ter illustratie. Een bijdrage van € 500 per maand is in 2022 vastgesteld en daarna nooit aangepast. Jaar voor jaar geïndexeerd en afgerond op centen wordt dat € 517,00 in 2023, € 549,05 in 2024, € 584,74 in 2025 en € 611,64 in 2026. Wie de percentages optelt en in één keer toepast, komt uit op € 603,50 en rekent dus te laag.
| Jaar | Wijzigingspercentage |
|---|---|
| 2023 | 3,4% |
| 2024 | 6,2% |
| 2025 | 6,5% |
| 2026 | 4,6% |
De minister van Justitie en Veiligheid stelt het percentage elk jaar vast in een beschikking in de Staatscourant. Rekent u verder terug dan 2023, zoek dan per jaar de beschikking op via officielebekendmakingen.nl.
Kan de indexering worden uitgesloten?
Ja. Artikel 1:402a BW biedt daarvoor meer ruimte dan vaak wordt gedacht: partijen kunnen bij overeenkomst, en de rechter kan bij uitspraak, de indexering geheel uitsluiten, voor bepaalde tijd uitsluiten, of vervangen door een andere periodieke regeling. Beslissend is steeds de precieze tekst van het convenant of de beschikking.
Twee valkuilen komen daarbij telkens terug. Een jarenlang gelijk gebleven bedrag betekent niet automatisch dat de indexering is uitgesloten: dat moet blijken uit een uitdrukkelijke afspraak of de beschikking zelf. Omgekeerd volgt uit het ontbreken van een uitsluiting niet zonder meer dat een nabetaling over de volledige periode toewijsbaar is; verjaring, stuiting en rechtsverwerking bepalen mede hoe ver een vordering terugreikt.
Hoe ver kunt u achterstallige indexering terugvorderen?
Achterstallige indexering kunt u in beginsel vorderen over de termijnen die in de afgelopen vijf jaar opeisbaar zijn geworden (artikel 3:308 BW).
Wie jarenlang zonder geldige uitsluiting hetzelfde bedrag heeft betaald of ontvangen, loopt tegen een verschil aan. Voor de beoordeling houdt u drie vragen los van elkaar: bestaat de aanspraak, is zij verjaard, en kan het inningsbureau haar innen.
Voor periodiek opeisbare termijnen geldt een verjaringstermijn van vijf jaren, te rekenen vanaf de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar werd (artikel 3:308 BW). Voor een verzoek om een uitkering over al verstreken tijd kent artikel 1:403 BW daarnaast een eigen grens van vijf jaar. Hoe verjaring in het algemeen werkt, leest u bij verjaring van vorderingen.
De verjaring staat niet vast. Een schriftelijke aanmaning, of een mededeling waarin u ondubbelzinnig aanspraak maakt op nakoming, stuit de verjaring en start een nieuwe termijn. De betaler kan daar rechtsverwerking tegenover stellen, maar enkel stilzitten is niet genoeg: dat vraagt bijzondere omstandigheden waardoor de betaler er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat het lagere bedrag volstond.
Wat kan het inningsbureau wel en niet?
Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen kan op uw verzoek de invordering overnemen, mits er een executoriale titel ligt. Daarvoor geldt een eigen, beperktere grens: u moet aannemelijk maken dat de onderhoudsplichtige in de zes maanden voorafgaand aan het verzoek is tekortgeschoten (artikel 1:408 BW).
Dat is geen beperking van uw civielrechtelijke vordering tot zes maanden; het is alleen een grens aan wat het bureau invordert. De onderliggende aanspraak, met de verjaringstermijn van vijf jaren, blijft daarnaast bestaan. Wilt u een langere achterstand incasseren, dan pakt u dat aan via de deurwaarder of de rechter. Welke stappen daarbij het snelst tot betaling leiden, zetten wij op een rij bij niet betalen van alimentatie.
Hoe werkt indexering bij een bedrag met terugwerkende kracht?
Stelt de rechter alimentatie vast met ingang van een datum die voor de uitspraak ligt, dan rijst de vraag wat er met de indexering over die tussenliggende periode gebeurt. De wettelijke indexering ziet in beginsel op de periode na de uitspraak, maar dat betekent niet dat de terugliggende periode buiten beeld blijft.
De Hoge Raad heeft dat op 18 juli 2025 verduidelijkt (ECLI:NL:HR:2025:1165): de rechter moet bij het vaststellen van het bedrag over de terugliggende periode ambtshalve rekenschap geven van het effect dat indexering zou hebben gehad, en dat effect in het bedrag verdisconteren. Stelt u zelf een verzoek met terugwerkende kracht, breng de indexering dan expliciet ter sprake in plaats van erop te vertrouwen dat zij vanzelf meeloopt. Wat er met de alimentatie na de scheiding gebeurt, legt u het liefst vooraf vast.
Waarom loopt de verhoging achter bij de inflatie?
De wettelijke indexering volgt de loonontwikkeling, niet de prijsontwikkeling. In jaren waarin de prijzen harder stijgen dan de lonen, blijft de verhoging achter bij het koopkrachtverlies van de ontvanger. Dat is geen rekenfout maar een gevolg van de gekozen maatstaf: de wetgever heeft aangesloten bij het loonindexcijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Partijen kunnen daarvan afwijken door zelf een andere, duidelijk omschreven regeling af te spreken, bijvoorbeeld een koppeling aan de consumentenprijsindex. Volstaat het bedrag door gestegen lasten niet meer, dan is het middel daarvoor niet de indexering maar een wijzigingsverzoek op grond van artikel 1:401 BW. Bij partneralimentatie speelt ook de duur: sinds 1 januari 2020 geldt op grond van artikel 1:157 BW als hoofdregel de helft van de huwelijksduur met een maximum van vijf jaar, met drie uitzonderingen. Wat dat voor uw situatie betekent, leest u bij partneralimentatie: hoe lang en hoeveel. Kinderalimentatie loopt door tot het kind 21 jaar wordt (artikel 1:395a BW); bij samengestelde gezinnen verdeelt de rechter de last over alle onderhoudsplichtigen, zoals wij uitleggen bij kinderalimentatie bij samengestelde gezinnen.
Wat geldt er als een van beiden in het buitenland woont?
Bij een internationale situatie is de Nederlandse indexering niet vanzelfsprekend. Eerst moet worden vastgesteld welk recht van toepassing is; binnen de Europese Unie wijst Verordening (EG) nr. 4/2009 daarvoor door naar het Haags Protocol van 2007. Pas als Nederlands recht van toepassing is, geldt de indexering van artikel 1:402a BW. Het achterstallige alimentatie innen is vaak het sluitstuk van een langlopend conflict.
Wordt een Nederlandse titel in een andere lidstaat ten uitvoer gelegd, dan gebeurt dat in beginsel onder dezelfde voorwaarden als een binnenlandse beslissing, inclusief de geïndexeerde bedragen. Andersom geldt de Nederlandse verhoging niet automatisch voor een buitenlandse titel. Welke rechter bevoegd is en welk recht geldt bij een grensoverschrijdend gezin, behandelen wij bij kinderalimentatie bij internationaal gezinsverkeer.
Woont u zelf in het buitenland en ontvangt of betaalt u Nederlandse alimentatie, controleer dan eerst welk recht op uw situatie van toepassing is voordat u een indexeringspercentage toepast. Een verkeerde aanname over het toepasselijke recht leidt al snel tot een bedrag dat achteraf niet houdbaar blijkt.
Wat doet u bij een vermoede achterstand?
Zoek eerst op wanneer het bedrag voor het laatst is vastgesteld of aangepast, en of de indexering ergens uitdrukkelijk is uitgesloten, geheel of voor bepaalde tijd. Verzamel daarna de wijzigingspercentages van alle jaren sinds die datum en reken cumulatief door, jaar voor jaar, zodat u het bedrag krijgt dat op elk moment verschuldigd was. Vergelijk die reeks met wat feitelijk is betaald.
Meld een achterstand schriftelijk, met de berekening erbij, en maak ondubbelzinnig aanspraak op betaling: dat stuit de verjaring en start een nieuwe termijn. Houd in de gaten hoe ver de vordering terugstrekt, want de vijfjaarstermijn loopt per termijn afzonderlijk. Blijft betaling uit, weeg dan af of u het inningsbureau inschakelt voor de recente maanden, of meteen een deurwaarder of de rechter inzet voor het volledige bedrag. Loopt er nog een echtscheiding, dan kan een voorlopige voorziening uitkomst bieden; die route beschrijven wij bij voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.
Veelgestelde vragen
Moet ik de indexering zelf doorgeven aan mijn ex-partner?
Nee. De aanpassing werkt van rechtswege en hangt niet af van een mededeling. Een korte schriftelijke melding met de berekening is wel verstandig: die voorkomt discussie en stuit, als er niet wordt betaald, de verjaring.
Geldt de indexering ook voor kinderalimentatie?
Ja. Artikel 1:402a BW maakt geen onderscheid tussen kinder- en partneralimentatie. Beide bedragen worden per 1 januari met hetzelfde percentage aangepast, tenzij de indexering uitdrukkelijk is uitgesloten.
Mijn ex-partner heeft jarenlang te weinig betaald. Kan ik dat nog vorderen?
In beginsel wel, voor termijnen die niet langer dan vijf jaar geleden opeisbaar zijn geworden (artikel 3:308 BW). Of het volledige verschil toewijsbaar is, hangt af van de omstandigheden, onder meer of de verjaring tijdig is gestuit. Schakelt u het inningsbureau in, dan geldt daarvoor bovendien de eigen grens van zes maanden uit artikel 1:408 BW; die beperkt de invordering, niet de vordering zelf.
Kan ik de indexering laten vervallen?
Dat kan door een uitdrukkelijke afspraak of een rechterlijke beslissing: geheel, voor bepaalde tijd, of door een andere periodieke regeling af te spreken. Beslissend is steeds de precieze tekst en de uitleg daarvan.
Waar vind ik het officiële percentage?
Het percentage wordt jaarlijks bekendgemaakt in de Staatscourant. De beschikking wijzigingspercentage levensonderhoud 2026 stelt het vast op 4,6 procent. De wettekst zelf staat in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het arrest over terugwerkende kracht vindt u bij de Hoge Raad van 18 juli 2025.
Wat kunnen wij voor u doen bij de indexering van alimentatie?
Onze advocaten familierecht helpen zowel de betaler als de ontvanger van alimentatie.
- Wij lezen uw convenant of beschikking na en stellen vast of de indexering is uitgesloten, geheel of voor bepaalde tijd (artikel 1:402a BW).
- Wij rekenen het verschuldigde bedrag jaar voor jaar cumulatief na en vergelijken het met wat feitelijk is betaald.
- Wij stellen een schriftelijke aanmaning op die de verjaring van de achterstand stuit (artikel 3:308 BW).
- Wij beoordelen of u het inningsbureau inschakelt voor de laatste zes maanden (artikel 1:408 BW) of de volledige achterstand via de deurwaarder of de rechter int.
- Wij dienen een wijzigingsverzoek in of voeren verweer als het bedrag zelf niet meer past bij de omstandigheden (artikel 1:401 BW).
Samengevat
- Indexering gaat elk jaar op 1 januari automatisch in, zonder verzoek of instemming (artikel 1:402a BW). Voor 2026 is het percentage 4,6 procent.
- Bereken een achterstand over meerdere jaren cumulatief: percentages optellen en in één keer toepassen geeft een te laag bedrag.
- Uitsluiting van de indexering moet blijken uit een uitdrukkelijke afspraak of een rechterlijke beslissing; alleen een gelijk gebleven bedrag is onvoldoende bewijs daarvoor.
- Achterstallige indexering kunt u tot vijf jaar terugvorderen (artikel 3:308 BW); het inningsbureau int alleen over de laatste zes maanden (artikel 1:408 BW).
- Bij een uitspraak met terugwerkende kracht moet de rechter de indexering over die periode ambtshalve verrekenen (HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1165).