Gepubliceerd op 29 november 2022 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Indexering van alimentatie gaat elk jaar op 1 januari automatisch in, op grond van artikel 1:402a BW. U hoeft daar zelf niets voor te doen en de andere partij hoeft niet in te stemmen. Voor 2026 is het wijzigingspercentage vastgesteld op 4,6 procent, voor zowel kinder- als partneralimentatie, tenzij de indexering uitdrukkelijk is uitgesloten.
Dat het bedrag automatisch stijgt, betekent niet dat het altijd goed gaat. Wie het percentage niet elk jaar opnieuw toepast, betaalt of ontvangt na verloop van tijd een bedrag dat niet meer klopt. Hieronder leest u hoe u het juiste bedrag berekent, wanneer indexering kan worden uitgesloten, tot hoever u een achterstand kunt terugvorderen en wat de Hoge Raad op 18 juli 2025 besliste over indexering bij terugwerkende kracht.
Inhoudsopgave
Wat bepaalt artikel 1:402a BW?
Bedragen voor levensonderhoud worden jaarlijks van rechtswege aangepast aan de loonontwikkeling. De minister stelt het percentage elk najaar vast in een beschikking in de Staatscourant. Het percentage voor 2026 is vastgesteld bij beschikking van 13 november 2025, gepubliceerd op 20 november 2025.
Van rechtswege betekent: zonder verzoek, zonder nieuwe beschikking en zonder instemming van de andere partij. De betalende partij maakt het nieuwe bedrag dus uit zichzelf over. Omdat het percentage per jaar verschilt, moet u een achterstand over meerdere jaren cumulatief berekenen: elk jaar past u het percentage toe op het bedrag van het jaar ervoor, niet op het oorspronkelijke bedrag.
Geïndexeerd wordt het vastgestelde bedrag, niet de behoefte- of draagkrachtberekening erachter. Verandert er iets wezenlijks in inkomen, lasten of zorgverdeling, dan loopt dat via een eigen traject: een wijzigingsverzoek op grond van artikel 1:401 BW. Indexering en wijziging blijven juridisch gescheiden.
Rekenvoorbeeld: zo berekent u het nieuwe bedrag
U vermenigvuldigt het bedrag van vorig jaar met 1 plus het wijzigingspercentage. Voor 2026 betekent dat: het bedrag over 2025 maal 1,046.
| Per 1 januari | Wijzigingspercentage | Een voorbeeld ter illustratie: € 500 vastgesteld in 2022 |
|---|---|---|
| 2023 | 3,4% | € 517,00 |
| 2024 | 6,2% | € 549,05 |
| 2025 | 6,5% | € 584,74 |
| 2026 | 4,6% | € 611,64 |
Wie de percentages optelt (samen 20,7 procent) en in één keer toepast, komt uit op € 603,50 en rekent dus € 8,14 per maand te laag. Over een jaar is dat bijna € 98. Bron voor 2026: beschikking wijzigingspercentage levensonderhoud 2026 (Staatscourant 2025, 39488). Rekent u verder terug, zoek dan per jaar de beschikking op via officielebekendmakingen.nl.
Kan de indexering worden uitgesloten?
Ja. Partijen kunnen bij overeenkomst, en de rechter kan bij uitspraak, de indexering geheel uitsluiten, voor bepaalde tijd uitsluiten, of vervangen door een andere periodieke regeling (artikel 1:402a BW). Beslissend is steeds de precieze tekst van het convenant of de beschikking.
Twee valkuilen komen daarbij telkens terug. Een jarenlang gelijk gebleven bedrag betekent niet automatisch dat de indexering is uitgesloten: dat moet blijken uit een uitdrukkelijke afspraak of de beschikking zelf. Omgekeerd volgt uit het ontbreken van een uitsluiting niet zonder meer dat een nabetaling over de volledige periode toewijsbaar is; verjaring, stuiting en rechtsverwerking bepalen mede hoe ver een vordering terugreikt.
Hoe ver kunt u achterstallige indexering terugvorderen?
Achterstallige indexering kunt u in beginsel vorderen over de termijnen die in de afgelopen vijf jaar opeisbaar zijn geworden (artikel 3:308 BW). Voor de beoordeling houdt u drie vragen los van elkaar: bestaat de aanspraak, is zij verjaard, en kan het inningsbureau haar innen.
De verjaringstermijn van vijf jaar loopt per termijn, vanaf de dag na die waarop de termijn opeisbaar werd. Voor een verzoek om een uitkering over al verstreken tijd kent artikel 1:403 BW daarnaast een eigen grens van vijf jaar. Hoe verjaring in het algemeen werkt, leest u bij verjaring van vorderingen.
De verjaring staat niet vast. Een schriftelijke aanmaning, of een mededeling waarin u ondubbelzinnig aanspraak maakt op nakoming, stuit de verjaring en start een nieuwe termijn (artikel 3:317 BW). De betaler kan daar rechtsverwerking tegenover stellen, maar enkel stilzitten is niet genoeg: dat vraagt bijzondere omstandigheden waardoor de betaler er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat het lagere bedrag volstond.
Wat kan het inningsbureau wel en niet?
Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) kan op uw verzoek de invordering overnemen, mits er een executoriale titel ligt. Daarvoor geldt een eigen, beperktere grens: u moet aannemelijk maken dat de onderhoudsplichtige in de zes maanden voorafgaand aan het verzoek is tekortgeschoten (artikel 1:408 BW).
Dat is geen beperking van uw civielrechtelijke vordering tot zes maanden; het is alleen een grens aan wat het bureau invordert. De onderliggende aanspraak, met de verjaringstermijn van vijf jaar, blijft daarnaast bestaan. Wilt u een langere achterstand incasseren, dan pakt u dat aan via de deurwaarder of de rechter. Welke stappen daarbij het snelst tot betaling leiden, zetten wij op een rij bij niet betalen van alimentatie.
Indexering bij alimentatie met terugwerkende kracht: het arrest van 18 juli 2025
Stelt de rechter alimentatie vast met ingang van een datum die vóór de uitspraak ligt, dan rijst de vraag wat er met de indexering over die tussenliggende periode gebeurt.
De Hoge Raad besliste op 18 juli 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1165) dat de wettelijke indexering alleen geldt voor de periode ná de uitspraak, ook als de ingangsdatum eerder ligt. Een partij kan wel verzoeken om indexering over de periode tussen ingangsdatum en uitspraak, bijvoorbeeld op grond van een afspraak in het convenant. Daarnaast moet de rechter zich ambtshalve rekenschap geven van het effect dat indexering zou hebben gehad, en kan hij dat effect verdisconteren in het bedrag over de terugliggende periode.
Dient u zelf een verzoek met terugwerkende kracht in, breng de indexering dan uitdrukkelijk ter sprake in plaats van erop te vertrouwen dat zij vanzelf meeloopt. Wat er met de alimentatie na de scheiding gebeurt, legt u het liefst vooraf vast in het convenant.
Waarom loopt de verhoging achter bij de inflatie?
De wettelijke indexering volgt de loonontwikkeling, niet de prijsontwikkeling. In jaren waarin de prijzen harder stijgen dan de lonen, blijft de verhoging achter bij het koopkrachtverlies van de ontvanger. Dat is geen rekenfout maar een gevolg van de maatstaf: de wetgever heeft aangesloten bij het loonindexcijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Partijen kunnen daarvan afwijken door zelf een andere, duidelijk omschreven regeling af te spreken, bijvoorbeeld een koppeling aan de consumentenprijsindex. Volstaat het bedrag door gestegen lasten niet meer, dan is het middel daarvoor niet de indexering maar een wijzigingsverzoek op grond van artikel 1:401 BW.
Bij partneralimentatie speelt ook de duur: sinds 1 januari 2020 geldt op grond van artikel 1:157 BW als hoofdregel de helft van de huwelijksduur met een maximum van vijf jaar, met drie uitzonderingen. Zie partneralimentatie: hoe lang en hoeveel. Kinderalimentatie loopt door tot het kind 21 jaar wordt (artikel 1:395a BW); bij samengestelde gezinnen verdeelt de rechter de last over alle onderhoudsplichtigen, zoals wij uitleggen bij kinderalimentatie bij samengestelde gezinnen.
Wat geldt er als een van beiden in het buitenland woont?
Bij een internationale situatie is de Nederlandse indexering niet vanzelfsprekend. Eerst moet worden vastgesteld welk recht van toepassing is; binnen de Europese Unie wijst Verordening (EG) nr. 4/2009 daarvoor door naar het Haags Protocol van 2007. Pas als Nederlands recht van toepassing is, geldt de indexering van artikel 1:402a BW.
Wordt een Nederlandse titel in een andere lidstaat ten uitvoer gelegd, dan gebeurt dat in beginsel onder dezelfde voorwaarden als een binnenlandse beslissing, inclusief de geïndexeerde bedragen. Andersom geldt de Nederlandse verhoging niet automatisch voor een buitenlandse titel. Welke rechter bevoegd is en welk recht geldt bij een grensoverschrijdend gezin, behandelen wij bij kinderalimentatie bij internationaal gezinsverkeer. Gaat de alimentatie deel uitmaken van een breder conflict, lees dan ook vechtscheiding of vriendschappelijk uit elkaar.
Een vermoede achterstand in vier stappen narekenen
- Zoek op wanneer het bedrag voor het laatst is vastgesteld of aangepast, en of de indexering ergens uitdrukkelijk is uitgesloten, geheel of voor bepaalde tijd.
- Verzamel de wijzigingspercentages van alle jaren sinds die datum uit de Staatscourant en reken jaar voor jaar cumulatief door.
- Vergelijk die reeks met wat feitelijk is betaald, per maand, en beperk u tot termijnen die minder dan vijf jaar geleden opeisbaar werden (artikel 3:308 BW).
- Meld de achterstand schriftelijk met de berekening erbij en maak ondubbelzinnig aanspraak op betaling; dat stuit de verjaring.
Blijft betaling uit, weeg dan af of u het LBIO inschakelt voor de recente maanden, of meteen een deurwaarder of de rechter inzet voor het volledige bedrag. Loopt er nog een echtscheiding, dan kan een voorlopige voorziening uitkomst bieden (artikel 822 Rv); die route beschrijven wij bij voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.
Hoe wij helpen bij indexering van alimentatie
Onze advocaten familierecht helpen zowel de betaler als de ontvanger van alimentatie.
- Wij lezen uw convenant of beschikking na en stellen vast of de indexering is uitgesloten.
- Wij rekenen het verschuldigde bedrag jaar voor jaar cumulatief na en vergelijken het met wat feitelijk is betaald.
- Wij stellen een aanmaning op die de verjaring stuit, en beoordelen of het LBIO of de deurwaarder de beste route is.
- Wij dienen een wijzigingsverzoek in of voeren verweer als het bedrag zelf niet meer past (artikel 1:401 BW).
Indexering in vijf punten
- Per 1 januari 2026 stijgen kinder- en partneralimentatie automatisch met 4,6 procent (artikel 1:402a BW).
- Reken cumulatief: optellen van percentages geeft over 2023-2026 al ruim € 8 per maand te weinig bij een bedrag van € 500.
- Alleen een uitdrukkelijke afspraak of uitspraak sluit indexering uit; een gelijk gebleven bedrag bewijst dat niet.
- Achterstallige indexering is vijf jaar terug te vorderen; het LBIO int alleen bij tekortschieten in de laatste zes maanden.
- Bij terugwerkende kracht geldt de wettelijke indexering niet vanzelf, maar moet de rechter het effect ervan meewegen (Hoge Raad 18 juli 2025).
Veelgestelde vragen
Moet ik de indexering zelf doorgeven aan mijn ex-partner?
Nee. De aanpassing werkt van rechtswege en hangt niet af van een mededeling. Een korte schriftelijke melding met de berekening is wel verstandig: die voorkomt discussie en stuit, als er niet wordt betaald, de verjaring.
Geldt de indexering ook als het LBIO al int?
Ja. Het LBIO int het bedrag dat op grond van de titel verschuldigd is, inclusief de wettelijke indexering. Volgens het LBIO stelt de minister het percentage vast en wordt het meestal half november bekendgemaakt.
De wettekst staat in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Uitleg van het inningsbureau vindt u bij het LBIO over de jaarlijkse indexering.