Gepubliceerd op 21 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 27 september 2026
Als verdachte bent u niet verplicht de waarheid te spreken tegen de politie, en liegen over de zaak is op zichzelf niet strafbaar. Een aantal leugens is wel strafbaar, zoals een valse naam opgeven, een valse aangifte doen of een ander valselijk beschuldigen, en een aantoonbare leugen kan later als bewijs tegen u worden gebruikt.
Voor een getuige ligt het anders: bij de rechter-commissaris en op de zitting moet een getuige de waarheid spreken, en liegen onder ede is meineed. Zwijgen is voor een verdachte daarom bijna altijd verstandiger dan liegen. Hieronder leest u waar de grenzen liggen, wat de politie zelf mag, en hoe u zich in een verhoor opstelt.
Inhoudsopgave
Wat is het verschil tussen zwijgen en liegen?
Zwijgen is een recht van iedere verdachte; liegen is dat niet, maar het is voor een verdachte meestal ook niet strafbaar. Het grote verschil zit in de gevolgen voor uw zaak.
Het zwijgrecht beschermt u tegen zelfbeschuldiging. Volgens artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is een verdachte niet verplicht om te antwoorden, en moet de politie hem dat vóór het verhoor meedelen. Dat heet de cautie. U hoeft dus niet mee te werken aan uw eigen veroordeling.
Actief liegen is iets anders. Denk aan een verzonnen alibi, het ontkennen van feiten waarvan u weet dat ze kloppen, of het aanwijzen van een ander als dader. De wet stelt niet elke leugen van een verdachte strafbaar, maar sommige leugens wel. En ook een leugen die niet strafbaar is, kan uw zaak ernstig schaden.
Zwijgen, liegen en selectief antwoorden naast elkaar
De tabel hieronder vat de juridische status en de gevolgen samen.
| Handeling | Juridische status | Mogelijke gevolgen |
|---|---|---|
| Zwijgen | Een recht van iedere verdachte (artikel 29 Sv). | Geen straf. Vraagt het bewijs om een uitleg die u niet geeft, dan kan de rechter dat wel bij zijn oordeel betrekken. |
| Liegen over de zaak | Voor een verdachte in beginsel niet strafbaar. | Verlies van geloofwaardigheid; een aantoonbaar leugenachtige verklaring kan als bewijs worden gebruikt. |
| Liegen over uw identiteit of een ander valselijk beschuldigen | Strafbaar. | Vervolging voor bijvoorbeeld het opgeven van een valse naam, valse aangifte of lasterlijke aanklacht. |
| Selectief antwoorden | Toegestaan. | Kan leiden tot tegenstrijdigheden en vragen over waarom u op sommige punten wel en op andere niet verklaart. |
Zwijgen is dus de veilige, wettelijk beschermde keuze. Liegen levert zelden voordeel op en opent de deur naar nieuwe problemen.
Welke regels gelden voor een verdachte en voor een getuige?
Uw rechten en plichten hangen af van uw rol. Een verdachte heeft een zwijgrecht; een getuige heeft bij de rechter een verschijnings- en spreekplicht, maar niet bij de politie.
Wie verdachte is, bepaalt artikel 27 Sv: iemand tegen wie een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestaat. Iemand die als getuige begint, kan tijdens het gesprek verdachte worden als zijn antwoorden hem zelf belasten. Vanaf dat moment moet de politie de cautie geven.
De positie van de verdachte
Een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dat beginsel heet het nemo-teneturbeginsel: niemand is verplicht zichzelf te belasten.
U mag dus zwijgen op alle vragen over de zaak. Alleen vragen naar uw identiteit, zoals uw naam, geboortedatum en adres, moet u beantwoorden. Liegen over de zaak is voor een verdachte niet strafbaar, maar het is ook geen recht. De rechter mag een verklaring die aantoonbaar gelogen is gebruiken als steunbewijs, als blijkt dat de leugen bedoeld was om de waarheid te verhullen. Een leugen kan zo precies het omgekeerde bereiken van wat u wilde.
Zwijgen is geen schuldbekentenis. Het is de taak van het Openbaar Ministerie om uw schuld te bewijzen, niet uw taak om uw onschuld aan te tonen.
De positie van de getuige
Een getuige is iemand die iets heeft gezien of gehoord. Tegenover de politie is een getuige niet verplicht te verschijnen of te verklaren. Bij de rechter-commissaris en op de zitting is dat wel zo, en daar kan de getuige ook onder ede worden gehoord.
Wie als getuige besluit wel een verklaring bij de politie af te leggen, doet er goed aan de waarheid te vertellen. Een valse verklaring kan het onderzoek op het verkeerde been zetten en, als de getuige daarmee een ander valselijk beschuldigt, strafbaar zijn. Voor de rechter geldt een waarheidsplicht, met enkele uitzonderingen:
- Familieleden van de verdachte, zoals ouders, kinderen en partners, hebben een verschoningsrecht (artikel 217 Sv).
- Beroepsbeoefenaars met een geheimhoudingsplicht, zoals artsen en advocaten, kunnen zich verschonen over wat hun in die hoedanigheid is toevertrouwd (artikel 218 Sv).
- Een getuige hoeft geen antwoord te geven op vragen waarmee hij zichzelf of een naast familielid aan strafvervolging blootstelt (artikel 219 Sv).
Twijfelt u over uw rol, vraag dan eerst advies van een strafrechtadvocaat voordat u een verklaring aflegt.
Wanneer wordt een leugen strafbaar?
Een leugen wordt strafbaar als de wet die specifieke gedraging verbiedt. De belangrijkste voorbeelden zijn een valse naam opgeven, een valse aangifte doen, iemand valselijk beschuldigen en liegen onder ede.
Niet elke onwaarheid is dus een strafbaar feit. De grens ligt daar waar u met uw leugen het justitiële apparaat op een verkeerd spoor zet of een ander in de problemen brengt.
Een valse naam opgeven
Wie op een vraag van de politie naar zijn identiteit een valse naam of een vals adres opgeeft, pleegt een strafbaar feit. Dat geldt ook voor een verdachte.
Het zwijgrecht ziet op vragen over de zaak, niet op vragen naar uw personalia. Een verdachte die een verzonnen naam noemt om een eerdere veroordeling te verbergen of een boete te ontlopen, riskeert dus een extra vervolging. Daarnaast bent u vanaf veertien jaar verplicht om op verzoek van de politie een geldig identiteitsbewijs te tonen.
Wie zich legitimeert met het identiteitsbewijs van een ander, bijvoorbeeld van een broer of vriend die op hem lijkt, gaat nog een stap verder. Opzettelijk gebruikmaken van een identiteitsbewijs dat niet op uw naam staat, is een afzonderlijk misdrijf (artikel 231 Sr). Komt dat later uit, bijvoorbeeld via vingerafdrukken of camerabeelden, dan staat u niet alleen terecht voor het oorspronkelijke feit, maar ook voor het misleiden van de politie over uw identiteit. Bovendien kan de ander ten onrechte met een strafzaak of boete worden geconfronteerd, wat weer tot nieuwe aansprakelijkheid leidt.
Een valse aangifte doen
Wie aangifte doet van een strafbaar feit, terwijl hij weet dat het niet is gepleegd, maakt zich volgens artikel 188 van het Wetboek van Strafrecht schuldig aan valse aangifte. De maximumstraf is een jaar gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie.
De motieven lopen uiteen. Een bekend voorbeeld is iemand die een inbraak of diefstal meldt die nooit heeft plaatsgevonden, om geld van de verzekering te krijgen. Het OM heeft voor valse aangifte een eigen richtlijn voor strafvordering. Daarnaast kan de verzekeraar de schade verhalen en de verzekerde registreren.
Een valse aangifte richt schade aan buiten het eigen dossier. De politie besteedt tijd aan een verzonnen zaak, en echte zaken blijven liggen. Meer hierover leest u in ons artikel over valse aangifte. Wie een eerder gedane aangifte onjuist blijkt te zijn, doet er verstandig aan eerst advies te vragen voordat hij de politie opnieuw benadert.
Een ander valselijk beschuldigen
Wie opzettelijk een valse aangifte of klacht doet tegen een bepaalde persoon, waardoor diens eer of goede naam wordt aangetast, pleegt lasterlijke aanklacht (artikel 268 Sr). Dat wordt zwaarder bestraft dan een gewone valse aangifte.
Denk aan iemand die een ex-partner of buurman valselijk beschuldigt van mishandeling, om die persoon in de problemen te brengen. Zo’n beschuldiging kan leiden tot een aanhouding en een strafzaak tegen een onschuldige. Ook een verdachte die tijdens zijn verhoor bewust een ander als dader aanwijst, loopt dit risico.
Meineed
Meineed is liegen onder ede, bijvoorbeeld als getuige bij de rechter-commissaris of op de zitting (artikel 207 Sr). Een verklaring bij de politie wordt niet onder ede afgelegd en is dus geen meineed.
Meineed is een ernstig misdrijf, waarop een gevangenisstraf van meerdere jaren staat. De straf is hoger als de valse verklaring in een strafzaak ten nadele van de verdachte is afgelegd. Wie als getuige wordt opgeroepen en twijfelt of hij iets moet verklaren, kan zich beter beroepen op een verschoningsrecht als dat hem toekomt, dan een onwaarheid te vertellen.
Iemand helpen aan justitie te ontkomen
Wie een ander die een misdrijf heeft gepleegd helpt zich aan opsporing te onttrekken, bijvoorbeeld door hem te verbergen of door sporen van het misdrijf te vernietigen, kan zich schuldig maken aan begunstiging (artikel 189 Sr).
Een vals alibi voor een vriend kan in die richting gaan. Voor naaste familieleden en partners bevat de wet een uitzondering. Voor anderen geldt die niet. Wie als getuige een vriend uit de wind wil houden, kan beter zwijgen of zich op een verschoningsrecht beroepen dan een verzonnen verhaal vertellen.
Welke straffen gelden?
De straf hangt af van het delict en van de gevolgen van de leugen. De rechter kijkt onder meer of een onschuldige is aangehouden en hoeveel onderzoekscapaciteit is verspild.
- Een geldboete, bij valse aangifte tot de derde categorie.
- Een taakstraf.
- Een gevangenisstraf: bij valse aangifte ten hoogste een jaar, bij lasterlijke aanklacht en meineed langer.
Daarnaast kan de benadeelde, zoals een ten onrechte beschuldigde persoon of een verzekeraar, schadevergoeding vorderen.
Waarom is liegen ook als het niet strafbaar is riskant?
De grootste schade van een leugen zit meestal niet in een aparte straf, maar in het verlies van uw geloofwaardigheid. Wie eenmaal op een leugen is betrapt, wordt daarna ook bij de ware delen van zijn verhaal niet meer geloofd.
Dat geldt niet alleen voor de agent die u verhoort, maar ook voor de officier van justitie en de rechter. Alles wat u daarna verklaart, wordt met wantrouwen bekeken. Ook een deel van uw verhaal dat wel klopt, kan dan ongeloofwaardig lijken.
Een leugen komt zelden alleen
Een eerste onwaarheid moet vaak worden ondersteund door een tweede. U moet elk detail van het verzonnen verhaal onthouden, terwijl de politie juist zoekt naar tegenstrijdigheden.
Dat heeft concrete nadelen:
- Tegenstrijdigheden: een verzonnen verhaal is moeilijk consistent te houden, zeker bij herhaalde verhoren en als camerabeelden, telefoongegevens of getuigen iets anders laten zien.
- Bewijs tegen uzelf: een aantoonbaar leugenachtige verklaring kan onder voorwaarden als steunbewijs worden gebruikt.
- Minder ruimte voor het voordeel van de twijfel: een rechter die heeft gezien dat u niet eerlijk bent geweest, zal uw latere uitleg kritischer beoordelen.
- Strafmaat: een leugen is geen strafverzwarende omstandigheid in de wet, maar de rechter kan in zijn motivering meewegen dat u geen openheid van zaken hebt gegeven.
Zwijgen heeft die nadelen niet. Een verdachte die eerst zwijgt en later, na overleg met zijn advocaat, een verklaring aflegt, kan geloofwaardig blijven. Wel kan de rechter het meewegen als u pas op de zitting met een verklaring komt die u eerder had kunnen geven, omdat die dan niet meer goed kan worden onderzocht.
Wanneer het bewijs om een verklaring vraagt
Zwijgen mag niet als bewijs tegen u worden gebruikt. Maar als er sterk bewijs tegen u ligt dat om een uitleg vraagt, en u geeft die uitleg niet, dan mag de rechter dat bij zijn oordeel betrekken.
Een voorbeeld: in de auto van een verdachte wordt een grote hoeveelheid drugs gevonden en hij zwijgt over hoe die daar komt. De rechter mag dan vaststellen dat er geen andere aannemelijke verklaring voor de aanwezigheid van de drugs is gegeven. Of en wanneer u dus wel een verklaring aflegt, is een strategische keuze die u met uw advocaat maakt.
Mag de politie tegen u liegen?
De politie mag tijdens een verhoor in beperkte mate een list gebruiken, bijvoorbeeld door te suggereren dat er meer bewijs is dan er werkelijk is. De grens ligt waar u onder ongeoorloofde druk wordt gezet.
Volgens artikel 29 Sv moet de politie zich onthouden van alles wat tot doel heeft een verklaring te verkrijgen waarvan niet kan worden gezegd dat die in vrijheid is afgelegd. Een verhoorder die ten onrechte zegt dat een medeverdachte al heeft bekend, of dat er camerabeelden zijn, gaat niet vanzelf over die grens. Bedreiging, het voorspiegelen van voordelen in ruil voor een bekentenis of langdurige intimidatie zijn wel ontoelaatbaar. Een verklaring die zo is verkregen, kan van het bewijs worden uitgesloten.
Dit is een belangrijke reden om niet mee te gaan in wat de politie u voorhoudt. Wat de verhoorder zegt over het bewijs, hoeft niet te kloppen. Uw advocaat kan later in het dossier nagaan welk bewijs er werkelijk is.
Hoe stelt u zich op in een politieverhoor?
Blijf kalm, vraag vóór het verhoor om een advocaat en beroep u op uw zwijgrecht als u twijfelt. Lees aan het einde uw verklaring zorgvuldig voordat u tekent.
Een verhoor is spannend. De omgeving, de vragen en de druk kunnen ertoe leiden dat u dingen zegt waar u later spijt van hebt. Neem de tijd voor elk antwoord. U hoeft niet direct te reageren.
Uw rechten gebruiken
Uw twee sterkste middelen zijn het zwijgrecht en het recht op een advocaat. Als u bent aangehouden, hebt u recht op een gesprek met een advocaat vóór het eerste verhoor, en mag uw advocaat bij het verhoor aanwezig zijn.
Deze zinnen kunt u gebruiken:
- “Ik beroep mij op mijn zwijgrecht.” U hoeft daar niets aan toe te voegen.
- “Ik wil deze vraag eerst met mijn advocaat bespreken.” Zo creëert u ruimte voor advies, ook als u niet volledig wilt zwijgen.
- “Ik begrijp de vraag niet, kunt u die anders formuleren?” Zo dwingt u de verhoorder om duidelijk te zijn.
Deze zinnen zijn niet onbeleefd; het zijn de gewone manieren om uw rechten te gebruiken. Wat u eenmaal hebt gezegd, kunt u niet terugnemen. Wees daarom ook voorzichtig met schijnbaar onschuldige vragen over uw dagindeling, uw telefoon of de mensen met wie u omgaat. Zulke vragen zijn vaak bedoeld om later tegenstrijdigheden te vinden.
Uw verklaring controleren voordat u tekent
Aan het einde van het verhoor krijgt u uw verklaring te lezen. Met uw handtekening bevestigt u dat de tekst weergeeft wat u hebt gezegd.
Lees elke zin zorgvuldig. Staat er iets wat u niet hebt gezegd, of is de context verdraaid, vraag dan om een correctie. U bent niet verplicht de verklaring te ondertekenen. Tekent u niet, dan wordt dat in het proces-verbaal vermeld, maar de verklaring kan nog steeds worden gebruikt. Daarom is het belangrijk fouten direct te laten corrigeren of te laten noteren dat u het niet eens bent met de weergave. U kunt ook aangeven dat u de verklaring eerst met uw advocaat wilt doornemen.
Checklist voor een politieverhoor
Het overzicht hieronder zet de belangrijkste stappen op een rij.
| Moment | Actie of recht | Waarom het belangrijk is |
|---|---|---|
| Vooraf | Vraag om een advocaat | Een advocaat bereidt u voor, kan bij het verhoor aanwezig zijn en bewaakt uw rechten. |
| Begin van het verhoor | Blijf kalm en luister goed | Paniek leidt tot fouten; wie goed luistert, voorkomt misverstanden. |
| Tijdens het verhoor | Gebruik uw zwijgrecht als u twijfelt | U hoeft uzelf niet te belasten. |
| Tijdens het verhoor | Lieg niet | Een leugen over de zaak is voor een verdachte niet strafbaar, maar kan als bewijs worden gebruikt; een valse naam of een valse beschuldiging is wel strafbaar. |
| Bij lastige vragen | Vraag om herhaling of verduidelijking | Zo krijgt u tijd en dwingt u de verhoorder om duidelijk te zijn. |
| Einde van het verhoor | Lees de verklaring zorgvuldig | Controleer of uw woorden juist en in de goede context zijn weergegeven. |
| Ondertekening | Teken alleen als alles klopt | U bent niet verplicht te tekenen; laat onjuistheden eerst corrigeren. |
Na het verhoor
Na het verhoor stuurt de politie het dossier naar de officier van justitie, die beslist over vervolging. Uw advocaat kan het proces-verbaal van uw verhoor opvragen en controleren of uw verklaring goed is vastgelegd en of de cautie is gegeven.
Is de cautie niet gegeven, of hebt u ten onrechte geen advocaat mogen raadplegen, dan kan dat gevolgen hebben voor het gebruik van uw verklaring als bewijs. Wilt u later alsnog een verklaring afleggen, dan kan dat bij een nieuw verhoor of op de zitting. Bespreek met uw advocaat welk moment het meest geschikt is. Meer over de gevolgen van een aanhouding tijdens het uitgaan leest u in ons artikel een avond uit, een pilletje op zak.
Samengevat
- Een verdachte hoeft niet te antwoorden (artikel 29 Sv); liegen over de zaak is voor een verdachte in beginsel niet strafbaar.
- Strafbaar zijn wel onder meer een valse naam opgeven, een valse aangifte (artikel 188 Sr), een lasterlijke aanklacht (artikel 268 Sr) en meineed (artikel 207 Sr).
- Een aantoonbaar leugenachtige verklaring kan als bewijs tegen u worden gebruikt; zwijgen niet.
- Een getuige hoeft bij de politie niet te verklaren, maar moet bij de rechter-commissaris en op de zitting de waarheid spreken, behoudens een verschoningsrecht.
- Vraag vóór het verhoor om een advocaat en teken uw verklaring alleen als die klopt.
Veelgestelde vragen over uw verklaring bij de politie
Wat als ik per ongeluk iets verkeerds zeg?
Een vergissing is geen leugen. Van liegen is pas sprake als u bewust iets onwaars zegt. Merkt u tijdens of na het verhoor dat u zich hebt vergist, corrigeer dat dan zo snel mogelijk, bij voorkeur via uw advocaat.
Door een fout zelf recht te zetten, beschermt u uw geloofwaardigheid. Laat u een vergissing bewust staan of bouwt u er verder op voort, dan kan de rechter die later als een leugen opvatten. Uw advocaat kan een aanvullende verklaring laten opnemen of de correctie schriftelijk aan het OM doorgeven.
Is zwijgen niet verdacht?
In het dagelijks leven kan zwijgen verdacht lijken, maar in het strafrecht is het een recht van iedere verdachte (artikel 29 Sv). Uw zwijgen mag niet als bewijs tegen u worden gebruikt.
Er is één nuance. Ligt er sterk bewijs dat om een uitleg vraagt en geeft u die uitleg niet, dan mag de rechter dat bij zijn oordeel betrekken. Of zwijgen in uw zaak verstandig is, bespreekt u daarom met uw advocaat. Vaak is het beter eerst te zwijgen en pas een verklaring af te leggen als u weet welk bewijs er ligt.
Het is aan het Openbaar Ministerie om uw schuld te bewijzen, niet aan u om uw onschuld aan te tonen.
Mag de politie tegen mij liegen?
In beperkte mate. De politie mag een list gebruiken, bijvoorbeeld door te suggereren dat er meer bewijs is dan er werkelijk is, zoals een vingerafdruk of een verklaring van een medeverdachte.
De grens ligt bij ongeoorloofde druk. Volgens artikel 29 Sv moet uw verklaring in vrijheid zijn afgelegd. Bedreiging, het beloven van voordelen in ruil voor een bekentenis of langdurige intimidatie zijn niet toegestaan. Een verklaring die zo is verkregen, kan van het bewijs worden uitgesloten. Ga daarom niet mee in wat de verhoorder u voorhoudt, en laat uw advocaat het dossier controleren.
Law & More staat verdachten en getuigen bij, van het eerste verhoor tot de zitting. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.
