Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
In het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs heeft de medezeggenschapsraad (MR) instemmingsrecht en adviesrecht op besluiten van het schoolbestuur. Zonder instemming kan het bestuur een instemmingsplichtig besluit in beginsel niet nemen; een advies mag het bestuur niet volgen, maar dan wel met goede redenen. Deze rechten staan in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Een ondernemingsraad (OR) bestaat op deze scholen niet: de Wet op de ondernemingsraden is er niet van toepassing (art. 39 WMS).
Hieronder leest u wie in de MR zit, over welke besluiten de raad meebeslist, waar de grenzen liggen en wat u kunt doen als bestuur en MR het niet eens worden.

Inhoudsopgave
Welke wet regelt de medezeggenschap op school?
De WMS geldt sinds 1 januari 2007 voor het primair onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs. Zij verving de Wet medezeggenschap onderwijs 1992. Voor het mbo en het hoger onderwijs gelden eigen regels in de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Daar kan wel een ondernemingsraad bestaan, naast een raad voor studenten.
Dit artikel gaat over de WMS. Waar we hierna “het bestuur” schrijven, bedoelen we het bevoegd gezag: het schoolbestuur dat de school in stand houdt.
Wie zit er in de MR?
Elke school heeft een MR van ten minste vier leden (art. 3 WMS). De helft wordt gekozen uit en door het personeel, de andere helft uit en door de ouders en, in het voortgezet onderwijs, de leerlingen.
- Basisschool: personeel en ouders.
- Voortgezet onderwijs: personeel, ouders en leerlingen. Ouders en leerlingen hebben evenveel zetels.
- Speciaal onderwijs: personeel en ouders, en eventueel leerlingen vanaf dertien jaar.
Leden van het bestuur kunnen geen lid zijn. Dat geldt ook voor een personeelslid dat namens het bestuur het overleg met de MR voert, zoals de schooldirecteur. Het aantal leden, de verkiezingen en de zittingsduur staan in het medezeggenschapsreglement (art. 24 WMS).
Wanneer is er een gemeenschappelijke MR?
Heeft een bestuur meer dan één school, dan is een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) verplicht (art. 4 WMS). De GMR praat mee over zaken die alle of de meeste scholen van het bestuur raken, zoals het bovenschoolse financiële beleid. De MR van elke school blijft bevoegd voor zaken van die ene school (art. 16 WMS).
Welke rechten heeft de MR?
De WMS geeft de MR vijf soorten bevoegdheden. De instemmings- en adviesrechten wegen het zwaarst, omdat het bestuur die besluiten niet buiten de MR om kan nemen.
Wat mag de MR zelf aan de orde stellen?
De MR mag alle zaken bespreken die de school betreffen en daarover voorstellen doen (art. 6 WMS). Het bestuur moet binnen drie maanden schriftelijk en met redenen reageren. Vóór die reactie moet het bestuur de MR minstens één keer de gelegenheid geven om over het voorstel te overleggen. Bestuur en MR komen ook bijeen als één van beiden daarom vraagt.
Welke informatie moet het bestuur de MR geven?
Het bestuur geeft de MR uit zichzelf en op tijd alle informatie die de raad voor zijn taak redelijkerwijs nodig heeft (art. 8 WMS). Denk aan de begroting, het jaarverslag en de beleidsvoornemens. Legt het bestuur een voorstel voor advies of instemming voor, dan moet het er uitdrukkelijk bij zeggen dat het om een advies- of instemmingsbevoegdheid gaat (art. 7a WMS).
Voor welke besluiten is instemming van de hele MR nodig?
Voor een aantal besluiten heeft het bestuur vooraf de instemming van de hele MR nodig (art. 10 WMS). Het gaat onder meer om:
- een verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school;
- het schoolplan, het leerplan of de onderwijs- en examenregeling;
- het schoolreglement en de klachtenregeling;
- regels over veiligheid, gezondheid en welzijn;
- overdracht van de school of fusie met een andere school;
- de vaststelling van de schooldagen.
Wanneer stemt één geleding in?
Sommige besluiten raken vooral één groep. Dan beslist die geleding mee. De personeelsgeleding heeft instemmingsrecht op onder meer de formatie, de regeling van taakverdeling en taakbelasting, het verlof- en nascholingsbeleid, de arbo- en verzuimregels en de gevolgen van een reorganisatie voor het personeel (art. 12 WMS). De ouder- en leerlinggeleding stemmen in met onder meer de schoolgids, de hoogte en besteding van de ouderbijdrage en, in het primair onderwijs, de onderwijstijd (art. 13 en 14 WMS).
Over welke besluiten adviseert de MR?
Bij een reeks andere besluiten moet het bestuur de MR vooraf om advies vragen (art. 11 WMS). Voorbeelden zijn:
- de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid;
- het beëindigen, flink inkrimpen of uitbreiden van de school of een belangrijk onderdeel;
- een duurzame samenwerking met een andere instelling;
- het beleid over toelating en verwijdering van leerlingen;
- de aanstelling of het ontslag van de schoolleiding en van bestuursleden;
- het lesrooster in het voortgezet onderwijs, de vakantieregeling en nieuwbouw of een grote verbouwing.
Het bestuur vraagt het advies op een moment dat het nog echte invloed kan hebben (art. 17 WMS). Volgt het bestuur het advies niet, dan legt het schriftelijk uit waarom en overlegt het eerst nog met de MR. Bij de benoeming van een nieuwe bestuurder zit ook een lid van de MR in de sollicitatiecommissie (art. 8a WMS).
De wet noemt deze onderwerpen “in ieder geval”. Het is dus een minimum. In het medezeggenschapsreglement kan bovendien een adviesrecht worden omgezet in een instemmingsrecht, of andersom (art. 24 lid 2 WMS).

Wat mag de MR niet?
De MR bestuurt de school niet. Het bestuur neemt de besluiten; de MR stemt in, adviseert of doet voorstellen. Daaruit volgen een paar grenzen.
- Geen besluiten over individuele personeelsleden. De MR gaat over regelingen en beleid, niet over de beoordeling of het ontslag van één leraar. Een uitzondering is het adviesrecht bij de aanstelling of het ontslag van de schoolleiding.
- Geen veto bij advies. Bij een adviesbesluit mag het bestuur uiteindelijk anders beslissen, zolang het de belangen redelijk heeft afgewogen.
- Geen dagelijkse schoolleiding. De uitvoering van het beleid in de klas en de aanpak van één leerling zijn zaken van de schoolleiding. Het lesrooster in het voortgezet onderwijs is wel een adviesonderwerp.
- Geheimhouding. In welke gevallen MR-leden geheimhouding moeten betrachten, staat in het medezeggenschapsreglement (art. 24 WMS). Vertrouwelijke informatie mag de MR dan niet delen met de achterban.
Hoe werkt medezeggenschap bij een reorganisatie of fusie?
Wil het bestuur de school of een belangrijk onderdeel sluiten, inkrimpen of uitbreiden, dan moet het de MR vooraf om advies vragen (art. 11 onder c WMS). Een fusie of overdracht van de school vraagt de instemming van de MR (art. 10 onder h WMS).
De gevolgen voor het personeel regelt het bestuur in een sociaal plan of een vergelijkbare regeling. Daarvoor is de instemming van de personeelsgeleding nodig (art. 12 onder a WMS). Het bestuur mag het besluit pas uitvoeren als die regeling er is, tenzij er dringende redenen zijn om eerder te beginnen (art. 15 WMS). Bij ontslag van twintig of meer personeelsleden gelden daarnaast de regels voor collectief ontslag. Meer daarover leest u in ons artikel over een sociaal plan bij reorganisatie.
Welke faciliteiten en bescherming hebben MR-leden?
Het bestuur stelt de voorzieningen beschikbaar die de MR redelijkerwijs nodig heeft, zoals vergaderruimte (art. 28 WMS). De noodzakelijke kosten, ook voor scholing, zijn voor rekening van het bestuur. Voor een deskundige of een procedure geldt dat alleen als de MR het bestuur vooraf over de kosten heeft ingelicht.
Personeelsleden in de MR krijgen tijd voor overleg, scholing en ander medezeggenschapswerk. Hoeveel, staat in een regeling van het bestuur en in de cao. Ouders en leerlingen in de MR kan het bestuur een vergoeding geven.
MR-leden mogen door hun lidmaatschap niet worden benadeeld (art. 3 lid 12 WMS). Een ontslag van een personeelslid dat verband houdt met de kandidatuur, het lidmaatschap of het vroegere lidmaatschap van de MR is nietig (art. 3 lid 13 WMS).

Wat kunt u doen bij een geschil tussen MR en bestuur?
Geschillen over de WMS gaan niet naar de kantonrechter, maar naar de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (art. 30 WMS). Elke school is daarbij aangesloten. De uitspraken van de commissie zijn bindend (art. 31 WMS). De commissie kan ook eerst een bemiddelingsvoorstel doen.
Wat kan het bestuur doen als de MR instemming weigert?
Het bestuur kan de commissie binnen zes weken na de weigering om toestemming vragen om het besluit toch te nemen (art. 32 WMS). De commissie geeft die toestemming alleen als de MR in redelijkheid niet kon weigeren, of als zwaarwegende omstandigheden het besluit rechtvaardigen.
Neemt het bestuur het besluit zonder instemming en zonder toestemming van de commissie, dan is het besluit nietig. De MR moet zich daar wel binnen zes weken schriftelijk op beroepen.
Wat gebeurt er als het bestuur het advies niet volgt?
Volgt het bestuur het advies niet of niet helemaal, dan wordt de uitvoering zes weken opgeschort (art. 34 WMS). In die periode kan de MR het geschil aan de commissie voorleggen. Hetzelfde geldt als het bestuur ten onrechte helemaal geen advies heeft gevraagd. De commissie toetst dan of het bestuur bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit kon komen.
Wat doet de MR als het bestuur zich niet aan de WMS houdt?
Krijgt de MR geen informatie of wordt een instemmingsrecht overgeslagen, dan kan de MR een nalevingsgeschil voorleggen (art. 35 WMS). De commissie kan het bestuur dan opdragen iets te doen of na te laten, zo nodig met een dwangsom.
Kunt u in beroep tegen een uitspraak van de commissie?
Tegen een uitspraak van de commissie kunnen MR en bestuur binnen een maand in beroep bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (art. 36 WMS). Cassatie is daarna niet mogelijk. De MR kan in die procedure niet in de proceskosten worden veroordeeld.
Waar let u als MR op?
- Controleer bij elk voorstel of het bestuur vermeldt dat het om advies of instemming gaat (art. 7a WMS).
- Beroep u tijdig schriftelijk op de nietigheid als het bestuur zonder instemming besluit.
- Leg een adviesgeschil aan de commissie voor zolang de uitvoering is opgeschort (art. 34 WMS).
- Meld de kosten van een deskundige of procedure vooraf bij het bestuur (art. 28 WMS).
Waar let u als schoolbestuur op?
- Vraag advies op een moment dat het nog wezenlijke invloed op het besluit kan hebben (art. 17 WMS).
- Leg bij afwijken van een advies schriftelijk uit waarom en overleg eerst met de MR.
- Vraag na een weigering van instemming binnen zes weken toestemming aan de commissie (art. 32 WMS).
- Houd het medezeggenschapsstatuut en het medezeggenschapsreglement actueel (art. 21 en 24 WMS).
Wat kunnen wij voor u doen bij medezeggenschap in het onderwijs?
Wij staan MR-en, GMR-en en schoolbesturen bij in vragen en geschillen over de WMS. Concreet doen wij het volgende.
- Wij beoordelen of een besluit instemmings- of adviesplichtig is (art. 10 tot en met 14 WMS) en welke geleding bevoegd is.
- Wij toetsen het medezeggenschapsstatuut en het reglement aan de WMS en stellen zo nodig wijzigingen op.
- Wij bewaken de termijnen voor een beroep op nietigheid en voor het voorleggen van een geschil.
- Wij stellen het verzoek of verweer op voor de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS en treden daar voor u op.
- Wij stellen binnen een maand beroep in bij de Ondernemingskamer als u het niet eens bent met de uitspraak (art. 36 WMS).
Samengevat
- Op scholen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs geldt de WMS, niet de Wet op de ondernemingsraden.
- De MR heeft instemmingsrecht (art. 10, 12, 13 en 14 WMS) en adviesrecht (art. 11 WMS), naast recht op overleg, initiatief en informatie.
- Het bestuur beslist; de MR bestuurt niet en gaat niet over individuele personeelszaken.
- Geschillen gaan binnen zes weken naar de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS, met beroep bij de Ondernemingskamer.
Veelgestelde vragen
Heeft een school een MR of een OR?
Een school in het primair, speciaal of voortgezet onderwijs heeft een MR op grond van de WMS. De Wet op de ondernemingsraden geldt daar niet. In het mbo en het hoger onderwijs kan wel een OR bestaan.
Hoe groot moet de MR zijn?
Een MR van een school heeft minstens vier leden. De ouders (en in het voortgezet onderwijs ook de leerlingen) hebben samen evenveel zetels als het personeel. Het precieze aantal staat in het medezeggenschapsreglement.
Vanaf welke leeftijd kunnen leerlingen in de MR?
In het voortgezet onderwijs geldt voor leerlingen geen minimumleeftijd. In het speciaal onderwijs kunnen leerlingen vanaf dertien jaar worden gekozen, als de school daarvoor kiest.
Wat gebeurt er als het bestuur een besluit neemt zonder instemming van de MR?
Het besluit is nietig als de MR zich binnen zes weken schriftelijk op de nietigheid beroept. De MR kan de commissie vragen het bestuur te verbieden het besluit uit te voeren.
Wie betaalt een advocaat voor de MR?
De redelijke kosten van een deskundige of procedure zijn voor het bestuur, als de MR het bestuur vooraf over de kosten heeft ingelicht (art. 28 WMS). In een beroep bij de Ondernemingskamer kan de MR niet in de proceskosten worden veroordeeld.
Hoe snel moet het bestuur reageren op een voorstel van de MR?
Binnen drie maanden, schriftelijk en met redenen (art. 6 WMS). Vóór die reactie moet het bestuur de MR minstens één keer de kans geven om over het voorstel te overleggen.
Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina bestuursrecht advocaat.