Sociaal plan bij reorganisatie: wat hoort erin en wanneer is het verplicht?

Een groep zakelijke professionals bespreekt documenten aan een vergadertafel in een modern kantoor.

Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Een sociaal plan is een set afspraken over de gevolgen van een reorganisatie voor werknemers, zoals vergoedingen, herplaatsing en begeleiding naar ander werk. De wet verplicht een werkgever niet om een sociaal plan op te stellen, maar een cao kan dat wel voorschrijven, en de ondernemingsraad moet altijd om advies worden gevraagd over de reorganisatie en de gevolgen daarvan (artikel 25 Wet op de ondernemingsraden).

Een sociaal plan vervangt de wettelijke regels niet. De ontslagprocedure, de afspiegeling, de opzegtermijn en de transitievergoeding blijven gelden, tenzij de wet zelf ruimte geeft om bij cao af te wijken.

Wat staat er in een sociaal plan?

Een sociaal plan is een schriftelijke regeling tussen de werkgever en de vakbonden of de ondernemingsraad over de sociale en financiële gevolgen van een reorganisatie. Sluit de werkgever het plan met vakbonden, dan is het in de regel een cao in de zin van de Wet op de cao. Gebruikelijke onderdelen zijn:

  • een vergoedingsregeling, vaak hoger dan de wettelijke transitievergoeding;
  • afspraken over herplaatsing en een van-werk-naar-werktraject;
  • outplacement, scholing en een opleidingsbudget;
  • regels voor vrijwillig vertrek en voor oudere werknemers;
  • een hardheidsclausule en een bezwaarcommissie.

Wettelijk minimum en sociaal plan naast elkaar

Wat de wet altijd voorschrijft en wat een sociaal plan daar gewoonlijk aan toevoegt:

OnderwerpWettelijk minimumWat een sociaal plan vaak toevoegt
VergoedingTransitievergoeding: een derde maandsalaris per dienstjaar, in 2026 maximaal € 102.000 of een jaarsalaris als dat hoger is (artikel 7:673 BW)Een eigen formule, soms met een hogere factor voor lange dienstverbanden
SelectieAfspiegeling per categorie uitwisselbare functies en leeftijdsgroep (Ontslagregeling)Regels voor vrijwillig vertrek
HerplaatsingHerplaatsing binnen een redelijke termijn moet onmogelijk zijn (artikel 7:669 lid 1 BW)Een van-werk-naar-werktraject met behoud van loon
Opzegtermijn1 tot 4 maanden, afhankelijk van de duur van het dienstverband (artikel 7:672 lid 2 BW)Een langere periode of een vertrekpremie bij eerder vertrek
BezwaarUWV en kantonrechterEen hardheidsclausule en een bezwaarcommissie

Bron voor het maximum van de transitievergoeding: Rijksoverheid (stand 2026; in 2025 was het € 98.000).

Is een sociaal plan verplicht?

Nee, geen enkele wet verplicht een werkgever tot een sociaal plan. Een plicht kan wel volgen uit de cao die op de onderneming van toepassing is, of uit eerdere afspraken met de vakbonden of de ondernemingsraad.

Ook zonder sociaal plan moet de werkgever bij een reorganisatie de wettelijke stappen volgen. Dat zijn het adviesrecht van de ondernemingsraad, zo nodig de melding van collectief ontslag, de ontslagvergunning van het UWV of een vaststellingsovereenkomst, en de betaling van de transitievergoeding.

Collectief ontslag: melding en wachttijd

De Wet melding collectief ontslag (WMCO) geldt als een werkgever binnen drie maanden ten minste twintig werknemers wil laten gaan in één werkgebied. Ook beëindigingen met wederzijds goedvinden op initiatief van de werkgever tellen mee.

De werkgever meldt het voorgenomen ontslag bij het UWV en bij de betrokken vakbonden en raadpleegt die bonden. Volgens het UWV geldt vanaf de datum waarop de melding compleet is een wachttijd van een maand voor ontbinding, opzegging en beëindigingsovereenkomsten. De wachttijd vervalt als de vakbonden schriftelijk verklaren dat zij zijn geraadpleegd en met de ontslagen instemmen; in de praktijk gebeurt dat vaak bij het sluiten van een sociaal plan.

Welke rol heeft de ondernemingsraad?

De ondernemingsraad heeft adviesrecht over een voorgenomen reorganisatie, zoals sluiting, inkrimping of een wijziging van de organisatie (artikel 25 lid 1 WOR). De werkgever moet het advies vragen op een moment dat het nog wezenlijk invloed kan hebben, en daarbij aangeven welke maatregelen hij neemt voor de gevolgen voor werknemers (artikel 25 lid 3 WOR).

Volgt de werkgever het advies niet, dan moet hij een maand wachten met de uitvoering. In die periode kan de ondernemingsraad beroep instellen bij de Ondernemingskamer (artikel 26 WOR). Meer over de bevoegdheden leest u bij het adviesrecht van de ondernemingsraad en over de ondernemingsraad in het algemeen.

Voor wie geldt een sociaal plan?

Een sociaal plan dat als cao met vakbonden is gesloten, bindt de werkgever tegenover de leden van die bonden. In de praktijk past de werkgever het plan op alle werknemers toe, en een cao bevat daarvoor meestal een bepaling. Bent u geen vakbondslid, controleer dan in het plan zelf of in uw arbeidsovereenkomst of het ook voor u geldt.

Een plan dat alleen met de ondernemingsraad is afgesproken, of dat de werkgever eenzijdig heeft opgesteld, bindt de individuele werknemer niet automatisch. De werkgever is er wel zelf aan gebonden als hij het heeft toegezegd. De kantonrechter toetst zo’n plan kritischer dan een plan waarover met vakbonden is onderhandeld.

Hoe wordt bepaald wie boventallig is?

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen bepaalt het afspiegelingsbeginsel wie vertrekt. De werkgever verdeelt werknemers met uitwisselbare functies in leeftijdsgroepen (15-25, 25-35, 35-45, 45-55 en 55 jaar en ouder) en ontslaat binnen elke groep eerst wie het kortst in dienst is (Ontslagregeling, artikel 11 en verder).

Prestaties, gezinssituatie of flexibiliteit spelen bij die keuze in beginsel geen rol. Een cao kan onder voorwaarden een eigen selectiemethode bevatten; of die in uw geval geldt, hangt af van de cao en de Ontslagregeling. Voordat iemand boventallig wordt verklaard, moet de werkgever de herplaatsingsplicht nakomen.

Vergoeding: de transitievergoeding als ondergrens

De wettelijke ondergrens is de transitievergoeding: een derde maandsalaris per dienstjaar, naar rato vanaf de eerste werkdag (artikel 7:673 BW).

Veel sociale plannen geven meer, bijvoorbeeld via een eigen formule met een hogere factor voor lange dienstverbanden. Een cao met vakbonden kan de transitievergoeding vervangen door een gelijkwaardige voorziening, zoals een van-werk-naar-werktraject (artikel 7:673b BW). Een plan met alleen de ondernemingsraad kan de wettelijke transitievergoeding niet verlagen.

Uit de rechtspraak: leeftijdsgrenzen in een sociaal plan

Een sociaal plan mag oudere werknemers niet zonder rechtvaardiging anders behandelen. In de NXP-zaak oordeelde de Hoge Raad op 19 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:647) over een sociaal plan dat de ontslagvergoeding voor werknemers met bepaalde geboortejaren en een extra pensioenaanspraak beperkte tot de salarisderving tot 62 jaar, terwijl voor jongere collega’s 65 jaar gold.

Het hof had dat onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd gevonden. De Hoge Raad vernietigde dat oordeel, omdat het hof bij de toets aan de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid het collectieve karakter van de regeling als doel had behandeld in plaats van een legitiem sociaal doel. De zaak ging terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Wie een sociaal plan opstelt, moet een leeftijdsgrens dus kunnen onderbouwen met een legitiem doel en een passend en noodzakelijk middel.

Begeleiding naar ander werk

Een sociaal plan bevat meestal outplacement, scholing en een periode waarin de werknemer met behoud van loon naar ander werk zoekt. De duur en het budget verschillen per plan en staan in het plan zelf.

Kosten van zo’n traject mogen onder voorwaarden op de transitievergoeding in mindering worden gebracht, mits de werknemer daar vooraf schriftelijk mee instemt (artikel 7:673 lid 6 BW en het Besluit transitievergoeding). Leg in het plan vast of dat gebeurt.

Wat is een hardheidsclausule?

Een hardheidsclausule geeft de werkgever of een bezwaarcommissie ruimte om af te wijken als de standaardregeling voor een werknemer onredelijk uitpakt. Denk aan een werknemer met een ernstige ziekte of iemand vlak voor de AOW-leeftijd.

Het plan moet beschrijven wie een beroep op de clausule kan doen, binnen welke termijn en bij wie. Zonder heldere procedure leidt de clausule tot discussie in plaats van maatwerk. Noteer als werknemer de termijn voor een beroep op de clausule direct na ontvangst van het plan.

Sociaal plan en vaststellingsovereenkomst

Het sociaal plan bevat de algemene regels; de vaststellingsovereenkomst past die toe op één werknemer, met einddatum, vergoeding en persoonlijke afspraken. Tekent de werknemer niet, dan moet de werkgever een ontslagvergunning bij het UWV aanvragen.

Na ondertekening heeft de werknemer veertien dagen bedenktijd (artikel 7:670b BW). Let bij de einddatum op de wettelijke opzegtermijn van de werkgever: een maand bij een dienstverband korter dan vijf jaar, twee maanden bij vijf tot tien jaar, drie maanden bij tien tot vijftien jaar en vier maanden daarna (artikel 7:672 lid 2 BW). Meer over de voorwaarden leest u in onze gids over de vaststellingsovereenkomst voor werknemers en bij opzegtermijnen.

Gevolgen voor de WW

Een ontslagvergoeding verlaagt de WW-uitkering niet. Wordt bij een vaststellingsovereenkomst de opzegtermijn niet in acht genomen, dan schuift het UWV de start van de WW op met een fictieve opzegtermijn (artikel 16 Werkloosheidswet).

Een beëindiging op initiatief van de werkgever wegens bedrijfseconomische redenen laat het recht op WW in de regel intact. Neem dat initiatief en de reden daarom duidelijk op in de overeenkomst.

Welke rol hebben het UWV en de kantonrechter?

Het UWV beslist over een ontslagvergunning bij bedrijfseconomisch ontslag en toetst daarbij de noodzaak, de afspiegeling en de herplaatsing. Een sociaal plan maakt die vergunning niet overbodig; alleen een vaststellingsovereenkomst of een cao-ontslagcommissie (artikel 7:671a lid 2 BW) doet dat.

De kantonrechter beslist over geschillen over de uitvoering van het plan, bijvoorbeeld over de hoogte van een vergoeding of de toepassing van de hardheidsclausule. Weigert het UWV de vergunning, dan kan de werkgever ontbinding vragen bij de kantonrechter (artikel 7:671b BW). Meer over uw rechten bij ontslag en over ontslag bij reorganisatie leest u op onze andere pagina’s.

Hoe wij helpen bij een sociaal plan

Ons team arbeidsrecht begeleidt werkgevers en werknemers bij reorganisaties. Wij kunnen onder meer:

  • een sociaal plan opstellen of beoordelen, ook op leeftijdsonderscheid;
  • de adviesaanvraag aan de ondernemingsraad en de melding collectief ontslag voorbereiden;
  • de afspiegeling en de ontslagaanvraag bij het UWV controleren;
  • een vaststellingsovereenkomst beoordelen en over de voorwaarden onderhandelen.

Gaat het om uw individuele ontslag, kijk dan ook bij een arbeidsrechtadvocaat bij ontslag.

In het kort

  • Een sociaal plan is niet wettelijk verplicht, maar kan uit de cao volgen.
  • Adviesrecht van de ondernemingsraad, afspiegeling en transitievergoeding gelden altijd; alleen een cao met vakbonden kan de transitievergoeding vervangen door een gelijkwaardige voorziening.
  • Bij twintig of meer vertrekkers in een werkgebied binnen drie maanden geldt de WMCO met een wachttijd van een maand.
  • Leeftijdsgrenzen in een sociaal plan moeten objectief gerechtvaardigd zijn (Hoge Raad 19 april 2019).

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.