Omgangsregeling bij een ‘narcistische’ ex: wat kunt u doen?

Omgangsregeling met een narcistische ex: handleiding en tips

Gepubliceerd op 26 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Ook als uw ex-partner afspraken steeds ondermijnt of het conflict blijft zoeken, heeft uw kind recht op omgang met beide ouders (artikel 1:377a BW). De rechter beperkt of ontzegt die omgang alleen bij ernstig nadeel voor het kind of een andere wettelijke grond; uw beste bescherming is daarom een zeer concreet ouderschapsplan, zakelijke communicatie en een feitelijk dossier.

Veel ouders omschrijven hun ex in zo’n situatie als narcistisch. Voor de rechter maakt dat etiket weinig uit. Hij kijkt naar concreet gedrag en naar wat dat betekent voor het kind. Hieronder leest u wat de wet zegt, hoe u de regeling sluitend maakt, hoe een rechter in 2026 een stilgelegde omgang weer op gang bracht en wat u kunt doen als afspraken niet worden nagekomen.

Wat zegt de wet over omgang en zorgregeling?

Het kind heeft recht op omgang met zijn ouders en met anderen die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staan. De rechter stelt op verzoek een regeling vast, en ontzegt de omgang alleen om de zwaarwegende redenen die de wet noemt.

Ouder die na een scheiding de omgangsregeling met de andere ouder voorbereidt

Die regels staan in titel 15 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, in de artikelen 1:377a tot en met 1:377e BW. Hebben beide ouders na de scheiding samen het gezag, wat de hoofdregel is, dan spreekt de wet van een zorgregeling: een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (artikel 1:253a BW). Heeft één ouder het gezag, dan gaat het om een omgangsregeling voor de andere ouder. In beide gevallen gelden vergelijkbare uitgangspunten.

Wanneer kan de rechter omgang ontzeggen?

Volgens artikel 1:377a lid 3 BW ontzegt de rechter de omgang alleen in vier situaties:

  • omgang zou ernstig nadeel opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind;
  • de ouder is kennelijk ongeschikt of niet in staat tot omgang;
  • een kind van twaalf jaar of ouder heeft bij zijn verhoor ernstige bezwaren tegen omgang geuit;
  • omgang is anderszins in strijd met zwaarwegende belangen van het kind.

Die lat ligt hoog. Een moeizame verhouding tussen de ouders, onbetrouwbaarheid bij het halen en brengen of kwetsende berichten zijn op zichzelf meestal geen reden om de omgang te ontzeggen. De rechter zoekt eerder naar een regeling met duidelijke grenzen, eventueel met begeleiding.

Welke informatie moet de andere ouder krijgen?

De ouder met gezag moet de andere ouder informeren over belangrijke zaken rond het kind en hem daarover raadplegen (artikel 1:377b BW). De ouder zonder gezag kan ook informatie vragen aan beroepskrachten zoals de school of de huisarts (artikel 1:377c BW). Zijn de omstandigheden gewijzigd, of is een eerdere beslissing gebaseerd op onjuiste of onvolledige gegevens, dan kan de rechter de regeling wijzigen (artikel 1:377e BW).

Welk gedrag maakt een omgangsregeling moeilijk?

Problemen ontstaan vooral door gedrag dat afspraken ondermijnt. Dat gedrag kunt u vastleggen en aan de rechter voorleggen; een etiket niet. Ouders beschrijven vaak dezelfde patronen:

  • eindeloze discussies over details, waardoor elke afspraak opnieuw ter discussie staat;
  • te laat komen, op het laatste moment afzeggen of het kind later terugbrengen dan afgesproken;
  • het kind gebruiken als boodschapper of informatiebron, waardoor het in een loyaliteitsconflict komt;
  • financiële afspraken, zoals kinderalimentatie, niet nakomen of gebruiken als drukmiddel.

Soms komt de andere ouder bij hulpverleners of de rechter overtuigend en redelijk over, terwijl u thuis iets anders ervaart. Dat onderstreept het belang van feitelijke documentatie. Hulpverleners en rechters beoordelen wat zij kunnen vaststellen, niet wat ouders over elkaar zeggen.

Blijft het conflict over alles bestaan, dan werkt co-ouderschap met veel overleg vaak niet. Een alternatief is parallel ouderschap: beide ouders zorgen ieder in hun eigen huishouden voor het kind, met zo weinig mogelijk onderling contact en heel concrete afspraken. Meer over de gebruikelijke vorm leest u in ons artikel over co-ouderschap in de praktijk.

Hoe maakt u het ouderschapsplan zo concreet mogelijk?

Leg alles vast wat tot discussie kan leiden: dagen en tijden, halen en brengen, feestdagen en vakanties, communicatie en wie welke beslissingen neemt. Hoe minder ruimte voor uitleg, hoe minder aanleiding voor conflict.

Ouder die een gedetailleerd ouderschapsplan opstelt

Getrouwde en geregistreerde ouders die scheiden, moeten een ouderschapsplan bij het verzoek tot echtscheiding indienen (artikel 815 lid 2 Rv). Samenwonende ouders met gezamenlijk gezag zijn verplicht er een op te stellen als zij uit elkaar gaan (artikel 1:247a BW). In dat plan staan in elk geval de verdeling van zorg en opvoeding of de omgang, de manier waarop u elkaar informeert en raadpleegt, en de kosten van verzorging en opvoeding.

Een algemene zin als “de ouders overleggen over belangrijke beslissingen” werkt bij een groot conflict niet. Wat is belangrijk, en wanneer is er genoeg overlegd? Maak de afspraken zo specifiek dat een buitenstaander kan vaststellen of ze zijn nagekomen.

Welke afspraken helpen in de praktijk?

De tabel zet een vage formulering naast een afspraak die u kunt controleren.

OnderwerpVaag (leidt tot discussie)Controleerbaar
Communicatie“We houden elkaar op de hoogte”Niet-dringende berichten alleen via één vaste app of e-mailadres, met een vaste reactietermijn
Halen en brengen“In overleg”Exacte plaats en tijd, wie verantwoordelijk is en wat er gebeurt bij vertraging
Verdeling van de tijd“Om het weekend”“In de even weken van vrijdag na school tot maandag voor school bij de vader”
Feestdagen en vakanties“Eerlijk verdelen”Een wisselschema per jaar en vaste weken in de zomervakantie
Beslissingen“Belangrijke zaken samen”Schoolkeuze, niet-spoedeisende medische zaken en reizen naar het buitenland vergen schriftelijke instemming binnen een vaste termijn
Wijzigingen“Flexibel”Afwijkingen gelden alleen na schriftelijke instemming van beide ouders

Wees voorzichtig met afspraken die omgang automatisch laten vervallen, bijvoorbeeld bij te laat komen. De omgang is in de eerste plaats een recht van het kind. Een rechter zal zo’n sanctie niet zonder meer handhaven. Beter is een afspraak over hoe een gemiste overdracht wordt ingehaald.

Hoe communiceert u zakelijk en zonder escalatie?

Houd berichten kort, feitelijk en vriendelijk, en ga niet in op verwijten. Hoe minder emotie in uw berichten, hoe minder aanleiding voor een nieuw conflict, en hoe beter uw berichten later in een dossier overkomen.

Ouder die een zakelijk en kort bericht aan de andere ouder stuurt

Een veelgebruikte methode is de BIFF-respons: brief, informative, friendly en firm. U houdt uw bericht kort, beperkt u tot de feiten, blijft beleefd en sluit het onderwerp af zonder nieuwe vragen op te roepen. Een verwante aanpak is de grijze-rotsmethode: u reageert zo neutraal mogelijk, zodat een bericht geen aanknopingspunt voor discussie biedt.

Een voorbeeld ter illustratie. De andere ouder stuurt: “Waarom was u gisteren weer onbereikbaar? U bent nooit betrokken!” Een reactie die escalatie voorkomt: “Dank voor uw bericht. De zwemles is woensdag om 15.00 uur. De tas staat klaar. Groet.” U gaat niet in op het verwijt en beantwoordt alleen wat voor het kind van belang is.

Alles wat u schrijft, kan later bij de rechter belanden. Schrijf daarom zo dat u het bericht zonder bezwaar aan een rechter zou laten lezen.

Wat doet u als uw kind het contact afhoudt?

Richt u op de band met uw kind en niet op de strijd met de andere ouder. Houdt het kind het contact langere tijd af, schakel dan tijdig hulp in en leg de situatie zo nodig aan de rechter voor.

Ouder en kind die samen tijd doorbrengen tijdens de omgang

Soms trekt een kind zich terug, wordt het onredelijk kritisch of doet het uitspraken die niet bij zijn leeftijd passen. Dat kan het gevolg zijn van een loyaliteitsconflict, maar er kunnen ook andere oorzaken zijn. Wees daarom voorzichtig met conclusies over wat de andere ouder doet, en beschrijf vooral wat u ziet.

Wat helpt, is een voorspelbare en rustige thuissituatie. Luister naar uw kind zonder te oordelen, ook als het negatieve dingen over u zegt. Spreek niet negatief over de andere ouder waar het kind bij is.

Blijft het contact moeizaam of stopt het, dan kan de rechter de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek vragen, begeleide omgang gelasten of een bijzondere curator benoemen die de belangen van het kind behartigt (artikel 1:250 BW). In ernstige situaties kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling uitspreken (artikel 1:255 BW).

Wanneer is mediation wel of niet geschikt?

Mediation werkt als beide ouders bereid zijn samen tot afspraken te komen. Bij grote machtsongelijkheid, intimidatie of huiselijk geweld is gewone mediation vaak niet de juiste weg. Gebruikt een ouder het traject om de ander onder druk te zetten, dan leidt het eerder tot meer spanning. Kies dan voor een mediator met ervaring in scheidingen met veel conflict, of bespreek met uw advocaat of een procedure verstandiger is. Meer leest u in ons artikel mediation: hoe het werkt.

Voor ouders in een langdurige strijd bestaan ook groepsprogramma’s en gespecialiseerde hulpverlening, soms op verwijzing van de rechter. Het doel is niet dat de ouders vrienden worden, maar dat het kind minder last heeft van het conflict.

Hoe bouwt u een feitelijk dossier op?

Leg zo feitelijk mogelijk vast wat er gebeurt. Een rechter of de Raad voor de Kinderbescherming kan alleen iets met wat aantoonbaar is.

  • Berichten: bewaar e-mails en appberichten volledig, niet alleen de fragmenten die uw standpunt steunen.
  • Niet-nagekomen afspraken: houd een logboek bij met datum, tijd, wat was afgesproken en wat er gebeurde.
  • Voorvallen: beschrijf objectief wat er is gebeurd, wanneer, en wat u bij het kind zag.
  • Financiën: houd bij welke betalingen van kinderalimentatie of andere kosten niet zijn gedaan.
  • Derden: bewaar verslagen van school, huisarts of hulpverleners over het welzijn van het kind.

Zeg in gesprekken met instanties dus niet “hij is een narcist” of “zij is manipulatief”. Zeg: “Op deze drie data is het kind niet gebracht, zonder bericht vooraf, en na afloop was het kind van slag, zoals ook de school heeft gemeld.” Zo’n beschrijving is overtuigender en voorkomt dat u zelf als de ouder wordt gezien die het conflict voedt.

Maakt u zich zorgen over de veiligheid van uw kind, bijvoorbeeld bij geweld of ernstige verwaarlozing, neem dan contact op met Veilig Thuis. Bij direct gevaar belt u 112.

Hoe bereidt u zich voor op de Raad voor de Kinderbescherming?

De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt op verzoek van de rechter wat in het belang van het kind is en brengt daarover advies uit. De Raad spreekt met beide ouders, met het kind en vaak met school of hulpverleners.

Houd het gesprek feitelijk en richt u op het kind: wat heeft het nodig, wat gaat er goed en wat niet? Onderbouw uw zorgen met voorbeelden uit uw logboek en met stukken van derden. Laat zien dat u het contact met de andere ouder niet wilt tegenhouden, maar dat u duidelijke afspraken nodig heeft. Bent u het niet eens met het rapport, dan kunt u daarop reageren; uw advocaat kan de rechter vragen onjuistheden te corrigeren of aanvullend onderzoek te laten doen.

Wat kunt u doen als afspraken niet worden nagekomen?

Vraag eerst schriftelijk en zakelijk om nakoming. Helpt dat niet, dan kunt u de rechter vragen de regeling vast te stellen, te wijzigen of af te dwingen, bijvoorbeeld met een dwangsom.

Staat de regeling alleen in een ouderschapsplan dat niet door de rechter is bekrachtigd, dan vraagt u de rechter eerst een regeling vast te stellen. Is er al een rechterlijke beslissing, dan kan de rechter bij gewijzigde omstandigheden de regeling aanpassen (artikel 1:377e BW). Bij herhaalde schendingen kan hij een dwangsom opleggen, de regeling wijzigen of, in uitzonderlijke gevallen, de hoofdverblijfplaats van het kind anders bepalen.

De procedure begint met een verzoekschrift bij de rechtbank, ingediend door een advocaat. Kinderen van twaalf jaar en ouder worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven (artikel 809 Rv). Bij spoed kan een voorlopige voorziening of een kort geding uitkomst bieden.

Hoe ziet een kort geding over stilgelegde omgang eruit?

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag besliste op 28 juli 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:24408) in een zaak waarin de moeder, met eenhoofdig gezag, de omgang van de vader met hun dochter van bijna negen al maanden had stilgelegd na een incident. De vader vorderde nakoming van het ouderschapsplan met een dwangsom van € 500 per dag, tot € 50.000. De moeder vroeg schorsing van de omgang voor zes maanden.

De rechter wees de schorsing af en liet de omgang in stappen hervatten, te beginnen met begeleide contactmomenten. De dwangsom werd beperkt tot € 100 per dag of dagdeel, met een maximum van € 10.000. De moeder moest de vader maandelijks schriftelijk informeren over het welzijn van het kind, zonder dwangsom op die plicht. De uitspraak laat zien dat een rechter omgang na een incident liever geleidelijk herstelt dan langdurig stillegt, en dat gevraagde dwangsommen vaak lager uitvallen.

Houd er rekening mee dat de rechter ook naar uw eigen opstelling kijkt. Een ouder die zelf de omgang frustreert of het kind bij het conflict betrekt, maakt zijn positie zwakker. Blijf de regeling daarom nakomen, ook als de andere ouder dat niet doet.

Hoe wij u bijstaan bij een omgangsregeling die steeds wordt ondermijnd

Meer over onze werkwijze leest u bij onze scheidingsadvocaat en onze familierechtadvocaten.

  • Wij maken de afspraken in uw ouderschapsplan zo concreet dat naleving controleerbaar is.
  • Wij dienen het verzoekschrift in om een zorg- of omgangsregeling vast te stellen of te wijzigen (artikelen 1:253a en 1:377e BW).
  • Wij vragen bij herhaalde schendingen om een dwangsom, en bij spoed om een voorlopige voorziening of kort geding.
  • Wij ordenen uw logboek, berichten en stukken van derden tot een feitelijk dossier.
  • Wij bereiden u voor op het gesprek met de Raad voor de Kinderbescherming en reageren op het raadsrapport.

Omgang bij een ex die afspraken ondermijnt, in vier punten

  • Een etiket als narcisme overtuigt de rechter niet; data, berichten en verslagen van derden wel.
  • Ontzegging van omgang kan alleen op de vier gronden van artikel 1:377a lid 3 BW.
  • Een kort geding kan omgang afdwingen, maar de rechter kiest vaak voor geleidelijke opbouw en een lagere dwangsom.
  • Uw eigen opstelling weegt mee: blijf de regeling nakomen.

Veelgestelde vragen

Hoe beschermt u uw kind tegen het conflict tussen de ouders?

Door een veilige, voorspelbare en rustige thuissituatie te bieden, en door niet negatief over de andere ouder te spreken waar het kind bij is. Erken de gevoelens van uw kind, bijvoorbeeld met: Ik begrijp dat dit verwarrend is. Schakel professionele hulp in als uw kind duidelijk last heeft van de situatie.

Hoe reageert u als de andere ouder onjuiste dingen tegen het kind zegt?

Blijf rustig en houd u aan de feiten. Vermijd een discussie via het kind en corrigeer onjuistheden kalm, passend bij de leeftijd van uw kind, zonder de andere ouder aan te vallen. Blijven de uitspraken het kind belasten, bespreek dat dan met een hulpverlener en leg het zo nodig aan de rechter voor.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.