Gepubliceerd op 7 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Bij co-ouderschap verdelen beide ouders na een scheiding de dagelijkse zorg voor hun kind ongeveer gelijk, en leggen zij dat vast in een ouderschapsplan (artikel 1:247a BW). Een gelijke zorgverdeling betekent niet dat er geen kinderalimentatie is; die hangt af van de draagkracht van beide ouders.
De term co-ouderschap staat niet in de wet. Artikel 1:247 BW bepaalt wel dat een kind na de scheiding recht houdt op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Rechters wijzen een 50/50-verdeling geregeld af als ouders niet kunnen overleggen; twee uitspraken daarover leest u hieronder.
Inhoudsopgave
Waarom staat co-ouderschap niet in de wet?
Co-ouderschap is een praktijkterm, geen juridische figuur. De rechter stelt in een beschikking de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast en de hoofdverblijfplaats van het kind. Of u die verdeling co-ouderschap noemt, is juridisch niet beslissend. Wat telt, is wat er is afgesproken en vastgelegd.
Omdat er geen wettelijke definitie is, is er ook geen voorgeschreven verhouding. Ouders noemen alles tussen ongeveer de helft en twee derde tegenover een derde co-ouderschap. De SVB en de Belastingdienst hanteren eigen criteria, die strenger kunnen zijn dan wat u onderling afspreekt.
Co-ouderschap is ook iets anders dan gezag. Gezag is de bevoegdheid om beslissingen over het kind te nemen en blijft na een scheiding meestal bij beide ouders (artikel 1:251 BW). Co-ouderschap gaat over de feitelijke zorg. U kunt gezamenlijk gezag hebben zonder co-ouderschap, bijvoorbeeld als u ver uit elkaar woont. Wanneer gezamenlijk gezag niet houdbaar is, leest u in onze uitleg over ouderlijk gezag na scheiding en eenhoofdig gezag.
Welke wetsartikelen vormen het kader?
- Artikel 1:247 BW: het kind houdt na de scheiding recht op gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Dat is een recht van het kind, geen recht van de ouder op een aantal dagen.
- Artikel 1:247a BW en artikel 815 Rv: ouders met gezamenlijk gezag die uit elkaar gaan, maken een ouderschapsplan. Bij echtscheiding hoort het bij het verzoekschrift (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
- Artikel 1:253a BW: de weg naar de rechter als ouders met gezamenlijk gezag er niet uitkomen, bijvoorbeeld over de zorgregeling, de hoofdverblijfplaats of vervangende toestemming voor een verhuizing of paspoort.
- Artikelen 1:377a en 1:377b BW: omgang en informatie als één ouder het gezag heeft. Deze staan in titel 15 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Wanneer wijst de rechter co-ouderschap af?
Komen ouders er niet uit, dan beslist de rechter wat in het belang van het kind is (artikel 1:253a BW). Uit de rechtspraak blijkt dat de rechter dan vooral kijkt of de ouders kunnen overleggen.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde op 30 juli 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:2860) dat co-ouderschap een basaal onderling vertrouwen vraagt. De vader bleef de moeder wantrouwen, dus wees het hof de 50/50-verdeling af. Het hof breidde de regeling wel uit naar om de week van donderdagmiddag tot maandagochtend bij de vader.
Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch kwam op 10 juni 2021 (ECLI:NL:GHSHE:2021:1696) tot hetzelfde resultaat. Co-ouderschap vraagt minimaal overleg en een rustige, stabiele situatie. Door de aanhoudende strijd tussen de ouders werden de kinderen met spanningen belast. Het hof wees ook een regeling met veel wisselmomenten af, omdat juist de overdrachten problemen gaven. Een beperkte uitbreiding zonder extra overdrachten kreeg de vader wel.
Voor uw situatie betekent dit: wilt u co-ouderschap, laat dan zien dat u zakelijk kunt overleggen. Een regeling met weinig overdrachten heeft meer kans dan een schema met veel wisselingen.
Week op, week af of korter wisselen: welk schema past bij welke leeftijd?
De bekendste vorm is week op, week af. Die is overzichtelijk en sluit aan bij het schoolritme, maar betekent voor jonge kinderen een lange periode zonder de andere ouder. Ouders van jonge kinderen kiezen daarom vaker voor een kortere cyclus, bijvoorbeeld wisselen om de twee of drie nachten, of een vaste combinatie van doordeweekse dagen met een wisselend weekend. Een andere vorm is drie dagen bij de ene en vier bij de andere ouder.
Bij tieners speelt iets anders. Zij hebben een eigen agenda en willen niet dat sport of bijbaan om het rooster van hun ouders draait. De rechter stelt kinderen vanaf 12 jaar in de gelegenheid hun mening te geven (artikel 809 Rv). Die mening weegt mee, maar beslist niet. Een regeling die het sociale leven van een puber doorsnijdt, houdt zelden stand.
Een variant is birdnesting: het kind blijft in de gezinswoning en de ouders wisselen elkaar af. Dat vergt drie woonplekken en dus geld, en werkt alleen als de afwikkeling van de woning al geregeld is. Meestal is het een overbrugging voor de eerste maanden. Werkt u onregelmatig, lees dan ons artikel over co-ouderschap met onregelmatige diensten.
Bepalend is vaak de afstand. Ligt er meer dan een halfuur reizen tussen de huizen, dan wordt elke wisseling een logistieke operatie en komen school en sportclub onder druk. Rechters wegen de afstand mee als ouders het niet eens worden.
Op welk adres staat uw kind ingeschreven, en wat hangt daaraan?
Een kind staat in de basisregistratie personen op één adres, ook bij een volstrekt gelijke zorgverdeling. Die inschrijving werkt door in onder meer het kindgebonden budget en gemeentelijke regelingen. De hoofdverblijfplaats die de rechter vaststelt, valt meestal samen met dat adres.
Maak daar een bewuste keuze in en leg in het ouderschapsplan vast dat u die samen heeft gemaakt. Dat voorkomt dat de ene ouder later stelt dat de ander zich een positie heeft toegeëigend. Leg ook vast hoe u de financiële voordelen die aan de inschrijving hangen, onderling verrekent.
Wat zet u in een ouderschapsplan bij co-ouderschap?
- hoe u de zorg- en opvoedingstaken verdeelt, inclusief vakanties en feestdagen;
- waar het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft en ingeschreven staat;
- hoe u elkaar informeert en raadpleegt over school en gezondheid;
- welke kosten u draagt en hoe u die verdeelt, inclusief kinderbijslag en kindgebonden budget;
- hoe de kinderen bij het plan zijn betrokken.
Dat is het minimum van artikel 815 Rv en artikel 1:247a BW, aangevuld met wat bij co-ouderschap steeds terugkomt. Neem ook op wat u doet als een wisseling niet doorgaat, bij ziekte, bij een nieuwe partner en bij de aanschaf van een telefoon. Hoe u van een conflict naar afspraken komt, leest u in onze uitleg over van ruzie naar een werkbaar ouderschapsplan.
Neem een evaluatiemoment op, bijvoorbeeld elke twee jaar of bij de overgang naar het voortgezet onderwijs. Past de regeling al langer niet meer, lees dan hoe u het ouderschapsplan jaren later aanpast.
Betaalt u kinderalimentatie bij een 50/50-verdeling?
Vaak wel. Beide ouders dragen bij naar draagkracht. Verdient de een flink meer, dan betaalt die meer, ook als de kinderen even vaak bij ieder zijn. De zorgverdeling telt mee via de zorgkorting, maar heft de onderhoudsplicht niet op.
Rechters rekenen met het Rapport Alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatienormen; zie de pagina van de Rechtspraak over de alimentatieprocedure. Vertrekpunt is de behoefte van het kind, afgeleid van het gezinsinkomen vóór de scheiding. Die behoefte wordt naar draagkracht over de ouders verdeeld, waarna de zorgkorting volgt. De rekenwijze werken wij uit in ons artikel over kinderalimentatie en co-ouderschap.
De onderhoudsplicht loopt door tot 21 jaar (artikel 1:395a BW). Vanaf 18 jaar betaalt u in principe rechtstreeks aan het kind. Een gezamenlijke kinderrekening maakt de kosten inzichtelijk, maar vervangt de onderhoudsplicht niet: wie stopt met storten, kan tot betaling worden aangesproken.
Kinderbijslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag bij co-ouderschap
Een veelgehoord misverstand is dat de kinderbijslag altijd naar één ouder gaat. Bij co-ouderschap is dat niet zo. Het kindgebonden budget gaat wel naar één ouder. De regels op een rij, zoals de bronnen ze op 29 oktober 2026 vermeldden:
| Regeling | Bij co-ouderschap | Bron |
|---|---|---|
| Kinderbijslag (SVB) | Zonder andere afspraak krijgt u allebei de helft. U mag samen een andere verdeling afspreken en aan de SVB melden. | Juridisch Loket |
| Kindgebonden budget | Kan niet worden verdeeld. Eén ouder krijgt het; u kiest samen wie. De toeslag is hoger naarmate het inkomen lager is. | Belastingdienst |
| Kinderopvangtoeslag | Ieder krijgt toeslag voor de eigen opvanguren, ongeacht het inschrijfadres. Samen maximaal 230 uur per kind per maand. | Belastingdienst |
Leg in het ouderschapsplan vast wie het kindgebonden budget ontvangt en hoe u dat verrekent. Zonder vastlegging wordt het bij de eerste onenigheid een discussiepunt. Ook voor fiscale regelingen, zoals de inkomensafhankelijke combinatiekorting, gelden bij co-ouderschap eigen voorwaarden. Law & More adviseert niet over fiscale vragen; laat u daarover door een fiscalist informeren voordat u de regeling definitief maakt.
Hoe houdt u het overleg met uw ex-partner zakelijk?
U hoeft geen vrienden te zijn, maar u moet wel kunnen overleggen over school, gezondheid, geld en wisselmomenten. Dat dit voor de rechter zwaar weegt, zag u in de twee uitspraken hierboven. Wat in de praktijk helpt:
- één vast communicatiekanaal, zoals een oudersapp of gedeelde agenda, en zakelijk, schriftelijk contact;
- vaste wisselmomenten, bij voorkeur via school of opvang, zodat het kind weinig directe overdrachten meemaakt;
- afspraken over spullen, huiswerk en contact met school en huisarts;
- afspraken over het introduceren van een nieuwe partner;
- een vast overlegmoment, bijvoorbeeld elk kwartaal.
Lukt overleg niet meer, schakel dan een mediator in voordat de verhoudingen verder verharden. Zie ons artikel over mediation bij een scheiding.
Welke beslissingen neemt u met gezamenlijk gezag samen?
Met gezamenlijk gezag neemt u belangrijke beslissingen samen: schoolkeuze, medische ingrepen, een paspoortaanvraag en een verhuizing. Wilt u verhuizen en weigert de andere ouder, vraag dan vervangende toestemming aan de rechter (artikel 1:253a BW). Verhuis niet eerst om daarna toestemming te vragen; die volgorde werkt bijna altijd tegen u. Meer leest u over verhuizen tijdens een echtscheiding.
Voor een vakantie naar het buitenland heeft u met gezamenlijk gezag toestemming van de andere ouder nodig. Leg in het plan vast hoe u vakanties verdeelt en hoe ver vooraf u data doorgeeft. Voor de dagelijkse gang van zaken geldt het omgekeerde: wie het kind op dat moment verzorgt, beslist over bedtijd, eten en huiswerk.
De andere ouder houdt zich niet aan de regeling: wat nu?
Begin met vastleggen. Noteer per keer welke afspraak niet is nagekomen, met datum en de reactie die u kreeg. Blijft het misgaan, dan kunt u nakoming vragen. De rechter kan de regeling verduidelijken of aanpassen, een dwangsom opleggen en in het uiterste geval het gezag of de hoofdverblijfplaats wijzigen. Voor eenhoofdig gezag na scheiding geldt het klemcriterium (artikelen 1:251a en 1:253n BW).
Wacht niet te lang. Een situatie die maanden duurt, kan de rechter als de bestaande situatie zien; in de zaak bij het hof ‘s-Hertogenbosch woog mee dat de situatie sinds 2019 ongewijzigd was. Past de regeling niet meer, kies dan de route van de omgangsregeling laten aanpassen in plaats van eigenmachtig af te wijken. Blijft alimentatie uit, dan kunt u de inning overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO).
Parallel ouderschap als co-ouderschap niet werkt
Co-ouderschap veronderstelt zakelijk overleg. Bij structurele conflicten, een groot verschil in opvoedingsstijl waar het kind last van heeft, of huiselijk geweld is een gelijke verdeling zelden in het belang van het kind. Ook een grote reisafstand of een kind met een intensieve zorgbehoefte kan doorslaggevend zijn.
Het is geen alles-of-niets. Bij parallel ouderschap beperkt u het onderlinge contact tot het nodige, communiceert u schriftelijk en maakt u de afspraken zo concreet dat overleg nauwelijks nodig is. Het hof ‘s-Hertogenbosch riep de ouders in de uitspraak van 10 juni 2021 uitdrukkelijk op het traject van parallel ouderschap te laten slagen, omdat een ruimere regeling dan mogelijk werd.
Wil het kind zelf niet meer naar de andere ouder, dan onderzoekt de rechter of die weigering uit het kind zelf komt of uit loyaliteit aan de verzorgende ouder. De rechter kan de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek vragen of begeleide omgang opleggen. Blijf het contact schriftelijk aanbieden en bewaar die pogingen; de rechter vraagt daar later naar.
Wat wij doen bij co-ouderschap
- Wij stellen het ouderschapsplan op, met afspraken over hoofdverblijfplaats, kosten, toeslagen en evaluatie.
- Wij berekenen de kinderalimentatie volgens de alimentatienormen, inclusief zorgkorting.
- Wij vragen de rechter om een zorgregeling of vervangende toestemming (artikel 1:253a BW).
- Wij vragen wijziging van een bestaande regeling of vorderen nakoming.
Meer leest u op de pagina van onze familierechtadvocaten.
Co-ouderschap in vijf punten
- Co-ouderschap is geen wettelijke term; de wet regelt gezag, zorgverdeling en het ouderschapsplan.
- Rechters wijzen 50/50 af als ouders niet kunnen overleggen (hof Amsterdam 2019, hof ‘s-Hertogenbosch 2021).
- Kinderalimentatie blijft mogelijk; draagkracht en zorgkorting bepalen de bijdrage.
- Kinderbijslag wordt bij co-ouderschap standaard gehalveerd; het kindgebonden budget gaat naar één ouder.
- Verhuizing, paspoort en vakantie in het buitenland vragen toestemming van de andere ouder of de rechter.
Veelgestelde vragen
Heeft een vader recht op co-ouderschap?
Nee, er bestaat geen recht op een bepaalde verdeling. Het kind heeft recht op gelijkwaardige verzorging door beide ouders. Komt u er niet uit, dan stelt de rechter een verdeling vast (artikel 1:253a BW), met het belang van het kind als maatstaf.
Wat is het verschil met een omgangsregeling?
Bij een omgangsregeling (artikel 1:377a BW) woont het kind bij één ouder en ziet het de ander volgens afspraak; die ouder heeft dan geen gezag. Bij co-ouderschap woont het kind afwisselend bij beiden en dragen beiden de dagelijkse zorg.
Moet de rechter het ouderschapsplan goedkeuren als u nooit getrouwd was?
Nee. Bij een echtscheiding gaat het plan mee met het verzoekschrift. Waren u nooit gehuwd, dan is een gang naar de rechter niet nodig. Wel kunt u het plan laten vastleggen zodat het afdwingbaar is.