Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
U kunt een ontslag op staande voet aanvechten door binnen twee maanden een verzoekschrift in te dienen bij de kantonrechter (artikel 7:686a lid 4 BW). De rechter toetst of er een dringende reden was, of uw werkgever direct heeft opgezegd en of hij de reden direct heeft genoemd. Ontbreekt een van die drie, dan kan de rechter het ontslag vernietigen of u een vergoeding toekennen.
Een ontslag op staande voet komt vaak onverwacht. Het loon stopt meteen en meestal is ook de WW in gevaar. Juist daarom stelt de wet strenge eisen aan deze vorm van ontslag en loont het om snel en zorgvuldig te reageren. Hieronder leest u waar de rechter op let, hoe recente uitspraken uitvielen, wat u in de eerste dagen doet en waar u recht op heeft als het ontslag geen stand houdt.

Inhoudsopgave
Wanneer houdt een ontslag op staande voet stand?
Een werkgever mag de arbeidsovereenkomst alleen zonder opzegtermijn beëindigen als aan drie eisen is voldaan (artikel 7:677 en 7:678 BW):
- Er is een dringende reden. Het gaat om gedrag of omstandigheden waardoor van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, zoals diefstal, fraude, geweld of hardnekkige werkweigering.
- De opzegging is direct gegeven. De werkgever moet kort nadat hij van de feiten op de hoogte is, handelen. Tijd voor zorgvuldig onderzoek mag; afwachten zonder reden niet.
- De reden is direct meegedeeld. U moet direct weten waarom u bent ontslagen. Een werkgever kan later geen nieuwe of andere reden meer aanvoeren.
De rechter weegt alle omstandigheden samen: de aard en ernst van het verwijt, hoe lang u in dienst bent, hoe u heeft gefunctioneerd en welke gevolgen het ontslag voor u heeft. Dat laatste weegt zwaar, omdat u bij een terecht ontslag op staande voet in de regel ook uw WW-recht verliest. De werkgever moet de dringende reden stellen en zo nodig bewijzen. De eisen zelf worden verder uitgelegd in ons artikel over ontslag op staande voet.
Aan welke signalen ziet u dat uw ontslag niet deugt?
In de praktijk strandt een ontslag op staande voet vaak op een van de volgende punten. Elk punt raakt aan een van de drie wettelijke eisen uit artikel 7:677 en 7:678 BW.
- Geen of een vage reden. “Wangedrag” of “vertrouwensbreuk” zonder concrete feiten is onvoldoende.
- De werkgever heeft lang gewacht. Wie weken na de ontdekking nog opzegt zonder dat onderzoek die tijd verklaart, handelt niet direct.
- Geen onderzoek en geen hoor en wederhoor. De wet schrijft geen verhoor voor, maar een werkgever die u niet om uw kant van het verhaal heeft gevraagd, heeft meer moeite om de feiten te bewijzen.
- De reden is eigenlijk iets anders. Ziekte, een arbeidsconflict of een reorganisatie is geen dringende reden. Daarvoor bestaan gewone ontslagroutes, met opzegtermijn en transitievergoeding.
- Het verwijt is licht of eenmalig, terwijl een waarschuwing of schorsing had volstaan.
- Uw woonruimte hangt aan het werk. Bij arbeidsmigranten die via een uitzendbureau werken en wonen, wordt ontslag op staande voet soms gebruikt om iemand snel kwijt te raken. Ook dan gelden precies dezelfde eisen.
Ook disfunctioneren is op zichzelf geen dringende reden; zie daarover ontslag op staande voet zonder verbetertraject.
Hoe oordeelden rechters recent over ontslag op staande voet?
Twee recente uitspraken laten zien waar het voor werkgevers mis kan gaan: bij het tempo en bij de afweging van de gevolgen.
Vijf weken wachten is niet direct opzeggen
Een werkgever verweet een werkneemster fraude met cadeaukaarten. Hij wist op 28 augustus 2024 alles waarop hij zich later beriep, maar ontsloeg haar pas op 2 oktober 2024. De kantonrechter Rotterdam vernietigde het ontslag op 25 maart 2025, omdat niet onverwijld was opgezegd. De fraude stond bovendien niet vast. De werkgever moest het loon vanaf 2 oktober 2024 doorbetalen (ECLI:NL:RBROT:2025:3792).
Werken voor een ander tijdens ziekte: geen dringende reden zonder bewijs van schade aan herstel
Een zieke werknemer bezorgde pakketten voor een familielid. Het Gerechtshof Den Haag oordeelde op 29 april 2025 dat de werkgever niet aannemelijk had gemaakt dat dit het herstel belemmerde; de bedrijfsarts was niet geraadpleegd. Het hof woog zwaar dat de werknemer door het ontslag geen WW kreeg. De werkgever had eerst het gesprek moeten aangaan. Het hof kende onder meer een billijke vergoeding van € 13.000 bruto toe (ECLI:NL:GHDHA:2025:702).

Wat doet u in de eerste dagen na het ontslag?
Teken niets, protesteer schriftelijk, stel u beschikbaar voor werk en noteer de termijn van twee maanden.
- Teken niets. Een vaststellingsovereenkomst of verklaring die u in de eerste emotie tekent, kan uw positie en uw WW-recht kosten.
- Protesteer schriftelijk. Laat uw werkgever per e-mail en aangetekende brief weten dat u het ontslag niet aanvaardt, dat u beschikbaar blijft voor uw werk en dat u doorbetaling van loon verlangt.
- Vraag de reden op schrift als u die alleen mondeling heeft gehoord, en vraag om de stukken waarop de werkgever zich baseert, zoals verklaringen, camerabeelden of een onderzoeksrapport.
- Leg vast wat er is gebeurd: een tijdlijn met data, berichten en e-mails, namen van getuigen, en eerdere beoordelingen of waarschuwingen. De datum waarop de werkgever de feiten kende, kan beslissend zijn.
- Vraag WW aan. UWV beoordeelt zelf of u verwijtbaar werkloos bent en wacht daarvoor niet op de rechter.
- Noteer de termijn. Binnen twee maanden na het ontslag moet het verzoekschrift bij de kantonrechter liggen.
Hoe verloopt de procedure bij de kantonrechter?
Een ontslag op staande voet vecht u aan met een verzoekschrift bij de kantonrechter. Daarin kiest u wat u wilt bereiken:
- Vernietiging van de opzegging (artikel 7:681 BW). De arbeidsovereenkomst loopt dan door en uw werkgever moet het loon over de tussenliggende periode betalen, mits u beschikbaar was voor werk.
- Geen terugkeer, wel een vergoeding. U vraagt dan in plaats van vernietiging een billijke vergoeding, meestal samen met de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding.
| Wat u vraagt | Termijn | Wetsartikel |
|---|---|---|
| Vernietiging van de opzegging | 2 maanden na de dag van het ontslag | 7:681 en 7:686a lid 4 BW |
| Billijke vergoeding in plaats van vernietiging | 2 maanden | 7:681 en 7:686a lid 4 BW |
| Gefixeerde schadevergoeding | 2 maanden | 7:677 en 7:686a lid 4 BW |
| Transitievergoeding | 3 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst | 7:673 en 7:686a lid 4 BW |
| Hoger beroep tegen de beschikking | 3 maanden na de uitspraak | 7:683 BW |
Dit zijn vervaltermijnen: ze kunnen niet worden gestuit of verlengd, en wie ze mist, verliest het recht. Na het verzoekschrift krijgt de werkgever gelegenheid om te reageren, waarna een mondelinge behandeling volgt. Veel zaken eindigen eerder, met een regeling tussen werkgever en werknemer. Wie procedeert, betaalt griffierecht; de bedragen staan op rechtspraak.nl.
Waar heeft u recht op als het ontslag onterecht is?
Wordt de opzegging vernietigd, dan heeft u recht op loon. Kiest u niet voor terugkeer, dan kunt u een gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en soms een billijke vergoeding vragen.
Heeft u recht op loon?
Wordt de opzegging vernietigd, dan is de arbeidsovereenkomst nooit geëindigd. U heeft dan recht op loon vanaf de ontslagdatum, zolang u zich beschikbaar heeft gehouden. Daarom is de schriftelijke beschikbaarstelling in de eerste dagen zo belangrijk. In de Rotterdamse zaak uit 2025 kreeg de werkneemster daarnaast de wettelijke verhoging, beperkt tot 20%, en wettelijke rente.
Wanneer krijgt u een gefixeerde schadevergoeding?
Heeft de werkgever zonder dringende reden en zonder opzegtermijn opgezegd, dan is hij een vergoeding verschuldigd gelijk aan het loon over de periode dat de arbeidsovereenkomst bij een regelmatige opzegging had moeten voortduren (artikel 7:677 BW). Voor een werkgever is de opzegtermijn één tot vier maanden, afhankelijk van de duur van het dienstverband (artikel 7:672 BW). Bij een tijdelijk contract zonder tussentijds opzegbeding gaat het om het loon tot de afgesproken einddatum.
Heeft u recht op een transitievergoeding?
Eindigt de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever, dan heeft u in beginsel recht op een transitievergoeding: een derde maandsalaris per dienstjaar, vanaf de eerste werkdag en ook bij een tijdelijk contract. In 2026 is die maximaal € 102.000, of een jaarsalaris als dat hoger is (bron: Rijksoverheid). Het recht vervalt alleen als het einde het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van uw kant (artikel 7:673 lid 7 BW). Hoe de hoogte wordt bepaald, leest u bij transitievergoeding berekenen.
Wanneer krijgt u een billijke vergoeding?
Was het ontslag onterecht en kiest u niet voor vernietiging, dan kan de rechter een billijke vergoeding toekennen (artikel 7:681 BW). Die wordt afgestemd op de omstandigheden van het geval, zoals het inkomen dat u misloopt en uw kansen op ander werk. Een vaste formule bestaat niet. In de Haagse zaak uit 2025 woog het hof onder meer de arbeidsongeschiktheid en het resterende contract mee.
Krijgt u een WW-uitkering?
UWV weigert de WW als u verwijtbaar werkloos bent (artikel 24 Werkloosheidswet). Een ontslag op staande voet leidt vaak tot die conclusie, maar UWV toetst zelf. Een oordeel van de kantonrechter dat er geen dringende reden was, kan daarbij meewegen. Tegen een weigering kunt u binnen zes weken bezwaar maken (artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht).

Wat is uw kans van slagen?
Een percentage is niet te geven: het hangt af van de feiten en het bewijs. Wel zijn er vaste lijnen. De eisen zijn streng en de bewijslast ligt bij de werkgever. Een werkgever die snel heeft gehandeld, de feiten zorgvuldig heeft onderzocht en u heeft gehoord, staat sterker dan een werkgever die in een opwelling heeft opgezegd. Omgekeerd kan zelfs een ernstig verwijt de toets niet doorstaan als uw persoonlijke omstandigheden, zoals een lang en onberispelijk dienstverband of het verlies van WW, zwaarder wegen.
De andere kant van dit verhaal, voor werkgevers, staat in de valkuilen voor werkgevers bij ontslag op staande voet. Een werkgever die twijfelt, kan de werknemer eerst schorsen en het onderzoek afronden; ook dan moet hij voortvarend handelen.
Hoe helpen wij als u op staande voet bent ontslagen?
Door de termijn van twee maanden en de gevolgen voor uw WW is snel handelen belangrijk. Een advocaat arbeidsrecht van ons kantoor kan:
- de ontslagbrief toetsen aan de drie eisen van artikel 7:677 en 7:678 BW;
- de brief opstellen waarin u protesteert en u beschikbaar stelt voor werk;
- binnen twee maanden het verzoekschrift indienen, gericht op vernietiging of op vergoedingen;
- de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding narekenen en bezwaar maken als UWV uw WW weigert.
Ontslag op staande voet aanvechten in vier punten
- De datum waarop de werkgever de feiten kende, is vaak beslissend: weken wachten zonder onderzoek maakt het ontslag vernietigbaar.
- Vernietiging levert loon op, maar alleen als u zich aantoonbaar beschikbaar hield.
- Voor de transitievergoeding heeft u drie maanden, voor alle andere verzoeken twee.
- Het WW-besluit van UWV staat los van de rechter en heeft een eigen bezwaartermijn van zes weken.
Veelgestelde vragen
Ik heb na het ontslag al een vaststellingsovereenkomst getekend. Kan ik nog terug?
Vaak wel. U mag een vaststellingsovereenkomst binnen 14 dagen na de datum van de overeenkomst zonder opgaaf van redenen schriftelijk ontbinden. Noemt de overeenkomst dat recht niet, dan is de termijn drie weken (artikel 7:670b BW).
Is ziekte een dringende reden?
Nee. Houdt u zich niet aan de controlevoorschriften, dan mag de werkgever het loon opschorten (artikel 7:629 BW), maar dat rechtvaardigt in de regel geen ontslag op staande voet.
Moet mijn werkgever mij eerst horen?
De wet eist geen verhoor. De rechter kijkt wel of de werkgever zorgvuldig heeft onderzocht. In de Rotterdamse zaak uit 2025 rekende de kantonrechter het de werkgever aan dat hij de informatie waarop hij zich baseerde niet met de werkneemster had gedeeld.