Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Een spoedprocedure is een verkorte gerechtelijke procedure waarin de rechter een voorlopige maatregel treft omdat de uitkomst van een gewone procedure niet kan worden afgewacht. In het civiele recht is dat het kort geding van de artikelen 254 tot en met 260 Rv; in het bestuursrecht de voorlopige voorziening van titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is direct uitvoerbaar, maar blijft voorlopig.

Inhoudsopgave
Wanneer kiest u voor een spoedprocedure?
Een spoedprocedure is geen snellere variant van een gewone zaak, maar een andere procedure met een ander doel. De rechter beslist niet wie uiteindelijk gelijk heeft, maar of er nu een maatregel nodig is om te voorkomen dat een situatie onomkeerbaar wordt. Dat verschil bepaalt alles: welke vordering u instelt, welk bewijs u meestuurt en wat u realistisch mag verwachten.
De praktische winst zit in tijd. Waar een bodemprocedure doorgaans maanden en soms jaren duurt, volgt in een kort geding in de regel binnen enkele weken een vonnis, en bij extreme spoed binnen dagen. De prijs daarvoor is beperkte diepgang: er worden vrijwel nooit getuigen gehoord en er komt zelden een deskundige aan te pas. De rechter beoordeelt of een vordering voldoende aannemelijk is, niet of zij bewezen is.
Daaruit volgt ook wanneer de spoedprocedure ongeschikt is. Zaken die draaien om een ingewikkelde feitenvaststelling, om uitleg van een omvangrijke administratie of om een schadeberekening die alleen met deskundigen valt te maken, lenen zich er slecht voor. De rechter kan zo’n zaak dan afwijzen op de enkele grond dat zij zich niet leent voor behandeling in kort geding. Welke route in uw geval de beste is, weegt ons artikel over kort geding tegenover bodemprocedure af.
Wat is een kort geding en waar staat het in de wet?
Het kort geding is geregeld in de veertiende afdeling van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de artikelen 254 tot en met 260 Rv. De voorzieningenrechter van de rechtbank is bevoegd in alle zaken waarin onverwijlde spoed, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening vereist. Gaat het om een zaak die tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoort, zoals veel huur- en arbeidsgeschillen, dan treedt de kantonrechter als voorzieningenrechter op.
Dat onderscheid heeft gevolgen voor de bijstand. Bij de voorzieningenrechter van de rechtbank geldt verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat; bij de kantonrechter mag u in beginsel zelf procederen. Ook de relatieve bevoegdheid volgt de gewone regels: doorgaans is de rechtbank van de woonplaats van de gedaagde bevoegd, tenzij een andere bevoegdheidsregel of een forumkeuze geldt.
Het kort geding kent geen eigen inhoudelijke normen. De rechter past hetzelfde materiele recht toe als de bodemrechter, alleen met een lagere mate van zekerheid. Wie in kort geding wint omdat zijn standpunt aannemelijk is, kan in de bodemprocedure alsnog ongelijk krijgen wanneer nader bewijs een ander beeld geeft.
Wanneer is een belang spoedeisend?
Spoedeisendheid is de toegangspoort en tegelijk het meest onderschatte onderdeel. De maatstaf is of van de eiser redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De rechter beoordeelt dat naar het moment van de uitspraak, niet naar het moment waarop het conflict ontstond.
Dat betekent dat stilzitten u opbreekt. Wie maanden na de eerste inbreuk alsnog een kort geding aanspant, moet uitleggen waarom het nu ineens niet kan wachten. Een enkele verklaring dat de zaak urgent is, volstaat niet: benoem de dreigende schade, de omvang ervan en waarom die later niet meer te herstellen is. Omgekeerd hoeft spoedeisendheid niet altijd te worden bewezen met cijfers. Bij een loonvordering neemt de rechter het spoedeisend belang doorgaans vlot aan, omdat loon dient om van te leven.
Ten slotte weegt de rechter uw belang af tegen dat van de wederpartij. Een verstrekkende maatregel met grote gevolgen voor de ander wordt niet toegewezen op basis van een dun dossier. Hoe onomkeerbaarder de gevraagde voorziening, hoe overtuigender de onderbouwing moet zijn.
Hoe verloopt een kort geding in de praktijk?
De procedure begint met een concept-dagvaarding en een verzoek aan de voorzieningenrechter om een datum en tijdstip voor de zitting te bepalen. De rechter bepaalt zelf op welke termijn mag worden gedagvaard; bij grote spoed kan dat een kwestie van dagen zijn. Pas daarna laat u de dagvaarding door een deurwaarder betekenen aan de wederpartij.
De dagvaarding vermeldt de partijen, de feiten, de juridische grondslag, de gevorderde voorziening en de onderbouwing van het spoedeisend belang. Neem de vordering nauwkeurig op: de rechter kan niet meer of iets anders toewijzen dan is gevorderd, en een te ruim geformuleerd verbod wordt vaak afgewezen of ingeperkt. Producties worden vooraf ingediend, meestal uiterlijk enkele dagen voor de zitting volgens het procesreglement kort gedingen.
De behandeling is mondeling en compact. Beide partijen lichten hun standpunt toe, de rechter stelt vragen en beproeft niet zelden een schikking. Verweer voeren mag schriftelijk of mondeling; een gedaagde die niet verschijnt, riskeert verstek. Daarna volgt het vonnis, doorgaans binnen twee weken en bij grote spoed eerder of zelfs direct na de zitting. De stap-voor-stapgang van de procedure beschrijven wij verder in ons artikel over de procedure bij kort geding.

Hoe bereidt u het dossier voor?
Omdat er in kort geding geen getuigen worden gehoord en geen deskundige wordt benoemd, is het schriftelijke dossier vrijwel het enige bewijs. Wat er niet in zit, bestaat voor de rechter niet. Verzamel daarom vooraf de correspondentie, de overeenkomst met de algemene voorwaarden, de ingebrekestelling, foto’s of schermafdrukken met een zichtbare datum en, waar dat kan, schriftelijke verklaringen van betrokkenen. Zo’n verklaring vervangt geen getuigenverhoor, maar telt wel mee bij de vraag of uw stellingen aannemelijk zijn.
Formuleer de vordering vervolgens uitvoerbaar. Een verbod moet zo omschreven zijn dat een deurwaarder later kan vaststellen of het is overtreden; een gebod moet zeggen wat precies gedaan moet worden en binnen welke termijn. Vage formuleringen als het staken van elk onrechtmatig handelen leiden tot afwijzing of tot een vonnis waaraan u in de executiefase niets hebt. Vraag daarnaast subsidiair een minder vergaande voorziening, zodat de rechter een alternatief heeft als de hoofdvordering te ver gaat.
Houd ten slotte rekening met de schikkingsruimte. Voorzieningenrechters beproeven vrijwel altijd een minnelijke regeling, en een deel van de kort gedingen eindigt daarmee. Bepaal vooraf wat u minimaal nodig hebt en welke concessies bespreekbaar zijn, zodat u ter zitting kunt beslissen zonder uw positie weg te geven. Voor de gang van zaken en de actuele griffierechten publiceert de Rechtspraak praktische informatie per rechtsgebied.
Welke voorzieningen kan de voorzieningenrechter treffen?
De voorzieningenrechter kan een gebod opleggen, een verbod uitspreken of een andere ordemaatregel treffen. In de praktijk gaat het om een verbod op een publicatie of op inbreukmakend handelen, een gebod tot nakoming van een overeenkomst of tot voortzetting van een levering, ontruiming van een pand, afgifte van zaken of gegevens, en opheffing van een gelegd beslag.
Een geldvordering kan in kort geding worden toegewezen, maar de rechter is daarbij terughoudend. Naast spoedeisendheid weegt hij mee of de vordering voldoende aannemelijk is en hoe groot het risico is dat het geld later niet kan worden terugbetaald. Bij twijfel wijst hij af of verbindt hij zekerheidstelling aan de veroordeling.
Om naleving af te dwingen wordt vrijwel altijd een dwangsom gevorderd op grond van artikel 611a Rv. De rechter kan die maximeren en kan een termijn bepalen waarbinnen nog geen dwangsom wordt verbeurd. Belangrijk detail: aan een veroordeling tot betaling van een geldsom kan geen dwangsom worden verbonden. Voor die situatie is beslag het aangewezen middel.
Wat betekent het voorlopige karakter van het vonnis?
Een kort geding vonnis is uitvoerbaar bij voorraad: het werkt direct, ook als de wederpartij hoger beroep instelt. Na betekening door de deurwaarder kan tot tenuitvoerlegging worden overgegaan. Daar staat tegenover dat de winnaar het risico draagt: wordt het vonnis later vernietigd of oordeelt de bodemrechter anders, dan is de executie achteraf onrechtmatig geweest en moet wat is geincasseerd worden terugbetaald, met schadevergoeding.
Daarnaast heeft het vonnis geen gezag van gewijsde. De beslissing in kort geding brengt geen nadeel toe aan de zaak ten principale: de bodemrechter is er niet aan gebonden en kan tot een ander oordeel komen. Om die reden is het verstandig om al tijdens het kort geding te bepalen of en wanneer u de bodemprocedure aanhangig maakt. Wat die procedure inhoudt, leggen wij uit in ons artikel over de bodemprocedure.
Verandert de situatie wezenlijk, dan kan een nieuw kort geding worden gevoerd om de voorziening aan te passen of op te heffen. Nieuwe feiten zijn daarvoor wel vereist; het overdoen van dezelfde discussie met dezelfde stukken loopt vast. Dat geldt ook andersom: de partij die is veroordeeld kan opheffing van de voorziening vragen zodra de grond eronder wegvalt, bijvoorbeeld doordat de achterstand alsnog is voldaan of doordat de omstreden publicatie definitief is verwijderd. Wie in zo’n geval blijft executeren, handelt al snel onrechtmatig en riskeert zelf een schadevergoedingsplicht.
Spoedprocedures in het huurrecht en het arbeidsrecht
In het huurrecht is ontruiming de klassieke inzet. De rechter is daarbij terughoudend, omdat ontruiming een ingrijpend en feitelijk onomkeerbaar gevolg heeft. Een enkele betalingsachterstand is meestal niet genoeg; verwacht wordt dat de verhuurder heeft aangemaand, dat de achterstand substantieel is en dat een minder ingrijpend middel niet volstaat. Bij ernstige overlast, illegale onderverhuur of activiteiten die gevaar opleveren, ligt toewijzing eerder voor de hand. Vaak krijgt de huurder nog een korte termijn om alsnog te betalen en zo de ontruiming af te wenden.
In het arbeidsrecht is de loonvordering de meest gevoerde spoedzaak, doorgaans gecombineerd met een vordering tot wedertewerkstelling. Denk aan een werkgever die de loonbetaling stopzet omdat hij meent dat de werknemer niet meewerkt aan re-integratie, of aan een non-actiefstelling die te lang duurt. Ook een geschil over de reikwijdte van een concurrentiebeding wordt geregeld in kort geding beslecht, met een vordering tot schorsing van het beding.
Let bij ontslagzaken op de route. Het aantasten van een opzegging loopt niet via het kort geding maar via een verzoekschrift bij de kantonrechter, en daarvoor gelden korte vervaltermijnen die niet kunnen worden verlengd. Laat die termijn direct nagaan; een kort geding om loon voorkomt niet dat de termijn voor het aanvechten van het ontslag verstrijkt.
Voorlopige voorzieningen in het familierecht
In familiezaken bestaat naast het kort geding een eigen regeling. Tijdens een echtscheidingsprocedure kan de rechtbank op verzoek voorlopige voorzieningen treffen over het gebruik van de echtelijke woning, de zorgregeling en het verblijf van de kinderen en een bijdrage in het levensonderhoud. Die voorzieningen gelden voor de duur van de procedure en vervallen daarna. Hoe die procedure verloopt, beschrijven wij in ons artikel over voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.
Buiten een lopende echtscheiding, of wanneer het om ouders gaat die nooit gehuwd waren, blijft het kort geding het aangewezen middel. Denk aan een dreigende verhuizing met de kinderen, aan het eenzijdig blokkeren van contact of aan een paspoortkwestie waarbij een reis naar het buitenland moet worden voorkomen. Het belang van het kind staat in al die zaken voorop, en de rechter kan de Raad voor de Kinderbescherming om advies vragen.
De specifieke aandachtspunten van deze zaken zetten wij uiteen in ons artikel over kort geding in het familierecht. Houd er rekening mee dat een voorziening in familiezaken zelden een structurele oplossing biedt: zij overbrugt de periode tot een definitieve regeling.
Voorlopige voorziening bij de bestuursrechter
Tegen besluiten van de overheid loopt de spoedroute niet via de civiele rechter maar via titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 8:81 Awb stelt daarbij een harde voorwaarde: er moet al bezwaar of beroep aanhangig zijn tegen het besluit. Deze connexiteitseis wordt vaak over het hoofd gezien, met een niet-ontvankelijkverklaring tot gevolg. Dien dus eerst het bezwaar of beroep in en vraag daarna, of gelijktijdig, de voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelt of onverwijlde spoed een voorziening vereist en maakt een belangenafweging, waarbij ook een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit meeweegt. Typische zaken zijn een bouwstop, een handhavingsbesluit met een last onder dwangsom, de intrekking of opschorting van een uitkering of vergunning, en maatregelen in het vreemdelingenrecht.
Bijzonder is de mogelijkheid van kortsluiting. Op grond van artikel 8:86 Awb kan de voorzieningenrechter, als de zaak zich daarvoor leent en partijen daarover zijn gehoord, meteen uitspraak doen in de hoofdzaak. Dat scheelt een volledige beroepsprocedure, maar betekent ook dat de zitting over de voorziening in feite de inhoudelijke behandeling wordt. Bereid u daar dus op voor.

Hoger beroep, vervolgprocedure en kosten
Tegen een kort geding vonnis staat hoger beroep open bij het gerechtshof, met verplichte bijstand van een advocaat. De beroepstermijn is aanzienlijk korter dan de drie maanden die in een bodemprocedure gelden: reken op vier weken na de uitspraak en laat die termijn meteen controleren, want overschrijding is niet te herstellen. Het hof beoordeelt de zaak opnieuw en toetst ook of het spoedeisend belang op dat moment nog bestaat; is dat weggevallen, dan strandt het beroep daarop.
Het hoger beroep schorst de werking van het vonnis niet. Wie executie wil tegenhouden, moet daarvoor een aparte voorziening vragen. Naast of in plaats van het hoger beroep kan een bodemprocedure worden gestart; daarvoor geldt geen termijn, tenzij de voorzieningenrechter er een heeft bepaald, bijvoorbeeld bij een voorziening die aan het aanhangig maken van de hoofdzaak is gekoppeld.
Aan de kostenkant betaalt u griffierecht, deurwaarderskosten en het honorarium van uw advocaat. De verliezer wordt doorgaans veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij volgens een forfaitair tarief dat de werkelijke kosten zelden dekt. Een uitzondering vormt het intellectuele-eigendomsrecht: artikel 1019h Rv voorziet daar in vergoeding van de redelijke en evenredige werkelijke proceskosten, wat het risico van verliezen fors vergroot. De opbouw van die kosten werken wij uit in ons artikel over de kosten van een kort geding.
Veelgestelde vragen
Wat is een kort geding precies?
Een kort geding is de civiele spoedprocedure van de artikelen 254 tot en met 260 Rv. De voorzieningenrechter beoordeelt op basis van de stukken en een mondelinge behandeling of er een onmiddellijke voorziening nodig is, en geeft een vonnis dat direct kan worden uitgevoerd.
De uitspraak is voorlopig. Zij bindt de rechter in een latere bodemprocedure niet en levert geen definitieve vaststelling van rechten op. Wie zekerheid wil, moet alsnog een bodemprocedure voeren.
Wanneer is een belang spoedeisend genoeg?
Wanneer van u redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat u de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De rechter beoordeelt dat op het moment van de uitspraak en weegt uw belang af tegen dat van de wederpartij.
Concreetheid is doorslaggevend: welke schade dreigt, hoe groot is die en waarom is die niet later te herstellen. Lang wachten met het aanhangig maken van de zaak ondermijnt het spoedeisend belang, ook als de zaak inhoudelijk sterk is.
Heeft u een advocaat nodig voor een kort geding?
Voor een kort geding bij de voorzieningenrechter van de rechtbank geldt verplichte procesvertegenwoordiging: u hebt een advocaat nodig. In hoger beroep bij het gerechtshof geldt dat eveneens.
Valt de zaak onder de bevoegdheid van de kantonrechter, bijvoorbeeld bij veel huur- en arbeidszaken, dan mag u in beginsel zelf procederen. Gezien het tempo en de eenmalige mondelinge behandeling is bijstand ook dan verstandig.
Kunt u tegen een kort geding vonnis in hoger beroep?
Ja, bij het gerechtshof. De termijn is aanzienlijk korter dan de drie maanden die in een bodemprocedure gelden: reken op vier weken na de uitspraak en laat die termijn direct controleren, want overschrijding is niet te herstellen.
Het hoger beroep schorst de werking van het vonnis niet. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, dus de wederpartij kan intussen tot tenuitvoerlegging overgaan tenzij het hof de executie schorst.
Wat kost een kort geding?
U betaalt griffierecht, dat afhangt van de hoedanigheid van de eiser en van de hoogte van de vordering; de actuele tarieven publiceert de Rechtspraak jaarlijks. Daarnaast komen de kosten van de deurwaarder voor het uitbrengen van de dagvaarding en het honorarium van uw advocaat.
De verliezer wordt doorgaans veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij, berekend volgens een forfaitair tarief dat de werkelijke advocaatkosten zelden dekt. In zaken over intellectuele eigendom geldt op grond van artikel 1019h Rv een regime van volledige proceskostenvergoeding, wat het financiele risico daar aanzienlijk vergroot.
Een spoedprocedure voorbereiden met Law & More
In een spoedprocedure wint niet wie het meeste gelijk heeft, maar wie het snelst een compleet en scherp dossier op tafel legt. De advocaten van Law & More in Eindhoven beoordelen of uw zaak zich leent voor kort geding of voor een voorlopige voorziening, formuleren de vordering en voeren de procedure. Neem gerust contact op om uw situatie voor te leggen.