Gepubliceerd op 5 mei 2017 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
Een concern van buiten de Europese Unie kan een leidinggevende, specialist of trainee tijdelijk naar een Nederlandse vestiging halen met de ICT-vergunning: de verblijfsvergunning voor overplaatsing binnen een onderneming. De belangrijkste uitzondering: valt de werknemer onder deze regeling, dan moet u ook deze route volgen en kunt u niet kiezen voor bijvoorbeeld de kennismigrantenregeling.
De voorwaarden staan in artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000. Dat artikel voert de Europese richtlijn 2014/66/EU uit. De afkorting ICT komt van de Engelse term intra-corporate transferee. Hieronder leest u voor wie de regeling geldt, welke eisen de IND stelt en waar aanvragen in de praktijk op kunnen vastlopen.
Inhoudsopgave
Wat is de ICT-vergunning en waarom bestaat zij?
De ICT-vergunning is een Europese verblijfsvergunning voor tijdelijke overplaatsing binnen een concern. Zij geeft de werknemer ook het recht om, onder voorwaarden, in andere lidstaten te werken.
Multinationals verplaatsen personeel tussen vestigingen. Voor werknemers van buiten de Unie liep dat lange tijd vast op toelatingsregels die per lidstaat verschilden. Richtlijn 2014/66/EU heeft daarvoor één Europees kader gemaakt: uniforme voorwaarden voor toegang en verblijf, minder administratieve lasten en met één vergunning ook toegang tot andere lidstaten. Nederland heeft de richtlijn in 2016 in de eigen regels verwerkt. Sindsdien is dit voor deze groep werknemers de aangewezen route.
De regeling heeft ook een keerzijde. Zij opent deuren, maar sluit er ook een paar. Komt uw werknemer in aanmerking voor een ICT-vergunning, dan moet u die route volgen; een aanvraag langs een andere weg, zoals de kennismigrantenregeling, is dan uitgesloten. Ook is het verblijfsdoel tijdelijk, met gevolgen voor wie later een permanente verblijfsvergunning wil. Hoe tijdelijke en niet-tijdelijke verblijfsdoelen zich tot elkaar verhouden, leest u bij het verschil tussen een tijdelijke en een permanente verblijfsvergunning.
De gastentiteit in Nederland dient de aanvraag in en treedt daarbij op als referent. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist. Voor het werk waarvoor de werknemer wordt overgeplaatst, is geen aparte tewerkstellingsvergunning nodig. Gaat hij daarnaast ander werk doen, dan heeft hij daarvoor wél een tewerkstellingsvergunning van het UWV nodig.
Voor welke drie groepen geldt de regeling?
De regeling geldt alleen voor leidinggevenden, specialisten en trainees die geen burger van de Unie zijn. Zij worden overgeplaatst vanuit een onderneming buiten de Unie naar een gastentiteit in een lidstaat.
Artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000 beperkt de regeling tot deze drie functies. De rechtsvorm van de gastentiteit maakt niet uit: het kan gaan om een bv, een filiaal of een andere vorm, zolang de entiteit op het grondgebied van een lidstaat is gevestigd.
Wie geldt als leidinggevende?
Een leidinggevende is iemand uit het hogere personeel die vooral leiding geeft aan de gastentiteit. Hij werkt onder algemeen toezicht van, of wordt aangestuurd door, met name de raad van bestuur of de aandeelhouders.
Daaronder valt het leiding geven aan de gastentiteit of aan een afdeling daarvan, en het toezicht op andere leidinggevende, toezichthoudende of hooggespecialiseerde werknemers. Ook heeft de leidinggevende de bevoegdheid om aan te bevelen iemand in dienst te nemen of te ontslaan.
Directeur-grootaandeelhouders met een aanzienlijk eigen belang in de onderneming vallen in beginsel buiten de regeling: zij lopen zelf ondernemingsrisico en kunnen hun eigen salaris bepalen. Daarop bestaan uitzonderingen.
Wie geldt als specialist?
Een specialist werkt binnen de groep en heeft gespecialiseerde kennis die van wezenlijk belang is voor de activiteiten, de technieken of het beheer van de gastentiteit.
Het gaat niet alleen om kennis die de gastentiteit nodig heeft, maar ook om de kwalificaties van de persoon zelf. Denk aan voldoende beroepservaring, specifieke technische kennis en eventueel het lidmaatschap van een erkende beroepsorganisatie.
Wie geldt als trainee?
Een trainee, in de richtlijn de stagiair-werknemer, heeft een universitair diploma. Hij wordt overgeplaatst voor zijn loopbaanontwikkeling of voor een opleiding in bedrijfstechnieken of -methoden, en wordt tijdens de overplaatsing betaald.
Voor trainees gelden een kortere maximale duur en een extra eis: er moet een traineeovereenkomst zijn. Daarover leest u hieronder meer.
Welke eisen gelden voor de arbeidsrelatie?
De werknemer moet direct voorafgaand aan de overplaatsing minimaal drie maanden onafgebroken in dienst zijn geweest bij de onderneming buiten de Unie. Daarnaast moet de arbeidsovereenkomst een aantal vaste onderdelen bevatten.
De eerste eis is dus de duur van het dienstverband. Wie net is aangenomen, kan niet direct worden overgeplaatst. Controleer daarom vroeg de datum van indiensttreding: een aanvraag die te vroeg wordt ingediend, loopt op deze eis vast.
De tweede eis gaat over de inhoud van de arbeidsovereenkomst. Daaruit moeten de taken, het salaris en de overige arbeidsvoorwaarden blijken, en de overeenkomst moet bevestigen dat de werknemer wordt overgeplaatst als leidinggevende, specialist of trainee. Ook moet eruit blijken dat hij na afloop van de opdracht kan terugkeren naar een entiteit van dezelfde groep buiten de Unie. Die eis benadrukt het tijdelijke karakter: de overplaatsing heeft een voorzien einde.
Tot slot moeten de duur van de overplaatsing en de vestigingsplaats van de gastentiteit in de overeenkomst staan. Welke afspraken u verder in zo’n contract maakt, bespreken wij bij het arbeidscontract voor internationale werknemers.
Welke kwalificaties moet de werknemer aantonen?
De werknemer toont zijn beroepskwalificaties en zijn werkervaring als leidinggevende of specialist aan. Een trainee toont zijn diploma en een traineeovereenkomst aan.
In de praktijk gaat het om een curriculum vitae, diploma’s en certificaten, met een omschrijving van de functie en de taken die de werknemer gaat uitvoeren. Bij een leidinggevende of specialist moet het werk passen bij een hoog opleidingsniveau. Bij een trainee moet een diploma op masterniveau worden aangetoond, van het hbo of van de universiteit.
Gaat het om een gereglementeerd beroep? Dan moet de werknemer voldoen aan de eisen die de Nederlandse wet aan burgers van de Unie stelt om dat beroep uit te oefenen. Zijn de kwalificaties in een andere lidstaat behaald, dan worden zij op dezelfde manier erkend als die van burgers van de Unie.
Voor de trainee komt daar de traineeovereenkomst bij, met een beschrijving van het programma, de duur ervan en de manier waarop toezicht wordt gehouden. Het moet gaan om een echt opleidingsprogramma, en niet om een gewone baan onder een andere naam.
Welk salaris is vereist?
Het salaris en de overige arbeidsvoorwaarden moeten marktconform zijn en voldoen aan de wetgeving over arbeidsvoorwaarden. Een salaris dat voldoet aan het salariscriterium voor kennismigranten wordt in beginsel als marktconform gezien.
De IND past de bedragen voor kennismigranten elk jaar op 1 januari aan. Vanaf 1 januari 2026 gelden deze bruto maandbedragen, zonder vakantiegeld:
- 5.942 euro voor werknemers van dertig jaar en ouder;
- 4.357 euro voor werknemers jonger dan dertig jaar.
Vakantiegeld, vergoedingen in natura en onzekere looncomponenten tellen niet mee. Reken het salaris daarom goed door voordat u de arbeidsovereenkomst tekent: een salaris dat net onder de norm blijft, kan tot afwijzing leiden. Welke verplichtingen verder op u als werkgever rusten, leest u bij de verplichtingen van werkgevers bij kennismigranten.
Welke eisen gelden voor de onderneming en de gastentiteit?
De gastentiteit in Nederland en de onderneming buiten de Unie moeten bij dezelfde onderneming of groep horen. De gastentiteit mag bovendien niet alleen zijn opgericht om de toelating van werknemers makkelijker te maken.
De richtlijn omschrijft een groep als twee of meer ondernemingen die op een bepaalde manier met elkaar verbonden zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als de ene onderneming direct of indirect de meerderheid van het kapitaal en van de stemrechten heeft, of meer dan de helft van de bestuurders of toezichthouders mag benoemen. Een derde mogelijkheid is dat de ondernemingen onder centrale leiding van de moederonderneming staan.
Een lege vennootschap zonder economische activiteit is dus geen bruikbaar vehikel. De IND toetst dit ook zelfstandig: vindt bij de werkgever of de gastentiteit geen economische activiteit plaats, dan is dat een eigen grond om de aanvraag af te wijzen.
In welke lidstaat vraagt u de vergunning aan?
U vraagt de vergunning aan in de lidstaat waar de werknemer tijdens de overplaatsing het langst verblijft. Hij moet op dat moment zijn hoofdverblijf nog buiten die lidstaat hebben.
Wordt de ICT-vergunning in Nederland aangevraagd, dan moet Nederland dus het land zijn waar het langste verblijf plaatsvindt. Dat is geen formaliteit: kiest u de verkeerde lidstaat, dan wordt de aanvraag afgewezen en moet u opnieuw beginnen.
Met verblijven wordt het hoofdverblijf bedoeld. Is de werknemer tijdens de aanvraag kort en incidenteel in Nederland, dan staat dat een aanvraag niet in de weg. Voor de meeste werknemers loopt de route via een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), die u samen met de verblijfsvergunning aanvraagt.
Mag de werknemer ook in andere lidstaten werken?
Ja. Met een ICT-vergunning van één lidstaat mag de werknemer ook bij vestigingen in andere lidstaten werken. Voor een verblijf van maximaal negentig dagen binnen honderdtachtig dagen is geen aparte vergunning nodig; voor een langer verblijf wel.
Wat is kortetermijnmobiliteit?
Blijft het verblijf in een andere lidstaat beperkt tot maximaal negentig dagen binnen een periode van honderdtachtig dagen, dan spreken we van kortetermijnmobiliteit. De werknemer heeft dan geen aparte verblijfsvergunning nodig, maar de tewerkstelling moet vooraf worden gemeld bij de bevoegde instantie van die andere lidstaat. Welke instantie dat is en welke gegevens nodig zijn, verschilt per land.
Wat is langetermijnmobiliteit?
Duurt het verblijf in een andere lidstaat langer dan negentig dagen binnen honderdtachtig dagen, dan is sprake van langetermijnmobiliteit. De werknemer heeft dan in dat land een aparte vergunning nodig. De voorwaarden zijn grotendeels dezelfde als bij de eerste aanvraag, met enkele verschillen.
Wil de werknemer vanuit een andere lidstaat voor langere tijd naar Nederland komen, dan mag hij bij die aanvraag zijn hoofdverblijf niet in Nederland hebben. Verblijf op grond van kortetermijnmobiliteit geldt daarbij nog niet als hoofdverblijf. Blijkt de behoefte aan langetermijnmobiliteit pas nadat de kortetermijnmobiliteit is begonnen, dan kan de aanvraag alsnog vanuit Nederland worden gedaan; in andere gevallen moet de aanvraag van buiten Nederland komen.
Let op twee grenzen. Wordt Nederland door de langetermijnmobiliteit alsnog het land van het langste verblijf, dan wordt de aanvraag afgewezen en geldt de gewone aanvraagprocedure. Daarnaast mag u een aanvraag voor langetermijnmobiliteit niet tegelijk indienen met een melding van kortetermijnmobiliteit. Trekt de eerste lidstaat de vergunning in, dan vervalt ook de basis om in andere lidstaten te werken.
Wanneer wordt de aanvraag afgewezen?
De IND wijst de aanvraag af als niet aan de voorwaarden van artikel 3.30d Vreemdelingenbesluit 2000 is voldaan. Daarnaast gelden de algemene afwijzingsgronden van artikel 16 van de Vreemdelingenwet 2000.
Onder die algemene gronden vallen onder meer:
- geen geldige mvv of geen geldig paspoort;
- onvoldoende zelfstandige en duurzame middelen van bestaan;
- gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid;
- niet meewerken aan een medisch onderzoek naar een aangewezen ziekte;
- werken in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen;
- niet voldoen aan het doel waarvoor het verblijf wordt gevraagd.
Artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000 noemt daarnaast eigen gronden. Zo kan de aanvraag worden afgewezen als de werkgever of de gastentiteit in de vijf jaar voor de aanvraag een sanctie heeft gekregen voor overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen, of voor het niet of te weinig afdragen van loonbelasting of premies. Ook wordt afgewezen als bij de werkgever of gastentiteit geen economische activiteit plaatsvindt, of als de werknemer in de zes maanden voor de aanvraag al in Nederland verbleef voor een eerdere overplaatsing binnen deze regeling.
Die laatste grond is de wachttijd. Na afloop van een ICT-vergunning moet de werknemer zes maanden wachten voordat hij opnieuw zo’n vergunning kan krijgen. Direct aansluitend verblijf op een andere grond is wel mogelijk, bijvoorbeeld met een Europese blauwe kaart of als kennismigrant.
Wordt de aanvraag afgewezen, dan kunt u bezwaar maken en daarna in beroep gaan. Wat dat betekent voor het verblijfsrecht in de tussentijd, leest u bij de opschortende werking van bezwaar en beroep. Hoe u de procedure aanpakt, bespreken wij bij bezwaar of beroep tegen een beslissing van de IND.
Hoe lang geldt de vergunning en wat komt daarna?
De ICT-vergunning geldt maximaal drie jaar voor leidinggevenden en specialisten, en maximaal één jaar voor trainees. Wil de werknemer daarna blijven, dan moet hij tijdig overstappen naar een ander verblijfsdoel.
Overplaatsing binnen een onderneming is een tijdelijk verblijfsdoel: de periode telt niet mee voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of voor naturalisatie. Wil de werknemer langer in Nederland blijven, dan moet u op tijd overstappen naar een niet-tijdelijk verblijfsdoel, bijvoorbeeld werk als kennismigrant. Plan die overstap ruim voor het einde van de vergunning. Wat de weg naar naturalisatie vraagt, leest u bij verblijfsvergunning en naturalisatie.
Komt de partner mee en wil die ook werken? Daarvoor bestaat een aparte route, die wij beschrijven bij de verblijfsvergunning voor de partner van een kennismigrant.
Hoe verloopt de aanvraag in de praktijk?
De gastentiteit dient de aanvraag in als referent. Is de onderneming door de IND erkend als referent, dan verloopt de procedure sneller.
Bij een erkend referent gaat de IND in beginsel uit van de verklaring van de werkgever en controleert zij steekproefsgewijs. U vraagt de erkenning één keer aan; haalt u vaker werknemers naar Nederland, dan scheelt dat veel tijd. Is de onderneming niet erkend, dan beoordeelt de IND de aanvraag volledig inhoudelijk en duurt de procedure langer.
Met de erkenning komen ook verplichtingen. Als referent houdt u de administratie over de werknemer bij en bewaart u die, meldt u wijzigingen die van belang zijn voor het verblijfsrecht, en selecteert en werft u zorgvuldig. Eindigt de overplaatsing eerder of verandert de functie wezenlijk, dan moet u dat melden. Doet u dat niet, dan kan de IND een bestuurlijke boete opleggen en bij herhaling de erkenning intrekken.
Houd er rekening mee dat de IND bewijs vraagt van de concernrelatie, de arbeidsovereenkomst, de kwalificaties en, bij een trainee, het opleidingsprogramma. Maak die stukken compleet voordat u de aanvraag indient: moet u later stukken aanvullen, dan duurt de beslissing langer. Dat geeft onnodige druk als de overplaatsingsdatum nadert.
Waar let u als werkgever op?
- Controleer dat de werknemer direct voor de overplaatsing minstens drie maanden onafgebroken in dienst is bij de groepsonderneming buiten de EU.
- Leg taken, salaris, duur, vestigingsplaats en de mogelijkheid tot terugkeer vast in de arbeidsovereenkomst.
- Toets het salaris aan het salariscriterium voor kennismigranten dat op 1 januari van het jaar geldt.
- Meld als referent bij de IND als de overplaatsing eerder eindigt of de functie wezenlijk verandert.
Waar let u als werknemer op?
- Ga na tot wanneer uw vergunning geldt (maximaal drie jaar, voor trainees één jaar) en plan een overstap naar een ander verblijfsdoel ruim op tijd.
- Zorg dat werk in een andere lidstaat vooraf is gemeld; blijft u daar langer dan negentig dagen binnen honderdtachtig dagen, dan heeft u een eigen vergunning nodig.
- Gaat u naast het overplaatsingswerk ander werk doen, controleer dan of daarvoor een tewerkstellingsvergunning is aangevraagd.
- Houd rekening met de wachttijd van zes maanden voordat u opnieuw een ICT-vergunning kunt krijgen.
Wat kunnen wij voor u doen bij een ICT-vergunning?
Bij een overplaatsing binnen een concern helpen wij werkgever en werknemer op deze punten:
- Wij toetsen vooraf of de functie valt onder leidinggevende, specialist of trainee (artikel 3.30d Vreemdelingenbesluit 2000).
- Wij beoordelen de concernrelatie en of de gastentiteit echte economische activiteit heeft.
- Wij stellen de arbeidsovereenkomst of overplaatsingsbrief op met alle verplichte onderdelen.
- Wij bereiden de aanvraag bij de IND voor, zo nodig samen met de aanvraag voor erkenning als referent.
- Wij maken binnen vier weken bezwaar tegen een afwijzing (artikel 69 Vreemdelingenwet 2000) en stellen zo nodig beroep in bij de rechtbank.
Samengevat
- De ICT-vergunning is bedoeld voor leidinggevenden, specialisten en trainees die binnen een concern van buiten de Unie tijdelijk naar Nederland komen (artikel 3.30d Vreemdelingenbesluit 2000).
- Valt een werknemer onder de regeling, dan moet u deze route volgen; de kennismigrantenregeling is dan niet beschikbaar.
- De werknemer moet direct voorafgaand minimaal drie maanden in dienst zijn geweest en een marktconform salaris krijgen.
- Vraag de vergunning aan in de lidstaat van het langste verblijf, terwijl de werknemer zijn hoofdverblijf nog buiten dat land heeft.
- De vergunning geldt maximaal drie jaar (trainees één jaar) en telt niet mee voor permanent verblijf of naturalisatie.
Veelgestelde vragen
Is een tewerkstellingsvergunning nodig?
Niet voor het werk waarvoor de werknemer wordt overgeplaatst. Gaat hij daarnaast ander werk doen, dan is daarvoor wel een tewerkstellingsvergunning van het UWV nodig.
Mag de werknemer al in Nederland zijn bij de aanvraag?
Zijn hoofdverblijf mag niet in Nederland zijn. Is hij op het moment van de aanvraag kort en incidenteel in Nederland, dan staat dat een toewijzing niet in de weg.
Kan de werknemer direct een nieuwe ICT-vergunning krijgen?
Nee. Na een eerdere overplaatsing naar Nederland geldt een wachttijd van zes maanden. Wel kunt u direct aansluitend een vergunning op een andere grond aanvragen, zoals de kennismigrantenregeling of de Europese blauwe kaart.
Kan de gastentiteit een startende vennootschap zijn?
Alleen als daar echt economische activiteit plaatsvindt en de entiteit niet alleen is opgericht om de toelating makkelijker te maken. Een vennootschap zonder activiteit leidt tot afwijzing.
Wat moet ik regelen voordat de overplaatsingsdatum vastligt?
Controleer de juiste lidstaat, de functie, de drie maanden dienstverband, de inhoud van de arbeidsovereenkomst en het salaris. Leg daarnaast de stukken over de concernrelatie en de kwalificaties van de werknemer klaar.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina immigratie advocaat.