Gepubliceerd op 11 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Aansprakelijkheid voor een paard rust in beginsel op de bezitter van het dier. Artikel 6:179 BW legt een risicoaansprakelijkheid op: wie een paard bezit, draait op voor schade die het dier door zijn eigen onberekenbare energie veroorzaakt, ook zonder eigen fout. Wordt het paard in een bedrijf gebruikt, dan verschuift die aansprakelijkheid op grond van artikel 6:181 BW naar degene die dat bedrijf uitoefent.
Inhoudsopgave
Wat bepaalt artikel 6:179 BW precies?
Artikel 6:179 BW maakt de bezitter van een dier aansprakelijk voor de schade die het dier aanricht. De wetgever heeft daarvoor gekozen omdat een dier een eigen wil heeft die zich niet volledig laat sturen: dat risico hoort bij degene die het dier houdt, niet bij het toevallige slachtoffer. Er hoeft dus geen fout, geen nalatigheid en geen waarschuwing vooraf te worden bewezen. Voor het slachtoffer is dat een aanzienlijk voordeel, omdat de bewijslast beperkt blijft tot het verband tussen het dier en de schade.
De aansprakelijkheid geldt alleen voor schade door de eigen energie van het dier: het onberekenbare element in zijn gedrag. Trapt een paard uit schrik, bijt het naar een omstander of slaat het op hol, dan is dat eigen energie. Anders ligt het wanneer het paard precies doet wat de ruiter of de begeleider hem opdraagt en daarbij schade ontstaat. Dan is niet het dier maar de mens de oorzaak, en loopt de vordering langs de gewone weg van de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW).
Het artikel bevat verder een tenzij-clausule. De bezitter is niet aansprakelijk als hij ook niet aansprakelijk zou zijn geweest wanneer hij het gedrag van het dier in zijn macht zou hebben gehad. Kort gezegd: waar een mens die hetzelfde had gedaan niets te verwijten zou vallen, ontbreekt ook de aansprakelijkheid voor het dier. Dat speelt bijvoorbeeld wanneer een paard reageert op een aanval of op een provocatie van het slachtoffer zelf.
Wie is de bezitter, en wie juist niet?
Bezit is een juridisch begrip, geen kwestie van wie op dat moment de teugels vasthoudt. Bezitter is degene die het dier voor zichzelf houdt (artikel 3:107 BW); in de regel is dat de eigenaar. Wie het paard tijdelijk onder zich heeft voor een ander is houder, geen bezitter. De ruiter die een lesbaar paard berijdt, de verzorger die het uitmest en de vriend die het een weekend hooi geeft, worden daarmee dus geen bezitter en zijn niet uit hoofde van artikel 6:179 BW aansprakelijk.
Dat is precies het punt waarop veel misverstanden ontstaan. De feitelijke zeggenschap op het moment van het incident verschuift het bezit niet. Wel kan degene met feitelijke zeggenschap zelfstandig aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:162 BW, bijvoorbeeld als hij een onervaren ruiter op een bekend schrikachtig paard zet of nalaat te waarschuwen.
Zijn er meerdere bezitters, bijvoorbeeld bij mede-eigendom van een sportpaard, dan zijn zij hoofdelijk aansprakelijk. Het slachtoffer kan ieder van hen voor het geheel aanspreken; onderling verdelen zij vervolgens naar rato van hun aandeel. Meer over de systematiek van aansprakelijkheid voor dieren en kinderen leest u in aansprakelijk voor schade door uw kinderen of huisdieren.
Wanneer verschuift de aansprakelijkheid naar een bedrijf?
Wordt een paard gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, dan rust de aansprakelijkheid niet op de bezitter maar op degene die dat bedrijf uitoefent (artikel 6:181 BW). De Hoge Raad heeft die regel scherp gemaakt in zijn arrest van 1 april 2011 over een paard dat tegen betaling bij een manege was ondergebracht en daar een kind een trap gaf. De manege was aansprakelijk, niet de eigenaar. Voor de bedrijfsmatige gebruiker geldt daarbij niet de eis dat hij eigenaar is of het dier duurzaam en ten eigen nutte gebruikt; beslissend is dat het dier feitelijk in de bedrijfsuitoefening wordt ingezet.
De grens ligt bij het gebruik. Een manege die het paard inzet voor lessen, een trainer die het zadelmak maakt en een organisator die pony’s laat rijden op een evenement, gebruiken het dier bedrijfsmatig. Een pensionstal die het paard uitsluitend stalt en verzorgt, gebruikt het niet; daar blijft de bezitter aansprakelijk. In de praktijk lopen die rollen door elkaar heen, omdat veel stallen zowel pension bieden als training verzorgen. Het is dus zaak in de stallingsovereenkomst vast te leggen wat de stal precies met het paard doet.
Voor het slachtoffer heeft die verschuiving een praktisch voordeel: het bedrijf is doorgaans verzekerd en verhaalbaar. Wie zich afvraagt tegen wie hij zich moet richten, doet er goed aan beide partijen aan te schrijven zolang de rolverdeling niet vaststaat. Het volledige arrest is te raadplegen bij de Rechtspraak.
Trappen, bijten en op hol slaan
Een trap is het schoolvoorbeeld van eigen energie. Of het paard nu schrikt, zijn plaats verdedigt of zonder aanwijsbare reden uithaalt: de kracht komt van het dier zelf. Hetzelfde geldt voor bijten, dat vaak voortkomt uit angst, pijn of het afschermen van voer. Dat het paard normaal gesproken rustig is, doet niet ter zake; artikel 6:179 BW vraagt niet naar het karakter van het dier.
Een op hol geslagen paard levert vaak de grootste schade op, en niet alleen letsel. Een dier dat door een hek breekt kan een auto beschadigen, een gewas vernielen of een verkeersongeval veroorzaken. Ook die zaakschade valt onder artikel 6:179 BW. Ontstaat de ontsnapping bovendien door een slecht onderhouden omheining, dan komt daar een zelfstandige grond bij: de bezitter of de bedrijfsmatige gebruiker handelt dan ook onrechtmatig omdat hij een gevaar heeft laten voortbestaan dat hij eenvoudig had kunnen wegnemen.
Manege, rijles en pensionstalling
Bij een manege lopen twee sporen naast elkaar. Het eerste is de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:179 in verbinding met artikel 6:181 BW. Het tweede is de contractuele en buitencontractuele zorgplicht: een manege moet lessen afstemmen op het niveau van de ruiter, deugdelijk materiaal leveren, veilige bodems en hekwerk onderhouden en waarschuwen voor bekende risico’s van een bepaald paard. Schiet zij daarin tekort, dan is zij ook op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk. Voor fouten van haar instructeurs staat zij in op grond van artikel 6:170 BW.
Maneges proberen hun aansprakelijkheid vaak te beperken via hun algemene voorwaarden. Zo’n exoneratie is niet zonder meer geldig. Zij moet ter hand zijn gesteld, mag niet onredelijk bezwarend zijn en sneuvelt bij opzet of bewuste roekeloosheid. Bij consumenten wordt zij bovendien getoetst aan de zwarte en grijze lijst van Boek 6 BW. Een beroep op een algemene voorwaarde is dus geen automatische ontsnapping.
Bij pensionstalling blijft de bezitter in beginsel aansprakelijk jegens derden, maar tussen stal en eigenaar geldt wat zij hebben afgesproken. Leg daarom vast wie verzorgt, wie toezicht houdt, wie mag rijden of longeren, hoe met agressief gedrag wordt omgegaan en wie welke verzekering sluit. Zonder die afspraken belandt u na een incident in een discussie die niemand kan winnen.
Eigen schuld van het slachtoffer
Heeft het slachtoffer zelf bijgedragen aan het ontstaan van de schade, dan wordt de vergoedingsplicht verminderd naar de mate waarin ieders gedrag aan de schade heeft bijgedragen (artikel 6:101 BW). Denk aan het benaderen van een paard vanuit de blinde hoek, het negeren van instructies of het voeren van een vreemd paard zonder toestemming. Vervolgens past de rechter zo nodig de billijkheidscorrectie toe, waarbij hij onder meer de ernst van de gemaakte fouten en de uiteenlopende ernst van de gevolgen meeweegt.
Dat een ruiter vrijwillig op een paard stapt, betekent niet dat hij zijn aanspraak verspeelt. De Hoge Raad oordeelde op 25 oktober 2002 dat het enkele feit dat iemand vrijwillig een paard berijdt, onvoldoende is om de aansprakelijkheid van artikel 6:179 BW via de billijkheidscorrectie volledig weg te nemen. De rechter moet kijken naar de inhoud van de overeenkomst en naar alle omstandigheden van het geval. Vaste percentages bestaan niet: elke verdeling is maatwerk, en een standaardverdeling van vijftig procent bestaat in de wet niet.
Wel weegt ervaring mee. Van een gevorderde ruiter mag meer voorzichtigheid worden verwacht dan van iemand die voor het eerst een paard nadert. Ook het dragen van een helm, het opvolgen van instructies en het respecteren van afzettingen spelen een rol bij de verdeling. Hoe die weging in het aansprakelijkheidsrecht in bredere zin werkt, leest u in wat is aansprakelijkheid.
Kinderen en paarden
Kinderen krijgen in dit soort zaken een sterkere positie. Een gedraging van een kind dat de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, kan hem niet als onrechtmatige daad worden toegerekend (artikel 6:164 BW). Bij de verdeling op grond van artikel 6:101 BW telt zijn gedrag formeel wel mee, maar de billijkheidscorrectie leidt er in de praktijk toe dat een jong kind zelden een substantieel deel van zijn schade zelf draagt. Hoe jonger het kind en hoe voorzienbaarder zijn onbezonnenheid, hoe zwaarder dat weegt.
Aan de andere kant kan een ouder of begeleider die het toezicht verwaarloost zelfstandig aansprakelijk zijn jegens de bezitter of de manege. Wie kinderen bij paarden brengt, houdt hen op afstand van de achterhand, laat hen niet zonder toestemming voeren en zorgt voor begeleiding die is afgestemd op hun leeftijd. Voor een bedrijf betekent dat: duidelijke huisregels, fysieke afzettingen en toezicht dat er ook werkelijk is.
Zorgplicht naast de risicoaansprakelijkheid
Naast artikel 6:179 BW blijft de gewone zorgvuldigheidsnorm gelden. Wie een gevaarlijke situatie laat ontstaan, handelt onrechtmatig als hij onvoldoende maatregelen neemt. De Hoge Raad formuleerde daarvoor in 1965 in het Kelderluik-arrest de gezichtspunten die nog steeds worden gebruikt: hoe waarschijnlijk is onoplettendheid van anderen, hoe groot is de kans op een ongeval, hoe ernstig zijn de mogelijke gevolgen en hoe bezwaarlijk is het om voorzorgsmaatregelen te treffen. Bij paarden vertaalt zich dat in deugdelijke omheiningen, veilige sluitingen, stroeve vloeren, tijdig herstel van slijtage en waarschuwingen bij dieren met bekend risicogedrag.
Die zorgplicht is niet vrijblijvend. Zij bepaalt vaak of naast de bezitter ook een stalhouder, organisator of grondeigenaar kan worden aangesproken, en zij weegt mee bij de vraag hoe de schade wordt verdeeld. Voor de bezitter is het bovendien de enige knop waaraan hij zelf kan draaien: de risicoaansprakelijkheid kan hij niet wegnemen, het ontstaan van schade wel beperken.
Wat u doet na een incident met een paard
Leg de situatie zo snel mogelijk vast. Foto’s van de plek, van de omheining en van eventuele schade, de namen en verklaringen van getuigen en een schriftelijke melding aan de bezitter of het bedrijf vormen samen het dossier waarop de discussie later wordt gevoerd. Meld het incident ook bij uw eigen verzekeraar en bij die van de wederpartij: de verzekeringnemer moet de schade melden zodra dat redelijkerwijs mogelijk is (artikel 7:941 BW), en een te late melding kan dekking kosten wanneer de verzekeraar daardoor in zijn belangen is geschaad. Van een wettelijke meldtermijn van twee maanden is geen sprake.
Houd daarnaast de termijnen in de gaten. Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en met de aansprakelijke persoon, en in elk geval twintig jaar na de gebeurtenis (artikel 3:310 BW). Een vordering op de verzekeraar zelf verjaart drie jaar na de dag waarop u van de opeisbaarheid op de hoogte raakte (artikel 7:942 BW). Stuit de verjaring tijdig en schriftelijk als een discussie lang loopt.
Stel vervolgens de juiste partij aansprakelijk. Dat is de bezitter, of bij bedrijfsmatig gebruik het bedrijf, en zo nodig beiden zolang de rolverdeling onduidelijk is. Gaat het om letselschade, dan is de begroting en afwikkeling daarvan specialistenwerk dat wij niet zelf doen; laat u daarvoor bijstaan door een letselschadespecialist. Voor de aansprakelijkheidsvraag zelf en voor zaakschade kunt u terecht bij onze advocaten aansprakelijkheidsrecht.
Verzekering en contracten vooraf
Een particuliere aansprakelijkheidsverzekering dekt lang niet altijd schade door een paard, zeker niet wanneer het dier deels bedrijfsmatig wordt gebruikt of wordt verhuurd. Controleer de polisvoorwaarden op uitsluitingen voor paarden, voor deelname aan wedstrijden en voor het uitlenen van het dier. Wie een paard bedrijfsmatig inzet, heeft een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering nodig; die dekking sluit vaak aan bij de aansprakelijkheid van artikel 6:181 BW.
Leg daarnaast schriftelijk vast wat er tussen partijen geldt. Een stallings-, trainings- of bruikleenovereenkomst regelt op zijn minst:
- wat de stal met het paard doet: uitsluitend stallen en verzorgen, of ook trainen, longeren en verhuren;
- wie toezicht houdt, wie mag rijden en welke huisregels voor bezoekers gelden;
- welke verzekeringen beide partijen aanhouden en wie welke schade draagt;
- hoe wordt gehandeld bij ziekte, ontsnapping of agressief gedrag van het dier.
Koopt u een paard, dan spelen daarnaast conformiteit en keuring een rol. Wat u daarbij moet regelen, bespreken wij in juridische valkuilen bij paardenkoop, en over geschillen na de aankoop schreven wij als uw droompaard een nachtmerrie wordt.
Houd er ten slotte rekening mee dat het slachtoffer zelf moet stellen en bij betwisting bewijzen dat de schade door het paard is veroorzaakt en dat het daarbij ging om de eigen energie van het dier. Dat lijkt eenvoudig, maar bij een ongeval op een drukke stal of tijdens een buitenrit is het vaak precies het strijdpunt. Een verklaring van een onafhankelijke getuige, een foto van de plek en een gedateerde melding aan de stalhouder zijn daarom meer waard dan een reconstructie achteraf. Het arrest uit 2002 over de manegeruiter is na te lezen bij de Rechtspraak.
Veelgestelde vragen
Wie is aansprakelijk als een paard iemand trapt of bijt?
In beginsel de bezitter van het paard, meestal de eigenaar. Artikel 6:179 BW legt hem een risicoaansprakelijkheid op voor schade door de eigen energie van het dier, ook zonder eigen fout. Wordt het paard in een bedrijf gebruikt, dan is op grond van artikel 6:181 BW dat bedrijf aansprakelijk.
Is de ruiter de bezitter van het paard dat hij berijdt?
Nee. Bezitter is degene die het dier voor zichzelf houdt (artikel 3:107 BW). Een ruiter, verzorger of lesklant is houder en niet uit hoofde van artikel 6:179 BW aansprakelijk. Wel kan hij zelfstandig aansprakelijk zijn als hij onzorgvuldig heeft gehandeld (artikel 6:162 BW).
Is de manege of de eigenaar aansprakelijk bij een ongeval tijdens een les?
De manege, als zij het paard bedrijfsmatig gebruikt. De Hoge Raad bevestigde op 1 april 2011 dat de aansprakelijkheid dan bij de bedrijfsmatige gebruiker ligt en niet bij de eigenaar. Bij enkel stallen zonder gebruik blijft de bezitter aansprakelijk.
Verlies ik mijn aanspraak omdat ik vrijwillig ben gaan rijden?
Nee. De Hoge Raad oordeelde op 25 oktober 2002 dat vrijwillig berijden op zichzelf onvoldoende is om de aansprakelijkheid volledig weg te nemen. Wel kan de vergoeding worden verminderd wegens eigen schuld (artikel 6:101 BW); vaste percentages bestaan niet.
Binnen welke termijn moet ik mijn schade claimen?
Meld het incident zodra dat redelijkerwijs mogelijk is bij de verzekeraar (artikel 7:941 BW). De vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke persoon en in elk geval twintig jaar na de gebeurtenis (artikel 3:310 BW); een vordering op de verzekeraar verjaart na drie jaar (artikel 7:942 BW).
Advies over aansprakelijkheid voor een paard
Wie een paard houdt of bedrijfsmatig inzet, draagt een aansprakelijkheid die hij niet kan wegcontracteren maar wel kan beheersen met goede afspraken, onderhoud en verzekering. Wie schade lijdt, heeft baat bij een snelle en volledige vastlegging van de feiten en bij het aanschrijven van de juiste partij. De advocaten van Law & More beoordelen wie in uw geval aansprakelijk is, toetsen exoneraties in algemene voorwaarden en voeren zo nodig de procedure. Neem gerust contact met ons op. De wettekst vindt u in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.