Gepubliceerd op 14 december 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Voor schade door een kind jonger dan 14 jaar zijn de ouders aansprakelijk, ook als hun zelf niets te verwijten valt (artikel 6:169 lid 1 BW). Voor een kind van 14 of 15 jaar ontlopen ouders die aansprakelijkheid als zij aantonen dat zij de gedraging niet hadden kunnen beletten; vanaf 16 jaar is het kind in beginsel zelf aansprakelijk.
Voor een huisdier geldt een vergelijkbare risicoaansprakelijkheid: de bezitter van het dier betaalt de schade die het dier aanricht, ook zonder eigen fout (artikel 6:179 BW). Eigen schuld van de benadeelde kan het bedrag wel verminderen (artikel 6:101 BW). Hieronder leest u hoe deze regels werken, welke verweren er zijn en wat uw aansprakelijkheidsverzekering doet.

Inhoudsopgave
Wanneer bent u aansprakelijk voor schade door uw kind?
Dat hangt af van de leeftijd van het kind op het moment van de gebeurtenis. De wet onderscheidt drie groepen: jonger dan 14 jaar, 14 en 15 jaar, en 16 jaar en ouder.
Uitgangspunt is steeds de vraag of de gedraging van het kind een onrechtmatige daad zou zijn als een volwassene haar had verricht (artikel 6:162 BW). Is het antwoord nee, dan is niemand aansprakelijk en draagt de benadeelde de schade zelf.

Wat geldt voor een kind jonger dan 14 jaar?
De ouder of voogd die het gezag uitoefent, is aansprakelijk zonder dat hem iets verweten hoeft te worden. Het kind zelf is niet aansprakelijk, omdat een gedraging van een kind onder 14 jaar hem volgens artikel 6:164 BW niet kan worden toegerekend.
Artikel 6:169 lid 1 BW stelt twee voorwaarden. Het moet gaan om een actieve gedraging, een doen: als het kind alleen iets nalaat, zoals niet waarschuwen, geldt deze risicoaansprakelijkheid niet. En de gedraging moet onrechtmatig zijn als de jonge leeftijd wordt weggedacht.
Een voorbeeld ter illustratie: een kind van negen trapt een bal bewust tegen het raam van de buren. Een volwassene zou daarvoor aansprakelijk zijn, dus de ouders betalen het nieuwe raam. Het verweer dat zij goed opletten, helpt hen bij deze leeftijdsgroep niet.
Wat geldt voor een kind van 14 of 15 jaar?
Het kind is dan zelf aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW, en de ouders zijn daarnaast aansprakelijk tenzij hun niet te verwijten valt dat zij de gedraging niet hebben belet (artikel 6:169 lid 2 BW). Hier telt ook nalaten van het kind mee.
De bewijslast ligt bij de ouders. Zij moeten aannemelijk maken dat zij voldoende toezicht hielden en het gedrag redelijkerwijs niet konden voorkomen. Slagen zij daarin, dan kan de benadeelde zich alleen nog tot het kind zelf wenden.
Wat geldt vanaf 16 jaar?
Vanaf 16 jaar is alleen het kind aansprakelijk; artikel 6:169 BW geldt dan niet meer. Ouders zijn alleen aansprakelijk als zij zelf onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW.
Dat kan bijvoorbeeld als ouders hun kind bewust laten rijden op een opgevoerde fatbike of het illegaal vuurwerk geven. De benadeelde moet die eigen fout van de ouders dan stellen en bewijzen.
Wat als meerdere kinderen samen schade veroorzaken?
Bij schade door een groep kan iedere deelnemer hoofdelijk aansprakelijk zijn, ook als niet vaststaat wie de schade precies toebracht (artikel 6:166 BW). Onderling dragen zij de schade in beginsel voor gelijke delen.
Artikel 6:166 BW vereist wel dat de gedragingen in groepsverband aan de deelnemers kunnen worden toegerekend. Bij kinderen jonger dan 14 jaar is dat niet het geval, zodat hun ouders alleen via artikel 6:169 BW aansprakelijk kunnen zijn. Kan niet worden vastgesteld welke van meerdere gebeurtenissen de schade veroorzaakte, dan kan ook artikel 6:99 BW (alternatieve causaliteit) een rol spelen. Meer over dit leerstuk leest u in ons artikel over groepsaansprakelijkheid.
Wat als het kind op school of bij de sportclub is?
Ook dan blijft de aansprakelijkheid van de ouders op grond van artikel 6:169 BW bestaan. Daarnaast kan de school of vereniging zelf aansprakelijk zijn als zij haar toezichtplicht heeft geschonden (artikel 6:162 BW).
Bij sport en spel geldt bovendien een hogere drempel voor onrechtmatigheid. Deelnemers moeten rekening houden met gedrag dat bij het spel hoort, zodat niet elke botsing op het veld tot een vergoedingsplicht leidt.
Wanneer bent u aansprakelijk voor schade door uw huisdier?
De bezitter van een dier is aansprakelijk voor de schade die het dier aanricht, ook als hij alle voorzorgen nam (artikel 6:179 BW). De gedachte is dat een dier een eigen, onberekenbare energie heeft en dat de bezitter dat risico draagt.

Wie is de bezitter?
Bezitter is degene die het dier voor zichzelf houdt, meestal de eigenaar. Wie de hond van de buren uitlaat, is geen bezitter; de buren blijven aansprakelijk.
- Gebruikt een bedrijf het dier, zoals een manege of hondenuitlaatservice, dan is dat bedrijf aansprakelijk in plaats van de bezitter (artikel 6:181 BW).
- Is een kind jonger dan 14 jaar de bezitter, dan treedt de ouder of voogd met gezag in zijn plaats (artikel 6:183 lid 2 BW).
- Wilde dieren hebben geen bezitter, zodat artikel 6:179 BW voor hen niet geldt.
Welke uitzondering kent artikel 6:179 BW?
De bezitter is niet aansprakelijk als hij ook niet aansprakelijk zou zijn geweest wanneer hij het gedrag van het dier volledig in zijn macht had gehad. De vraag is dan of hetzelfde gedrag, door de bezitter zelf verricht, onrechtmatig zou zijn.
Een voorbeeld ter illustratie: een hond houdt een inbreker in de tuin tegen. Had de bezitter de inbreker zelf op proportionele wijze tegengehouden, dan was dat geen onrechtmatige daad geweest. De bezitter is dan niet aansprakelijk voor de schade.
Welke schade valt hieronder?
Zowel schade aan spullen als lichamelijk letsel van derden valt onder artikel 6:179 BW. Veelvoorkomende situaties zijn:
- een hond die een voorbijganger of een andere hond bijt;
- een kat die de tuin of inboedel van de buren beschadigt;
- een paard dat uitbreekt en een auto of hek vernielt;
- een dier dat een verkeersongeval veroorzaakt.
De benadeelde moet wel aantonen dat het dier de schade heeft veroorzaakt. Lukt dat bewijs niet, dan wijst de rechter de vordering af. Gaat het om geluidsoverlast door een dier, dan speelt eerder het burenrecht; zie ons artikel over overlast door een blaffende hond.
Wanneer vermindert eigen schuld de vergoeding?
Heeft de benadeelde zelf bijgedragen aan de schade, dan wordt de vergoeding verminderd naar verhouding van ieders aandeel (artikel 6:101 BW). Wie een vastgebonden hond plaagt of waarschuwingen negeert, krijgt dus minder of niets vergoed.
De rechter kan die verdeling op grond van de billijkheid bijstellen, bijvoorbeeld vanwege de leeftijd van de benadeelde of de ernst van de fouten. Bij een verdeling van 70-30 betaalt de aansprakelijke partij 70% van de schade en draagt de benadeelde zelf 30%.
Hoe zit het als u zelf op het paard of met het dier bezig was?
Ook een ruiter kan de bezitter of de manege aansprakelijk stellen, maar het onvoorspelbare gedrag van het dier kan deels voor zijn eigen rekening komen. Dat besliste de Hoge Raad op 25 oktober 2002 in de zaak Manege Nieuw Amstelland (ECLI:NL:HR:2002:AE7010).
Volgens de Hoge Raad vervalt de aansprakelijkheid niet alleen doordat iemand vrijwillig en met toestemming van de bezitter paardrijdt. Of en hoeveel schade voor rekening van de ruiter blijft, hangt af van de afspraken en de omstandigheden van het geval.
Wat doet uw aansprakelijkheidsverzekering?
Een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) betaalt schade waarvoor u of uw gezinsleden wettelijk aansprakelijk zijn tegenover anderen. Dat omvat in de regel ook de risicoaansprakelijkheid voor uw kinderen en huisdieren; een eigen fout is daarvoor niet nodig.
De verzekeraar toetst eerst of u volgens de wet aansprakelijk bent. Is dat zo, dan vergoedt hij de schade van de benadeelde binnen de grenzen van de polis. Welke gezinsleden meeverzekerd zijn, bijvoorbeeld uitwonende studerende kinderen, verschilt per polis.
Wanneer betaalt de verzekeraar niet?
De verzekeraar hoeft geen schade te vergoeden die de verzekerde met opzet of door roekeloosheid veroorzaakte (artikel 7:952 BW). Polissen bevatten daarnaast vaak eigen uitsluitingen.
- Schade aan uw eigen spullen valt niet onder de AVP; daarvoor is de inboedel- of opstalverzekering, die schade door eigen kinderen of huisdieren vaak beperkt dekt.
- Schade met een motorrijtuig, zoals een scooter, valt onder de verplichte WAM-verzekering van dat voertuig en meestal niet onder de AVP.
- Schade bij bedrijfsmatige activiteiten, zoals een betaalde uitlaatservice, is meestal uitgesloten.
- Sommige verzekeraars sluiten bepaalde hondenrassen of exotische dieren uit.
Waar let u als ouder of dierbezitter op?
- Controleer of uw AVP het hele gezin en uw huisdier dekt, en welke uitsluitingen gelden.
- Meld schade direct bij uw verzekeraar; de polis bevat een meldingstermijn.
- Erken geen aansprakelijkheid voordat uw verzekeraar de zaak heeft beoordeeld.
- Leg vast wat er gebeurde: foto’s, getuigen en de leeftijd van het kind.
- Houd u aan de aanlijnplicht die uw gemeente in de APV heeft opgenomen.
Waar let u als benadeelde op?
- Stel vast hoe oud het kind was; dat bepaalt of u de ouders of het kind aanspreekt.
- Spreek bij een dier de bezitter aan, of het bedrijf dat het dier gebruikte (artikel 6:181 BW).
- Verzamel bewijs dat het kind of dier de schade veroorzaakte.
- Stel de aansprakelijke partij schriftelijk aansprakelijk en vraag naar diens verzekeraar.
- Let op de verjaring: vijf jaar na de dag waarop u de schade en de aansprakelijke kent, uiterlijk twintig jaar na de gebeurtenis (artikel 3:310 BW).
Wat kunnen wij voor u doen bij aansprakelijkheid voor kinderen en dieren?
- Beoordelen of u als ouder, bezitter of bedrijf aansprakelijk bent, en welke verweren u heeft.
- Een aansprakelijkstelling opstellen of beantwoorden.
- Met de verzekeraar overleggen over dekking en over de verdeling bij eigen schuld.
- Onderhandelen over een schikking met de wederpartij.
- Procederen bij de kantonrechter of rechtbank en de verjaringstermijn bewaken, als advocaat aansprakelijkheidsrecht en vanuit onze praktijk als advocaat civiel recht.
Samengevat
- Onder 14 jaar zijn de ouders aansprakelijk voor een onrechtmatig doen van hun kind, ook zonder eigen fout (artikel 6:169 lid 1 BW).
- Bij 14 en 15 jaar is het kind zelf aansprakelijk en de ouders ook, tenzij hun niets te verwijten valt (artikel 6:169 lid 2 BW).
- Vanaf 16 jaar is alleen het kind aansprakelijk, behalve bij een eigen fout van de ouders.
- De bezitter van een dier is risicoaansprakelijk (artikel 6:179 BW); bij bedrijfsmatig gebruik het bedrijf (artikel 6:181 BW).
- Eigen schuld van de benadeelde vermindert de vergoeding (artikel 6:101 BW); de AVP dekt in de regel ook risicoaansprakelijkheid.
Veelgestelde vragen
Tot welke leeftijd bent u aansprakelijk voor uw kind?
Op grond van artikel 6:169 BW tot het kind 16 jaar wordt. Daarna bent u alleen aansprakelijk als u zelf onrechtmatig handelt, bijvoorbeeld door gevaarlijk gedrag toe te staan.
Bent u aansprakelijk als uw kind iets niet doet?
Bij een kind onder 14 jaar niet: artikel 6:169 lid 1 BW geldt alleen voor een actief doen. Bij een kind van 14 of 15 jaar kan ook nalaten tot aansprakelijkheid leiden.
Bent u aansprakelijk als uw hond bij de oppas iemand bijt?
Ja, als bezitter blijft u aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW. Was de oppas een bedrijf dat de hond bedrijfsmatig onder zich had, dan is dat bedrijf aansprakelijk (artikel 6:181 BW).
Betaalt de AVP ook als u zelf niets fout deed?
Meestal wel. De AVP dekt wettelijke aansprakelijkheid, en daaronder valt ook de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:169 en 6:179 BW. Opzet en roekeloosheid zijn uitgesloten (artikel 7:952 BW).
Hoe lang kan de benadeelde u aanspreken?
De vordering verjaart vijf jaar nadat de benadeelde de schade en de aansprakelijke persoon kent, en in elk geval twintig jaar na de gebeurtenis (artikel 3:310 BW).
Lees ook onze uitleg over aansprakelijkheid voor schade door dieren: Paard trapt, bijt of vlucht: wie is aansprakelijk?.