Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Bij een echtscheiding bij huiselijk geweld lopen twee sporen naast elkaar: bescherming op korte termijn en de scheidingsprocedure zelf. De burgemeester kan een tijdelijk huisverbod opleggen op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, de voorzieningenrechter kan een contact- en straatverbod opleggen, en tijdens de echtscheiding kan de rechter voorlopige voorzieningen treffen over de woning en de kinderen (artikel 822 Rv). Bij acuut gevaar belt u 112.
Inhoudsopgave
Direct gevaar: het tijdelijk huisverbod
Het tijdelijk huisverbod is de snelste maatregel die het Nederlandse recht kent. Niet de rechter maar de burgemeester legt het op, wanneer uit feiten en omstandigheden blijkt dat de aanwezigheid van een persoon in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van de andere huisgenoten. In de praktijk wordt die bevoegdheid gemandateerd aan een hulpofficier van justitie, zodat het verbod ook ’s nachts en in het weekend kan worden opgelegd.
Het huisverbod duurt tien dagen. De uithuisgeplaatste mag de woning niet betreden en mag ook geen contact opnemen met de mensen die er wonen; het is dus tegelijk een contactverbod. Blijft het gevaar bestaan, dan kan de burgemeester het verbod verlengen tot ten hoogste vier weken vanaf de oplegging. Tegen het huisverbod staat beroep open bij de bestuursrechter, en de uithuisgeplaatste kan daarbij een voorlopige voorziening vragen.
Die vier weken zijn bedoeld als adempauze, niet als oplossing. Gebruik de periode om hulpverlening in te schakelen, bewijs te ordenen en de juridische stappen te zetten die na afloop van het huisverbod nog bescherming bieden. Wat u in die eerste weken concreet doet, zetten wij op een rij in veilig uit elkaar gaan.
Contact- en straatverbod via de civiele rechter
Na afloop van het huisverbod, of wanneer de situatie niet aan de criteria daarvan voldoet, kunt u de voorzieningenrechter in kort geding om een contact- en straatverbod vragen. Grondslag is de onrechtmatige daad: het stelselmatig lastigvallen, bedreigen of opzoeken van een ander is onrechtmatig en kan worden verboden. De rechter koppelt aan zo’n verbod vrijwel altijd een dwangsom, zodat overtreding geld kost zonder dat er eerst een nieuwe procedure nodig is.
Een goed verzoek is concreet. Vraag niet alleen om een verbod op fysiek contact, maar ook op telefoon, berichtenverkeer, e-mail en sociale media, en op benadering via derden. Vraag om een straal rond uw woning, uw werk en de school van de kinderen, en om een duidelijke looptijd. Hoe concreter de omschrijving, hoe eenvoudiger de handhaving en hoe kleiner de discussie over de vraag of het verbod is overtreden.
Houd elke overtreding bij. Noteer datum, tijd, plaats en wat er gebeurde, bewaar berichten met de volledige koptekst en meld overtredingen bij de politie. Die vastlegging is nodig om de dwangsom te kunnen innen en om bij een volgende procedure een patroon aan te tonen. Meer over de aanpak van stelselmatig lastigvallen leest u in ons artikel over stalking.
Voorlopige voorzieningen tijdens de echtscheiding
Zodra de echtscheidingsprocedure loopt of op korte termijn zal worden gestart, kan uw advocaat de rechtbank om voorlopige voorzieningen vragen (artikel 822 Rv). De rechter kan bepalen wie bij uitsluiting het gebruik van de echtelijke woning krijgt, aan wie de minderjarige kinderen worden toevertrouwd, hoe de omgang tijdens de procedure verloopt en welke bijdrage in het levensonderhoud wordt betaald. Ook de afgifte van goederen voor dagelijks gebruik kan worden gevorderd.
Deze procedure is met opzet snel: er volgt op korte termijn een zitting en de beslissing geldt voor de duur van het geding. De voorzieningen vervallen wanneer de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand of wanneer het verzoek wordt ingetrokken. Wie bescherming nodig heeft, moet dus niet wachten tot de hoofdprocedure is afgerond.
Het uitsluitend gebruik van de woning is daarbij vaak de kern. Het is een gebruiksrecht, geen eigendomsbeslissing: wie in de woning mag blijven, wordt niet daardoor eigenaar, en de verdeling of verrekening volgt later. Na de inschrijving van de echtscheiding kan de rechter op grond van artikel 1:165 BW bepalen dat een van de echtgenoten het gebruik van de woning nog zes maanden voortzet.
Bewijs: wat de civiele rechter accepteert
In civiele zaken geldt vrije bewijsleer: bewijs kan door alle middelen worden geleverd en de waardering is aan de rechter (artikel 152 Rv). Er bestaat dus geen limitatieve lijst van toegestane bewijsmiddelen. Wel geldt voor alle partijen de waarheidsplicht van artikel 21 Rv: u moet de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
Anders dan vaak wordt gedacht, is onrechtmatig verkregen bewijs in een civiele procedure niet zonder meer onbruikbaar. De Hoge Raad oordeelde op 11 juli 2014 dat de rechter dergelijk materiaal in beginsel mag gebruiken en dat uitsluiting alleen gerechtvaardigd is bij bijkomende omstandigheden. Dat is geen vrijbrief om de wet te overtreden, maar het betekent wel dat een discussie over de herkomst van een document zelden op zichzelf beslissend is.
Het heimelijk opnemen van een gesprek waaraan u zelf deelneemt, is bovendien niet strafbaar; het verbod van artikel 139a Sr ziet op het opnemen van gesprekken waaraan men zelf geen deel heeft. Meeluisteren met of opnemen van gesprekken tussen anderen ligt dus wezenlijk anders. Laat u hierover adviseren voordat u opnames maakt, want de context bepaalt of het materiaal u helpt of juist tegen u wordt gebruikt.
Bruikbaar bewijs bestaat zelden uit één stuk. Denk aan medische gegevens van huisarts of ziekenhuis, meldingen en aangiften bij de politie, dossiers van Veilig Thuis, verklaringen van hulpverleners, foto’s met datum, berichtenverkeer, en een eigen chronologisch logboek dat u bijhoudt op het moment zelf. Voor stukken die zich bij uw wederpartij of bij een derde bevinden, kunt u sinds 1 januari 2025 inzage of afschrift vorderen op grond van de artikelen 194 tot en met 195a Rv, die de oude regeling van artikel 843a Rv hebben vervangen.
Aangifte doen en het strafrecht
Het strafrecht loopt naast het familierecht en kent zijn eigen route. Mishandeling is strafbaar op grond van artikel 300 Sr, met strafverzwaring wanneer het feit wordt gepleegd tegen de echtgenoot of levensgezel (artikel 304 Sr). Bedreiging valt onder artikel 285 Sr. Belaging staat in artikel 285b Sr; dat is een klachtdelict, wat betekent dat vervolging alleen plaatsvindt op uitdrukkelijke klacht van het slachtoffer.
Sinds 1 januari 2024 is doxing, het delen van persoonsgegevens om iemand vrees aan te jagen, zelfstandig strafbaar op grond van artikel 285d Sr. Sinds 1 juli 2024 geldt de Wet seksuele misdrijven; het zonder toestemming openbaar maken van seksueel beeldmateriaal, inclusief deepfakes, valt sindsdien onder artikel 254ba Sr. Dat zijn in de praktijk relevante bepalingen, omdat digitale intimidatie na een breuk vaak doorloopt waar het fysieke contact stopt.
Als slachtoffer heeft u eigen rechten in het strafproces: recht op informatie over het verloop van de zaak, recht op inzage in het dossier en het recht zich als benadeelde partij te voegen om schade te vorderen. Voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven bestaat kosteloze rechtsbijstand. Wat die bijstand inhoudt, beschrijven wij op onze pagina over de advocaat voor slachtoffers.
Een aangifte is niet verplicht om in het familierecht bescherming te krijgen, en het uitblijven van een strafrechtelijke veroordeling betekent niet dat de civiele rechter het geweld niet aanneemt. De maatstaven verschillen: de strafrechter toetst aan wettig en overtuigend bewijs, de civiele rechter weegt de aannemelijkheid van de gestelde feiten.
Gezag, omgang en het ouderschapsplan
Na een scheiding houden ouders in beginsel het gezamenlijk gezag. De rechter kan het gezag aan één ouder toekennen wanneer er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat daarin binnen afzienbare tijd verbetering komt, of wanneer wijziging anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is (artikel 1:251a BW). Structureel geweld en dwingende controle zijn juist het type omstandigheden waaronder gezamenlijke besluitvorming feitelijk onmogelijk is.
Voor omgang geldt artikel 1:377a BW. Het uitgangspunt is dat kind en ouder recht hebben op omgang, maar de rechter ontzegt dat recht onder meer wanneer omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, wanneer de ouder kennelijk ongeschikt of niet in staat is, wanneer een kind van twaalf jaar of ouder ernstige bezwaren heeft, of wanneer omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Tussenvormen zijn mogelijk: begeleide omgang, een neutrale overdrachtsplek of contact zonder onderling ouderoverleg.
Bij minderjarige kinderen hoort bij het echtscheidingsverzoek een ouderschapsplan (artikel 815 Rv). Is dat door de situatie redelijkerwijs niet op te stellen, dan kan de rechter het verzoek toch in behandeling nemen wanneer aannemelijk wordt gemaakt waarom een plan niet tot stand kwam. Leg dat in het verzoekschrift uit in plaats van een plan te tekenen dat u niet veilig kunt uitvoeren. Meer over de verdeling van gezag en hoofdverblijf leest u in gezag, omgang en hoofdverblijf. Wanneer eenhoofdig gezag aan de orde is, hangt af van de vraag of gezamenlijke besluitvorming in uw situatie nog werkbaar en veilig is.
Mediation is niet verplicht
Er bestaat in Nederland geen wettelijke verplichting om vóór een zitting te mediaten. De rechter kan een verwijzing voorstellen, maar deelname is vrijwillig en u mag weigeren. Bij huiselijk geweld is dat geen formaliteit: mediation gaat uit van min of meer gelijkwaardige onderhandelingsposities, en juist die ontbreken bij dwingende controle. Een gezamenlijk gesprek kan de machtsverhouding bevestigen in plaats van doorbreken.
Dat betekent niet dat overleg altijd onmogelijk is. Er zijn werkvormen waarbij partijen elkaar niet ontmoeten, met gescheiden zittingen of uitsluitend contact via advocaten. Weeg per geval of dat verantwoord is, en leg uw bezwaren tegen een gezamenlijke aanpak schriftelijk vast, zodat later niet de indruk ontstaat dat u niet wilde meewerken. Wanneer mediation bij scheiding wel passend is, leggen wij elders uit.
Verblijfsrecht bij een afhankelijke verblijfsvergunning
Wie in Nederland verblijft op een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner of echtgenoot, verkeert in een kwetsbare positie: het verblijfsrecht is afhankelijk van de relatie. De IND kent daarvoor een aparte route. Eindigt de relatie door huiselijk geweld, dan kan een zelfstandige verblijfsvergunning worden aangevraagd, in beginsel voor het verblijfsdoel humanitair niet-tijdelijk.
De IND verlangt dat aannemelijk wordt gemaakt dat er sprake is geweest van huiselijk geweld in de relatie. Een aangifte of melding bij de politie is daarbij van groot belang, omdat de IND die informatie opvraagt; daarnaast tellen verklaringen van een arts of hulpverlener mee. Start deze aanvraag niet pas nadat de scheiding rond is: het verblijfsrecht en de familierechtelijke procedure lopen parallel en beïnvloeden elkaar. Over de vreemdelingenrechtelijke kant van een relatie schreven wij eerder in een buitenlandse partner laten overkomen.
Waar u terechtkunt en wat het kost
Veilig Thuis is het landelijke advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling en is bereikbaar via 0800-2000. U kunt er anoniem advies vragen. Een melding levert bovendien een dossier op dat later als bewijs kan dienen, ook wanneer u op dat moment nog geen juridische stappen wilt zetten. Professionals in zorg en onderwijs werken met de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Voor de echtscheiding zelf is een advocaat verplicht: het verzoek wordt door een advocaat bij de rechtbank ingediend. Ligt uw inkomen onder de grenzen van de Wet op de rechtsbijstand, dan kan een toevoeging worden aangevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand, waarbij u een inkomensafhankelijke eigen bijdrage betaalt. Voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven geldt in het strafproces een kosteloze voorziening. Onze familierechtadvocaten bespreken vooraf met u welke route in uw situatie openstaat.
Veelgestelde vragen
Hoe start ik een echtscheiding als er huiselijk geweld speelt?
Een echtscheidingsverzoek wordt door een advocaat bij de rechtbank ingediend. Vraag tegelijk om voorlopige voorzieningen op grond van artikel 822 Rv, bijvoorbeeld over het uitsluitend gebruik van de woning en over de kinderen. Bij acuut gevaar belt u 112; voor advies kunt u terecht bij Veilig Thuis via 0800-2000.
Wie legt een tijdelijk huisverbod op en hoe lang duurt het?
De burgemeester, in de praktijk via een hulpofficier van justitie. Het huisverbod duurt tien dagen en omvat ook een contactverbod. Blijft het gevaar bestaan, dan kan het worden verlengd tot ten hoogste vier weken na de oplegging. Tegen het huisverbod staat beroep open bij de bestuursrechter.
Welk bewijs van huiselijk geweld accepteert de rechter?
In civiele zaken geldt vrije bewijsleer (artikel 152 Rv). Bruikbaar zijn onder meer medische gegevens, aangiften en politiemeldingen, dossiers van Veilig Thuis, verklaringen van hulpverleners, berichtenverkeer, gedateerde foto’s en een eigen logboek. Onrechtmatig verkregen bewijs is niet zonder meer onbruikbaar.
Mag ik een gesprek met mijn partner heimelijk opnemen?
Het opnemen van een gesprek waaraan u zelf deelneemt is niet strafbaar; artikel 139a Sr ziet op het opnemen van gesprekken waaraan men zelf geen deel heeft. Of zo’n opname in uw procedure verstandig is, hangt af van de context; laat dat vooraf beoordelen.
Kan de rechter de omgang met de kinderen beperken of stoppen?
Ja. Op grond van artikel 1:377a BW kan de rechter het recht op omgang ontzeggen, onder meer wanneer omgang ernstig nadeel oplevert voor de ontwikkeling van het kind of anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Ook begeleide omgang is mogelijk.
Ben ik verplicht om te mediaten voordat ik naar de rechter ga?
Nee. Het Nederlandse recht kent geen verplichte mediation voorafgaand aan een zitting. De rechter kan een verwijzing voorstellen, maar deelname is vrijwillig. Bij huiselijk geweld is terughoudendheid op zijn plaats, omdat mediation uitgaat van gelijkwaardige posities.
Verlies ik mijn verblijfsvergunning als ik bij mijn partner weg ga?
Niet noodzakelijk. Wie in Nederland verblijft op een van de partner afhankelijke vergunning kan bij huiselijk geweld een zelfstandige vergunning aanvragen, in beginsel voor het verblijfsdoel humanitair niet-tijdelijk. De IND vraagt daarbij politie-informatie op en weegt verklaringen van arts of hulpverlener mee.
Juridische bijstand bij een echtscheiding met huiselijk geweld
Een echtscheiding bij huiselijk geweld vraagt om een aanpak waarin veiligheid, bewijs en procedure op elkaar zijn afgestemd. De advocaten van Law & More vragen zo nodig binnen enkele dagen voorlopige voorzieningen of een contact- en straatverbod, bouwen het dossier op waarmee de rechter de situatie kan beoordelen, en staan u bij in de discussie over gezag, omgang en de woning. Ook wanneer uw verblijfsrecht van uw partner afhangt, kijken wij mee naar de vreemdelingenrechtelijke kant. Neem gerust contact met ons op, of lees eerst meer over de rol van onze scheidingsadvocaat. De regels vindt u in de Wet tijdelijk huisverbod, in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en bij de IND-brochure over verblijf na huiselijk geweld.