Gezag, omgang en hoofdverblijf: het verschil en wat de rechter beslist

Een gezin en een adviseur zitten samen aan een bureau en bespreken belangrijke gezinsaangelegenheden in een lichte kantoorruimte.

Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

Auteur: Aylin Acar, advocaat familierecht bij Law & More. Gepubliceerd: oktober 2025. Bijgewerkt: oktober 2026.

Gezag bepaalt wie de belangrijke beslissingen over een minderjarig kind neemt, het hoofdverblijf bepaalt waar het kind woont en omgang regelt het contact met de andere ouder. Na een scheiding houden ouders in de regel samen het gezag; alleen als het belang van het kind dat vraagt, geeft de rechter het gezag aan één ouder (artikel 1:251a BW).

De drie begrippen worden vaak door elkaar gehaald, maar hebben elk een eigen wettelijke regeling en een eigen procedure. Wie het hoofdverblijf heeft, heeft daarmee nog geen eenhoofdig gezag, en een ouder zonder hoofdverblijf houdt bij gezamenlijk gezag evenveel zeggenschap over school en medische zorg.

BegripWat het regeltWettelijke basis
GezagWie de belangrijke beslissingen neemt: school, medische behandeling, paspoort, verhuizingartikelen 1:245 en 1:251 BW
HoofdverblijfBij welke ouder het kind woont en staat ingeschrevenartikel 1:253a BW; ouderschapsplan (artikel 815 Rv)
Omgang en zorgregelingWanneer het kind bij de andere ouder isartikel 1:377a BW (omgang); artikel 1:377e BW (wijziging)

Gezag: wie beslist over het kind?

Een groep mensen in zakelijke kleding zit rond een vergadertafel en bespreekt iets serieus in een moderne kantooromgeving.

Gezag is het recht en de plicht om een minderjarig kind te verzorgen en op te voeden, en om namens het kind te handelen. Wie gezag heeft, beslist over medische zorg, onderwijs en de opvoeding, vraagt een paspoort aan en tekent namens het kind. Bij gezamenlijk gezag nemen de ouders die beslissingen samen. De ouder met gezag moet bovendien de band van het kind met de andere ouder bevorderen (artikel 1:247 lid 3 BW).

Wie heeft het gezag?

  • Getrouwde ouders en geregistreerde partners hebben automatisch samen het gezag over kinderen die binnen die relatie worden geboren.
  • Bij ongehuwde ouders heeft de moeder bij de geboorte het gezag. Erkent de vader het kind op of na 1 januari 2023, dan krijgen beide ouders in de regel automatisch gezamenlijk gezag.
  • Is het kind vóór 1 januari 2023 erkend, dan ontstaat gezamenlijk gezag pas na aantekening in het gezagsregister.
  • Kunnen de ouders geen gezag uitoefenen, bijvoorbeeld na overlijden of als de rechter het gezag beëindigt, dan krijgt een voogd het gezag (zie ook ouderlijk gezag ontnemen).

Wanneer eindigt het gezag?

Het gezag eindigt als het kind 18 wordt. Overlijdt een van de ouders bij gezamenlijk gezag, dan houdt de andere ouder het gezag alleen (artikel 1:253f BW). Zijn beide ouders overleden, dan benoemt de rechter een voogd, tenzij een ouder zelf een voogd heeft aangewezen. Een minderjarige moeder van 16 of 17 jaar kan de rechter vragen haar meerderjarig te verklaren, zodat zij zelf het gezag over haar kind krijgt (artikel 1:253ha BW).

Bij ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind kan de rechter het gezag beëindigen. Dat is een kinderbeschermingsmaatregel en geen gevolg van een scheiding.

Na de scheiding: gezamenlijk gezag blijft de hoofdregel

Bij een scheiding of het einde van een geregistreerd partnerschap blijft het gezamenlijk gezag automatisch bestaan (artikel 1:251 lid 2 BW). Beide ouders blijven samen beslissen over school, medische behandelingen, religieuze opvoeding en verhuizingen. Ouders kunnen de rechter vragen het gezag aan één van hen toe te kennen, maar de lat ligt hoog. De rechter wijst dat verzoek alleen toe als:

  • er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders, en niet te verwachten is dat dit binnen afzienbare tijd verbetert (het klemcriterium); of
  • wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind nodig is.

Communicatieproblemen alleen zijn niet genoeg. De rechter kijkt naar de gevolgen voor het kind: worden noodzakelijke beslissingen niet of te laat genomen, en lijdt het kind onder de strijd?

Hoge Raad, 27 maart 2020

In ECLI:NL:HR:2020:533 oordeelde de Hoge Raad dat de rechter gezamenlijk gezag mag toekennen of laten bestaan, ook als aan het klemcriterium is voldaan. De rechter moet inschatten welk nadeel het kind het minst schaadt: klem raken tussen de ouders, of het volledig uitsluiten van de andere ouder. In die zaak bood de moeder de vader geen ruimte om bij het leven van het kind betrokken te zijn; het hof mocht daarom kiezen voor gezamenlijk gezag. De zaak ging over ongehuwde ouders (artikel 1:253c BW), maar de Hoge Raad legde die bepaling en artikel 1:251a BW op dezelfde manier uit.

Wilt u eenhoofdig gezag, dan dient u via een advocaat een verzoekschrift in bij de rechtbank. Meer over de voorwaarden leest u bij eenhoofdig gezag na een scheiding en in ons overzicht over ouderlijk gezag in Nederland. Het kan ook andersom: ouders kunnen van eenhoofdig naar gezamenlijk gezag als dat beter past.

Hoofdverblijf: waar het kind woont

Een gezin met een kind bespreekt belangrijke juridische documenten met een advocaat in een kantoor.

Het hoofdverblijf is het adres waar het kind hoofdzakelijk woont en in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven. Ouders leggen het vast in het ouderschapsplan. Zijn zij het niet eens, dan beslist de rechter op grond van artikel 1:253a BW, met het belang van het kind voorop. De rechter kan de Raad voor de Kinderbescherming om advies vragen.

Het hoofdverblijf geeft geen extra zeggenschap. Bij gezamenlijk gezag beslissen beide ouders samen over de school en de huisarts, ook als het kind bij één van hen woont. De ouder bij wie het kind verblijft, neemt wel de kleine dagelijkse beslissingen.

Het hoofdverblijf heeft wel financiële gevolgen. Kinderbijslag en het kindgebonden budget gaan in de regel naar de ouder bij wie het kind woont en staat ingeschreven. Bij de berekening van kinderalimentatie telt mee hoeveel dagen het kind bij elke ouder is, en verandert het hoofdverblijf, dan moet de alimentatie vaak opnieuw worden berekend. Hoe de draagkracht daarbij werkt, leest u bij draagkracht en alimentatie.

Co-ouderschap is ook mogelijk: het kind woont dan ongeveer even veel bij beide ouders, maar staat bij één van hen ingeschreven.

Omgang: het recht van kind en ouder op contact

Het kind en de ouder bij wie het niet woont, hebben recht op omgang met elkaar (artikel 1:377a lid 1 BW). Bij gezamenlijk gezag heet de afspraak meestal een zorgregeling: beide ouders zorgen dan voor het kind, ook als het vooral bij één van hen woont. Na een scheiding legt u die regeling vast in het ouderschapsplan.

Wie kan omgang vragen?

Niet alleen ouders. Ook iemand die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, kan de rechter om een omgangsregeling vragen (artikel 1:377a lid 1 BW). Denk aan grootouders, broers en zussen of een stiefouder die lang voor het kind heeft gezorgd. Die persoon moet laten zien dat er een echte, hechte band met het kind is.

Wanneer mag de rechter omgang beperken of ontzeggen?

Alleen op de gronden die artikel 1:377a lid 3 BW limitatief opsomt: ernstig nadeel voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, kennelijke ongeschiktheid of onmacht van de ouder, ernstige bezwaren van een kind van twaalf jaar of ouder, of strijd met zwaarwegende belangen van het kind. De ouder bij wie het kind woont, mag de omgang niet zelf stopzetten.

In ECLI:NL:HR:2014:91 (17 januari 2014) vernietigde de Hoge Raad een beslissing waarin het hof de vader de omgang had ontzegd, omdat de moeder met gezag zonder deugdelijke grond weigerde mee te werken. Heeft de weigerende ouder onvoldoende gronden, dan moet de rechter op korte termijn alle passende maatregelen nemen, zoals verwijzing naar mediation, onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming of een voorlopige omgangsregeling.

Het ouderschapsplan

Ouders met gezag die gaan scheiden, moeten sinds 1 maart 2009 een ouderschapsplan maken en bij het echtscheidingsverzoek voegen (artikel 815 Rv). Daarin staat ten minste:

  • hoe u de zorg- en opvoedingstaken verdeelt, of hoe de omgang is geregeld;
  • hoe u elkaar informeert en raadpleegt over belangrijke onderwerpen;
  • hoe u de kosten van verzorging en opvoeding verdeelt.

Leg daarnaast het hoofdverblijf, de vakanties en feestdagen en afspraken over school en medische zorg vast. Hoe concreter het plan, hoe minder discussie later.

Als de omgang misloopt of de situatie verandert

Veel voorkomende problemen zijn een ouder die niet komt opdagen, kinderen die te laat worden gebracht of afspraken die eenzijdig worden gewijzigd. Probeer het eerst samen of met een mediator op te lossen. Lukt dat niet, dan kunt u de rechter vragen nakoming af te dwingen, eventueel met een dwangsom, of de regeling te wijzigen (artikel 1:377e BW). Een dwangsom legt de rechter alleen op als u daar zelf om vraagt. Meer daarover leest u in ons artikel over een omgangsregeling die niet wordt nageleefd.

Verandert er iets in het leven van ouders of kind, zoals een ander werkrooster of een verhuizing, dan kan de regeling worden aangepast. Een verhuizing die de zorgregeling raakt, beslist u bij gezamenlijk gezag samen; lukt dat niet, dan kan de rechter vervangende toestemming geven (artikel 1:253a BW).

De rol van de rechter en de advocaat

De rechter komt in beeld als ouders geen afspraken kunnen maken over gezag, omgang, hoofdverblijf of een verhuizing. Hij kan de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek vragen; bij vermoedens van geweld of misbruik grijpt hij sneller in. Kinderen van twaalf jaar en ouder krijgen de gelegenheid hun mening te geven (artikel 809 Rv). Volgens de uitleg van de Rechtspraak over het kindgesprek nodigt de rechtbank kinderen vanaf acht jaar uit in zaken over gezag en omgang.

Voor een verzoekschrift bij de rechtbank over gezag, hoofdverblijf of omgang heeft u een advocaat nodig. Een familierechtadvocaat beoordeelt wat de wet mogelijk maakt, toetst afspraken uit mediation en staat u bij op de zitting. Meer over wat een advocaat doet leest u op onze site.

Kosten en termijnen

U betaalt griffierecht en het honorarium van uw advocaat, en soms de kosten van een deskundige. Het griffierecht voor een verzoek met een onbepaalde waarde bij de rechtbank bedraagt per 1 januari 2026:

VerzoekerGriffierecht 2026
Natuurlijk persoon€ 341
Onvermogend (inkomen onder de wettelijke grens)€ 93

Bron: rechtspraak.nl, griffierecht. Met een laag inkomen komt u mogelijk in aanmerking voor gesubsidieerde rechtsbijstand via de Raad voor Rechtsbijstand. Tegen een beslissing over gezag, omgang of hoofdverblijf kunt u binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof (artikel 358 Rv).

Mediation en andere hulp naast de rechter

Mediation helpt ouders hun conflict zelf op te lossen met een neutrale bemiddelaar. De mediator neemt geen beslissingen, maar helpt u afspraken te maken over gezag, zorgregeling, hoofdverblijf en kinderalimentatie. Mediation kan ook nog als er al een procedure loopt. Laat de afspraken voor u tekent juridisch toetsen. Meer leest u bij mediation bij scheiding.

Andere routes zijn een scheiding waarbij beide ouders met hun advocaten aan tafel afspreken het buiten de rechter om te regelen, of hulp van een gezinscoach of jeugdhulp om de communicatie te verbeteren. Wilt u toch naar de rechter, dan leest u hoe u een scheiding aanvraagt, en wat een scheidingsadvocaat voor u kan doen.

Wat wij doen bij gezag, omgang en hoofdverblijf

  • Wij gaan na wie het gezag heeft, bijvoorbeeld na erkenning, en of dat in het gezagsregister moet worden aangetekend.
  • Wij stellen het ouderschapsplan op of toetsen het, met afspraken over hoofdverblijf, zorgverdeling en kosten (artikel 815 Rv).
  • Wij stellen het verzoekschrift op voor eenhoofdig gezag, wijziging van het hoofdverblijf of een omgangsregeling, of reageren op een verzoek van de andere ouder.
  • Wij beoordelen of hoger beroep zinvol is en stellen het in binnen de termijn.

Gezag, omgang en hoofdverblijf in vijf punten

  • Na een scheiding houden ouders in de regel samen het gezag; eenhoofdig gezag geeft de rechter alleen in het belang van het kind (artikel 1:251a BW).
  • Ook als een kind klem zit, kan de rechter gezamenlijk gezag laten bestaan (HR 27 maart 2020).
  • Het hoofdverblijf bepaalt waar het kind woont, niet wie beslist; het heeft wel gevolgen voor kinderbijslag en alimentatie.
  • Omgang kan alleen worden ontzegd op de limitatieve gronden van artikel 1:377a lid 3 BW; de rechter moet eerst passende maatregelen nemen (HR 17 januari 2014).
  • Tegen een beslissing over gezag, omgang of hoofdverblijf kunt u binnen drie maanden hoger beroep instellen.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.