Online strafbare feiten door jongeren: wat strafbaar is en hoe een zaak verloopt

Van tiktok naar de rechtbank: jongeren en online strafbare feiten

Gepubliceerd op 10 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

Ja, jongeren vanaf 12 jaar kunnen strafrechtelijk worden vervolgd voor wat zij online doen, zoals belediging, bedreiging, opruiing of het verspreiden van naaktbeelden. Voor 12- tot 18-jarigen geldt het jeugdstrafrecht, dat meer op leren en herstel is gericht; lichte feiten worden vaak via Halt afgedaan zonder strafblad.

Een TikTok-challenge of een “grappige” video kan zo onder een strafbepaling vallen. In dit artikel leest u welke online gedragingen strafbaar zijn, hoe een jeugdstrafzaak verloopt, welke straffen de kinderrechter kan opleggen en wanneer ouders aansprakelijk zijn voor de schade.

Waar ligt de grens tussen een online trend en een strafbaar feit?

De wet maakt geen onderscheid tussen online en offline. Wat op het schoolplein strafbaar is, is dat in een reactie, een groepschat of een video ook. Het Wetboek van Strafrecht geldt gewoon voor uitingen op TikTok, Snapchat of Instagram.

Een jongere scrollt door TikTok op een smartphone, met een onscherpe achtergrond van een gerechtsgebouw die de mogelijke gevolgen symboliseert.

Dat iets als grap bedoeld was, maakt het niet automatisch straffeloos. Bij bedreiging kijkt de rechter bijvoorbeeld of de uiting zo is gedaan dat bij de ander redelijkerwijs de vrees kon ontstaan dat het ernst was. Een challenge die oproept om een bushokje te vernielen, kan opruiing zijn. Een video waarin een klasgenoot wordt uitgelachen en beschuldigd, kan smaad zijn.

Een misstap kan leiden tot een strafblad, een schadeclaim van het slachtoffer en later problemen met een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Die gevolgen komen in de volgende paragrafen aan bod.

Welke online gedragingen zijn strafbaar?

De meeste online zaken tegen jongeren gaan over belediging, smaad en laster, bedreiging, opruiing, het filmen van geweld en het verspreiden van seksuele beelden. Elk feit heeft een eigen artikel in het Wetboek van Strafrecht.

Belediging, smaad en laster

  • Belediging (artikel 266 Sr): een opzettelijk beledigende uiting zonder concrete beschuldiging, zoals scheldwoorden onder een video.
  • Smaad (artikel 261 Sr): iemands eer of goede naam aantasten door hem te beschuldigen van een bepaald feit, met het doel dat breed bekend te maken. Bijvoorbeeld een video waarin een klasgenoot wordt beschuldigd van diefstal.
  • Laster (artikel 262 Sr): smaad, terwijl de maker weet dat de beschuldiging niet waar is.

Belediging, smaad en laster zijn klachtdelicten (artikel 269 Sr). Het OM vervolgt in de regel alleen als het slachtoffer een klacht indient. Daarvoor geldt een termijn van drie maanden nadat het slachtoffer van het feit hoorde (artikel 66 Sr). Bij belediging van een ambtenaar in functie, zoals een politieagent, is geen klacht nodig (artikel 267 Sr).

Bedreiging en opruiing

Bedreiging (artikel 285 Sr) is onder meer dreigen met openlijk geweld, met een levensdelict of met zware mishandeling. Een bericht als “morgen steek ik je neer” in een groepschat kan daaronder vallen, ook als de afzender later zegt dat het een grap was.

Opruiing (artikel 131 Sr) is het in het openbaar oproepen tot een strafbaar feit of geweld. Een openbare video met de oproep om als challenge een school te vernielen, kan opruiing zijn. De maker kan dan worden vervolgd, ook als hij zelf niet meedoet.

Een vechtpartij filmen en delen

Alleen filmen is niet altijd strafbaar. Wie een vechtpartij aanmoedigt en filmt, kan wel betrokken raken bij openlijke geweldpleging (artikel 141 Sr) of medeplichtigheid daaraan. Het online zetten van de beelden kan daarnaast een onrechtmatige daad tegenover het slachtoffer zijn (artikel 6:162 BW), met een plicht tot schadevergoeding.

Overzicht: gedraging, wetsartikel en gebruikelijke afdoening

De afdoening in de rechterkolom is een indicatie. Wat er in een concrete zaak gebeurt, hangt af van de feiten, de leeftijd en de voorgeschiedenis.

Online gedraging (voorbeeld)Juridische kwalificatieWetsartikelMogelijke afdoening bij minderjarigen
Een haatreactie onder een video plaatsenBeledigingArt. 266 SrHalt-afdoening, taakstraf
Een roddelvideo met onware beschuldigingen makenSmaad of lasterArt. 261 / 262 SrTaakstraf, geldboete
Iemand bedreigen in een privéberichtBedreigingArt. 285 SrTaakstraf, (voorwaardelijke) jeugddetentie
Oproepen tot rellen via een openbaar kanaalOpruiingArt. 131 SrTaakstraf, jeugddetentie
Een vechtpartij aanmoedigen en filmen(Medeplichtigheid aan) openlijke geweldplegingArt. 141 SrTaakstraf, jeugddetentie
Een naaktfoto van een minderjarige doorsturenSeksuele afbeelding van een minderjarigeArt. 252 SrTaakstraf, jeugddetentie, gedragsbeïnvloedende maatregel

Wanneer is het delen van naaktbeelden strafbaar?

Het vrijwillig uitwisselen van een naaktfoto tussen leeftijdsgenoten (sexting) leidt in de regel niet tot strafrechtelijk optreden. Zodra zo’n foto zonder toestemming wordt doorgestuurd, verandert dat. Het verspreiden van een seksuele afbeelding van iemand onder de 18 valt sinds de Wet seksuele misdrijven (in werking op 1 juli 2024) onder artikel 252 Sr, ook als de verspreider zelf minderjarig is en ook binnen een besloten groepschat.

Een smartphone in de hand met een gebarsten scherm, waarop een anoniem silhouet zichtbaar is, wat de emotionele schade van online delicten symboliseert.

Het zonder toestemming verspreiden van seksueel beeldmateriaal van een volwassene is ook strafbaar (artikel 139h Sr). Daarnaast kent de wet:

  • Grooming: een volwassene die online contact zoekt met een kind om seksueel contact te krijgen. Sinds 1 juli 2024 is ook het seksueel benaderen van kinderen strafbaar, zonder dat er een afspraak hoeft te volgen.
  • Sextortion: dreigen beelden openbaar te maken tenzij het slachtoffer betaalt of meer beelden stuurt. Dat kan afpersing (artikel 317 Sr) of afdreiging (artikel 318 Sr) zijn.

Een uitspraak: jeugdstrafrecht bij naaktbeelden

De rechtbank Overijssel oordeelde op 25 oktober 2022 over een jongen die 16 en 17 jaar was ten tijde van de feiten. Hij werd veroordeeld voor het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal van twee meisjes van 15 en 16 jaar (destijds artikel 240b Sr). Van het verspreiden en van het dwingen tot het maken van beelden via WhatsApp en Snapchat sprak de rechtbank hem vrij. Er was niet vast komen te staan dat hij die berichten zelf had verstuurd, omdat ook anderen toegang tot zijn account konden hebben.

De rechtbank paste het jeugdstrafrecht toe en legde 40 uur taakstraf op, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar. Het OM had jeugddetentie geëist. De schadevordering van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat de schade vooral samenhing met de verspreiding waarvan de jongen was vrijgesproken. Het slachtoffer kon nog naar de civiele rechter.

De zaak laat twee dingen zien. Bij online feiten moet het OM bewijzen wie achter een account zat. En de kinderrechter weegt het pedagogische doel van het jeugdstrafrecht zwaar mee bij de straf.

Waarom zijn beelden zo moeilijk terug te halen?

Een foto of video kan binnen seconden worden opgeslagen en doorgestuurd. Ook als de oorspronkelijke post weg is, bestaan er vaak kopieën. Slachtoffers kunnen een platform vragen beelden te verwijderen en kunnen de dader via de civiele rechter laten verbieden de beelden te verspreiden. Bij beelden van minderjarigen helpt ook het Expertisebureau Online Kindermisbruik bij verwijdering.

Hoe verloopt een jeugdstrafzaak van aangifte tot uitspraak?

Een symbolische afbeelding van een houten voorzittershamer die op een laptoptoetsenbord ligt, wat de kruising tussen recht en online gedrag illustreert.
  1. Aangifte. Het slachtoffer of een getuige doet aangifte bij de politie. Bij belediging en smaad is een klacht van het slachtoffer nodig.
  2. Onderzoek. De politie stelt digitale sporen veilig. Via de officier van justitie kan zij een platform verplichten gegevens te verstrekken, zoals het IP-adres of het gekoppelde telefoonnummer (artikel 126na Sv).
  3. Verhoor. Een minderjarige verdachte heeft recht op een advocaat vóór en tijdens het verhoor. Een aangehouden minderjarige kan in de regel geen afstand doen van overleg met een advocaat voor het verhoor (artikel 28c Sv).
  4. Beslissing van het OM. De officier van justitie kiest uit sepot, Halt, een strafbeschikking of een dagvaarding voor de kinderrechter.
  5. Zitting. De zitting bij de kinderrechter is niet openbaar. De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt vooraf de jongere, het gezin en de school en adviseert over de straf.
  6. Uitspraak en hoger beroep. Tegen het vonnis staat binnen veertien dagen hoger beroep open (artikel 408 Sv).

Welke afdoening kiest het OM?

AfdoeningWanneerGevolg voor het strafblad
SepotOnvoldoende bewijs, een heel licht feit, of de jongere is al op een andere manier gestraft, bijvoorbeeld met een schorsing op schoolGeen straf; de beslissing wordt wel geregistreerd
HaltLichte feiten, zoals een eenvoudige online beledigingNa goede afronding geen strafblad
StrafbeschikkingIets zwaardere feiten; het OM legt zelf een taakstraf of boete opKomt op het strafblad; verzet binnen veertien dagen mogelijk
DagvaardingErnstige feiten of na verzet tegen een strafbeschikkingBij veroordeling op het strafblad

Ouders moeten in de regel bij de zitting aanwezig zijn (artikel 496 Sv). Daarop bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld als een ouder geen gezag heeft.

Welke straffen en maatregelen kan de kinderrechter opleggen?

Het jeugdstrafrecht (artikel 77a en verder Sr) richt zich meer op opvoeding dan op vergelding. De rechter kiest tussen straffen, die reageren op het gedrag, en maatregelen, die de oorzaken aanpakken. Voor jongeren van 16 tot 23 jaar kan de rechter kiezen voor jeugdstrafrecht of volwassenenstrafrecht (adolescentenstrafrecht, artikel 77c Sr).

SanctieInhoudWettelijk kader
TaakstrafWerkstraf of leerstraf (bijvoorbeeld een training over online gedrag), ten hoogste 200 uurArt. 77m Sr
GeldboeteVanaf 12 jaar; de jongere betaalt in principe zelfArt. 77l Sr
JeugddetentieMaximaal 12 maanden (12 tot en met 15 jaar) of 24 maanden (16 en 17 jaar)Art. 77i Sr
Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM)Intensief programma onder toezicht van de jeugdreclasseringArt. 77w Sr
PIJ-maatregelBehandeling in een justitiële jeugdinrichting bij een ernstig misdrijf en een stoornisArt. 77s Sr

Een straf kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk zijn, met bijzondere voorwaarden zoals een contactverbod of begeleiding door de jeugdreclassering. In de zaak van de rechtbank Overijssel hierboven bleef het bij een geheel voorwaardelijke taakstraf.

Wie betaalt de schade van het slachtoffer?

Het slachtoffer kan materiële schade vorderen, zoals kosten van psychologische hulp, en immateriële schade voor het aangedane leed (artikel 6:106 BW). Dat kan als benadeelde partij in de strafzaak of in een aparte civiele procedure. Wie aansprakelijk is, hangt af van de leeftijd van het kind (artikel 6:169 BW):

Leeftijd van het kindWie is aansprakelijk?
Jonger dan 14 jaarDe ouders of voogden, als het gedrag het kind zou kunnen worden toegerekend als het ouder was (art. 6:169 lid 1 BW)
14 en 15 jaarDe jongere zelf en de ouders, tenzij de ouders aantonen dat hun niet te verwijten is dat zij het gedrag niet hebben voorkomen (art. 6:169 lid 2 BW)
16 en 17 jaarIn beginsel de jongere zelf

Een veroordeling tot schadevergoeding kan voor een jongere een flinke schuld betekenen. Bij een minderjarige legt de rechter geen gijzeling op als vervangend dwangmiddel.

Wat doet u als ouder als uw kind wordt verdacht?

Een advocaat en cliënt zitten samen aan tafel, waarbij de advocaat luistert en advies geeft, symbolisch voor juridische bijstand.
  • Zorg dat uw kind vóór het eerste verhoor met een advocaat spreekt. De eerste verklaring bepaalt vaak het verdere verloop.
  • Laat uw kind geen berichten of accounts verwijderen. Dat kan worden uitgelegd als het wegmaken van bewijs.
  • Ga na of anderen toegang hadden tot het account of de telefoon. Dat kan voor het bewijs uitmaken, zoals de zaak bij de rechtbank Overijssel laat zien.
  • Houd een strafbeschikking goed in de gaten: verzet moet binnen veertien dagen.

Preventie begint thuis. Praat met uw kind over wat het online deelt, met wie en waarom. Leg uit dat een online actie echte gevolgen heeft, tot een geweigerde VOG voor een stage of baan in onderwijs of zorg aan toe.

Hoe staan wij jongeren en ouders bij in een online strafzaak?

Wij staan jongeren van 12 tot 18 jaar en hun ouders bij in jeugdstrafzaken. Meer over onze aanpak leest u bij onze strafrechtadvocaten.

  • Wij staan de jongere bij vóór en tijdens het politieverhoor.
  • Wij beoordelen of de online uiting strafbaar is en of het OM kan bewijzen wie achter het account zat.
  • Wij bepleiten bij de officier van justitie een sepot of Halt-afdoening.
  • Wij bereiden de zitting bij de kinderrechter voor, mede aan de hand van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming.
  • Wij beoordelen een schadevordering van het slachtoffer en de aansprakelijkheid van ouders.

In het kort

  • Vanaf 12 jaar kan een jongere worden vervolgd voor online gedrag; tot 18 jaar geldt het jeugdstrafrecht.
  • Belediging, smaad en laster zijn klachtdelicten; bedreiging en opruiing niet.
  • Het doorsturen van een naaktbeeld van een minderjarige valt onder artikel 252 Sr, ook als de verspreider minderjarig is.
  • Ouders van kinderen onder 14 zijn aansprakelijk voor de schade; bij 14- en 15-jarigen kunnen zij zich soms disculperen.

Veelgestelde vragen

Komt een Halt-straf op het strafblad?

Nee, niet als de jongere de Halt-straf goed afrondt. Lukt dat niet, dan stuurt Halt de zaak terug naar het OM, dat alsnog een andere afdoening kan kiezen.

Kan een jongere van 11 jaar worden vervolgd?

Nee. Strafvervolging is pas mogelijk vanaf 12 jaar (artikel 486 Sv). Bij jongere kinderen kan de politie wel met de ouders praten en kan Veilig Thuis of de jeugdbescherming worden ingeschakeld. Het slachtoffer kan de ouders civiel aanspreken op grond van artikel 6:169 BW.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.