Gepubliceerd op 28 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2026
Een strafbaar feit verjaart na een vaste termijn die in de wet staat. Voor alle overtredingen is dat drie jaar, voor misdrijven zes, twaalf of twintig jaar, afhankelijk van de zwaarste straf die op het feit staat. De belangrijkste uitzondering: ernstige gewelds- en zedendelicten, zoals moord, doodslag en verkrachting, verjaren niet. Is een feit verjaard, dan kan het Openbaar Ministerie u daarvoor niet meer vervolgen.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Wat betekent verjaring van het recht tot strafvordering?
Verjaring betekent dat het Openbaar Ministerie na een bepaalde tijd niet meer mag vervolgen. De wet spreekt van het “verval van het recht tot strafvordering”. Na afloop van de termijn kan de verdachte voor dat feit dus niet meer voor de strafrechter worden gebracht.
De regels staan in het Wetboek van Strafrecht, in de titel over het verval van het recht tot strafvordering en van de straf. De termijnen zelf staan in artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht. Die termijnen gelden voor iedereen en zijn niet afhankelijk van de keuze van de officier van justitie.
Waarom verjaart een strafbaar feit?
Een strafbaar feit verjaart omdat vervolging na lange tijd minder zin heeft en minder betrouwbaar wordt. Getuigen herinneren zich minder, sporen verdwijnen en het belang van de samenleving bij straf neemt af.
Verjaring geeft ook rechtszekerheid. Een verdachte hoeft niet zijn hele leven rekening te houden met vervolging voor een lichter feit van lang geleden. Tegelijk betekent verjaring niet dat een feit wordt goedgekeurd of vergeten. Het gaat om een grens die de wetgever trekt tussen het belang van vervolging en de redelijkheid om niet eindeloos terug te kijken.
Daarom is de termijn korter naarmate een feit lichter is. Voor de zwaarste misdrijven heeft de wetgever gekozen voor geen verjaring. Daar weegt het belang van het slachtoffer en de samenleving zwaarder dan de nadelen van tijdsverloop.
Welke factoren bepalen de termijn?
De termijn wordt vooral bepaald door twee vragen: is het feit een overtreding of een misdrijf, en welke straf staat er maximaal op? Het wetsartikel dat het feit strafbaar stelt, noemt dat strafmaximum. De straf die de rechter in een concrete zaak zou opleggen, speelt voor de verjaring geen rol.
Daarnaast kunnen twee omstandigheden de berekening beïnvloeden. De termijn kan in bepaalde gevallen later beginnen te lopen, bijvoorbeeld bij bepaalde zedenmisdrijven tegen minderjarigen. En de verjaring kan worden gestuit door een daad van vervolging door justitie. Daarover leest u hieronder meer.
Voor een juiste berekening moet u dus precies weten welk wetsartikel op het feit van toepassing is. Een feit kan onder meer dan één artikel vallen, met verschillende strafmaxima. Het is daarom verstandig de berekening door een advocaat te laten controleren voordat u ervan uitgaat dat een zaak verjaard is.
Welke verjaringstermijnen gelden per soort strafbaar feit?
Het Wetboek van Strafrecht deelt strafbare feiten in twee groepen in: overtredingen en misdrijven. Overtredingen zijn de lichtere feiten, misdrijven de zwaardere. Per groep geldt een eigen verjaringsregel. De termijn is niet willekeurig gekozen, maar hangt samen met de ernst van het feit zoals die blijkt uit het strafmaximum.
Hoe lang is de verjaringstermijn voor overtredingen?
Voor alle overtredingen geldt een verjaringstermijn van drie jaar. Dat volgt uit artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht. Het maakt daarbij niet uit welke overtreding het is.
Na drie jaar kan het Openbaar Ministerie dus niet meer vervolgen, tenzij de verjaring in de tussentijd is gestuit. Wordt u na langere tijd nog opgeroepen voor een overtreding, dan loont het de moeite om na te gaan wanneer het feit precies is gepleegd en of er intussen vervolgingshandelingen zijn geweest.
Let op: niet elke boete is een strafrechtelijke vervolging. Voor sommige boetes gelden eigen regels buiten het Wetboek van Strafrecht. Kijk daarom eerst goed welke instantie de boete of oproep heeft gestuurd en op welke wet die zich baseert.
Hoe lang is de verjaringstermijn voor misdrijven?
Voor misdrijven hangt de termijn af van de straf die de wet op het misdrijf stelt. Staat op het misdrijf alleen een geldboete, hechtenis of een gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar, dan verjaart het feit in zes jaar. Staat er een tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaar op, dan is de termijn twaalf jaar.
Staat er een gevangenisstraf van acht jaar of meer op, dan is de termijn volgens artikel 70 Wetboek van Strafrecht twintig jaar. Op misdrijven waarop een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat, zoals moord, doodslag en verkrachting, is geen verjaringstermijn van toepassing. Hetzelfde geldt voor bepaalde zedenmisdrijven waarop acht jaar of meer staat. Die ernstige gewelds- en zedendelicten kunnen altijd worden vervolgd, hoe lang het feit ook geleden is.
Voor veelvoorkomende misdrijven als diefstal, verduistering en fraude is de termijn dus geen vaste “vijf tot tien jaar”. Het antwoord volgt steeds uit het strafmaximum in het wetsartikel. Wilt u weten welke termijn in uw geval geldt, zoek dan eerst op welk artikel van toepassing is en welke straf daarin staat.
Een voorbeeld ter illustratie. Stel dat iemand in maart 2020 een misdrijf pleegt waarop volgens het wetsartikel maximaal vier jaar gevangenisstraf staat. Dat is een tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaar, dus de verjaringstermijn is twaalf jaar. Zonder stuiting verjaart het feit dan in maart 2032. Zou op hetzelfde feit maximaal twee jaar gevangenisstraf staan, dan was de termijn zes jaar en zou het feit in maart 2026 al verjaard zijn. Het strafmaximum in de wet maakt dus een groot verschil.
Wat geldt bij minderjarige slachtoffers?
Bij bepaalde zedenmisdrijven tegen minderjarigen begint de verjaringstermijn later te lopen. De termijn start dan pas op de dag nadat het slachtoffer achttien jaar is geworden. Zo krijgt een slachtoffer de kans om als volwassene zelf te beslissen over een aangifte.
Deze regel geldt niet voor alle feiten tegen minderjarigen, maar voor specifieke zedenmisdrijven die in de wet zijn genoemd. Of een zaak onder deze regel valt, hangt af van het wetsartikel en van het moment waarop het feit is gepleegd. Wetswijzigingen door de jaren heen hebben de regels voor deze feiten aangescherpt. Welke versie van de wet op uw zaak van toepassing is, vraagt daarom een zorgvuldige controle.
Is het slachtoffer volwassen, dan begint de termijn in beginsel op de dag na het plegen van het feit. Het moment waarop een feit wordt ontdekt, verschuift de start van de termijn in de regel niet. Ook bij milieudelicten en fraude geldt dus niet dat de klok pas gaat lopen bij ontdekking.
Hieronder vindt u een overzicht van de verjaringstermijnen zoals die uit artikel 70 Wetboek van Strafrecht volgen.
| Soort strafbaar feit | Wat bepaalt de groep | Verjaringstermijn |
| Overtredingen | Alle overtredingen, ongeacht de straf | 3 jaar |
| Lichtere misdrijven | Geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar | 6 jaar |
| Zwaardere misdrijven | Tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaar | 12 jaar |
| Zware misdrijven | Gevangenisstraf van acht jaar of meer | 20 jaar |
| Ernstige gewelds- en zedendelicten | Gevangenisstraf van twaalf jaar of meer (zoals moord, doodslag en verkrachting) en bepaalde zedenmisdrijven met acht jaar of meer | Geen verjaring |
| Bepaalde zedenmisdrijven tegen minderjarigen | Slachtoffer was minderjarig | Termijn begint pas na het achttiende jaar van het slachtoffer |
Kan de termijn later beginnen of opnieuw gaan lopen?
Ja, de termijn is niet in alle gevallen een rechte lijn vanaf de dag van het feit. De start kan later liggen, en de verjaring kan worden gestuit. Dat maakt de berekening in de praktijk soms lastiger dan het overzicht doet vermoeden.
Wanneer schuift de verjaring op of wordt zij gestuit?
Bij bepaalde zedenmisdrijven tegen minderjarigen schuift de start van de termijn op tot na het achttiende jaar van het slachtoffer. Tot die dag loopt de verjaring voor die feiten dus niet. Deze regel geeft slachtoffers meer tijd om aangifte te doen en juridische stappen te zetten.
Daarnaast kan de verjaring worden gestuit. Dat gebeurt door een daad van vervolging door justitie. Na zo’n stuiting begint in beginsel een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Welke handelingen precies als daad van vervolging gelden, is een juridische vraag die per zaak moet worden beoordeeld.
Het enkele feit dat er nieuwe feiten of ontdekkingen aan het licht komen, stuit de verjaring niet. Het gaat om handelingen van justitie in de strafzaak zelf. Ook een voortdurend strafbaar feit of een reeks feiten vraagt om een eigen beoordeling: per feit moet worden bekeken wanneer het is gepleegd en wanneer de termijn is gaan lopen.
Welke misdrijven verjaren nooit?
Misdrijven waarop een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat, verjaren niet. Moord, doodslag en verkrachting zijn daarvan bekende voorbeelden. Ook bepaalde zedenmisdrijven waarop acht jaar of meer staat, verjaren niet. Voor internationale misdrijven zoals oorlogsmisdrijven geldt evenmin verjaring. Deze feiten kunnen dus altijd worden vervolgd, ongeacht hoeveel tijd er is verstreken.
Bij feiten met een internationaal karakter spelen soms ook verdragen en afspraken tussen landen een rol, bijvoorbeeld over wie mag vervolgen en over uitlevering. Welke regels dan precies gelden, hangt sterk af van de zaak en de betrokken landen. Voor de vraag of Nederland nog mag vervolgen, blijven de Nederlandse verjaringsregels het uitgangspunt.
Heropent nieuw technisch of forensisch bewijs een verjaarde zaak?
Nee, nieuw bewijs maakt een verjaarde zaak niet opnieuw vervolgbaar. Is de termijn verstreken, dan is het recht tot strafvordering vervallen. Een latere DNA-match of een andere technische doorbraak verandert daar niets aan.
Moderne technieken zoals DNA-onderzoek maken het wel mogelijk om oude zaken op te lossen die nog niet verjaard zijn. Dat speelt vooral bij de zwaarste misdrijven, die niet verjaren of een lange termijn hebben. Bij zulke “cold cases” kan nieuw bewijs jaren later alsnog tot vervolging leiden.
Voor een slachtoffer is het daarom belangrijk om te weten of een feit al verjaard is of niet. Is het feit nog niet verjaard, dan kan het zinvol zijn om bewijsmateriaal te bewaren en aangifte te doen, ook als het feit al enige tijd geleden is.
Wat kunt u doen als verjaring in uw zaak speelt?
Dat hangt af van uw positie. Als slachtoffer wilt u voorkomen dat een zaak verjaart. Als verdachte wilt u weten of een feit misschien al verjaard is. In beide gevallen begint het met een precieze berekening van de termijn.
Wat doet u als slachtoffer als verjaring dreigt?
Bent u slachtoffer en is het feit nog niet verjaard, doe dan zo snel mogelijk aangifte bij de politie. Een aangifte zet het onderzoek in gang. De verjaring wordt pas gestuit door een daad van vervolging door justitie, dus hoe eerder justitie aan de slag kan, hoe beter.
Verzamel en bewaar alles wat met het feit te maken heeft: berichten, foto’s, medische stukken, namen van getuigen en data. Schrijf op wat er is gebeurd en wanneer. Juist de exacte datum van het feit is bepalend voor de vraag wanneer de termijn begint en afloopt.
Laat de termijn zo nodig berekenen door een advocaat. Die kan nagaan welk wetsartikel van toepassing is, welk strafmaximum daarbij hoort en of een van de bijzondere regels geldt, zoals bij minderjarige slachtoffers.
Hoe beroept u zich als verdachte op verjaring?
Bent u verdachte, dan is het zinvol om na te gaan of het feit waarvoor u wordt vervolgd al verjaard is. Is dat zo, dan mag het Openbaar Ministerie u voor dat feit niet meer vervolgen. De rechter kan de zaak dan niet inhoudelijk behandelen.
Voor dit verweer moet worden vastgesteld wanneer het feit is gepleegd, onder welk wetsartikel het valt en of de verjaring in de tussentijd is gestuit. Bij een reeks feiten of een feit over een langere periode kan de uitkomst per onderdeel verschillen. Ook de vraag welke versie van de wet geldt, kan van belang zijn als de regels sinds het feit zijn gewijzigd.
Welke vervolgstappen zijn er na verjaring?
Is strafrechtelijke vervolging niet meer mogelijk, dan kan een slachtoffer soms nog via de civiele rechter schadevergoeding vorderen. Die civiele vordering kent eigen verjaringsregels, die los staan van de strafrechtelijke termijnen. Het is daarom goed om ook die termijn apart te laten beoordelen.
Een civiele procedure verloopt anders dan een strafzaak. U bent zelf eiser en moet uw schade en de aansprakelijkheid van de ander bewijzen. Bewijsmateriaal dat u eerder heeft verzameld, kan daarbij van groot belang zijn.
Let er ook op dat de verjaring van het recht tot strafvordering iets anders is dan de verjaring van een straf die al is opgelegd. Voor de tenuitvoerlegging van een straf gelden eigen regels in dezelfde titel van het Wetboek van Strafrecht.
Wat kunnen wij voor u doen als verjaring in uw strafzaak speelt?
Wij staan zowel verdachten als slachtoffers bij. Daarbij doen wij onder meer het volgende:
- Wij stellen vast welk wetsartikel op het feit van toepassing is en welk strafmaximum daarbij hoort (artikel 70 Sr).
- Wij berekenen wanneer de termijn is gaan lopen, ook bij de uitgestelde start voor zedenmisdrijven tegen minderjarigen (artikel 71 Sr).
- Wij gaan na of en wanneer de verjaring door een daad van vervolging is gestuit (artikel 72 Sr).
- Wij voeren als raadsman het verweer dat het recht tot strafvordering is vervallen, zo nodig per feit.
- Wij helpen u als slachtoffer met de aangifte en beoordelen de verjaring van een civiele schadevordering.
Samengevat
- Overtredingen verjaren volgens artikel 70 Wetboek van Strafrecht na drie jaar.
- Misdrijven met een strafmaximum van hooguit drie jaar gevangenisstraf verjaren na zes jaar, misdrijven met een hogere tijdelijke gevangenisstraf na twaalf jaar en misdrijven met acht jaar of meer na twintig jaar.
- Ernstige gewelds- en zedendelicten, zoals moord, doodslag en verkrachting, en oorlogsmisdrijven verjaren niet.
- Bij bepaalde zedenmisdrijven tegen minderjarigen begint de termijn pas na het achttiende jaar van het slachtoffer.
- Een daad van vervolging kan de verjaring stuiten; nieuw bewijs maakt een verjaarde zaak niet opnieuw vervolgbaar.
Veelgestelde vragen
Wat zijn verjaringstermijnen voor strafvorderingen?
Verjaringstermijnen zijn wettelijke termijnen waarbinnen het Openbaar Ministerie een strafbaar feit moet vervolgen. Na afloop van de termijn vervalt het recht tot strafvordering en kan de verdachte voor dat feit niet meer worden vervolgd. De termijnen staan in artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht.
Hoe lang zijn de verjaringstermijnen voor lichte overtredingen?
Alle overtredingen verjaren na drie jaar, tenzij de verjaring in de tussentijd is gestuit door een daad van vervolging. Voor sommige boetes buiten het Wetboek van Strafrecht gelden eigen regels.
Wat zijn de verjaringstermijnen voor zware misdrijven?
Misdrijven met een tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaar verjaren na twaalf jaar. Staat er acht jaar of meer op, dan is de termijn twintig jaar. Ernstige gewelds- en zedendelicten, zoals moord, doodslag en verkrachting, verjaren niet en kunnen altijd worden vervolgd.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.