Verordening Rome I uitgelegd voor contracten

Verordening Rome I uitgelegd voor contracten

Gepubliceerd op 31 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 28 september 2026

Verordening Rome I bepaalt welk nationaal recht geldt voor een contract met een internationaal element, zoals een Nederlandse verkoper en een Belgische koper. Partijen mogen dat recht in beginsel zelf kiezen, maar een consument of werknemer houdt altijd de dwingende bescherming van het recht dat zonder die keuze zou gelden.

Hebben partijen niets gekozen, dan wijst de verordening zelf het toepasselijke recht aan, meestal het recht van het land van de partij die de kenmerkende prestatie levert. Hieronder leest u wanneer Rome I geldt, hoe u een goede rechtskeuze maakt en wat er gebeurt als die ontbreekt.

Wat is Verordening Rome I?

Rome I is de Europese verordening die bepaalt welk recht van toepassing is op contracten tussen partijen in verschillende landen. Het officiële nummer is Verordening (EG) nr. 593/2008.

Stel dat u als Nederlandse ondernemer diensten levert aan een bedrijf in Italië. Ontstaat er een conflict over de betaling, dan is de eerste vraag welk recht daarop van toepassing is: het Nederlandse of het Italiaanse. Rome I beantwoordt die vraag. De verordening regelt dus niet zelf wat partijen over en weer verschuldigd zijn; zij wijst het nationale recht aan dat die vraag beantwoordt. Juristen noemen dat een conflictregel of verwijzingsregel.

Een vergaderzaal met documenten op tafel, wat juridische besluitvorming symboliseert.

De verordening is van toepassing op overeenkomsten die vanaf 17 december 2009 zijn gesloten. Voor oudere contracten geldt nog het EVO-verdrag uit 1980, ook wel het Verdrag van Rome genoemd. Rome I heeft dat verdrag tussen de lidstaten vervangen (artikel 24). De volledige tekst van Rome I staat op EUR-Lex. Alle EU-lidstaten passen de verordening toe, met uitzondering van Denemarken.

De verordening rust op drie uitgangspunten. Ten eerste mogen partijen zelf kiezen welk recht op hun overeenkomst van toepassing is. Ten tweede geeft de verordening vaste regels voor het geval dat partijen geen keuze hebben gemaakt. Ten derde beschermt zij de zwakkere partij: consumenten, werknemers en in sommige gevallen verzekerden verliezen de dwingende bescherming van hun eigen recht niet door een rechtskeuze in het contract.

Wanneer is Rome I van toepassing?

Rome I geldt voor verbintenissen uit overeenkomst in burgerlijke en handelszaken waarbij meer dan één land betrokken is. Dat zijn de meeste contracten die u als ondernemer met een buitenlandse partij sluit.

Denk aan de inkoop van goederen uit Duitsland, diensten aan een Franse klant of een distributiecontract met een Spaanse partner. Zodra een contract verbonden is met meer dan één land, bijvoorbeeld door de vestiging van de partijen of de plaats van levering, bepaalt de rechter met Rome I welk recht geldt. De vorm van het contract maakt daarbij niet uit: ook een mondelinge of stilzwijgend gesloten overeenkomst valt eronder.

Geldt Rome I ook als uw contractpartij buiten de EU zit?

Ja. Volgens artikel 2 van de verordening past een Nederlandse rechter Rome I altijd toe, ook als het aangewezen recht het recht van een land buiten de EU is. Dat heet het universele karakter van de verordening.

Een voorbeeld: een Nederlands bedrijf sluit een contract met een Amerikaans softwarebedrijf, zonder afspraak over het toepasselijke recht. Komt het geschil bij een Nederlandse rechter, dan gebruikt die de regels van Rome I. Daaruit kan volgen dat het recht van de Amerikaanse staat van de leverancier van toepassing is. De rechter valt dus niet terug op nationale verwijzingsregels, wat de uitkomst voorspelbaar maakt.

Wat is het verschil tussen Rome I en Rome II?

Rome I gaat over verplichtingen uit een contract. Rome II, Verordening (EG) nr. 864/2007, bepaalt welk recht geldt voor verplichtingen buiten een contract, zoals een onrechtmatige daad.

Volgens artikel 4 van Rome II geldt bij een onrechtmatige daad in beginsel het recht van het land waar de schade ontstaat. Hebben beide partijen hun gewone verblijfplaats in hetzelfde land, dan geldt het recht van dat land. Hangt de zaak kennelijk nauwer samen met een ander land, bijvoorbeeld door een bestaand contract tussen partijen, dan kan de rechter het recht van dat land toepassen. Ook schade door onzorgvuldig onderhandelen vóór het sluiten van een contract valt onder Rome II (artikel 12).

Welke onderwerpen vallen buiten Rome I?

Familie- en erfrecht, vennootschapsrecht, arbitrage- en forumkeuzebedingen, wissels en cheques en trusts vallen buiten de verordening. Dat staat in artikel 1, tweede lid.

Voor die onderwerpen gelden andere regels. Voor erfenissen is er de Europese Erfrechtverordening, voor huwelijksvermogen de Huwelijksvermogensverordening. De oprichting, interne organisatie en ontbinding van een vennootschap vallen onder het vennootschapsrecht; Nederland kijkt daarbij naar het recht van het land volgens welk de vennootschap is opgericht. Ook afspraken die vóór het sluiten van het contract zijn geschonden, vallen niet onder Rome I maar onder Rome II, de verordening voor niet-contractuele verbintenissen. Procedure en bewijs worden bovendien beheerst door het procesrecht van de rechter die de zaak behandelt.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van wat wel en niet onder Rome I valt.

Inbegrepen onder Rome I (Voorbeelden)Uitgesloten van Rome I (Voorbeelden)
Internationale koopovereenkomsten van goederenTestamenten en erfrechtelijke zaken
Grensoverschrijdende dienstverleningscontractenHuwelijkse voorwaarden en echtscheidingen
Distributie- en agentuurovereenkomstenKwesties rondom de oprichting van een vennootschap
Franchisecontracten met buitenlandse partijenAfspraken over de bevoegde rechter (forumkeuze)
Licentieovereenkomsten voor intellectueel eigendomGeschillen over de geldigheid van een arbitragebeding
Consumentencontracten met buitenlandse webshopsVerplichtingen uit wissels en cheques
Internationale arbeidsovereenkomstenZaken betreffende trusts

Valt uw contract binnen dit kader, dan is de volgende vraag of u zelf een rechtskeuze heeft gemaakt.

Hoe maakt u een rechtskeuze in uw contract?

Neem een uitdrukkelijke rechtskeuzebepaling op in het contract of in uw algemene voorwaarden. Volgens artikel 3 van Rome I mag u vrij kiezen, ook voor het recht van een land waarmee het contract verder geen band heeft.

Twee handen die een pen vasthouden en een contract ondertekenen.

Een rechtskeuze geeft u en uw contractpartij zekerheid. U weet vooraf welk recht bepaalt wanneer er sprake is van wanprestatie, hoe aansprakelijkheid is geregeld en welke schadevergoeding mogelijk is. Dat voorkomt een aparte discussie over het toepasselijke recht als er later een geschil ontstaat. Een goede bepaling kan kort zijn, bijvoorbeeld: “Op deze overeenkomst en alle daaruit voortvloeiende geschillen is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.”

Handelt u in goederen met een partij in een ander land, let dan op het Weens Koopverdrag (CISG). Nederland en veel andere landen zijn daarbij aangesloten. Kiest u voor Nederlands recht bij een koop tussen bedrijven, dan is het Weens Koopverdrag daar in beginsel onderdeel van. Wilt u dat niet, dan moet u het uitdrukkelijk uitsluiten. Meer over het vastleggen van goede afspraken leest u in ons artikel over het opstellen van een contract.

Wat als de rechtskeuze niet uitdrukkelijk is vastgelegd?

Een rechtskeuze kan ook stilzwijgend zijn, maar alleen als die duidelijk blijkt uit het contract of de omstandigheden. Dat levert in de praktijk vaak discussie op.

Denk aan een contract dat volledig in het Nederlands is opgesteld en steeds naar Nederlandse wetsartikelen verwijst. Een rechter kan daaruit afleiden dat partijen Nederlands recht bedoelden, maar de andere partij kan dat betwisten. De rechter moet dan de bedoeling van partijen reconstrueren. Dat maakt de uitkomst onzeker en een procedure langer en duurder. Leg uw keuze daarom altijd uitdrukkelijk vast.

Mag u voor verschillende delen van het contract ander recht kiezen?

Ja. Artikel 3 staat toe dat partijen een rechtskeuze maken voor het hele contract of voor een deel ervan. In de rechtsleer heet dat dépeçage.

U kunt bijvoorbeeld afspreken dat de leveringsvoorwaarden onder Nederlands recht vallen en de bepalingen over intellectueel eigendom onder Duits recht. Dat vraagt om zorgvuldige formulering, omdat de verschillende rechtsstelsels anders niet goed op elkaar aansluiten. Voor de meeste handelscontracten is de keuze voor één rechtsstelsel de verstandigste aanpak. Hoe u afspraken over intellectueel eigendom vastlegt, leest u in ons artikel over intellectuele eigendom in overeenkomsten.

Zijn er grenzen aan de rechtskeuze?

Ja. Is het contract op alle punten met één land verbonden, dan blijft het dwingende recht van dat land gelden, ook als u voor ander recht kiest. Daarnaast gaan zogenoemde voorrangsregels altijd voor.

Dat eerste staat in artikel 3, derde lid. Twee Nederlandse partijen die een puur Nederlands contract onder Engels recht brengen, kunnen zo het dwingende Nederlandse recht niet omzeilen. Voorrangsregels zijn bepalingen die een land zo belangrijk vindt dat zij gelden ongeacht het toepasselijke recht, bijvoorbeeld bepaalde regels over openbare orde of economisch toezicht. Artikel 9 van Rome I regelt wanneer de rechter die regels toepast. Voor consumenten en werknemers gelden daarnaast de beschermingsregels die hieronder aan bod komen.

Is een rechtskeuze hetzelfde als een forumkeuze?

Nee. Een rechtskeuze bepaalt welk recht geldt; een forumkeuze bepaalt welke rechter of arbiter bevoegd is. Voor de forumkeuze gelden andere regels, binnen de EU vooral de Brussel I-bis-verordening.

U kunt dus afspreken dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat die rechter Belgisch recht toepast. Voor volledige zekerheid neemt u beide bepalingen in uw contract op. Ontbreekt een van de twee, dan kan er over dat punt alsnog een geschil ontstaan.

Welk recht geldt als er geen rechtskeuze is?

Dan wijst artikel 4 van Rome I het recht aan aan de hand van het soort contract. Meestal is dat het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie levert haar gewone verblijfplaats heeft.

Een hand die een kompas vasthoudt boven een landkaart, wat richting en begeleiding symboliseert.

In de praktijk ontbreekt een rechtskeuzebepaling vaker dan u zou verwachten, bijvoorbeeld bij snelle deals per e-mail of bij een bestelling zonder algemene voorwaarden. Rome I heeft daarvoor een vangnet. De gedachte is dat het recht van het land met de sterkste band met het contract moet gelden. Voor een bedrijf is de gewone verblijfplaats de plaats van de hoofdvestiging, of de vestiging die het contract heeft gesloten.

Welke vaste regels gelden voor veelvoorkomende contracten?

Artikel 4, eerste lid, noemt acht soorten contracten met een vaste regel. De belangrijkste zijn koop, dienstverlening, huur van onroerend goed, franchise en distributie.

  • Koop van roerende zaken: het recht van het land van de verkoper.
  • Dienstverlening: het recht van het land van de dienstverlener.
  • Huur van onroerend goed: het recht van het land waar het onroerend goed ligt.
  • Franchise: het recht van het land van de franchisenemer.
  • Distributie: het recht van het land van de distributeur.

Voor kortlopende huur van een vakantiewoning voor privégebruik, van hooguit zes maanden, geldt een aparte regel. Wonen verhuurder en huurder in hetzelfde land, dan geldt het recht van het land van de verhuurder. Verkoop bij opbod en handel op multilaterale handelsplatforms hebben eveneens een eigen regel. Bij de koop van goederen tussen bedrijven gaat het Weens Koopverdrag bovendien voor op het nationale kooprecht, als beide landen bij dat verdrag zijn aangesloten. Over distributiecontracten leest u meer in ons artikel over exclusiviteit in distributiecontracten.

Wat is de kenmerkende prestatie?

Dat is de prestatie die het contract zijn eigen karakter geeft, zoals het leveren van een product, het verrichten van een dienst of het verlenen van een recht. Het betalen van geld is vrijwel nooit de kenmerkende prestatie.

Past uw contract niet in een van de vaste categorieën, zoals een licentieovereenkomst of een samenwerkingsovereenkomst, dan geldt artikel 4, tweede lid. Het contract wordt dan beheerst door het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie levert haar gewone verblijfplaats heeft. Een voorbeeld: een Nederlands marketingbureau ontwikkelt een campagne voor een Belgische klant. De kenmerkende prestatie is het creatieve werk van het bureau, niet de betaling. Dan geldt in beginsel Nederlands recht.

Lukt het niet om een kenmerkende prestatie aan te wijzen, bijvoorbeeld bij een ruilovereenkomst of een complexe samenwerking, dan geldt volgens artikel 4, vierde lid, het recht van het land waarmee het contract het nauwst verbonden is.

De tabel hieronder geeft een overzicht van de hoofdregels als er geen rechtskeuze is gemaakt.

Type OvereenkomstToepasselijk Recht (Hoofdregel)
Koop van goederenRecht van het land van de verkoper
Verlenen van dienstenRecht van het land van de dienstverlener
Huur van onroerend goedRecht van het land waar het onroerend goed gelegen is
DistributiecontractRecht van het land van de distributeur
FranchisecontractRecht van het land van de franchisenemer

Kan de rechter van deze hoofdregels afwijken?

Ja, maar alleen als het contract een kennelijk nauwere band heeft met een ander land. Deze zogenoemde uitwijkclausule staat in artikel 4, derde lid, en wordt terughoudend toegepast.

Een voorbeeld: een Nederlands bedrijf verkoopt machines aan een Duitse onderneming. De hoofdregel wijst naar Nederlands recht, het recht van de verkoper. Worden de machines echter in Duitsland gebouwd door een Duitse onderaannemer, is het contract in het Duits opgesteld en is er alleen in Duitsland onderhandeld, dan kan de rechter oordelen dat het contract kennelijk nauwer met Duitsland is verbonden. Hij past dan Duits recht toe.

Die flexibiliteit is nuttig, maar maakt de uitkomst minder voorspelbaar. Ook dat is een reden om zelf een rechtskeuze vast te leggen.

Wat regelt het toepasselijke recht precies?

Vrijwel alles wat met het contract samenhangt: de uitleg, de nakoming, de gevolgen van wanprestatie, de schadevergoeding en de verjaring. Dat staat in artikel 12 van Rome I.

Dat laatste wordt vaak vergeten. De termijn waarbinnen u een vordering moet instellen, verschilt per land. Geldt buitenlands recht, dan kan een vordering eerder of later verjaren dan u gewend bent. Voor de vraag of een contract naar zijn vorm geldig is, geeft artikel 11 een ruime regel: het contract is geldig als het voldoet aan het recht van het contract zelf of aan het recht van het land waar het is gesloten.

Hoe beschermt Rome I consumenten?

Een consument houdt de bescherming van het dwingende recht van het land waar hij woont, als de verkoper zijn activiteiten op dat land richt. Een rechtskeuze in de algemene voorwaarden kan die bescherming niet wegnemen.

Een consument die online winkelt op een laptop, wat de relevantie van Rome I voor e-commerce benadrukt.

Dat staat in artikel 6 van Rome I. Heeft de verkoper geen rechtskeuze gemaakt, dan geldt meteen het recht van het land van de consument. Heeft hij dat wel gedaan, dan geldt het gekozen recht, maar de consument mag daardoor niet slechter af zijn dan onder de dwingende regels van zijn eigen land. De rechter vergelijkt dan per onderwerp welke regeling de consument meer bescherming biedt.

De voorwaarde is dat de verkoper zijn activiteiten in het land van de consument uitoefent of daarop richt. Aanwijzingen daarvoor zijn een website in de taal van de consument, levering naar dat land, prijzen in de eigen valuta of reclame gericht op die markt. Een Nederlandse webshop die actief op de Belgische markt adverteert en daar levert, kan dus niet met een keuze voor Nederlands recht de dwingende Belgische consumentenregels omzeilen. Denk aan regels over garantie en conformiteit.

Voor bepaalde contracten geldt deze bescherming niet, bijvoorbeeld voor diensten die uitsluitend buiten het land van de consument worden verricht en voor de meeste vervoersovereenkomsten. Pakketreizen vallen wel onder de bescherming. Het Europese herroepingsrecht bij online aankopen is in alle lidstaten gelijk; meer daarover leest u in ons artikel over het herroepingsrecht van de consument.

Een voorbeeld uit de praktijk

Een Nederlandse consument koopt een camera bij een Duitse webshop. De website is in het Nederlands, de prijzen zijn in euro’s en de shop verzendt rechtstreeks naar Nederland. In de algemene voorwaarden staat dat Duits recht van toepassing is. Binnen een jaar gaat de camera kapot.

De webshop richt zich duidelijk op de Nederlandse markt, dus artikel 6 is van toepassing. De Nederlandse rechter respecteert de keuze voor Duits recht, maar toetst of de consument daardoor minder bescherming krijgt dan onder het dwingende Nederlandse recht. De basisregels over conformiteit zijn in de EU grotendeels gelijk, maar er zijn verschillen in de uitwerking. Een voorbeeld is de Nederlandse regel dat een product moet meegaan zolang de koper redelijkerwijs mag verwachten, ook na de minimale garantietermijn. Biedt het Nederlandse recht op een punt meer bescherming, dan kan de consument zich daarop beroepen.

Hoe beschermt Rome I werknemers?

Een werknemer houdt de bescherming van de dwingende regels van het land waar hij gewoonlijk werkt, ook als het contract een ander recht kiest. Dat staat in artikel 8 van Rome I.

Werkgever en werknemer mogen een rechtskeuze maken. Die keuze mag de werknemer echter niet de bescherming ontnemen van het recht dat zonder keuze zou gelden. Dat is in de eerste plaats het recht van het land waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk zijn werk verricht. Tijdelijk werk in een ander land verandert daar niets aan. Werkt de werknemer niet gewoonlijk in één land, dan geldt het recht van het land van de vestiging die hem in dienst heeft genomen. Blijkt uit alle omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst kennelijk nauwer verbonden is met een ander land, dan geldt het recht van dat land.

Een werkgever kan een werknemer die gewoonlijk in Nederland werkt dus niet aan bijvoorbeeld Iers recht binden als dat ten koste gaat van de dwingende Nederlandse ontslagbescherming. Een voorbeeld: een Frans softwarebedrijf neemt een programmeur in dienst die vanuit zijn woning in Nederland werkt. Is in het contract Frans recht gekozen, dan beoordeelt de rechter bij een ontslag toch of de dwingende Nederlandse ontslagregels de werknemer meer bescherming bieden. Wie als werkgever met buitenlandse werknemers werkt, doet er goed aan dit bij het opstellen van het contract al mee te nemen.

Welke contracten hebben eigen regels?

Vervoers- en verzekeringsovereenkomsten hebben eigen verwijzingsregels, naast de consumenten- en arbeidsovereenkomsten. Voor die contracten geldt artikel 4 dus niet of niet volledig.

Uitzonderingen en bijzondere contracten

Voor vervoersovereenkomsten geldt artikel 5. Bij goederenvervoer wijst de verordening zonder rechtskeuze in de eerste plaats het recht aan van het land van de vervoerder, mits de plaats van inontvangstneming, de plaats van aflevering of de verblijfplaats van de afzender ook in dat land ligt. Anders geldt het recht van het land van de overeengekomen plaats van aflevering. Bij personenvervoer is de rechtskeuze beperkt tot een aantal landen, zoals het land van de reiziger of van de vervoerder. Houd er rekening mee dat internationaal wegvervoer vaak onder het CMR-verdrag valt, dat op veel punten eigen regels geeft.

Voor verzekeringsovereenkomsten geldt artikel 7. De verordening maakt daar onderscheid tussen grote risico’s, zoals verzekeringen van industriële installaties, en massarisico’s, zoals een inboedel- of reisverzekering. Bij grote risico’s is de rechtskeuze vrij. Bij massarisico’s is die keuze beperkt, om de verzekeringnemer te beschermen.

Waar let u op bij een internationaal contract?

Leg in elk geval vast welk recht geldt, welke rechter of arbiter bevoegd is en welke algemene voorwaarden van toepassing zijn. Controleer daarnaast of dwingend recht of een internationaal verdrag de afspraken doorkruist.

In de praktijk gaat het vaak mis bij de algemene voorwaarden. Verwijzen beide partijen naar hun eigen voorwaarden, elk met een eigen rechtskeuze, dan is niet meteen duidelijk welke keuze geldt. Of een rechtskeuze tot stand is gekomen, beoordeelt de rechter volgens artikel 3, vijfde lid, en artikel 10 van Rome I naar het recht dat zou gelden als de keuze geldig was. Zorg er daarom voor dat de andere partij uw voorwaarden uitdrukkelijk aanvaardt, bijvoorbeeld door ze mee te sturen met de offerte en de aanvaarding te laten bevestigen.

Bij een internationaal contract loont het ook om na te gaan in welk land u uw rechten uiteindelijk moet halen. Een vonnis van een Nederlandse rechter wordt binnen de EU vrij eenvoudig erkend en tenuitvoergelegd. Buiten de EU hangt dat af van verdragen en het recht van het land waar de wederpartij zit. Soms is arbitrage dan een betere keuze, omdat arbitrale vonnissen in veel landen op grond van het Verdrag van New York worden erkend.

Denk ten slotte aan de taal van het contract en aan begrippen die in het gekozen recht een eigen betekenis hebben. Een contract onder Nederlands recht met Engelse termen als “consequential damages” of “best efforts” leidt snel tot discussie over wat partijen bedoelden. Omschrijf zulke begrippen daarom in het contract zelf.

Welk recht geldt bij overdracht van een vordering?

Draagt u een vordering op een buitenlandse klant over, bijvoorbeeld aan een factoringmaatschappij, dan regelt artikel 14 van Rome I welk recht geldt. De verhouding tussen u en de nieuwe schuldeiser valt onder het recht dat op hun onderlinge overeenkomst van toepassing is.

Of de overdracht tegen de schuldenaar kan worden ingeroepen en of deze bevrijdend kan betalen, wordt beheerst door het recht dat op de oorspronkelijke vordering van toepassing is. Voor verrekening geldt volgens artikel 17 het recht dat op de vordering van toepassing is waartegen wordt verrekend, als partijen daarover niets hebben afgesproken. Ook op deze punten kan een heldere rechtskeuze in het oorspronkelijke contract veel discussie voorkomen.

Hoe past de Nederlandse rechter Rome I toe?

Bij elk geschil over een internationaal contract stelt de rechter eerst vast welk recht van toepassing is, en pas daarna wat dat recht over het geschil zegt. Rome I is daarbij het vaste startpunt.

Een voorbeeld: een Nederlandse transportonderneming krijgt een conflict met een Duitse opdrachtgever over een lading die in Italië is geladen. De rechter kijkt eerst of een internationaal vervoersverdrag de vraag al beantwoordt. Is dat niet volledig het geval, dan bepaalt hij met artikel 5 van Rome I of Nederlands of Duits recht van toepassing is op de overeenkomst.

Moet de Nederlandse rechter buitenlands recht toepassen, dan doet hij dat zelf. Partijen moeten hem daarbij wel helpen, bijvoorbeeld met een verklaring van een deskundige over de inhoud van dat recht. Dat maakt een procedure langer en duurder. Ook daarom loont het om bij het sluiten van het contract bewust te kiezen, en om de rechtskeuze en de forumkeuze op elkaar af te stemmen.

Wie diensten levert aan buitenlandse klanten, doet er goed aan de rechtskeuze standaard op te nemen in zijn contracten en algemene voorwaarden. Wat verder in een goede dienstverleningsovereenkomst hoort, leest u in ons artikel over de dienstverleningsovereenkomst.

Samengevat

  • Rome I bepaalt welk recht geldt voor contracten met een internationaal element die vanaf 17 december 2009 zijn gesloten, ook als het aangewezen recht dat van een land buiten de EU is.
  • Partijen mogen het toepasselijke recht zelf kiezen; leg die keuze uitdrukkelijk vast, samen met een forumkeuze.
  • Zonder rechtskeuze geldt meestal het recht van het land van de partij die de kenmerkende prestatie levert, zoals de verkoper of de dienstverlener.
  • Consumenten en werknemers houden de dwingende bescherming van het recht dat zonder rechtskeuze zou gelden.
  • Familie- en erfrecht, vennootschapsrecht en arbitrage- en forumkeuzebedingen vallen buiten Rome I.

Veelgestelde vragen over Rome I

Is Verordening Rome I van toepassing buiten de EU?

Ja. De verordening heeft een universeel karakter. Een Nederlandse rechter past Rome I altijd toe om te bepalen welk recht geldt, ook als de uitkomst is dat het recht van een land buiten de EU van toepassing is, zoals Zwitserland of de Verenigde Staten.

Het maakt dus niet uit of uw contractpartij binnen of buiten de EU zit. Zodra een rechter in een EU-lidstaat, met uitzondering van Denemarken, over de zaak oordeelt, is Rome I het startpunt.

Wat als u geen rechtskeuze heeft gemaakt?

Dan wijst artikel 4 van Rome I het toepasselijke recht aan. Bij koop van roerende zaken is dat het recht van het land van de verkoper, bij dienstverlening het recht van het land van de dienstverlener.

Past het contract niet in een vaste categorie, dan geldt het recht van het land van de partij die de kenmerkende prestatie levert. Een uitdrukkelijke rechtskeuze blijft de beste manier om discussie te voorkomen.

Kunt u voor verschillende delen van een contract ander recht kiezen?

Ja. Artikel 3 staat een rechtskeuze voor een deel van het contract toe. U kunt bijvoorbeeld de levering onder Nederlands recht brengen en de bepalingen over intellectueel eigendom onder Duits recht.

Dat vraagt om zorgvuldige formulering en wordt vooral gebruikt bij grote internationale transacties. Voor de meeste contracten is één rechtsstelsel de veiligste keuze. Verwar een rechtskeuze niet met een forumkeuze: de eerste bepaalt welk recht geldt, de tweede welke rechter bevoegd is.

Geldt Rome I ook voor mondelinge overeenkomsten?

Ja. Rome I geldt voor alle contractuele verbintenissen, ongeacht de vorm. Of uw internationale afspraak nu op papier staat, mondeling is gemaakt of stilzwijgend tot stand is gekomen, de verordening bepaalt welk recht van toepassing is.

Bij een mondelinge afspraak is een rechtskeuze wel lastig te bewijzen. Leg belangrijke afspraken daarom altijd schriftelijk vast, bijvoorbeeld in een bevestiging per e-mail.

Law & More adviseert ondernemers bij internationale contracten, van de rechtskeuze en forumkeuze tot geschillen over de uitvoering; meer daarover leest u bij onze ondernemingsrechtpraktijk. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.