Gepubliceerd op 4 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Een werkgever mag camera’s op de werkplek gebruiken als hij een concreet en gerechtvaardigd doel heeft, zoals beveiliging tegen diefstal, als minder ingrijpende maatregelen niet volstaan en als werknemers vooraf weten waar de camera’s hangen en waarom (artikel 6 lid 1 onder f AVG). Verborgen camera’s mogen alleen tijdelijk, bij een concreet vermoeden van diefstal of fraude en als laatste middel; is het toezicht op werknemers gericht, dan moet de ondernemingsraad vooraf instemmen.
Camerabeelden waarop iemand herkenbaar is, zijn persoonsgegevens. Daarom gelden de regels van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en houdt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) toezicht. Hieronder leest u wat de werkgever vooraf moet regelen, wanneer verborgen camera’s mogen, hoe rechters met camerabeelden als bewijs omgaan en welke rechten werknemers hebben.
Inhoudsopgave
Op welke wettelijke basis mag een werkgever camera’s gebruiken?
Voor beveiligingscamera’s is de grondslag meestal het gerechtvaardigd belang (artikel 6 lid 1 onder f AVG). Dat belang moet zwaarder wegen dan de inbreuk op de privacy van werknemers, en de werkgever moet die afweging maken en vastleggen. Toestemming van werknemers is geen bruikbare grondslag: door hun afhankelijke positie kunnen zij niet vrij kiezen. Daarnaast beschermen artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) het privéleven, ook op het werk.
Het doel moet specifiek zijn. Een algemene reden als toezicht houden is niet genoeg. En de beelden mogen alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn gemaakt (artikel 5 lid 1 onder b AVG).
| Doel | Toegestaan? |
|---|---|
| Bescherming van eigendommen tegen diefstal of vandalisme | Ja, als minder ingrijpende maatregelen niet volstaan |
| Veiligheid van werknemers en bezoekers, bijvoorbeeld bij een kassa of in een risicovolle productieomgeving | Ja, met een vastgelegde belangenafweging |
| Beveiliging van een kluis of serverruimte | Ja |
| Fraude opsporen bij een concreet vermoeden | Alleen tijdelijk en onder strenge voorwaarden (zie verborgen camera’s) |
| Functioneren of productiviteit van werknemers beoordelen | In de regel niet; zeker niet met camera’s die voor beveiliging zijn geplaatst |
| Permanente bewaking van werkplekken | Nee |
Wanneer is cameratoezicht noodzakelijk en evenredig?
Cameratoezicht is alleen noodzakelijk als het probleem niet met minder ingrijpende maatregelen is op te lossen. Camera’s horen deel uit te maken van een breder pakket aan maatregelen, zoals betere sloten en toegangscontrole, meer personeel, organisatorische afspraken en instructies. De werkgever kiest de minst ingrijpende vorm van toezicht: zo weinig mogelijk camera’s, alleen gericht op het noodzakelijke gebied.
Waar mogen camera’s wel en niet hangen?
| Doorgaans toegestaan, met een goede reden | Niet toegestaan of vrijwel nooit |
|---|---|
| In- en uitgangen van het bedrijf | Toiletten, kleedkamers en paskamers |
| Magazijnen met waardevolle goederen | Pauzeruimtes en andere sociale ruimtes |
| Kassa’s en plekken met geldtransacties | Camera’s die permanent op één werkplek zijn gericht |
| Productievloeren met veiligheidsrisico’s, gericht op machines | Ruimtes waar persoonlijke gesprekken plaatsvinden |
Volgens de AP mogen camera’s nooit hangen in kleedkamers, paskamers en toiletten. Geluid opnemen gaat verder dan beeld en is daarom strenger gereguleerd; het mag alleen in zeer uitzonderlijke gevallen.
Wat moet de werkgever regelen voordat de camera’s aangaan?
- Leg het doel en de belangenafweging schriftelijk vast, inclusief de minder ingrijpende maatregelen die zijn overwogen.
- Voer een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) uit als het toezicht waarschijnlijk een hoog privacyrisico oplevert (artikel 35 AVG). Volgens de AP is dat in elk geval zo bij grootschalig of stelselmatig toezicht, zoals permanente camera’s, en bij elke inzet van verborgen camera’s.
- Vraag instemming van de ondernemingsraad als de camera’s geschikt zijn voor controle van aanwezigheid, gedrag of prestaties van werknemers (artikel 27 lid 1 onder l Wet op de ondernemingsraden). Het toezicht start pas na die instemming.
- Stel een camerareglement op met het doel, de locaties, de bewaartermijn, wie de beelden mag bekijken en de contactgegevens van de verantwoordelijke.
- Informeer werknemers vooraf en duidelijk (artikel 13 AVG), met bordjes bij de ingang en bij de camera’s, en het reglement in het personeelshandboek of op intranet.
- Neem het cameratoezicht op in het register van verwerkingen (artikel 30 AVG).
Neemt de werkgever het besluit zonder instemming van de ondernemingsraad of vervangende toestemming van de kantonrechter, dan is het nietig als de OR daar binnen een maand schriftelijk een beroep op doet (artikel 27 lid 5 WOR). Meer leest u over het instemmingsrecht van de OR. Blijft na de DPIA een hoog risico bestaan dat de werkgever niet kan beperken, dan moet hij de AP vooraf raadplegen (artikel 36 AVG).
Hoe lang mag de werkgever camerabeelden bewaren?
Niet langer dan noodzakelijk (artikel 5 lid 1 onder e AVG). De werkgever legt de bewaartermijn zelf vast in het camerareglement. Is er een incident vastgelegd, zoals een diefstal, dan mogen de beelden worden bewaard tot het incident is afgehandeld. Dat staat in de regels van de AP voor cameratoezicht door organisaties.
Beperk de toegang tot een paar bevoegde personen en houd een logboek bij van wie de beelden wanneer heeft bekeken. Een datalek met camerabeelden meldt de werkgever binnen 72 uur bij de AP (artikel 33 AVG).
Wanneer mag een werkgever verborgen camera’s gebruiken?
Alleen als laatste middel en tijdelijk. Permanent heimelijk cameratoezicht is nooit toegestaan. Volgens de AP gelden deze voorwaarden:
- Er is een duidelijk vermoeden van diefstal of fraude, gebaseerd op concrete feiten; algemeen wantrouwen is niet genoeg.
- Andere maatregelen hebben niet gewerkt.
- Het toezicht is tijdelijk en de inbreuk op de privacy zo klein mogelijk.
- Werknemers zijn vooraf in algemene zin, bijvoorbeeld in het personeelsreglement, gewezen op de mogelijkheid van verborgen camera’s.
- De ondernemingsraad heeft ingestemd met een regeling voor heimelijk toezicht, en er is een DPIA uitgevoerd.
- De betrokkenen worden achteraf geïnformeerd.
Een werkgever die deze voorwaarden negeert, loopt ook een strafrechtelijk risico. Het opzettelijk en wederrechtelijk filmen van iemand in een niet voor het publiek toegankelijke plaats met een camera waarvan de aanwezigheid niet duidelijk kenbaar is gemaakt, is strafbaar (artikel 139f Wetboek van Strafrecht). Zie ook ons artikel over diefstal door personeel.
Mag de werkgever camerabeelden als bewijs gebruiken?
Meestal wel. In een civiele procedure is onrechtmatig verkregen bewijs niet automatisch uitgesloten. De rechter weegt het belang van waarheidsvinding af tegen de privacy-inbreuk en kijkt naar de omstandigheden.
De kantonrechter van de Rechtbank Limburg oordeelde op 6 maart 2019 dat het filmen van een werknemer zonder toestemming en zonder overleg met de ondernemingsraad op zichzelf onrechtmatig was. Toch werden de beelden toegelaten als bewijs: de verdenking van diefstal was ernstig, het bedrijfsbelang groot en de inbreuk beperkt tot één plek en één doel (ECLI:NL:RBLIM:2019:2130).
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch ging op 21 december 2023 een stap verder in een zaak over fraude met de urenregistratie. De verborgen camera’s waren gerechtvaardigd, omdat er geen minder ingrijpende manier was om de fraude vast te stellen en de camera’s kort en op drie plekken hingen. Zelfs als de beelden onrechtmatig waren verkregen, mochten ze meewegen. Het ontslag op staande voet van de leidinggevende hield stand (ECLI:NL:GHSHE:2023:4261).
Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde op 17 oktober 2019 in López Ribalda e.a. tegen Spanje (Grote Kamer) dat verborgen camerabeelden bij een concreet vermoeden van diefstal geen schending van artikel 8 EVRM opleverden, gelet op de beperkte duur en het afgebakende doel. Een ernstige privacyschending kan wel meewegen bij het oordeel over het ontslag of de hoogte van een vergoeding. Bij heimelijke controle zonder concreet vermoeden en zonder aankondiging liep een werkgever in 2026 wel vast; zie ons artikel over privacy op het werk.
Welke rechten hebben werknemers bij cameratoezicht?
- Inzage in beelden waarop zij zelf voorkomen (artikel 15 AVG). Anderen op de beelden moeten zo nodig onherkenbaar worden gemaakt.
- Bezwaar tegen de verwerking (artikel 21 AVG). De werkgever moet dan stoppen, tenzij hij dwingende gerechtvaardigde gronden heeft.
- Beperking van de verwerking, bijvoorbeeld zolang de rechtmatigheid ter discussie staat (artikel 18 AVG).
- Verwijdering van beelden die niet meer nodig zijn of onrechtmatig zijn gemaakt (artikel 17 AVG).
De werkgever moet binnen een maand reageren; bij complexe verzoeken mag hij die termijn met twee maanden verlengen (artikel 12 lid 3 AVG). Beelden die voor beveiliging zijn gemaakt, mag hij niet gebruiken voor functioneringsgesprekken.
Wat zijn de gevolgen van onrechtmatig cameratoezicht?
Een werknemer kan een klacht indienen bij de AP (artikel 77 AVG) en schadevergoeding vorderen bij de rechter (artikel 82 AVG). Voor immateriële schade moet de werknemer aannemelijk maken dat hij daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden; het enkele feit dat de AVG is geschonden, is niet genoeg. De AP kan een waarschuwing geven, het toezicht verbieden, een last onder dwangsom opleggen of een boete, bij de zwaarste overtredingen tot € 20 miljoen of 4 procent van de wereldwijde jaaromzet als dat hoger is (artikel 83 AVG, ongewijzigd sinds de AVG op 25 mei 2018 van toepassing werd).
Wat vraagt u als werknemer na als er camera’s hangen?
- Het camerareglement: doel, locaties, bewaartermijn en wie de beelden bekijkt.
- Of de ondernemingsraad heeft ingestemd.
- Inzage in beelden waarop u staat, als die tegen u worden gebruikt.
- Bij een ontslag op basis van beelden: laat toetsen hoe ze zijn verkregen en of dat meeweegt bij de vergoeding.
Wat legt u als werkgever vast voor een eventuele procedure?
- De concrete feiten achter een vermoeden, vóórdat een verborgen camera wordt geplaatst.
- Welke andere maatregelen u eerst hebt geprobeerd.
- Duur, plaats en doel van het toezicht, en wie de beelden heeft bekeken.
- De DPIA, de OR-instemming en de aankondiging in het personeelsreglement.
Wat doen wij bij cameratoezicht op het werk?
Onze advocaten arbeidsrecht staan werkgevers en werknemers bij.
- Wij toetsen of uw camerabeleid voldoet aan de AVG en de WOR.
- Wij stellen een camerareglement op, inclusief een regeling voor heimelijk toezicht.
- Wij beoordelen of camerabeelden als bewijs bruikbaar zijn in een ontslagprocedure.
- Wij staan werknemers bij die inzage, verwijdering of schadevergoeding willen.
Cameratoezicht in vijf punten
- Zichtbare camera’s vragen een vastgelegd doel, een belangenafweging en informatie vooraf.
- Zijn ze op werknemers gericht, dan moet de OR vooraf instemmen.
- Verborgen camera’s mogen alleen tijdelijk, bij een concreet vermoeden en na een DPIA.
- Ook onrechtmatig verkregen beelden kunnen als bewijs meewegen.
- Beelden bewaart u niet langer dan nodig, behalve bij een incident.
Veelgestelde vragen
Geldt dit ook voor een klein bedrijf zonder ondernemingsraad?
De AVG geldt voor elke werkgever. Zonder ondernemingsraad vervalt de instemmingsplicht, maar de eisen van belangenafweging, noodzaak, informatie vooraf en een DPIA bij verborgen camera’s blijven gelden.
Mag mijn werkgever een camera bij mij thuis eisen als ik thuiswerk?
Een instructie om de webcam de hele werkdag aan te laten staan, achtte de kantonrechter in 2022 in strijd met artikel 8 EVRM. Meer daarover leest u in ons artikel over monitoringsoftware op het werk en over wat een werkgever mag controleren.