Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Komt uw contractpartij een afspraak niet, niet goed of te laat na, dan kunt u nakoming eisen, schadevergoeding vorderen, de overeenkomst ontbinden of uw eigen prestatie opschorten. Voor schadevergoeding moet de tekortkoming aan de ander toe te rekenen zijn en is meestal eerst een ingebrekestelling nodig; voor ontbinding en opschorting geldt die toerekenbaarheid niet.
Deze remedies staan in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, vooral in de artikelen 6:74 tot en met 6:94 en 6:262 tot en met 6:279 BW. U kunt ze vaak combineren. Hieronder leest u wanneer welke remedie past, welke voorwaarden gelden en waar het in de praktijk misgaat.
Inhoudsopgave
Wat is wanprestatie?
Wanprestatie is een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis: de schuldenaar presteert niet, niet goed of niet op tijd. De juridische term is “tekortkoming” (artikel 6:74 BW).
Er zijn drie vormen:
- niet-nakoming: de verplichting wordt helemaal niet uitgevoerd;
- gebrekkige nakoming: er wordt gepresteerd, maar niet volgens de afgesproken kwaliteit of wijze;
- te late nakoming: de prestatie komt na de afgesproken termijn.
Voorbeelden zijn een leverancier die weken te laat levert, een aannemer die de oplevering niet haalt, geleverde producten die niet aan de specificaties voldoen of een klant die na levering niet betaalt. Meer praktische stappen leest u in ons artikel over wanprestatie van een zakenpartner en over de tekortkoming in de nakoming.
Een belangrijk onderscheid: of er een tekortkoming is, staat los van de vraag of die tekortkoming aan de schuldenaar kan worden toegerekend. Dat verschil bepaalt welke remedies u heeft. Zie ook ons overzicht over contractbreuk.
Wanneer is een tekortkoming toerekenbaar?
Een tekortkoming is toerekenbaar als zij te wijten is aan de schuld van de schuldenaar, of als zij volgens de wet, de overeenkomst of de verkeersopvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:75 BW). Is dat niet zo, dan is er overmacht.
Voor rekening van de schuldenaar komen onder meer fouten van hulppersonen die hij inschakelt (artikel 6:76 BW) en gebreken aan zaken die hij gebruikt (artikel 6:77 BW). Financieel onvermogen komt vrijwel altijd voor rekening van de schuldenaar. Een beroep op geldgebrek als overmacht slaagt dus zelden.
Toerekenbaarheid is vooral nodig voor schadevergoeding. Nakoming kunt u ook eisen als de tekortkoming niet toerekenbaar is, zolang nakoming nog mogelijk is. Ook ontbinding is mogelijk bij een niet-toerekenbare tekortkoming (artikel 6:265 BW). Dat wordt vaak over het hoofd gezien.
Wanneer eist u nakoming?
Nakoming betekent dat u de wederpartij dwingt alsnog te presteren zoals afgesproken. Dat is vaak de eerste keuze als u de prestatie nog wilt hebben en die nog mogelijk is.
Meestal stuurt u eerst een brief waarin u de tekortkoming omschrijft en een redelijke termijn geeft. Blijft nakoming uit, dan kunt u de rechter vragen de schuldenaar tot nakoming te veroordelen. Die veroordeling kan de rechter versterken met een dwangsom.
Nakoming is niet altijd zinvol. Heeft u geen belang meer bij de prestatie, bijvoorbeeld omdat een bestelde bruidstaart pas na de bruiloft komt, dan ligt ontbinding of schadevergoeding meer voor de hand. Is nakoming blijvend onmogelijk, dan kan de rechter haar ook niet meer bevelen.
Bij een gebrekkige prestatie kan nakoming de vorm hebben van herstel of vervanging. Bij koop staat dat voor de koper uitdrukkelijk in artikel 7:21 BW.
Wanneer kunt u schadevergoeding vorderen?
Voor schadevergoeding zijn nodig: een tekortkoming, toerekenbaarheid, schade en een causaal verband. Is nakoming nog mogelijk, dan moet de schuldenaar in de regel eerst in verzuim zijn.
De basisregel staat in artikel 6:74 lid 1 BW: iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Lid 2 voegt toe dat de regels over verzuim gelden zolang nakoming niet blijvend onmogelijk is.
Er zijn twee vormen. Aanvullende schadevergoeding komt bovenop nakoming, bijvoorbeeld voor de vertragingsschade als een levering te laat kwam. Vervangende schadevergoeding komt in plaats van nakoming (artikel 6:87 BW). Daarvoor zet u de verbintenis om in een verplichting tot betaling.
Volgens artikel 6:96 BW omvat vermogensschade zowel geleden verlies als gederfde winst. Ook redelijke kosten om schade te voorkomen of te beperken, om de schade vast te stellen en om buiten rechte betaling te krijgen komen voor vergoeding in aanmerking.
Niet alle schade wordt vergoed. Volgens artikel 6:98 BW komt alleen schade voor vergoeding in aanmerking die zo verbonden is met de tekortkoming, dat zij de schuldenaar redelijkerwijs kan worden toegerekend. De voorzienbaarheid speelt daarbij mee, maar is niet de enige maatstaf. Heeft u zelf bijgedragen aan de schade of heeft u te weinig gedaan om haar te beperken, dan kan de vergoeding lager uitvallen (artikel 6:101 BW).
U moet uw schade aantonen. Bewaar daarom facturen, offertes van vervangende leveranciers en berekeningen van gemiste omzet. Zonder onderbouwing loopt u het risico dat uw vordering wordt afgewezen. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan schat de rechter haar (artikel 6:97 BW).
Wat is een ingebrekestelling en wanneer is de schuldenaar in verzuim?
Een ingebrekestelling is een schriftelijke aanmaning waarin u de schuldenaar een redelijke termijn geeft om alsnog na te komen. Pas als hij binnen die termijn niet presteert, is hij in verzuim (artikel 6:82 BW).
In de brief omschrijft u de tekortkoming zo concreet mogelijk en noemt u de termijn. Geeft u een te korte termijn, dan is de ingebrekestelling niet ongeldig. Het verzuim treedt dan in na afloop van een redelijke termijn.
In sommige gevallen ontstaat verzuim zonder ingebrekestelling (artikel 6:83 BW):
- bij een fatale termijn: een datum waarop uiterlijk moet zijn gepresteerd en na het verstrijken waarvan de prestatie volgens de afspraken zinloos is;
- bij een verbintenis tot schadevergoeding die niet direct wordt nagekomen;
- als u uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat hij niet zal nakomen.
Is nakoming blijvend onmogelijk, dan is een ingebrekestelling ook zinloos en niet nodig. Meer over de eisen leest u in ons begrip ingebrekestelling.
Let ook op de klachtplicht van artikel 6:89 BW. Bij een gebrekkige prestatie moet u binnen bekwame tijd nadat u het gebrek ontdekte of redelijkerwijs had moeten ontdekken, bij de schuldenaar protesteren. Doet u dat niet, dan kunt u geen beroep meer doen op het gebrek.
Hoe ontbindt u de overeenkomst?
Iedere tekortkoming van een partij geeft de andere partij de bevoegdheid de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming die ontbinding niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). U kunt ontbinden met een schriftelijke verklaring of via de rechter.
Buitengerechtelijke ontbinding doet u met een schriftelijke verklaring aan de wederpartij (artikel 6:267 BW). Daarvoor moet de schuldenaar in verzuim zijn, tenzij nakoming blijvend onmogelijk is. In de praktijk gaat een ingebrekestelling dus meestal vooraf.
De ernst van de tekortkoming is beslissend. Een kleine tekortkoming rechtvaardigt ontbinding vaak niet. Ontbindt u toch, dan kan de rechter achteraf oordelen dat de ontbinding ongegrond was. Dan pleegt u mogelijk zelf wanprestatie. Twijfelt u, dan kunt u de rechter vragen de overeenkomst te ontbinden.
Ontbinding bevrijdt beide partijen van de verplichtingen die nog niet zijn nagekomen. Wat al is gepresteerd, moet ongedaan worden gemaakt (artikel 6:271 BW). Kan dat niet, dan wordt de waarde vergoed. Naast ontbinding kunt u schadevergoeding vorderen als de tekortkoming toerekenbaar is (artikel 6:277 BW). Meer leest u in ons artikel over ontbinding van een overeenkomst.
Wanneer mag u uw eigen prestatie opschorten?
Bij een wederkerige overeenkomst mag u uw eigen prestatie opschorten zolang de ander zijn opeisbare verplichting niet nakomt (artikel 6:262 BW). Een ingebrekestelling is daarvoor niet nodig.
Opschorting is een drukmiddel waarmee u de overeenkomst in stand houdt. U betaalt bijvoorbeeld een factuur niet zolang het geleverde niet deugt. De opschorting moet wel in verhouding staan tot de tekortkoming. Houdt u een groot bedrag vast vanwege een klein gebrek, dan kan dat onterecht zijn.
Opschorten mag ook als u goede grond heeft te vrezen dat de ander niet zal nakomen, bijvoorbeeld na een waarschuwing van hem of bij zichtbare betalingsproblemen (artikel 6:263 BW). Kondig de opschorting schriftelijk aan en leg uit waarom. Zodra de ander alsnog presteert, moet u uw eigen prestatie hervatten.
Wat als de wederpartij vooraf laat weten niet te zullen presteren?
Deelt de wederpartij mee dat zij niet zal nakomen, dan hoeft u niet te wachten tot de afgesproken datum. Zij raakt dan in verzuim zonder ingebrekestelling (artikel 6:80 en 6:83 BW).
Het Engelse recht noemt dit anticipatory breach. Naar Nederlands recht volgt hetzelfde resultaat uit artikel 6:80 BW. Ook als de schuldenaar niet uitdrukkelijk weigert, kan hij in verzuim raken. Dat is zo als u redelijkerwijs moet aannemen dat hij tekort zal schieten en hij niet binnen een redelijke termijn bevestigt dat hij wel zal nakomen, nadat u hem daarom schriftelijk heeft gevraagd.
U kunt dan direct ontbinden of schadevergoeding vorderen. De mededeling moet wel duidelijk zijn. Twijfel of vertraging alleen is niet genoeg.
Kunt u de prestatie door een ander laten uitvoeren?
Schiet de schuldenaar tekort in een verbintenis om iets te doen, dan kan de rechter u machtigen om de prestatie zelf of door een derde te laten uitvoeren, op kosten van de schuldenaar (artikel 3:299 BW).
Denk aan een aannemer die gebreken niet herstelt. Met machtiging van de rechter kunt u een andere aannemer inschakelen en de kosten verhalen. In contracten wordt vaak afgesproken dat de opdrachtgever zonder rechterlijke machtiging een derde mag inschakelen als de aannemer na een aanmaning niet herstelt. Zonder zo’n afspraak of machtiging loopt u het risico dat u de kosten niet volledig terugkrijgt.
Vaak is het eenvoudiger de herstelkosten als vervangende schadevergoeding te vorderen. Daarvoor moet de schuldenaar wel in verzuim zijn. Stuur dus eerst een ingebrekestelling voordat u een ander inschakelt.
Welke rol speelt een boetebeding?
Met een boetebeding spreken partijen vooraf een vast bedrag af dat verschuldigd is bij wanprestatie (artikel 6:91 BW). U hoeft dan de werkelijke schade niet aan te tonen.
Een boete komt in beginsel in de plaats van schadevergoeding (artikel 6:92 BW). U kunt dus niet zowel de boete als volledige schadevergoeding eisen, tenzij dat is afgesproken. De rechter kan een boete matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 BW). Die bevoegdheid gebruikt de rechter terughoudend.
Naast boetebedingen komen bedingen voor die de aansprakelijkheid beperken of uitsluiten, bijvoorbeeld tot het factuurbedrag. Zulke bedingen zijn in beginsel geldig. Een beroep erop kan onaanvaardbaar zijn, bijvoorbeeld bij opzet of bewuste roekeloosheid. In algemene voorwaarden tegenover consumenten gelden strengere regels.
Wanneer is er overmacht?
Overmacht is een tekortkoming die niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend (artikel 6:75 BW). De schuldenaar hoeft dan geen schade te vergoeden, maar u kunt de overeenkomst wel ontbinden.
Het gaat om omstandigheden buiten de invloed van de schuldenaar die niet voor zijn rekening komen. Denk aan natuurrampen of overheidsmaatregelen die de prestatie verhinderen. Rechters zijn terughoudend: omstandigheden die bij het sluiten van de overeenkomst al voorzienbaar waren, of die tot het normale ondernemersrisico horen, leveren meestal geen overmacht op. Veel contracten bevatten een eigen overmachtsclausule, die de wettelijke regeling aanvult of beperkt.
Bij tijdelijke overmacht kan de schuldenaar niet in verzuim raken zolang de verhindering duurt. Bij blijvende overmacht vervalt de plicht tot nakoming. De overeenkomst zelf blijft bestaan totdat zij wordt ontbonden. Meer leest u in ons artikel over overmacht.
Welke zekerheden kunt u inroepen?
Zekerheden beperken het risico dat u uw vordering niet kunt verhalen. Veelgebruikt zijn een bankgarantie, een borgtocht, een pandrecht en een eigendomsvoorbehoud.
Een bankgarantie verplicht de bank tot betaling als de schuldenaar tekortschiet, meestal op eerste verzoek. Bij borgtocht belooft een derde de schuld te betalen als de hoofdschuldenaar dat niet doet (artikel 7:850 BW). Een pandrecht geeft u voorrang bij verkoop van de verpande goederen of vorderingen; meer daarover leest u in ons artikel over verpanding van vorderingen. Met een eigendomsvoorbehoud blijft de leverancier eigenaar tot volledige betaling (artikel 3:92 BW).
Zekerheden moet u vooraf regelen, bij het sluiten van de overeenkomst. Achteraf, als er al problemen zijn, is een wederpartij zelden bereid zekerheid te geven.
Welke remedie kiest u?
De keuze hangt af van wat u wilt bereiken: de prestatie alsnog, compensatie of een einde aan de relatie. Vaak is een combinatie het sterkst.
Wilt u de prestatie nog, dan eist u nakoming en eventueel aanvullende schadevergoeding. Wilt u van de overeenkomst af, dan ontbindt u en vordert u daarnaast schadevergoeding. Wilt u druk zetten zonder de relatie te beëindigen, dan schort u op.
Een voorbeeld: een groothandel levert een partij verpakkingsmateriaal van verkeerde afmetingen. De koper protesteert direct, schort betaling van de factuur op en stelt de groothandel in gebreke met een termijn van tien werkdagen voor vervanging. Komt er geen vervanging, dan kan de koper ontbinden en de meerkosten van een andere leverancier als schadevergoeding vorderen.
Binnen welke termijn moet u optreden?
Wacht niet te lang. Een vordering tot schadevergoeding verjaart in beginsel vijf jaar nadat u zowel de schade als de aansprakelijke persoon kent (artikel 3:310 BW), en een vordering tot ontbinding vijf jaar nadat u de tekortkoming heeft ontdekt (artikel 3:311 BW).
Een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst, zoals betaling van een factuur, verjaart vijf jaar nadat zij opeisbaar is geworden (artikel 3:307 BW). De algemene termijn van twintig jaar uit artikel 3:306 BW geldt alleen als de wet niets anders bepaalt. Er zijn belangrijke uitzonderingen. Een vordering tot betaling van periodieke bedragen, zoals huur of rente, verjaart al na vijf jaar (artikel 3:308 BW). Bij een consumentenkoop verjaart een vordering wegens een gebrek twee jaar nadat de koper bij de verkoper heeft geklaagd (artikel 7:23 BW).
Een verjaringstermijn kunt u stuiten met een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt. Daarna begint een nieuwe termijn te lopen. Daarnaast geldt de klachtplicht, die veel eerder kan spelen. Leg daarom elke klacht en elke aanmaning schriftelijk vast en bewaar het bewijs van verzending.
Waar let u als schuldeiser op?
Met deze controles stelt u uw positie veilig voordat u een remedie inzet:
- Protesteer binnen bekwame tijd nadat u een gebrek ontdekte (artikel 6:89 BW).
- Stuur een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn, tenzij een uitzondering van artikel 6:83 BW geldt.
- Controleer het contract op een boetebeding, een aansprakelijkheidsbeperking en een overmachtsclausule.
- Bewaar facturen, correspondentie en berekeningen waarmee u de schade onderbouwt.
- Stuit de verjaring tijdig met een schriftelijke aanmaning (artikel 3:317 BW).
Waar let u als schuldenaar op?
Wordt u wanprestatie verweten, dan kunt u met deze controles beoordelen hoe sterk het verwijt is:
- Ga na of de ingebrekestelling de tekortkoming concreet omschrijft en een redelijke termijn geeft.
- Controleer of de wederpartij binnen bekwame tijd heeft geklaagd (artikel 6:89 BW).
- Beoordeel of een beroep op overmacht (artikel 6:75 BW) of op een contractuele aansprakelijkheidsbeperking mogelijk is.
- Ga na of de tekortkoming ontbinding wel rechtvaardigt, of daarvoor te gering is (artikel 6:265 BW).
- Reageer schriftelijk en binnen de gestelde termijn, zodat u niet onnodig in verzuim raakt.
Wat kunnen wij voor u doen bij wanprestatie?
Bij wanprestatie bepalen de eerste brieven vaak de verdere positie. Wij helpen u daarbij op de volgende punten:
- Wij beoordelen het contract en de algemene voorwaarden en stellen vast of er een toerekenbare tekortkoming is (artikelen 6:74 en 6:75 BW).
- Wij stellen de ingebrekestelling op, met een concrete omschrijving van de tekortkoming en een redelijke termijn (artikel 6:82 BW).
- Wij adviseren welke remedie of combinatie past: nakoming, ontbinding (artikel 6:265 BW), opschorting of schadevergoeding.
- Wij berekenen de schade, inclusief gederfde winst en redelijke buitengerechtelijke kosten (artikel 6:96 BW).
- Wij voeren de procedure bij de rechter, zo nodig met een dwangsom of conservatoir beslag.
- Wij bewaken de klachtplicht en de verjaringstermijnen en stuiten de verjaring op tijd.
Samengevat
- Bij wanprestatie kunt u nakoming, schadevergoeding, ontbinding of opschorting inzetten, vaak in combinatie.
- Schadevergoeding vereist een toerekenbare tekortkoming en meestal verzuim na een ingebrekestelling.
- Ontbinding kan ook bij overmacht, maar niet bij een tekortkoming die ontbinding niet rechtvaardigt.
- Opschorting kan zonder ingebrekestelling, zolang het in verhouding staat.
- Protesteer tijdig bij een gebrekkige prestatie (artikel 6:89 BW).
Veelgestelde vragen
Wat zijn de juridische gevolgen van wanprestatie?
U kunt nakoming eisen, schadevergoeding vorderen, de overeenkomst ontbinden of uw eigen prestatie opschorten. Voor schadevergoeding moet de tekortkoming toerekenbaar zijn. Nakoming, ontbinding en opschorting zijn ook mogelijk als dat niet zo is.
Hoe wordt schadevergoeding bij wanprestatie berekend?
Vergoed worden geleden verlies en gederfde winst, plus redelijke kosten om schade te beperken en vast te stellen (artikel 6:96 BW). Alleen schade die redelijkerwijs aan de tekortkoming kan worden toegerekend, komt in aanmerking. U moet de schade en het verband met de tekortkoming aantonen. Een contractuele beperking van aansprakelijkheid kan de vergoeding verlagen.
Hoe ontbindt u een overeenkomst bij niet-nakoming?
Meestal stelt u de wederpartij eerst in gebreke met een redelijke termijn. Blijft nakoming uit, dan ontbindt u met een schriftelijke verklaring (artikel 6:267 BW) of vraagt u de rechter om te ontbinden. Is nakoming blijvend onmogelijk of geldt een fatale termijn, dan is een ingebrekestelling niet nodig.
Wat is het verschil tussen opschorting en ontbinding?
Opschorting is tijdelijk: u houdt uw eigen prestatie in, maar de overeenkomst blijft bestaan. Ontbinding beëindigt de verplichtingen die nog niet zijn nagekomen, en wat al is gepresteerd, moet ongedaan worden gemaakt.
Welke zekerheden kunt u inroepen bij wanprestatie?
Veelgebruikt zijn een bankgarantie, een borgtocht, een pandrecht en een eigendomsvoorbehoud. Die moet u wel vooraf, bij het sluiten van de overeenkomst, regelen.
Hoe werkt de ingebrekestelling bij wanprestatie?
U wijst de schuldenaar schriftelijk op de tekortkoming en geeft een redelijke termijn om alsnog na te komen. Blijft nakoming binnen die termijn uit, dan is hij in verzuim (artikel 6:82 BW). Is de termijn te kort, dan geldt een redelijke termijn.
Law & More adviseert en procedeert voor ondernemers en particulieren bij contractgeschillen, van ingebrekestelling tot procedure. Meer leest u op de pagina over civiel recht.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.