Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Komt uw contractpartij een afspraak niet, niet goed of te laat na, dan kunt u nakoming eisen, schadevergoeding vorderen, de overeenkomst ontbinden of uw eigen prestatie opschorten. Voor schadevergoeding moet de tekortkoming aan de ander toe te rekenen zijn en is meestal eerst een ingebrekestelling nodig; voor ontbinding en opschorting geldt die toerekenbaarheid niet.
Deze remedies staan in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, vooral in de artikelen 6:74 tot en met 6:94 en 6:262 tot en met 6:279 BW. U kunt ze vaak combineren. Hieronder leest u wanneer welke remedie past, wat twee arresten van de Hoge Raad over verzuim en klachtplicht betekenen, en waar het in de praktijk misgaat.
Inhoudsopgave
Drie vormen van wanprestatie
Wanprestatie is een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis: de schuldenaar presteert niet, niet goed of niet op tijd. De wet spreekt van een “tekortkoming” (artikel 6:74 BW).
- niet-nakoming: de verplichting wordt helemaal niet uitgevoerd;
- gebrekkige nakoming: er wordt gepresteerd, maar niet volgens de afgesproken kwaliteit of wijze;
- te late nakoming: de prestatie komt na de afgesproken termijn.
Voorbeelden zijn een leverancier die weken te laat levert, een aannemer die de oplevering niet haalt, of een klant die na levering niet betaalt. Meer praktische stappen leest u in ons artikel over wanprestatie van een zakenpartner en over de tekortkoming in de nakoming.
Een belangrijk onderscheid: of er een tekortkoming is, staat los van de vraag of die aan de schuldenaar kan worden toegerekend (artikel 6:75 BW). Dat verschil bepaalt welke remedies u heeft. Zie ook ons overzicht over contractbreuk.
Wanprestatie of onrechtmatige daad?
Bij wanprestatie schiet iemand tekort in een verplichting die al bestond, meestal uit een overeenkomst (artikel 6:74 BW). Voor een onrechtmatige daad is geen overeenkomst nodig: het gaat om een inbreuk op een recht of om handelen in strijd met de wet of met wat maatschappelijk betamelijk is (artikel 6:162 BW).
De vier remedies naast elkaar
| Remedie | Wetsartikel | Toerekenbaarheid nodig? | Verzuim nodig? |
|---|---|---|---|
| Nakoming | 3:296 BW | Nee | Nee |
| Schadevergoeding | 6:74 BW | Ja | Ja, zolang nakoming nog mogelijk is |
| Ontbinding | 6:265 BW | Nee | Ja, tenzij nakoming blijvend onmogelijk is |
| Opschorting | 6:262 BW | Nee | Nee |
Wanneer komt een tekortkoming voor rekening van de schuldenaar?
Een tekortkoming is toerekenbaar als zij te wijten is aan de schuld van de schuldenaar, of als zij volgens de wet, de overeenkomst of de verkeersopvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:75 BW). Is dat niet zo, dan is er overmacht.
Voor rekening van de schuldenaar komen onder meer fouten van hulppersonen die hij inschakelt (artikel 6:76 BW) en gebreken aan zaken die hij gebruikt (artikel 6:77 BW). Financieel onvermogen komt vrijwel altijd voor rekening van de schuldenaar. Een beroep op geldgebrek als overmacht slaagt dus zelden.
Toerekenbaarheid is vooral nodig voor schadevergoeding. Nakoming kunt u ook eisen als de tekortkoming niet toerekenbaar is, zolang nakoming nog mogelijk is. Ook ontbinding kan bij een niet-toerekenbare tekortkoming (artikel 6:265 BW). Dat wordt vaak over het hoofd gezien.
Nakoming eisen: als u de prestatie nog wilt hebben
Nakoming betekent dat u de wederpartij dwingt alsnog te presteren zoals afgesproken. De rechter kan daartoe veroordelen op grond van artikel 3:296 BW, en die veroordeling versterken met een dwangsom (artikel 611a Rv).
Meestal stuurt u eerst een brief waarin u de tekortkoming omschrijft en een redelijke termijn geeft. Blijft nakoming uit, dan vraagt u de rechter de schuldenaar tot nakoming te veroordelen.
Nakoming is niet altijd zinvol. Heeft u geen belang meer bij de prestatie, bijvoorbeeld omdat een bestelde bruidstaart pas na de bruiloft komt, dan ligt ontbinding of schadevergoeding meer voor de hand. Is nakoming blijvend onmogelijk, dan kan de rechter haar ook niet meer bevelen.
Bij een gebrekkige prestatie kan nakoming de vorm hebben van herstel of vervanging. Bij koop staat dat voor de koper uitdrukkelijk in artikel 7:21 BW.
Schadevergoeding: vier voorwaarden en wat wordt vergoed
Voor schadevergoeding zijn nodig: een tekortkoming, toerekenbaarheid, schade en een causaal verband. Is nakoming nog mogelijk, dan moet de schuldenaar in de regel eerst in verzuim zijn (artikel 6:74 lid 2 BW).
Er zijn twee vormen. Aanvullende schadevergoeding komt bovenop nakoming, bijvoorbeeld voor vertragingsschade als een levering te laat kwam. Vervangende schadevergoeding komt in plaats van nakoming (artikel 6:87 BW). Daarvoor zet u de verbintenis om in een verplichting tot betaling.
Volgens artikel 6:96 BW omvat vermogensschade zowel geleden verlies als gederfde winst. Ook redelijke kosten om schade te voorkomen of te beperken, om de schade vast te stellen en om buiten rechte betaling te krijgen komen voor vergoeding in aanmerking.
Niet alle schade wordt vergoed. Volgens artikel 6:98 BW komt alleen schade in aanmerking die zo verbonden is met de tekortkoming, dat zij de schuldenaar redelijkerwijs kan worden toegerekend. Heeft u zelf bijgedragen aan de schade of te weinig gedaan om haar te beperken, dan kan de vergoeding lager uitvallen (artikel 6:101 BW).
U moet uw schade aantonen. Bewaar daarom facturen, offertes van vervangende leveranciers en berekeningen van gemiste omzet. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan schat de rechter haar (artikel 6:97 BW).
Wettelijke rente bij een onbetaalde factuur
Bestaat de tekortkoming uit het niet betalen van een geldsom, dan bestaat de schade uit de wettelijke rente (artikel 6:119 BW), bij handelstransacties de hogere handelsrente (artikel 6:119a BW).
| Soort rente | Percentage | Geldt sinds |
|---|---|---|
| Wettelijke rente (niet-handelstransacties, art. 6:119 BW) | 4% | 1 januari 2026 |
| Wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW) | 10,4% | 1 juli 2026 |
Bron: Rijksoverheid, hoogte wettelijke rente (stand 28 oktober 2026). De percentages worden halfjaarlijks herzien.
Ingebrekestelling en verzuim: de stap die vaak ontbreekt
Een ingebrekestelling is een schriftelijke aanmaning waarin u de schuldenaar een redelijke termijn geeft om alsnog na te komen. Pas als hij binnen die termijn niet presteert, is hij in verzuim (artikel 6:82 BW).
In de brief omschrijft u de tekortkoming zo concreet mogelijk en noemt u de termijn. Geeft u een te korte termijn, dan is de ingebrekestelling niet ongeldig. Het verzuim treedt dan in na afloop van een redelijke termijn. Meer over de eisen leest u in ons begrip ingebrekestelling.
In sommige gevallen ontstaat verzuim zonder ingebrekestelling (artikel 6:83 BW):
- bij een fatale termijn: een termijn die verstrijkt zonder dat is nagekomen, tenzij blijkt dat die termijn een andere strekking heeft;
- bij een verbintenis tot vergoeding van schade uit onrechtmatige daad die niet direct wordt nagekomen;
- als u uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat hij niet zal nakomen.
Wanneer is een ingebrekestelling zinloos? Het arrest Kinheim/Pelders
Is nakoming blijvend onmogelijk, dan is een ingebrekestelling niet nodig. Hoe ver dat gaat, besliste de Hoge Raad op 4 februari 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA4732). Bij een herstelbare ondeugdelijke prestatie ontstaat verzuim in beginsel pas na een ingebrekestelling.
Lijdt de schuldeiser door het gebrek echter schade die herstel niet meer wegneemt, dan is de nakoming in zoverre blijvend onmogelijk. Voor die schade is dan geen ingebrekestelling nodig. Het hof had die vraag niet onderzocht, en de Hoge Raad vernietigde daarom het arrest. Toch is het verstandig om bij twijfel altijd een ingebrekestelling te sturen.
De klachtplicht: tijdig protesteren bij een gebrek
Bij een gebrekkige prestatie moet u binnen bekwame tijd protesteren nadat u het gebrek ontdekte of redelijkerwijs had moeten ontdekken (artikel 6:89 BW). Doet u dat niet, dan kunt u geen beroep meer doen op het gebrek.
Wat “bekwame tijd” is, legde de Hoge Raad uit in zijn arrest van 8 februari 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BY4600). Er geldt geen vaste termijn. De rechter kijkt naar alle omstandigheden, zoals de aard van de rechtsverhouding, de prestatie en het gebrek. Het verstreken tijdsverloop alleen is niet doorslaggevend; ook het nadeel dat de schuldenaar door het late protest lijdt, weegt mee.
In die zaak had het hof een belegger te snel zijn rechten ontnomen. De Hoge Raad vernietigde dat oordeel en verwees de zaak naar het hof Den Haag. Voor de praktijk betekent dit: protesteer schriftelijk zodra u een gebrek vermoedt, en bewaar het bewijs van verzending.
Ontbinding: wanneer de tekortkoming ernstig genoeg is
Iedere tekortkoming van een partij geeft de andere partij de bevoegdheid de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming die ontbinding niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). U kunt ontbinden met een schriftelijke verklaring of via de rechter.
Buitengerechtelijke ontbinding doet u met een schriftelijke verklaring aan de wederpartij (artikel 6:267 BW). Daarvoor moet de schuldenaar in verzuim zijn, tenzij nakoming blijvend onmogelijk is (artikel 6:265 lid 2 BW). In de praktijk gaat een ingebrekestelling dus meestal vooraf.
De ernst van de tekortkoming is beslissend. Een kleine tekortkoming rechtvaardigt ontbinding vaak niet. Ontbindt u toch, dan kan de rechter achteraf oordelen dat de ontbinding ongegrond was. Dan pleegt u mogelijk zelf wanprestatie. Twijfelt u, dan kunt u de rechter vragen de overeenkomst te ontbinden.
Ontbinding bevrijdt beide partijen van de verplichtingen die nog niet zijn nagekomen. Wat al is gepresteerd, moet ongedaan worden gemaakt (artikel 6:271 BW). Kan dat niet, dan wordt de waarde vergoed (artikel 6:272 BW). Naast ontbinding kunt u schadevergoeding vorderen als de tekortkoming toerekenbaar is (artikel 6:277 BW). Meer leest u in ons artikel over ontbinding van een overeenkomst.
Opschorting: druk zetten zonder de overeenkomst te beëindigen
Bij een wederkerige overeenkomst mag u uw eigen prestatie opschorten zolang de ander zijn opeisbare verplichting niet nakomt (artikel 6:262 BW). Een ingebrekestelling is daarvoor niet nodig.
U betaalt bijvoorbeeld een factuur niet zolang het geleverde niet deugt. De opschorting moet wel in verhouding staan tot de tekortkoming (artikel 6:262 lid 2 BW). Houdt u een groot bedrag vast vanwege een klein gebrek, dan kan dat onterecht zijn.
Moet u als eerste presteren, dan mag u ook opschorten als u goede grond heeft te vrezen dat de ander niet zal nakomen, bijvoorbeeld bij zichtbare betalingsproblemen (artikel 6:263 BW). Kondig de opschorting schriftelijk aan en leg uit waarom. Zodra de ander alsnog presteert, hervat u uw eigen prestatie.
Als de wederpartij vooraf laat weten niet te zullen presteren
Deelt de wederpartij mee dat zij niet zal nakomen, dan hoeft u niet te wachten tot de afgesproken datum. Zij raakt dan in verzuim zonder ingebrekestelling (artikel 6:80 lid 1 sub b en 6:83 sub c BW).
Ook als de schuldenaar niet uitdrukkelijk weigert, kan hij in verzuim raken. Dat is zo als u redelijkerwijs moet aannemen dat hij tekort zal schieten en hij niet binnen een redelijke termijn bevestigt dat hij wel zal nakomen, nadat u hem daarom schriftelijk heeft gevraagd (artikel 6:80 lid 1 sub c BW).
U kunt dan direct ontbinden of schadevergoeding vorderen. De mededeling moet wel duidelijk zijn. Twijfel of vertraging alleen is niet genoeg.
De prestatie door een ander laten uitvoeren
Schiet de schuldenaar tekort in een verbintenis om iets te doen, dan kan de rechter u machtigen om de prestatie zelf of door een derde te laten uitvoeren, op kosten van de schuldenaar (artikel 3:299 BW).
Denk aan een aannemer die gebreken niet herstelt. Met machtiging van de rechter kunt u een andere aannemer inschakelen en de kosten verhalen. In contracten wordt vaak afgesproken dat de opdrachtgever zonder machtiging een derde mag inschakelen als de aannemer na een aanmaning niet herstelt. Zonder zo’n afspraak of machtiging loopt u het risico dat u de kosten niet volledig terugkrijgt.
Vaak is het eenvoudiger de herstelkosten als vervangende schadevergoeding te vorderen (artikel 6:87 BW). Daarvoor moet de schuldenaar wel in verzuim zijn. Stuur dus eerst een ingebrekestelling voordat u een ander inschakelt.
Boetebeding en aansprakelijkheidsbeperking in het contract
Met een boetebeding spreken partijen vooraf een vast bedrag af dat verschuldigd is bij wanprestatie (artikel 6:91 BW). U hoeft dan de werkelijke schade niet aan te tonen.
Een boete komt in beginsel in de plaats van schadevergoeding (artikel 6:92 BW). U kunt dus niet zowel de boete als volledige schadevergoeding eisen, tenzij dat is afgesproken. De rechter kan een boete matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 BW). Die bevoegdheid gebruikt de rechter terughoudend.
Naast boetebedingen komen bedingen voor die de aansprakelijkheid beperken of uitsluiten, bijvoorbeeld tot het factuurbedrag. Zulke bedingen zijn in beginsel geldig. Een beroep erop kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (artikel 6:248 lid 2 BW), bijvoorbeeld bij opzet of bewuste roekeloosheid. In algemene voorwaarden tegenover consumenten gelden strengere regels (artikel 6:237 BW).
Overmacht: geen schadevergoeding, wel ontbinding
Overmacht is een tekortkoming die niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend (artikel 6:75 BW). De schuldenaar hoeft dan geen schade te vergoeden, maar u kunt de overeenkomst wel ontbinden.
Het gaat om omstandigheden buiten de invloed van de schuldenaar die niet voor zijn rekening komen, zoals natuurrampen of overheidsmaatregelen die de prestatie verhinderen. Rechters zijn terughoudend: omstandigheden die al voorzienbaar waren, of die tot het normale ondernemersrisico horen, leveren meestal geen overmacht op. Veel contracten bevatten een eigen overmachtsclausule, die de wettelijke regeling aanvult of beperkt.
Bij tijdelijke overmacht kan de schuldenaar niet in verzuim raken zolang de verhindering duurt (artikel 6:81 BW). Bij blijvende overmacht vervalt de plicht tot nakoming. De overeenkomst zelf blijft bestaan totdat zij wordt ontbonden. Meer leest u in ons artikel over overmacht.
Zekerheden die u vooraf regelt
Zekerheden beperken het risico dat u uw vordering niet kunt verhalen. Veelgebruikt zijn een bankgarantie, een borgtocht, een pandrecht en een eigendomsvoorbehoud.
Een bankgarantie verplicht de bank tot betaling als de schuldenaar tekortschiet, meestal op eerste verzoek. Bij borgtocht belooft een derde de schuld te betalen als de hoofdschuldenaar dat niet doet (artikel 7:850 BW). Een pandrecht geeft u voorrang bij verkoop van de verpande goederen of vorderingen; meer daarover leest u in ons artikel over verpanding van vorderingen. Met een eigendomsvoorbehoud blijft de leverancier eigenaar tot volledige betaling (artikel 3:92 BW).
Zekerheden moet u regelen bij het sluiten van de overeenkomst. Achteraf, als er al problemen zijn, is een wederpartij zelden bereid zekerheid te geven.
Welke remedie past bij wat u wilt bereiken?
De keuze hangt af van uw doel: de prestatie alsnog, compensatie of een einde aan de relatie. Wilt u de prestatie nog, dan eist u nakoming (artikel 3:296 BW) en eventueel aanvullende schadevergoeding. Wilt u van de overeenkomst af, dan ontbindt u (artikel 6:265 BW) en vordert u daarnaast schadevergoeding. Wilt u druk zetten zonder de relatie te beëindigen, dan schort u op (artikel 6:262 BW).
Een voorbeeld ter illustratie: een groothandel levert verpakkingsmateriaal van verkeerde afmetingen. De koper protesteert direct (artikel 6:89 BW), schort betaling van de factuur op en stelt de groothandel in gebreke met een termijn voor vervanging. Komt er geen vervanging, dan kan de koper ontbinden en de meerkosten van een andere leverancier als schadevergoeding vorderen.
Verjaringstermijnen bij wanprestatie
Wacht niet te lang. De meeste vorderingen uit wanprestatie verjaren na vijf jaar, maar het startmoment verschilt per vordering. De artikelen staan in Boek 3 BW.
| Vordering | Termijn | Begint te lopen | Artikel |
|---|---|---|---|
| Nakoming uit overeenkomst (bijvoorbeeld betaling factuur) | 5 jaar | Na opeisbaarheid | 3:307 BW |
| Periodieke betalingen, zoals huur of rente | 5 jaar | Na opeisbaarheid | 3:308 BW |
| Schadevergoeding | 5 jaar | Na bekendheid met schade en aansprakelijke persoon | 3:310 BW |
| Ontbinding wegens tekortkoming | 5 jaar | Na bekendheid met de tekortkoming | 3:311 BW |
| Gebrek bij koop | 2 jaar | Na de klacht bij de verkoper | 7:23 lid 2 BW |
De algemene termijn van twintig jaar uit artikel 3:306 BW geldt alleen als de wet niets anders bepaalt. Een verjaringstermijn stuit u met een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 BW). Daarna begint een nieuwe termijn te lopen. De klachtplicht van artikel 6:89 BW kan veel eerder spelen dan de verjaring.
Wat controleert u als schuldeiser voordat u een remedie inzet?
- Heeft u binnen bekwame tijd na ontdekking van het gebrek geprotesteerd (artikel 6:89 BW)?
- Is er een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn, of geldt een uitzondering van artikel 6:83 BW?
- Staat er in het contract een boetebeding, een aansprakelijkheidsbeperking of een overmachtsclausule?
- Kunt u de schade met facturen, correspondentie en berekeningen onderbouwen?
Wat controleert u als u zelf wanprestatie wordt verweten?
- Omschrijft de ingebrekestelling de tekortkoming concreet, met een redelijke termijn?
- Heeft de wederpartij tijdig geklaagd, gelet op de maatstaf uit HR 8 februari 2013?
- Is een beroep op overmacht (artikel 6:75 BW) of op een contractuele aansprakelijkheidsbeperking mogelijk?
- Rechtvaardigt de tekortkoming ontbinding wel, of is die daarvoor te gering (artikel 6:265 BW)?
Wat wij doen bij een contractgeschil
- Wij beoordelen het contract en de algemene voorwaarden en stellen vast of er een toerekenbare tekortkoming is.
- Wij stellen de klachtbrief en de ingebrekestelling op (artikelen 6:82 en 6:89 BW).
- Wij berekenen de schade, inclusief gederfde winst, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
- Wij voeren de procedure, zo nodig met een dwangsom of conservatoir beslag, en stuiten de verjaring op tijd.
Remedies bij wanprestatie in vijf punten
- Nakoming, ontbinding en opschorting vereisen geen toerekenbaarheid; schadevergoeding wel.
- Een ingebrekestelling is overbodig voor schade die herstel niet meer wegneemt (HR 4 februari 2000).
- Voor de klachtplicht bestaat geen vaste termijn; ook het nadeel voor de schuldenaar weegt mee (HR 8 februari 2013).
- Bij een onbetaalde factuur is de schade de wettelijke rente: 4% of bij handelstransacties 10,4% (stand oktober 2026).
- De meeste vorderingen verjaren na vijf jaar; stuit de verjaring schriftelijk.
Law & More adviseert en procedeert voor ondernemers en particulieren bij contractgeschillen, van ingebrekestelling tot procedure. Meer leest u op de pagina over civiel recht.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.