Alimentatie: wie betaalt, hoeveel en hoe lang

Vrouw aan de keukentafel berekent met rekenmachine en bankafschriften hoeveel alimentatie zij moet betalen

Gepubliceerd op 18 augustus 2026 · Laatst bijgewerkt op 27 september 2026

Alimentatie is de bijdrage in het levensonderhoud die een ouder voor een kind betaalt, of die de ene ex-partner aan de andere betaalt. De hoogte hangt af van wat de ontvanger nodig heeft en wat de betaler kan missen; partneralimentatie duurt sinds 2020 in de regel de helft van het huwelijk met een maximum van vijf jaar, maar daarop bestaan drie belangrijke uitzonderingen.

De wet kent twee soorten, elk met een eigen grondslag. Kinderalimentatie is geregeld in de artikelen 1:404 en 1:395a BW. Partneralimentatie is geregeld in artikel 1:157 BW. Hieronder leest u hoe de hoogte wordt bepaald, hoe lang u betaalt of ontvangt, wanneer u wijziging kunt vragen en wat u kunt doen als er niet wordt betaald.

Hoe wordt de hoogte van alimentatie bepaald?

De hoogte volgt uit twee maatstaven: de behoefte van degene die ontvangt en de draagkracht van degene die betaalt. Dat staat in artikel 1:397 BW.

Volgens dat artikel houdt de rechter bij de vaststelling van het bedrag rekening met de behoeften van de gerechtigde en met de draagkracht van de onderhoudsplichtige. Zijn er meerdere onderhoudsplichtigen, dan tellen ieders draagkracht en de verhouding tot de gerechtigde mee.

Behoefte en behoeftigheid zijn niet hetzelfde. Behoefte is het bedrag dat iemand nodig heeft. Bij een ex-partner wordt dat gemeten naar de welstand tijdens het huwelijk. Bij een kind wordt gekeken naar het gezinsinkomen van vóór de scheiding. Behoeftigheid is de vraag of iemand dat bedrag niet zelf kan verdienen.

Voor kinderen tot 21 jaar geldt geen behoeftigheidstoets. De onderhoudsplicht van ouders bestaat, ook als het kind zelf over middelen zou kunnen beschikken. Voor partneralimentatie is behoeftigheid wel een zelfstandige voorwaarde.

De Tremanormen

In de praktijk rekenen advocaten en rechters met de zogenoemde Tremanormen. Die publiceert de Expertgroep Alimentatienormen in het Rapport Alimentatienormen. Het rapport is geen wet, maar een rekenkundige leidraad die de wettelijke maatstaven praktisch uitwerkt.

De rechter mag van de normen afwijken als de omstandigheden daar aanleiding toe geven. Een berekening die afwijkt, moet dan wel goed worden toegelicht. Wie zelf een bedrag schat zonder de normen te volgen, krijgt achteraf vaak discussie. Het rapport wordt regelmatig bijgewerkt, bijvoorbeeld voor de tabel eigen aandeel kosten van kinderen en de forfaitaire bedragen.

Hoe werkt kinderalimentatie?

Beide ouders zijn verplicht naar draagkracht bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kind, tot het kind 21 jaar wordt. Bij beperkte draagkracht gaat kinderalimentatie voor op partneralimentatie (artikel 1:400 BW).

Tot achttien jaar betaalt de ene ouder de kinderalimentatie aan de verzorgende ouder. Vanaf achttien jaar heeft het kind zelf recht op de bijdrage; dat heet de onderhoudsplicht voor jongmeerderjarigen (artikel 1:395a BW). De betaling gaat dan rechtstreeks naar het kind, tenzij iets anders is afgesproken.

De berekening verloopt in stappen. Eerst wordt de behoefte van het kind bepaald aan de hand van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk of de samenwoning en het aantal kinderen. Daarna wordt de draagkracht van beide ouders berekend. De behoefte wordt vervolgens naar rato van draagkracht over de ouders verdeeld. Ten slotte wordt rekening gehouden met de zorgverdeling. De ouder bij wie het kind een deel van de week verblijft, betaalt in die tijd al zelf kosten. Daarvoor krijgt hij een zorgkorting op de bijdrage.

Nuances die vaak over het hoofd worden gezien

Het kindgebonden budget, inclusief de alleenstaandeouderkop, wordt niet van de behoefte van het kind afgetrokken. Het telt mee bij de draagkracht van de ouder die het ontvangt. Dat oordeelde de Hoge Raad op 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3011).

Heeft een ouder kinderen uit verschillende relaties, dan wordt de beschikbare draagkracht in beginsel gelijk over al die kinderen verdeeld. Alleen bijzondere omstandigheden rechtvaardigen een andere verdeling. Ontbreken gegevens over de andere ouder van die kinderen, dan moet de rechter die zo goed mogelijk schatten. Hij mag de andere kinderen niet simpelweg buiten beschouwing laten (HR 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:664).

Bij de draagkracht tellen in beginsel alle schulden mee, ook schulden waarop niet wordt afgelost. Een wettelijke schuldsaneringsregeling werkt daarbij anders door dan gemeentelijke schuldhulpverlening (HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:340). De inkomensafhankelijke bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet hoort als last te worden meegenomen (HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:330).

Wanneer heeft u recht op partneralimentatie?

Alleen als u na de scheiding niet genoeg inkomen hebt om in uw eigen levensonderhoud te voorzien en dat ook niet redelijkerwijs kunt verdienen. Daarnaast moet uw ex-partner voldoende draagkracht hebben om bij te dragen.

Partneralimentatie is dus niet vanzelfsprekend. Wie zelf voldoende verdient of kan verdienen, heeft geen aanspraak. Bij de behoefte kijkt de rechter naar de levensstandaard tijdens het huwelijk. Hij kijkt ook naar de verdiencapaciteit van de ontvanger. Die inspanningsverplichting weegt zwaarder naarmate de scheiding langer geleden is.

Hier zit een wezenlijk verschil met kinderalimentatie. Bij partneralimentatie moet de ontvanger zijn verdiencapaciteit daadwerkelijk benutten. Bij kinderalimentatie is de rechter terughoudend met het toerekenen van verdiencapaciteit aan de verzorgende ouder, omdat dat in het nadeel van het kind kan werken (Rechtbank Overijssel 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5195).

Een voorbeeld. Een vrouw heeft tijdens een huwelijk van twaalf jaar parttime gewerkt en voor de kinderen gezorgd. Na de scheiding verdient zij te weinig om de huwelijkse levensstandaard vast te houden. Zij kan partneralimentatie vragen. Van haar wordt wel verwacht dat zij haar uren uitbreidt zodra de zorg voor de kinderen dat toelaat.

Hoe lang duurt partneralimentatie?

Is het verzoek tot echtscheiding op of na 1 januari 2020 ingediend, dan duurt partneralimentatie de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar. Voor scheidingen van vóór die datum geldt het oude recht, met in beginsel een termijn van twaalf jaar.

Op de hoofdregel van artikel 1:157 BW bestaan drie uitzonderingen. Bepalend is steeds de situatie op het moment dat het verzoek tot echtscheiding werd ingediend.

  • Zijn er kinderen jonger dan twaalf jaar, dan loopt de alimentatie door tot het jongste kind twaalf wordt.
  • Duurde het huwelijk langer dan vijftien jaar en bereikt de ontvanger binnen tien jaar de AOW-leeftijd, dan loopt de alimentatie door tot die AOW-leeftijd.
  • Is de ontvanger geboren op of vóór 1 januari 1970, duurde het huwelijk langer dan vijftien jaar en ligt de AOW-leeftijd meer dan tien jaar weg, dan geldt een termijn van tien jaar.

Die laatste uitzondering draait om de geboortedatum, niet om de leeftijd bij de scheiding. Dat gaat in de praktijk vaak mis. Doen meerdere uitzonderingen zich tegelijk voor, dan geldt de langste termijn.

De termijn begint op de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Hij begint dus niet bij de indiening van het verzoek, en ook niet opnieuw bij een latere wijziging van het bedrag.

Na afloop kan de rechter op verzoek een nieuwe termijn vaststellen. Dat gebeurt alleen als beëindiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de ontvanger kan worden gevergd. Het verzoek moet binnen drie maanden na het einde van de alimentatie worden ingediend. Het is dus geen verlenging die vanzelf komt.

Wanneer eindigt de alimentatieplicht eerder?

Partneralimentatie eindigt als de ontvanger hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd. Dat volgt uit artikel 1:160 BW en gebeurt van rechtswege.

Samenleven als waren zij gehuwd is het lastigst vast te stellen. Een gezamenlijke inschrijving op hetzelfde adres is niet vereist. Beslissend is de feitelijke situatie: een affectieve relatie van duurzame aard, een gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse zorg. De enkele aanwezigheid van een nieuwe partner is niet genoeg. Eindigt die nieuwe relatie later, dan herleeft de aanspraak niet.

Vermoedt u dat uw ex-partner zo samenwoont, stop dan niet eigenhandig met betalen. Laat de beëindiging eerst vaststellen door de rechter, of leg haar samen schriftelijk vast. Anders loopt u het risico dat een achterstand wordt geïnd.

Kinderalimentatie eindigt niet doordat de andere ouder een nieuwe relatie krijgt. Het bedrag kan wel veranderen, bijvoorbeeld doordat er een nieuwe onderhoudsplicht ontstaat of de zorgverdeling wijzigt. Verhuist een ouder met de kinderen, dan kan dat ook gevolgen hebben voor de reiskosten en de zorgkorting. Meer daarover leest u in ons artikel over verhuizen zonder toestemming van de andere ouder.

Wordt alimentatie jaarlijks verhoogd?

Ja. Alimentatiebedragen worden elk jaar per 1 januari van rechtswege aangepast met een percentage dat de minister vaststelt op basis van de loonontwikkeling (artikel 1:402a BW). Voor 2026 is dat percentage 4,6 procent, zo meldt het LBIO.

De indexering geldt ook als u er niets over hebt afgesproken. U kunt haar alleen uitsluiten door dat uitdrukkelijk in de overeenkomst op te nemen. Wie jarenlang hetzelfde bedrag heeft betaald zonder geldige uitsluiting, kan achterstallige indexering verschuldigd zijn. Een aanspraak op achterstallige termijnen verjaart na verloop van tijd.

Wordt een bedrag met terugwerkende kracht vastgesteld over een periode die al voorbij is, dan werkt de wettelijke indexering van rechtswege alleen voor de periode na die uitspraak. De rechter moet wel zelf nagaan wat de indexering over de eerdere periode zou hebben betekend en kan dat in het bedrag verwerken (HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1165).

Wanneer kunt u de alimentatie laten wijzigen?

U kunt de rechter om wijziging vragen als de omstandigheden zo zijn veranderd dat het bedrag niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Ook een bedrag dat van meet af aan op onjuiste gegevens rustte, kan worden aangepast (artikel 1:401 BW).

Een vastgestelde alimentatie is dus geen eindpunt. Artikel 1:401 BW noemt drie gronden. De eerste is een wijziging van omstandigheden, bijvoorbeeld een flinke inkomensdaling, werkloosheid of een andere zorgverdeling. De tweede is een eerdere vaststelling die op onjuiste of onvolledige gegevens berustte. De derde is een overeenkomst die is gesloten met grove miskenning van de wettelijke maatstaven.

Een wijziging werkt niet vanzelf terug tot het moment waarop de omstandigheden veranderden. De rechter bepaalt vanaf welke datum de nieuwe bijdrage geldt. Die datum kan vóór de uitspraak liggen. Zolang er geen nieuwe beschikking of afspraak is, blijft de oude verplichting gelden.

Bij een verlaging met terugwerkende kracht is de rechter voorzichtig. Hij beoordeelt of van de ontvanger in redelijkheid terugbetaling kan worden verlangd. Daarbij kijkt hij naar de omvang van het bedrag, de financiële positie van de ontvanger en de mate waarin het geld al is uitgegeven (HR 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:594).

Een voorbeeld. Een vader verliest zijn baan en krijgt een WW-uitkering. Hij wacht een jaar voordat hij om verlaging vraagt. De rechter kan de verlaging laten ingaan op de datum van het ontslag, maar kan ook bepalen dat de moeder het teveel betaalde niet hoeft terug te betalen, omdat zij het al aan de kinderen heeft uitgegeven. Vraag een wijziging daarom tijdig aan.

Wat kunt u doen als er niet wordt betaald?

Staat de alimentatie in een rechterlijke beschikking of een notariële akte, dan kunt u de inning laten overnemen door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of een deurwaarder inschakelen. Zonder zo’n executoriale titel moet u die eerst verkrijgen.

Een mondelinge of onderhandse afspraak biedt geen basis om gedwongen te innen. Daarvoor is eerst een titel nodig. Leg afspraken daarom altijd vast in een ouderschapsplan of convenant dat de rechter in zijn beschikking opneemt, of in een notariële akte.

Inning door het LBIO

U kunt het LBIO vragen de inning over te nemen onder de voorwaarden van artikel 1:408 BW. Er moet een executoriale titel zijn en in de zes maanden vóór uw verzoek moet ten minste één betaling niet of niet volledig zijn voldaan. Voor u als ontvanger is de inning binnen Nederland kosteloos.

De betaler draait voor de kosten op. Het LBIO rekent een opslag van 15 procent over de achterstand, met een minimum van 19 euro, en ook 15 procent over de lopende bijdragen. Het bureau stopt pas met innen als er weer een tijd regelmatig is betaald en er geen achterstand meer is.

Beslag via een deurwaarder

Naast het LBIO kunt u een gerechtsdeurwaarder inschakelen, bijvoorbeeld voor beslag op loon of uitkering. Een deel van het inkomen blijft daarbij buiten het beslag: de beslagvrije voet (artikelen 475b tot en met 475e Rv). Die laat de betaler een bestaansminimum voor vaste lasten als huur, zorg en levensonderhoud.

Welk recht geldt als u in verschillende landen woont?

Wonen ex-partners, of ouder en kind, in verschillende landen, dan bepaalt Europees recht welke rechter bevoegd is en hoe een beslissing in een andere lidstaat wordt uitgevoerd. Dat regelt de Alimentatieverordening, Verordening (EG) nr. 4/2009.

Welk recht op de alimentatie zelf van toepassing is, volgt uit het Haags Protocol van 2007, waarnaar de verordening verwijst. Het Hof van Justitie van de EU heeft verduidelijkt dat een onderhoudsgerechtigde zich rechtstreeks kan wenden tot de bevoegde autoriteit in de lidstaat waar de beslissing moet worden uitgevoerd (zaak C-283/16). Het LBIO treedt in Nederland op als centrale autoriteit bij internationale inning.

Wat kunt u zelf doen?

Begin met de juiste gegevens en leg de uitkomst afdwingbaar vast. Een goede voorbereiding voorkomt veel discussie achteraf.

  • Stel vast of het om kinderalimentatie, partneralimentatie of beide gaat. Ze kennen een andere grondslag, duur en rangorde.
  • Verzamel de financiële gegevens van beide kanten: inkomen, woonlasten, schulden, de zorgverdeling en, bij kinderen, het gezinsinkomen van vóór de scheiding.
  • Laat behoefte en draagkracht doorrekenen volgens het Rapport Alimentatienormen.
  • Leg de uitkomst vast in een beschikking of notariële akte en controleer elk jaar per 1 januari de indexering.
  • Verandert er iets wezenlijks, probeer dan eerst samen een nieuwe afspraak te maken. Lukt dat niet, vraag de rechter dan om wijziging.

Welke fouten ziet u in de praktijk het vaakst?

De meeste problemen ontstaan doordat iemand zelf een conclusie trekt of afspraken niet goed vastlegt. Deze zes fouten komen wij regelmatig tegen.

Eigenhandig stoppen met betalen. Wie vermoedt dat de ander samenwoont, of zelf minder is gaan verdienen, kan die conclusie niet zelf trekken. Tot de verplichting is gewijzigd of beëindigd, loopt de achterstand op en kan die worden geïnd.

De indexering vergeten. Dit gebeurt aan beide kanten en werkt jarenlang door. Een ontvanger laat geld liggen; een betaler bouwt ongemerkt een achterstand op.

Denken dat de termijn opnieuw begint. De termijn van partneralimentatie loopt vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Hij begint niet opnieuw bij een wijziging van het bedrag.

Kinderalimentatie en partneralimentatie door elkaar halen. Ze hebben een andere grondslag, een andere behoeftigheidstoets, een andere duur en een andere rangorde bij beperkte draagkracht.

Alleen naar het inkomen kijken. Draagkracht wordt bepaald door inkomen en lasten samen, inclusief schulden, woonlasten en de bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet.

Afspraken niet als executoriale titel vastleggen. Een onderhandse afspraak over een lager bedrag is moeilijk te bewijzen en biedt geen basis voor gedwongen inning. Wordt later toch geprocedeerd, dan kan de rechter het oorspronkelijke bedrag als uitgangspunt nemen.

Samengevat

  • De hoogte van alimentatie volgt uit de behoefte van de ontvanger en de draagkracht van de betaler (artikel 1:397 BW), in de praktijk berekend met de Tremanormen.
  • Kinderalimentatie loopt tot 21 jaar en gaat bij beperkte draagkracht voor op partneralimentatie.
  • Partneralimentatie duurt sinds 2020 in de regel de helft van het huwelijk met een maximum van vijf jaar, met drie uitzonderingen.
  • Bedragen worden elk jaar per 1 januari geïndexeerd; voor 2026 met 4,6 procent.
  • Wijzigen gaat via een nieuwe afspraak of de rechter (artikel 1:401 BW); bij niet-betalen helpen het LBIO of een deurwaarder, mits er een executoriale titel is.

Veelgestelde vragen

Moet u alimentatie betalen als uw ex meer verdient dan u?

Partneralimentatie in beginsel niet, want die veronderstelt dat de ander behoeftig is en dat u draagkracht hebt. Voor kinderalimentatie ligt dat anders. Beide ouders dragen naar draagkracht bij in de kosten van het kind, ook als de ene ouder meer verdient dan de andere.

Hoe lang moet u partneralimentatie betalen?

Bij een scheidingsverzoek vanaf 1 januari 2020 in beginsel de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar. Uitzonderingen gelden bij kinderen onder de twaalf jaar, bij een huwelijk van meer dan vijftien jaar met de AOW-leeftijd binnen tien jaar, en bij een huwelijk van meer dan vijftien jaar met een ontvanger geboren op of vóór 1 januari 1970. Voor oudere scheidingen geldt in beginsel twaalf jaar. De termijn loopt vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.

Uw inkomen is gedaald. Kunt u de alimentatie laten verlagen?

Ja, als de bijdrage door de gewijzigde omstandigheden niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Vraag de wijziging tijdig aan, want intussen loopt de oude verplichting door. De rechter bepaalt vanaf welke datum de nieuwe bijdrage geldt en is voorzichtig met terugbetaling over een verstreken periode.

Uw ex betaalt niet. Wat kunt u doen?

Stuur eerst zelf een aanmaning met een duidelijke termijn. Staat de alimentatie in een beschikking of notariële akte, dan kunt u het LBIO vragen de inning over te nemen, mits in de zes maanden daarvoor ten minste één betaling is uitgebleven. U kunt ook een deurwaarder inschakelen, bijvoorbeeld voor loonbeslag, met inachtneming van de beslagvrije voet.

Geldt alimentatie ook als u nooit getrouwd bent geweest?

Voor kinderen wel, want de onderhoudsplicht van ouders staat los van het huwelijk. Partneralimentatie bestaat alleen na een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Samenwoners kunnen zelf een bijdrage afspreken in een samenlevingscontract. Die afspraak is contractueel en volgt niet de wettelijke regels over duur en einde.

Law & More helpt ouders en ex-partners bij het berekenen, vastleggen, wijzigen en innen van alimentatie. Meer over onze aanpak leest u op de pagina van onze advocaat familierecht. Gaat het ook om de omgang met de kinderen, lees dan ons artikel over een omgangsregeling aanpassen.

Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.