Gepubliceerd op 7 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
U kunt een omgangsregeling aanpassen door samen met de andere ouder nieuwe afspraken te maken, of, als dat niet lukt, door de rechter te vragen de regeling te wijzigen. De rechter doet dat alleen als de omstandigheden zijn veranderd of als de regeling op onjuiste gegevens was gebaseerd (artikel 1:377e BW), en hij toetst steeds wat in het belang van het kind is.
Hebben beide ouders het gezag, dan heet de regeling juridisch een zorgregeling. De wijziging loopt dan via een iets andere route, maar de maatstaven zijn vergelijkbaar. Hieronder leest u wanneer een aanpassing mogelijk is, hoe u dat aanpakt, hoe de rechter beslist en wat u kunt doen als de andere ouder zich niet aan de afspraken houdt.
Inhoudsopgave
Wat is een omgangsregeling of zorgregeling?
Een omgangsregeling legt vast wanneer een kind bij de ouder is die niet het gezag heeft. Een zorgregeling verdeelt de zorg- en opvoedingstaken tussen ouders die samen het gezag hebben.
Volgens artikel 1:377a BW hebben een kind en zijn ouder recht op omgang met elkaar. Bij gezamenlijk gezag hebben beide ouders na een scheiding een gelijkwaardig recht op verzorging en opvoeding van het kind (artikel 1:247 lid 4 BW). Ouders die met gezamenlijk gezag uit elkaar gaan, leggen de zorgverdeling vast in een ouderschapsplan. Getrouwde ouders en geregistreerde partners moeten dat plan bij het verzoek tot echtscheiding meesturen.
In het dagelijks spraakgebruik noemt iedereen beide regelingen een omgangsregeling. In dit artikel doen wij dat ook, tenzij het verschil ertoe doet.
Wanneer kunt u de regeling laten aanpassen?
Als de omstandigheden sinds de vorige afspraak of uitspraak wezenlijk zijn veranderd, of als die afspraak of uitspraak uitging van onjuiste of onvolledige gegevens. Een ouder die de regeling gewoon niet meer prettig vindt, heeft daarmee nog geen grond.
Welke veranderingen leiden vaak tot aanpassing?
Een verhuizing, een nieuwe baan, een nieuwe partner of de groei van het kind zijn de meest voorkomende redenen. Een verhuizing is het bekendste voorbeeld. Woont een ouder ineens anderhalf uur verderop, dan werkt een regeling met doordeweekse omgang meestal niet meer. Ook een nieuwe baan met onregelmatige diensten, een nieuwe partner met kinderen of een ziekte kan de bestaande afspraken onwerkbaar maken. Meer over de gevolgen van een verhuizing leest u in ons artikel over een ouder die verhuist zonder toestemming.
Ook het kind zelf verandert. Een regeling die paste bij een kind van vier jaar, past vaak niet meer bij een puber van veertien met sport, vrienden en een bijbaan. De rechter houdt rekening met de leeftijd en de wensen van het kind. Een kind van twaalf jaar of ouder krijgt de gelegenheid zijn mening te geven.
Soms is de verandering ernstiger. Houdt een ouder zich structureel niet aan de afspraken, zijn er zorgen over de veiligheid van het kind of speelt een ernstig loyaliteitsconflict, dan kan dat ook een reden zijn om de regeling te wijzigen.
Op welk wetsartikel baseert de rechter een wijziging?
Voor een omgangsregeling staat de wijzigingsmogelijkheid in artikel 1:377e BW. De rechter kan een eerdere beschikking over omgang wijzigen op grond van nadien gewijzigde omstandigheden, of omdat bij het nemen van de beschikking van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Hetzelfde geldt voor afspraken die ouders zelf hebben gemaakt.
Bij gezamenlijk gezag vraagt u de rechter om een beslissing over de zorgregeling op grond van artikel 1:253a BW. De rechter kan daar ook de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen of wijzigen, en hij neemt de beslissing die hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Hoe pakt u een aanpassing aan?
Begin met overleg, schakel een mediator in als dat niet werkt, en stap pas daarna naar de rechter. Een regeling waar beide ouders achter staan, houdt in de praktijk het best stand.
Stap 1: bereid het overleg voor en doe een voorstel
Breng eerst in kaart wat er is veranderd en waarom de huidige regeling niet meer werkt. Denk aan reistijden, schoolroosters, werktijden en de wensen van het kind. Maak een concreet voorstel. Een voorstel werkt beter dan een eis, en een voorstel dat ook rekening houdt met de andere ouder heeft meer kans.
Voer het gesprek op een rustig moment en zonder het kind erbij. Blijf bij de feiten en het belang van het kind. Leg de uitkomst schriftelijk vast, bijvoorbeeld als aanvulling op het ouderschapsplan. Een e-mail waarin beide ouders de afspraken bevestigen, is beter dan niets. Wilt u zekerheid, laat de nieuwe regeling dan door de rechter vastleggen, zodat zij afdwingbaar is.
Stap 2: schakel een mediator in
Lukt rechtstreeks overleg niet, dan kan een mediator helpen. Een mediator is neutraal en helpt ouders zelf tot afspraken te komen. De afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst, die u zo nodig aan de rechter kunt voorleggen. Ook tijdens een procedure kan de rechter ouders naar mediation verwijzen.
Stap 3: dien een verzoek in bij de rechtbank
Komen ouders er niet uit, dan dient een advocaat namens u een verzoekschrift in bij de rechtbank. In zaken over omgang en gezag hebt u bij de rechtbank in de regel een advocaat nodig. De andere ouder kan een verweerschrift indienen. Daarna volgt een mondelinge behandeling, waarin de rechter beide ouders hoort.
| Stap | Wat gebeurt er? |
|---|---|
| Voorbereiding | U brengt in kaart wat er veranderd is en maakt een concreet voorstel. |
| Overleg | U bespreekt het voorstel met de andere ouder en legt afspraken schriftelijk vast. |
| Mediation | Een neutrale mediator helpt ouders zelf tot een regeling te komen. |
| Verzoekschrift | Uw advocaat vraagt de rechtbank de regeling te wijzigen. |
| Behandeling en beslissing | De rechter hoort ouders en kind, vraagt zo nodig advies aan de Raad voor de Kinderbescherming en beslist. |
Hoe beslist de rechter?
De rechter kijkt of er een grond voor wijziging is en neemt vervolgens de beslissing die in het belang van het kind is. Hij weegt daarbij de omstandigheden van het kind en van beide ouders.
De rechter let onder meer op de band van het kind met beide ouders, de stabiliteit van de huidige situatie, de school en de vrienden van het kind, de reisafstand en de mate waarin ouders met elkaar kunnen overleggen. Een ouder die het contact met de andere ouder stelselmatig frustreert, maakt geen goede indruk.
Wordt uw kind gehoord?
Kinderen van twaalf jaar en ouder worden uitgenodigd om hun mening te geven, in een gesprek met de rechter of in een brief (artikel 809 Rv). Jongere kinderen kan de rechter horen als hij dat wenselijk vindt. De mening van het kind telt mee, maar het kind beslist niet. Zo hoeft een kind niet de last te dragen van een keuze tussen zijn ouders.
Wanneer doet de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek?
Bij ingewikkelde situaties kan de rechter de Raad voor de Kinderbescherming vragen om onderzoek te doen en te adviseren. De Raad praat met ouders, kind en soms school of hulpverleners. Zo’n onderzoek neemt enkele maanden in beslag. Tijdens de procedure kan de rechter een voorlopige regeling vaststellen.
Kunt u hoger beroep instellen?
Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Het hof beoordeelt de zaak opnieuw. Tot die tijd geldt de beslissing van de rechtbank meestal al, omdat beschikkingen over omgang vaak uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Kan de rechter omgang beperken of ontzeggen?
Ja, maar alleen in uitzonderlijke gevallen. Artikel 1:377a lid 3 BW noemt vier gronden waarop de rechter het recht op omgang kan ontzeggen.
Dat kan als omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, als de ouder kennelijk ongeschikt of niet in staat is tot omgang, als een kind van twaalf jaar of ouder bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang heeft blijk gegeven, of als omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. De rechter gaat daar terughoudend mee om, omdat contact met beide ouders in beginsel in het belang van het kind is.
Vaker kiest de rechter voor een tussenvorm. Hij kan bepalen dat de omgang tijdelijk begeleid plaatsvindt, bijvoorbeeld in een omgangshuis, of dat het contact stap voor stap wordt opgebouwd. Een voorbeeld. Een vader heeft zijn dochter van zeven een jaar niet gezien na een hevige scheiding. De rechter bepaalt dat de omgang eerst drie maanden begeleid plaatsvindt, twee uur per twee weken, en daarna wordt uitgebreid als het goed gaat.
Wat als de andere ouder zich niet aan de regeling houdt?
Leg elke keer vast wat er gebeurde en probeer het eerst in overleg op te lossen. Blijft de andere ouder de regeling negeren, dan kunt u de rechter vragen de regeling te wijzigen of maatregelen te nemen.
De rechter heeft verschillende middelen. Hij kan de regeling aanpassen of verduidelijken, een dwangsom opleggen, of in ernstige gevallen het hoofdverblijf van het kind wijzigen. Ook kan hij de Raad voor de Kinderbescherming vragen te onderzoeken of een kinderbeschermingsmaatregel nodig is, zoals een ondertoezichtstelling. Een dwangsom zet druk, maar kan de verhoudingen verder verslechteren. Uw advocaat bespreekt met u welke stap in uw situatie het meeste oplevert.
Stop zelf niet eigenhandig met de afgesproken omgang of het betalen van alimentatie omdat de ander zich niet aan afspraken houdt. Dat verzwakt uw positie bij de rechter. De alimentatie en de omgang zijn juridisch aparte kwesties. Meer over alimentatie leest u in ons artikel alimentatie: wie betaalt, hoeveel en hoe lang.
Welk recht op informatie hebt u?
Een ouder met gezag heeft recht op informatie over belangrijke zaken van het kind. Een ouder zonder gezag heeft dat recht ook, via de ouder met gezag of rechtstreeks bij school en arts (artikelen 1:377b en 1:377c BW).
De ouder bij wie het kind woont, moet de andere ouder informeren over gewichtige aangelegenheden, zoals schoolkeuze, gezondheid en belangrijke gebeurtenissen. Scholen, artsen en andere beroepskrachten moeten een ouder zonder gezag op verzoek informatie geven, tenzij zij die informatie ook aan de ouder met gezag niet zouden geven of het belang van het kind zich ertegen verzet.
Welke fouten kunt u beter vermijden?
De meeste problemen ontstaan door gebrekkige communicatie, eenzijdige beslissingen en afspraken die niet zijn vastgelegd.
Maak het kind geen boodschapper tussen ouders en belast het niet met volwassen problemen. Kinderen raken dan snel in een loyaliteitsconflict. Communiceer zakelijk en schriftelijk, bijvoorbeeld via e-mail of een ouderapp waarin afspraken en berichten bewaard blijven. Dat voorkomt misverstanden en levert later bewijs op als dat nodig is.
Wijzig een regeling niet eenzijdig. Houdt u zelf het kind langer bij u omdat u vindt dat dat beter is, dan kan de rechter dat tegen u laten wegen. Wees ook realistisch. Een regeling die op papier ideaal lijkt, kan in de praktijk onwerkbaar zijn door reistijden, werk en schoolroosters. Houd daarom ruimte voor flexibiliteit en spreek af hoe u omgaat met vakanties en feestdagen.
Twijfelt u of uw kind lijdt onder de situatie, betrek dan zo nodig een kinderpsycholoog of de huisarts. Zij kunnen objectief advies geven over wat het kind nodig heeft.
Wie betaalt de kosten van de omgang?
In beginsel draagt elke ouder zijn eigen kosten van de omgang, zoals reiskosten en de kosten van het verblijf van het kind. Verandert de regeling, dan kan dat gevolgen hebben voor de kinderalimentatie.
Bij de berekening van kinderalimentatie houdt de rechter rekening met de zorgverdeling. Een ouder die het kind vaker bij zich heeft, maakt zelf meer kosten. Hij krijgt daarvoor een zorgkorting op de alimentatie die hij betaalt. Gaat de omgang omhoog of omlaag, dan kan de kinderalimentatie dus ook veranderen. Verhuist een ouder, dan kan de rechter bepalen dat die ouder een groter deel van de reistijd of reiskosten draagt. Leg afspraken over deze kosten vast in het ouderschapsplan, zodat later geen discussie ontstaat over wie wat betaalt.
Wat regelt u voor vakanties en feestdagen?
Spreek naast de gewone weekverdeling ook af hoe u de schoolvakanties, feestdagen en verjaardagen verdeelt. Juist daarover ontstaat vaak onenigheid, omdat die dagen voor beide ouders veel betekenen.
Veel ouders verdelen de zomervakantie in twee gelijke delen en wisselen de kortere vakanties en feestdagen per jaar af. Zo is Kerstmis het ene jaar bij de moeder en het volgende jaar bij de vader. Leg ook vast wanneer u elkaar uiterlijk laat weten welke vakantieweken u wilt, bijvoorbeeld vóór 1 maart voor de zomer, en wie zorgt voor een reisdocument en toestemming voor een reis naar het buitenland. Zulke praktische afspraken voorkomen dat een kleine kwestie uitgroeit tot een nieuwe procedure.
Wat kunnen wij voor u doen bij het aanpassen van een omgangsregeling?
Als advocaat familierecht begeleiden wij u van het eerste voorstel tot en met de procedure. Wij doen onder meer het volgende:
- Wij beoordelen of de omstandigheden zo zijn veranderd dat de rechter de regeling kan wijzigen (artikel 1:377e BW of 1:253a BW).
- Wij stellen een concreet voorstel op en onderhandelen daarover met de andere ouder of diens advocaat.
- Wij leggen gemaakte afspraken vast en laten ze zo nodig door de rechter bekrachtigen, zodat ze afdwingbaar zijn.
- Wij dienen het verzoekschrift in en staan u bij tijdens de mondelinge behandeling.
- Wij vragen de rechter om maatregelen, zoals een dwangsom, als de andere ouder zich niet aan de regeling houdt.
- Wij beoordelen binnen de beroepstermijn van drie maanden of hoger beroep zinvol is.
Samengevat
- U kunt een omgangsregeling aanpassen in overleg met de andere ouder, of via de rechter als de omstandigheden wezenlijk zijn veranderd (artikel 1:377e BW).
- Bij gezamenlijk gezag heet de regeling een zorgregeling en beslist de rechter bij onenigheid op grond van artikel 1:253a BW.
- De rechter beslist wat in het belang van het kind is; kinderen van twaalf jaar en ouder worden gehoord.
- Omgang ontzeggen kan alleen op de vier gronden van artikel 1:377a lid 3 BW; vaker kiest de rechter voor begeleide of stapsgewijze omgang.
- Houdt de andere ouder zich niet aan de regeling, leg dat vast en vraag zo nodig de rechter om maatregelen.
Veelgestelde vragen
Wat is een omgangsregeling?
Een omgangsregeling legt vast wanneer een kind bij de ouder is die niet het gezag heeft. Hebben beide ouders het gezag, dan heet het een zorgregeling. Kind en ouder hebben recht op omgang met elkaar (artikel 1:377a BW).
Wanneer kunt u een omgangsregeling laten aanpassen?
Als de omstandigheden wezenlijk zijn veranderd, bijvoorbeeld door een verhuizing, nieuwe werktijden of de leeftijd en wensen van het kind, of als de regeling op onjuiste of onvolledige gegevens was gebaseerd (artikel 1:377e BW). Een regeling die u niet meer prettig vindt, is op zichzelf geen grond.
Hoe wijzigt u een omgangsregeling?
Probeer eerst samen met de andere ouder nieuwe afspraken te maken en leg die schriftelijk vast. Lukt dat niet, dan kan een mediator helpen. Blijft u het oneens, dan dient een advocaat namens u een verzoekschrift in bij de rechtbank, die beslist wat in het belang van het kind is.
Welke rechten hebben ouders bij een omgangsregeling?
Beide ouders hebben in beginsel recht op contact met het kind en op informatie over belangrijke zaken, zoals school en gezondheid. Ouders met gezamenlijk gezag beslissen samen over belangrijke kwesties. Bij elke regeling staat het belang van het kind voorop.
Law & More begeleidt ouders bij het aanpassen van omgangs- en zorgregelingen, van overleg en mediation tot een procedure bij de rechtbank en het gerechtshof. Meer over onze werkwijze leest u op de pagina van onze advocaat familierecht.
Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.