facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

auto in een werkplaats

Veel ondernemers hebben er wel eens mee te maken: een klant betaalt niet, maar wil z’n spullen wel komen ophalen. In zulke gevallen biedt het Nederlandse recht een krachtig middel dat bedrijven kunnen inzetten om betaling af te dwingen.

Het retentierecht geeft een schuldeiser de wettelijke bevoegdheid om de afgifte van een zaak uit te stellen totdat de openstaande factuur wordt betaald. Het werkt als een soort drukmiddel: zolang de klant niet betaalt, krijgt hij z’n spullen niet terug.

Denk aan een garagehouder die een gerepareerde auto vasthoudt, of een aannemer die een gebouw niet oplevert. Het retentierecht is vastgelegd in artikel 3:290 van het Burgerlijk Wetboek en beschermt zo de belangen van ondernemers.

De ene partij levert pas af wanneer de andere partij betaalt. Dit artikel duikt in de voorwaarden, de praktijk, en waar je als ondernemer op moet letten.

Wat is retentierecht?

Retentierecht is een juridisch instrument waarmee schuldeisers goederen kunnen vasthouden tot er betaald is. Het heeft een duidelijke wettelijke basis en onderscheidt zich door z’n specifieke kenmerken en toepassingen.

Definitie en wettelijke grondslag

Retentierecht is het recht van een schuldeiser om afgifte van een zaak op te schorten tot de schuld is voldaan. Dat staat gewoon in artikel 3:290 van het Burgerlijk Wetboek.

De schuldeiser die dit recht gebruikt, noemen we de retentor. Hij mag een goed onder zich houden tot de schuldenaar betaalt.

Drie hoofdvoorwaarden gelden altijd:

  • De schuldeiser heeft een opeisbare vordering
  • Hij heeft feitelijke macht over de zaak
  • Er is voldoende samenhang tussen vordering en zaak

Met het retentierecht kunnen schuldeisers onbetaalde facturen alsnog binnenhalen. Het is vaak effectief genoeg.

Verschil met andere rechten

Retentierecht verschilt van andere juridische instrumenten doordat het een opschortingsrecht is, geen zekerheidsrecht zoals hypotheek of pand.

Met een gewoon opschortingsrecht kun je weigeren te presteren tot de ander z’n deel doet. Retentierecht gaat een stap verder: je houdt daadwerkelijk iets vast.

Belangrijke verschillen:

  • Pandrecht: geeft verkoop- en voorrangrecht
  • Retentierecht: alleen recht om vast te houden
  • Opschortingsrecht: weigeren van eigen prestatie

Het retentierecht vervalt als de schuld volledig betaald is. Bij een deelbetaling blijft het recht gewoon bestaan.

Historische ontwikkeling

Het retentierecht is al oud; het stamt uit het Romeinse recht en groeide door eeuwen van rechtspraak. Nederlandse rechters erkenden het recht al vóór het in de wet stond.

Vroeger gold het vooral voor ambachtslieden en handelaren. Zij hielden bewerkte of gerepareerde goederen vast tot de klant betaalde.

De huidige wet maakt de regels duidelijker. Ook het Europese recht beïnvloedt het retentierecht inmiddels.

Ontwikkelingen in de praktijk:

Rechters blijven de grenzen en mogelijkheden van retentierecht verder aanscherpen.

Voorwaarden voor het uitoefenen van retentierecht

Een zakelijke persoon in een kantoor houdt een contract en een set sleutels vast, met een bureau en juridische voorwerpen op de achtergrond.

Als schuldeiser moet je aan drie hoofdvoorwaarden voldoen om retentierecht te mogen uitoefenen: je hebt een opeisbare vordering, je hebt feitelijke macht over de zaak, en er is voldoende samenhang tussen vordering en zaak.

Opeisbare vordering

De retentor moet een opeisbare vordering op z’n wederpartij hebben. De betalingstermijn moet dus echt verstreken zijn.

Een vordering wordt opeisbaar wanneer:

  • De afgesproken betalingstermijn is verlopen
  • De schuldenaar in verzuim is
  • Er geen geldige opschortingsgrond is

De precieze hoogte van de vordering hoeft niet vast te staan. Het is genoeg als er een betalingsverplichting is die je kunt afdwingen.

Heb je meerdere openstaande facturen? Dan kunnen alle opeisbare vorderingen samen als basis dienen, zeker als dat contractueel zo is afgesproken.

Je moet wel kunnen aantonen dat de vordering rechtmatig en opeisbaar is. Als de vordering wordt betwist, loop je risico.

Feitelijke macht over de zaak

De schuldeiser moet de feitelijke macht over de zaak hebben. Je moet dus echt fysieke controle over het goed hebben.

Voorbeelden van feitelijke macht:

  • Goederen opslaan in je eigen bedrijfspand
  • Iets in je eigen vrachtwagen bewaren
  • Documenten onder eigen beheer houden

De zaak moet daadwerkelijk in jouw macht zijn. Alleen juridische zeggenschap is niet genoeg.

Voor onroerende zaken gelden strengere eisen. Je moet dan op een manier die voor derden zichtbaar is de feitelijke macht uitoefenen.

Let op: De zaak moet bij jou in handen zijn gekomen voordat rechten van derden ontstonden.

Samenhang tussen vordering en zaak

Er moet voldoende samenhang zijn tussen jouw vordering en jouw verplichting tot afgifte van de zaak. Die samenhang rechtvaardigt dat je afgifte opschort.

Bij wettelijk retentierecht is de samenhang direct: de vordering gaat over dezelfde zaak die je vasthoudt.

Bij contractueel retentierecht kan de samenhang wat ruimer zijn. Alle openstaande facturen kunnen dan een reden zijn, als dat contractueel zo is afgesproken.

Je mag het retentierecht niet uitoefenen als dat onredelijk is. Een onevenredige retentie (bijvoorbeeld een dure auto vasthouden voor een kleine schuld) mag niet.

Factoren die de samenhang bepalen:

  • Aard van de contractuele relatie
  • Omvang van de vordering versus waarde van de zaak
  • Duur van de zakenrelatie

Wie kan het retentierecht uitoefenen?

Alleen een schuldeiser die aan bepaalde voorwaarden voldoet, mag het retentierecht gebruiken. De rol van de schuldenaar is bepalend voor de juridische verhouding.

Schuldeiser en retentor

De schuldeiser oefent het retentierecht uit, en die noemen we de retentor. Hij moet aan een paar eisen voldoen.

De schuldeiser moet een opeisbare vordering hebben op de ander. De betalingstermijn moet dus verlopen zijn. De exacte hoogte van de vordering hoeft niet direct vast te staan.

Feitelijke macht over de zaak is essentieel. De retentor moet de zaak echt fysiek onder zich hebben, bijvoorbeeld in zijn bedrijfspand of vrachtwagen.

Er moet voldoende samenhang zijn tussen de vordering en de verplichting tot afgifte. Die samenhang maakt de opschorting van afgifte terecht.

De uitoefening mag niet botsen met redelijkheid en billijkheid. Ook kunnen er wettelijke omstandigheden zijn die het retentierecht uitsluiten.

Schuldenaar en zijn positie

De schuldenaar is degene tegen wie het retentierecht wordt uitgeoefend. Hij heeft meestal recht op teruggave van zijn eigendom.

Komt de schuldenaar zijn betalingsverplichting niet na? Dan verliest hij tijdelijk het recht op afgifte.

De retentor mag de zaak onder zich houden tot betaling plaatsvindt.

Ook derden kunnen ineens met het retentierecht te maken krijgen. Denk aan mensen die de zaak van de schuldenaar hebben gekocht.

Een bezitter te goeder trouw kan soms bescherming krijgen. Dat geldt vooral als die persoon niet wist van het retentierecht.

Het retentierecht werkt ook tegen derden met een jonger recht. Maar alleen als de vordering ontstond voordat het recht van de derde ontstond.

Toepassing van het retentierecht op verschillende zaken

Het retentierecht kun je toepassen op roerende én onroerende zaken. Er gelden wel verschillende regels en praktische overwegingen.

De aard van de zaak bepaalt hoe je het retentierecht gebruikt en welke rechten de schuldeiser heeft.

Retentierecht op roerende zaken

Het retentierecht op roerende zaken komt het vaakst voor. De schuldeiser houdt de feitelijke macht over de zaak tot er is betaald.

Voorbeelden van roerende zaken:

  • Auto’s bij garages
  • Fietsen bij reparatiebedrijven
  • Machines en apparatuur
  • Documenten en administratie

Bij een auto mag de garage het retentierecht uitoefenen door het voertuig niet terug te geven aan de eigenaar. De garage mag de auto wel stallen, maar niet zelf gebruiken.

Een fiets die voor reparatie is aangeboden, kan worden vastgehouden tot de kosten zijn betaald. Dit geldt trouwens ook voor andere roerende zaken die voor onderhoud of bewerking zijn afgegeven.

Het retentierecht op roerende zaken eindigt wanneer de zaak uit de macht van de schuldeiser komt. Het is dus belangrijk om de controle over de zaak te behouden.

Retentierecht op onroerende zaken

Het retentierecht op onroerende zaken zie je vooral in de bouw. Aannemers kunnen hun recht uitoefenen op gebouwen of bouwwerken.

Een aannemer kan het retentierecht uitoefenen door bijvoorbeeld:

  • Sleutels niet overhandigen
  • Bouwkeet op het terrein laten staan
  • Hekken plaatsen en afsluiten
  • Duidelijke borden ophangen

De aannemer moet de feitelijke macht over het bouwwerk houden. Hij bepaalt wie er naar binnen mag en wie niet.

Registratie in openbare registers

Bij onroerende zaken registreren ze het retentierecht vaak in het Kadaster. Zo weten derden ook dat het recht bestaat en is de aannemer beter beschermd.

Het retentierecht geeft de aannemer voorrang op andere schuldeisers, zelfs bij faillissement van de opdrachtgever.

Praktijkvoorbeelden

Garage en auto-onderhoud:
Een garage repareert een auto voor €800. De eigenaar weigert te betalen en wil zijn auto terug. De garage mag de auto vasthouden tot er is betaald.

Aannemer en bouwproject:
Een aannemer bouwt een garage, maar krijgt geen betaling voor €25.000 aan facturen. Hij mag de garage afsluiten met hekken en waarschuwingsborden plaatsen.

Administratiekantoor:
Een boekhouder houdt de administratie van een klant vast wegens onbetaalde facturen van €1.200. De administratie is een roerende zaak waarop het retentierecht geldt.

Belangrijke waarschuwing: Het retentierecht moet wel proportioneel zijn. Bij kleine bedragen kunnen de gevolgen voor de schuldenaar zwaarder zijn dan de vordering waard is.

Werking en gevolgen van het retentierecht

Het retentierecht werkt zodra iemand een zaak onder zich heeft én een vordering heeft. Hoe lang het duurt, hangt af van de betaling en of de schuldeiser de zaak in handen houdt.

Duur en einde van het recht

Het retentierecht duurt zolang de schuldeiser de zaak onder zich houdt. Betaalt de schuldenaar volledig? Dan eindigt het recht automatisch.

Het recht stopt ook in andere gevallen:

  • Als de zaak vrijwillig wordt teruggegeven
  • Bij verlies van de feitelijke macht over de zaak
  • Als de vordering wordt kwijtgescholden

Neemt de schuldenaar de zaak onrechtmatig terug, bijvoorbeeld met een reservesleutel? Dan verliest de schuldeiser het recht niet.

De schuldeiser mag de zaak dan weer opeisen. Het retentierecht herleeft zodra hij de zaak weer onder zich krijgt.

Verhaalsrecht en voorrang

Het retentierecht geeft geen verhaalsrecht op de zaak zelf. De schuldeiser mag de zaak niet verkopen om zijn geld te krijgen.

Hij mag alleen de afgifte weigeren tot er is betaald. Het retentierecht heeft wel voorrang op andere rechten, ook tegenover pand- en hypotheekhouders die later zijn ontstaan.

Bij faillissement blijft het recht staan:

  • De curator moet eerst betalen voor afgifte
  • Het recht gaat voor op andere schuldeisers
  • De nakoming kan niet worden afgedwongen zonder betaling

Kenbaarheid en registratie

Voor het retentierecht geldt geen registratieplicht. Het ontstaat automatisch als je een zaak onder je hebt en er een vordering is.

De schuldeiser hoeft het recht niet actief bekend te maken. Het is genoeg dat hij de afgifte van een zaak weigert en duidelijk maakt dat er een vordering is.

Bij onroerende zaken is registratie wel slim. Zo voorkom je discussies over het bestaan en de omvang van het recht. Registratie gebeurt dan in de openbare registers.

Retentierecht in faillissement

Gaat een schuldenaar failliet? Het retentierecht van schuldeisers blijft meestal gewoon bestaan.

De curator krijgt dan wel specifieke bevoegdheden, wat gevolgen heeft voor iedereen die erbij betrokken is.

Positie van de curator

De curator heeft twee hoofdopties als een goed bij een schuldeiser met retentierecht ligt.

Hij kan de vordering van de schuldeiser volledig betalen. De schuldeiser krijgt dan zijn geld en moet het goed afstaan aan de boedel.

Of de curator eist het goed op en verkoopt het. De schuldeiser krijgt dan voorrang op de verkoopopbrengst.

Toch is dat laatste niet altijd gunstig voor de schuldeiser. Hij moet namelijk delen in de faillissementskosten.

Die kosten kunnen flink oplopen, waardoor de schuldeiser soms alsnog met lege handen achterblijft, ondanks zijn retentierecht.

De keuze tussen deze opties ligt helemaal bij de curator. Die bepaalt wat het beste is voor de faillissementsboedel.

Beperkingen en rechten tegenover derden

Schuldeisers met retentierecht mogen de curator een redelijke termijn stellen om te kiezen.

Die termijn moet wel heel duidelijk en concreet zijn. Uit rechtspraak blijkt dat vage verzoeken niet genoeg zijn.

Een e-mail waarin je vraagt naar de plannen van de curator geldt niet als geldige termijn. Je moet echt een harde deadline noemen.

Reageert de curator niet binnen de gestelde termijn? Dan mag de schuldeiser het goed zelf verkopen, maar alleen als hij zich aan de wettelijke regels houdt.

Tot die termijn mag de schuldeiser het goed niet verkopen. Doet hij dat toch, dan handelt hij onrechtmatig tegenover de boedel en kan hij schadeplichtig zijn.

Het retentierecht kun je ook uitoefenen tegen derden die rechten op het goed claimen, zolang je aan de wettelijke eisen voldoet.

Gevolgen voor betrokken partijen

Voor schuldeisers brengt faillissement aanzienlijke risico’s met zich mee, ook bij retentierecht. De praktijk laat zien dat de wettelijke regeling niet altijd in hun voordeel werkt.

Als de curator kiest voor opeising en verkoop, kunnen faillissementskosten de opbrengst flink drukken. Dit risico speelt vooral bij goederen met een wat lagere waarde.

Snelle actie is essentieel voor schuldeisers. Ze moeten de curator direct na het faillissement benaderen en duidelijke termijnen stellen.

Wachten? Dat kan zomaar betekenen dat je je rechten kwijtraakt.

De curator krijgt door deze regeling veel speelruimte. Hij kan dure procedures vermijden door gewoon vorderingen te betalen, of juist goederen opeisen als dat meer oplevert.

Voor andere schuldeisers in de boedel betekent het retentierecht soms dat er minder geld overblijft. Dit speelt vooral als de curator besluit vorderingen volledig te voldoen.

Veelgestelde Vragen

Het retentierecht roept vaak vragen op over de juiste toepassing en gevolgen. De belangrijkste aandachtspunten zijn de wettelijke voorwaarden, praktische situaties waarin het recht geldt, en de risico’s bij verkeerd gebruik.

Wat zijn de wettelijke vereisten om een retentierecht uit te oefenen?

Voor het uitoefenen van een retentierecht gelden drie hoofdvereisten. De schuldeiser moet een opeisbare vordering hebben, waarbij de betalingstermijn is verstreken.

Er moet voldoende samenhang bestaan tussen de vordering en de zaak die wordt achtergehouden. Die samenhang houdt in dat de vordering direct verband houdt met het betreffende goed.

De schuldeiser moet feitelijke macht over de zaak uitoefenen. Dit moet voor derden zichtbaar zijn.

In welke situaties kan een retentierecht rechtsgeldig worden ingeroepen?

Het retentierecht zie je vaak in de bouw: aannemers houden het werk vast tot betaling volgt. Garagehouders doen hetzelfde met gerepareerde auto’s totdat de rekening betaald is.

Ook in andere branches waar goederen worden bewerkt of gerepareerd, kan het recht gelden. Zolang de dienstverlener nog feitelijke macht over het goed heeft, mag hij het vasthouden.

Het recht vervalt zodra de zaak weer bij de eigenaar is. Bij onrechtmatige terugname kan het retentierecht trouwens opnieuw gaan gelden.

Welke gevolgen heeft het activeren van een retentierecht voor de betrokken partijen?

Voor de schuldenaar betekent het retentierecht dat hij zijn eigendom niet terugkrijgt tot betaling. Dat zet druk om de openstaande facturen te betalen.

De schuldeiser krijgt hierdoor een sterkere onderhandelingspositie en meer zekerheid dat hij z’n geld ontvangt. Zelfs bij faillissement van de schuldenaar blijft het recht bestaan.

Beide partijen moeten rekening houden met de kosten van opslag en onderhoud tijdens de retentieperiode. Die kosten kunnen de oorspronkelijke vordering verhogen.

Hoe verhoudt het retentierecht zich tot andere zekerheidsrechten zoals pandrecht of hypotheek?

Het retentierecht hoort bij de zakelijke zekerheidsrechten, maar werkt anders dan pandrecht of hypotheek. Je hebt geen notariële akte of inschrijving nodig voor retentierecht.

Het recht ontstaat vanzelf als je aan de wettelijke eisen voldoet. Dat maakt het een stuk laagdrempeliger dan andere zekerheidsrechten waar je allerlei formaliteiten voor moet regelen.

Als er meerdere zekerheidsrechten samenkomen, krijgt het retentierecht vaak voorrang. Zeker bij vorderingen die direct samenhangen met het achtergehouden goed.

Welke stappen moeten ondernomen worden om een retentierecht op te heffen?

Het retentierecht stopt automatisch zodra de vordering volledig is betaald. De schuldeiser moet het goed dan direct afgeven.

Wil je gedwongen verkopen? Dan moet je eerst via de rechter een executoriale titel halen. Daarna kan een deurwaarder beslag leggen op het goed.

De verkoop gebeurt meestal via een openbare veiling, tenzij de rechter onderhandse verkoop toestaat. Met de opbrengst wordt de openstaande vordering afgelost.

Wat zijn de risico’s voor een schuldeiser bij het onrechtmatig gebruik van een retentierecht?

Als je het retentierecht onterecht uitoefent, kun je zomaar een schadevergoeding moeten betalen aan de eigenaar. Dat gebeurt als je niet voldoet aan de wettelijke eisen.

Je loopt dan ook het risico dat de eigenaar claims indient voor gederfde winst. Extra kosten die de eigenaar maakt, kunnen ook op jou verhaald worden.

Rechtszaken over de rechtmatigheid van het retentierecht brengen bovendien vaak nog meer kosten met zich mee. Het kan allemaal snel oplopen.

Vergeet daarnaast niet dat als je niet goed zorgt voor de achtergehouden zaak, je aansprakelijk gesteld kunt worden. Denk aan schade door slechte opslag of verwaarlozing; dat valt gewoon onder jouw verantwoordelijkheid.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl