Gepubliceerd op 9 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Verjaring van vorderingen betekent dat een schuldeiser de nakoming van zijn vordering na verloop van tijd niet meer via de rechter kan afdwingen. De hoofdregel staat in artikel 3:306 BW: wie geen kortere termijn kan aanwijzen, heeft twintig jaar. In de praktijk geldt echter meestal de termijn van vijf jaar uit de artikelen 3:307 tot en met 3:311 BW. Verjaring laat de schuld zelf bestaan; alleen de afdwingbaarheid verdwijnt.
Inhoudsopgave
Wat houdt verjaring van vorderingen in?
Verjaring is de rechtsfiguur die een einde maakt aan de mogelijkheid om nakoming af te dwingen. Zij bestaat om twee redenen. De eerste is bewijs: na jaren zijn e-mails gewist, medewerkers vertrokken en herinneringen vervaagd, waardoor een schuldenaar zich niet meer behoorlijk kan verweren. De tweede is rechtszekerheid: op enig moment moet duidelijk zijn dat een oud dossier gesloten is.
Belangrijk is dat de verbintenis niet verdwijnt. Een verjaarde vordering wordt op grond van artikel 6:3 BW een natuurlijke verbintenis: een rechtens niet-afdwingbare verplichting die wel bestaat. Dat heeft een concreet gevolg. Betaalt de schuldenaar toch, ook zonder te weten dat de vordering verjaard was, dan is dat geen onverschuldigde betaling en kan hij het bedrag niet terugvorderen.
De rechter mag verjaring bovendien niet uit zichzelf toepassen. Artikel 3:322 BW bepaalt dat de rechter het middel van verjaring niet ambtshalve toepast: de schuldenaar moet er een beroep op doen. Wie gedagvaard wordt voor een oude vordering en het verweer vergeet, wordt gewoon veroordeeld. Datzelfde artikel bepaalt dat afstand van verjaring pas mogelijk is nadat de verjaring is voltooid; vooraf afspreken dat men zich er niet op zal beroepen, kan niet.
Verwar verjaring niet met verval. Een vervaltermijn doet het recht zelf tenietgaan, wordt door de rechter wél ambtshalve toegepast en kan niet worden gestuit of verlengd. Denk aan de termijn van twee maanden om een ontslag aan te vechten of aan de termijn voor het instellen van hoger beroep. Wat het verschil in de praktijk betekent, werken wij uit in ons artikel over wat een vordering is en hoe verjaring, stuiting en rente samenhangen.
Welke verjaringstermijnen kent de wet?
De algemene termijn is twintig jaar. Artikel 3:306 BW bepaalt dat een rechtsvordering verjaart door verloop van twintig jaren, tenzij de wet anders bepaalt. Die restcategorie is kleiner dan zij lijkt, want voor de meest voorkomende vorderingen heeft de wetgever wel iets anders bepaald.
De belangrijkste bijzondere termijn is die van vijf jaar. Artikel 3:307 BW geldt voor de nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen, dus voor de onbetaalde factuur en de niet-geleverde prestatie. Artikel 3:308 BW geldt voor periodieke betalingen zoals rente, huur, pacht, dividend en loon; elke afzonderlijke termijn verjaart daarbij afzonderlijk, zodat een huurachterstand langzaam van achteren af verdampt. Artikel 3:309 BW ziet op onverschuldigde betaling, artikel 3:310 BW op schadevergoeding en boete, en artikel 3:311 BW op ontbinding wegens een tekortkoming.
Bij de meeste vijfjaarstermijnen hoort een absolute grens van twintig jaar. Bij schadevergoeding bijvoorbeeld verjaart de vordering hoe dan ook twintig jaar na de schadeveroorzakende gebeurtenis, ook als de benadeelde van niets wist. Voor schade door verontreiniging van lucht, water of bodem en door gevaarlijke stoffen geldt in plaats daarvan een absolute termijn van dertig jaar.
Daarnaast kent de wet korte, bijzondere termijnen. De bekendste is die van artikel 7:23 BW bij consumentenkoop van een roerende zaak: de koper moet binnen bekwame tijd klagen, waarbij een kennisgeving binnen twee maanden na ontdekking in elk geval tijdig is, en de rechtsvordering verjaart vervolgens twee jaar na die kennisgeving. Let op dat deze tweemaandenregel niet geldt bij de koop van een woning; daar blijft de maatstaf de bekwame tijd van artikel 7:23 BW zonder vaste termijn. Hoe dat uitpakt bij een gebrekkige auto, leest u in ons artikel over uw rechten na de aankoop van een tweedehands auto.
Tot slot de vordering die op een vonnis berust. Hebt u een veroordeling in handen, dan verjaart de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging op grond van artikel 3:324 BW pas na twintig jaar. Het vonnis vervangt daarmee de oorspronkelijke, vaak veel kortere termijn. Dat is precies waarom het lonend kan zijn om een oude vordering nog snel in rechte vast te laten stellen voordat zij verjaart.
Wanneer begint de verjaringstermijn te lopen?
De hoofdregel voor de vijfjaarstermijn van artikel 3:307 BW staat in artikel 3:313 BW: de termijn begint op de dag na die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Stuurt u een factuur met een betaaltermijn van dertig dagen, dan is de vordering opeisbaar op de dag na het verstrijken van die dertig dagen, en begint de verjaring de dag daarna te lopen. Is geen betaaltermijn afgesproken, dan is de vordering in beginsel direct opeisbaar.
Bij een verbintenis die pas na opeising moet worden nagekomen, zoals een lening zonder aflossingsschema, begint de termijn te lopen op de dag na die waarop de schuldeiser heeft opgeëist. De wet zet daar wel een grens op: hoe dan ook verjaart de vordering twintig jaar nadat zij is ontstaan, ook als er nooit is opgeëist.
Voor schadevergoeding geldt een subjectieve start. Artikel 3:310 BW laat de vijfjaarstermijn pas lopen op de dag na die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon daadwerkelijk bekend is geworden. Daadwerkelijk bekend betekent volgens vaste rechtspraak: voldoende zekerheid hebben om een vordering in te stellen, niet slechts een vermoeden. Ontdekt u pas na acht jaar dat een constructiefout de oorzaak van scheuren is, dan begint de termijn pas op dat moment, binnen de absolute grens van twintig jaar.
Het startmoment verschilt dus per soort vordering, en dat maakt het bepalen ervan de eerste en belangrijkste stap. Bij een huurachterstand heeft iedere maandtermijn een eigen startdatum. Bij een verborgen gebrek in een geleverde zaak begint de termijn niet bij de levering maar bij de ontdekking. Bij een boete uit een contract loopt de termijn vanaf de bekendheid met de overtreding. Wie de startdatum verkeerd kiest, rekent zich rijk of laat een vordering onnodig verlopen.
Hoe stuit u de verjaring van een vordering?
Stuiting onderbreekt de lopende termijn en laat een nieuwe termijn beginnen. De wet kent drie manieren. De eerste is een daad van rechtsvervolging: artikel 3:316 BW noemt het instellen van een eis en iedere andere daad van rechtsvervolging door de schuldeiser. Het uitbrengen van een dagvaarding of het indienen van een verzoekschrift stuit dus, mits de procedure ook tot een toewijzing leidt of tijdig wordt voortgezet; wordt de zaak ingetrokken of afgewezen, dan geldt de stuiting onder voorwaarden alsnog niet.
De tweede en in de praktijk meest gebruikte manier staat in artikel 3:317 BW: een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 24 november 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0418) verduidelijkt dat de mededeling voor de schuldenaar voldoende duidelijk moet maken waartegen hij zich eventueel heeft te verweren en dat hij er rekening mee moet houden dat hij de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal.
Een bruikbare stuitingsbrief benoemt daarom concreet om welke vordering het gaat, met bedrag, factuurnummer of contract, en bevat de uitdrukkelijke mededeling dat de schuldeiser zich zijn recht op nakoming ondubbelzinnig voorbehoudt. Een vrijblijvende herinnering of een aanbod om er samen uit te komen is dat niet. Bewijs van ontvangst is minstens zo belangrijk als de inhoud: verstuur aangetekend of vraag om een schriftelijke bevestiging, want de schuldeiser moet aantonen dat de mededeling de schuldenaar heeft bereikt.
De derde manier komt van de schuldenaar zelf. Artikel 3:318 BW bepaalt dat erkenning van het recht van de schuldeiser de verjaring stuit. Een betaling van een deel van de schuld, een voorstel voor een betalingsregeling of een e-mail waarin om uitstel wordt gevraagd, zijn allemaal erkenningen. Voor een schuldenaar die zich op verjaring wil beroepen, is dat een valkuil: één zin waarin de schuld wordt bevestigd, zet de teller weer op nul.
Hoe lang loopt de nieuwe termijn na stuiting?
Na stuiting begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Artikel 3:319 BW bepaalt dat die nieuwe termijn gelijk is aan de oorspronkelijke, maar niet langer dan vijf jaar. Voor een vordering met een termijn van twintig jaar betekent stuiting dus dat er daarna nog vijf jaar resteert; voor de gewone vijfjaarsvordering begint de vijf jaar opnieuw.
Op die regel bestaat een belangrijke uitzondering. Leidt de stuiting door een daad van rechtsvervolging tot een onherroepelijke toewijzing van de vordering, dan geldt de twintigjaarstermijn van artikel 3:324 BW voor de tenuitvoerlegging van die uitspraak. Ook die executieverjaring kan worden gestuit, onder meer door betekening van het vonnis of door een daad van tenuitvoerlegging.
Naast stuiting kent de wet verlenging. Artikel 3:321 BW noemt een aantal gronden waarop de verjaring niet voltooid kan worden, bijvoorbeeld tussen echtgenoten of geregistreerde partners tijdens het huwelijk, tussen een wettelijke vertegenwoordiger en degene die hij vertegenwoordigt, en wanneer de schuldenaar het bestaan van de schuld opzettelijk verborgen houdt. Bestaat zo-n grond, dan loopt de verjaringstermijn op grond van artikel 3:320 BW door tot zes maanden nadat de grond is weggevallen.
Wilt u zeker zijn dat een vordering blijft leven, houd dan een eenvoudige agenda bij: startdatum, termijn, datum van iedere stuiting en de nieuwe einddatum. Stuit ruim vóór de einddatum en niet in de laatste week, want de bewijslast van tijdige ontvangst ligt bij u. Bij een groot debiteurenbestand is een halfjaarlijkse controle op naderende verjaringen goedkoper dan één afgeschreven vordering.
Wat zijn de gevolgen van een voltooide verjaring?
Zodra de verjaring is voltooid en de schuldenaar zich erop beroept, wijst de rechter de vordering af. De schuldeiser kan geen betaling meer afdwingen, geen beslag meer leggen op grond van die vordering en de schuld niet meer als drukmiddel gebruiken. De vordering blijft als natuurlijke verbintenis bestaan, maar zonder rechtsingang.
Nevenvorderingen delen het lot van de hoofdvordering. Artikel 3:312 BW bepaalt dat met de hoofdvordering ook de rechtsvordering tot betaling van de daarbij behorende rente, boete en kosten verjaart. Andersom kan de rente al eerder zijn verjaard: rente is een periodieke betaling in de zin van artikel 3:308 BW, zodat rentetermijnen van meer dan vijf jaar oud vaak niet meer opeisbaar zijn terwijl de hoofdsom nog wel afdwingbaar is.
Bij zekerheden ligt het anders dan vaak wordt gedacht. Artikel 3:323 BW bepaalt dat een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis waarvoor een recht van pand of hypotheek is gevestigd, niet verjaart voordat twintig jaar zijn verstreken. Een hypothecaire lening kent dus een lange termijn, en dat is de reden dat banken oude hypotheekschulden nog kunnen innen. Gaat het zekerheidsrecht teniet, bijvoorbeeld doordat de woning is verkocht en geleverd, dan wordt de restschuld een gewone vordering waarvoor de termijn van vijf jaar geldt. Dat onderscheid is voor restschulden na een gedwongen verkoop van groot belang.
Verrekening blijft daarentegen mogelijk. Ook nadat een vordering is verjaard, kan de schuldeiser haar op grond van artikel 6:131 BW nog gebruiken om te verrekenen met een tegenvordering, mits de vordering vóór de verjaring al voor verrekening vatbaar was. De verjaring sluit dus de weg naar de rechter af, maar niet elke route.
Verjaring bij zakelijke vorderingen en incasso
Voor ondernemers is de vijfjaarstermijn van artikel 3:307 BW de maat van alle dingen. Een openstaande factuur verjaart vijf jaar na de dag waarop zij opeisbaar werd. Dat lijkt ruim, maar in dossiers die jarenlang op de stapel blijven liggen, met wisselende contactpersonen en een debiteur die telkens uitstel vraagt, gaat het vaker mis dan gedacht. Leg daarom vast wanneer u aanmaande, wat er is toegezegd en wanneer betaald is.
Betaalt een debiteur een deel van de openstaande post, dan is dat een erkenning en begint een nieuwe termijn van vijf jaar. Vraagt hij om een regeling, hetzelfde. Blijft het stil, dan is een aangetekende stuitingsbrief het goedkoopste instrument dat u hebt. Levert dat niets op, dan is dagvaarden de volgende stap; bij een buitenlandse debiteur binnen de Europese Unie kan de Europese betalingsbevelprocedure een snellere route zijn.
Let op de wisselwerking met andere termijnen. De klachtplicht van artikel 6:89 BW verplicht de schuldeiser om binnen bekwame tijd te protesteren nadat hij een gebrek in de prestatie heeft ontdekt of had moeten ontdekken; verzuimt hij dat, dan verliest hij zijn rechten los van de verjaring. In veel geschillen sneuvelt een vordering dus niet op de verjaring maar op de klachtplicht, of andersom, en het is zaak beide termijnen tegelijk in de gaten te houden.
Verjaring speelt bovendien niet alleen bij geld. Ook een vordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand of tot beëindiging van een inbreuk kent een termijn, en verjaring kan zelfs tot verkrijging van eigendom leiden. Hoe dat werkt bij een stuk grond dat jarenlang in gebruik is bij de buurman, behandelen wij in ons artikel over verjaring van de erfgrens. In het strafrecht gelden weer eigen termijnen, waarover u meer leest in ons artikel over de verjaringstermijnen in het strafrecht.
Verjaring van vorderingen van en aan de overheid
Voor geldschulden die uit een besluit voortvloeien geldt niet Boek 3 BW maar de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 4:104 Awb bepaalt dat de rechtsvordering tot betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld verjaart vijf jaar nadat de voorgeschreven betalingstermijn is verstreken. Dat raakt subsidies die worden teruggevorderd, bestuurlijke boetes, leges en dwangsommen.
De stuitingsregels wijken eveneens af. Een bestuursorgaan kan de verjaring niet alleen stuiten door een daad van rechtsvervolging of een erkenning, maar op grond van artikel 4:106 Awb ook door een aanmaning, een beschikking tot verrekening of een dwangbevel. Dat maakt de positie van de overheid als schuldeiser sterker dan die van een gewone crediteur: waar u een aangetekende brief met een ondubbelzinnig voorbehoud nodig hebt, volstaat voor een bestuursorgaan een aanmaning.
Voor belastingschulden geldt weer een eigen regeling. Artikel 27 van de Invorderingswet 1990 bepaalt dat het recht tot dwanginvordering van een belastingaanslag verjaart door verloop van vijf jaren na de dag waarop de aanslag geheel invorderbaar is geworden. Die termijn wordt verlengd zolang uitstel van betaling loopt of de invordering wordt belemmerd. Ontvangt u een aanmaning voor een oude aanslag, ga dan niet af op de gewone vijfjaarsregel maar reken de verlengingsgronden mee.
Voor het invorderen van verkeersboetes en andere sancties gelden aparte termijnen uit de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en het Wetboek van Strafrecht. Dat is een ander stelsel dan de civiele verjaring van Boek 3 BW, met eigen termijnen en eigen stuitingsgronden. Reken een sanctie of boete dus nooit door met de vijfjaarsregel van artikel 3:307 BW: dat leidt bijna altijd tot de verkeerde uitkomst, en de invordering kan aanzienlijk langer doorlopen dan u op grond van het civiele recht zou verwachten.
Verjaring bij faillissement en schuldsanering
Gaat uw debiteur failliet, dan verandert de route maar niet de termijn. U meldt uw vordering aan bij de curator ter verificatie; daarmee stelt u uw aanspraak veilig en voorkomt u dat de termijn ongemerkt doorloopt. Wordt de vordering erkend en op de lijst van erkende schuldeisers geplaatst, dan levert het proces-verbaal van de verificatievergadering na het einde van het faillissement een executoriale titel op voor het onbetaald gebleven deel.
Eindigt het faillissement bij gebrek aan baten, dan herleeft uw vordering voor het onvoldane deel en kunt u opnieuw verhaal zoeken. Ook dan blijft verjaring een aandachtspunt: de termijn loopt door en moet zo nodig opnieuw worden gestuit. Bij een rechtspersoon die na het faillissement wordt ontbonden, is dat vaak een academische exercitie, maar bij een natuurlijke persoon of bij een bestuurder tegen wie u een aansprakelijkheidsvordering hebt, is het dat niet.
Bij de wettelijke schuldsaneringsregeling ligt het anders. Wordt de regeling met een schone lei beëindigd, dan zijn de vorderingen die onder de sanering vielen niet langer afdwingbaar en resteert ook hier een natuurlijke verbintenis. De regeling duurt sinds 1 juli 2023 in beginsel achttien maanden. Wat een schuldeiser daarna nog kan doen, hangt vooral af van zekerheden en van vorderingen die buiten de regeling zijn gebleven; wij bespreken dat in ons artikel over verhaalsmogelijkheden na de schone lei.
Termijnbewaking in de praktijk
De meeste verjaringsproblemen ontstaan niet door onbekendheid met de wet maar door administratie. Leg bij elke vordering drie gegevens vast: de datum waarop zij opeisbaar werd, de toepasselijke termijn en de uiterste datum. Voeg daar de datum van elke stuiting en de daaruit volgende nieuwe einddatum aan toe. Een eenvoudig overzicht met die vier kolommen voorkomt in de praktijk meer schade dan welke juridische kennis ook.
Plan de controle ruim. Wie pas in de laatste maand stuit, loopt tegen bewijsproblemen aan wanneer de brief niet aankomt of het adres verouderd is. Controleer daarom vóór verzending het adres in het handelsregister of de basisregistratie, verstuur aangetekend én per e-mail, en bewaar de verzendbewijzen bij het dossier. De bewijslast dat de mededeling de schuldenaar heeft bereikt, ligt bij u.
Voor de schuldenaar geldt de omgekeerde discipline. Bewaar oude facturen, betalingsbewijzen en correspondentie langer dan u geneigd bent te doen, want een verjaringsverweer valt of staat met de vraag wanneer de vordering opeisbaar werd en of er tussentijds is gestuit. Reageer nooit inhoudelijk op een oude aanmaning zonder eerst te controleren of de vordering nog leeft: één toezegging is genoeg om vijf jaar aan de teller toe te voegen.
Veelgestelde vragen over verjaring van vorderingen
Kan een schuldeiser een verjaarde vordering blijven aanmanen?
Aanmanen mag, innen via de rechter niet. Omdat de vordering als natuurlijke verbintenis blijft bestaan, is het versturen van een herinnering op zichzelf niet onrechtmatig. Wel wordt het dat wanneer de schuldeiser dreigt met maatregelen die hij niet meer kan nemen, zoals beslag of een gerechtelijke procedure, terwijl hij weet dat de vordering verjaard is. Reageer in dat geval schriftelijk met een uitdrukkelijk beroep op verjaring en bewaar dat bericht.
Moet ik zelf een beroep op verjaring doen?
Ja. Artikel 3:322 BW verbiedt de rechter om verjaring ambtshalve toe te passen. Voert u het verweer niet, dan wordt de vordering behandeld alsof zij nog gewoon afdwingbaar is. Voer het beroep op verjaring daarom al in de conclusie van antwoord, samen met uw overige verweren.
Geldt een betalingsregeling als erkenning?
Ja. Het aanbieden of aangaan van een betalingsregeling is een erkenning van het recht van de schuldeiser in de zin van artikel 3:318 BW en stuit de verjaring. Datzelfde geldt voor een deelbetaling en voor een verzoek om uitstel. Twijfelt u of een oude vordering al verjaard is, doe dan eerst die controle voordat u iets toezegt.
Verjaart een loonvordering ook na vijf jaar?
Ja. Loon is een periodieke betaling en valt daarmee onder artikel 3:308 BW, met een termijn van vijf jaar per loontermijn. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt eveneens vijf jaar; de wettelijke vakantiedagen vervallen al zes maanden na afloop van het opbouwjaar op grond van artikel 7:640a BW. Dat verschil verklaart waarom oude verlofsaldi vaak maar gedeeltelijk kunnen worden uitbetaald.
Wat is het verschil tussen verjaring en verval?
Bij verjaring blijft de verbintenis bestaan maar verdwijnt de mogelijkheid om nakoming via de rechter af te dwingen; de schuldenaar moet zich er zelf op beroepen, en de termijn kan worden gestuit en verlengd. Bij een vervaltermijn gaat het recht zelf teniet, past de rechter de termijn ambtshalve toe en is stuiting niet mogelijk. De termijn van twee maanden om een ontslag aan te vechten en de beroepstermijnen in het procesrecht zijn vervaltermijnen.
Verjaart een vordering die in een vonnis is vastgelegd ook?
Ja, maar veel later. Artikel 3:324 BW geeft twintig jaar voor de tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak, gerekend vanaf de dag na de uitspraak. Ook die termijn kan worden gestuit, bijvoorbeeld door betekening van het vonnis of door een executiehandeling van de deurwaarder. Voor termijnen die pas na de uitspraak opeisbaar worden, zoals doorlopende rente, gelden kortere termijnen.
Kan ik afspreken dat een partij zich niet op verjaring beroept?
Vooraf niet. Artikel 3:322 BW bepaalt dat afstand van verjaring pas kan worden gedaan nadat de verjaring is voltooid. Wat wel kan, is een afspraak waarin de schuldenaar erkent dat de vordering bestaat; dat werkt als stuiting en levert een nieuwe termijn op. In langlopende onderhandelingen is zo-n erkenning vaak de praktische oplossing.
Hulp bij een dreigende of ingeroepen verjaring
Verjaring is een kwestie van data. Het bepalen van het startmoment, het kiezen van de juiste termijn en het tijdig en bewijsbaar stuiten zijn de drie punten waarop dossiers stuklopen. Voor een schuldenaar geldt het spiegelbeeld: een verjaringsverweer is vaak het snelste en goedkoopste verweer dat er is, maar het moet wel uitdrukkelijk worden gevoerd.
De advocaten civiel recht van Law & More beoordelen of uw vordering nog afdwingbaar is, stellen een sluitende stuitingsbrief op en voeren waar nodig het verjaringsverweer in een procedure. Loopt er een termijn af of hebt u een aanmaning ontvangen voor een oude schuld, neem dan contact met ons op voordat u iets toezegt.