Gepubliceerd op 31 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Het openbaar ministerie kan een strafbaar feit na drie jaar (overtredingen) tot twintig jaar (zware misdrijven) niet meer vervolgen; misdrijven waarop twaalf jaar gevangenisstraf of meer staat, verjaren helemaal niet (artikel 70 Sr). Elke daad van vervolging stuit de verjaring, zodat er een nieuwe termijn gaat lopen.
De lengte van de termijn hangt af van de maximale straf die de wet op het feit stelt, niet van de straf die de rechter in uw zaak zou opleggen. Hieronder leest u welke termijn geldt, wanneer die begint te lopen en wat het gevolg is als een zaak verjaard is.
Inhoudsopgave
Wat betekent verjaring in het strafrecht?
Verjaring betekent dat het recht om een verdachte te vervolgen vervalt. Is een feit verjaard, dan verklaart de rechter het openbaar ministerie niet-ontvankelijk en eindigt de zaak zonder inhoudelijk oordeel.
Verjaring dient drie doelen. Een verdachte hoort niet eindeloos in onzekerheid te leven. Justitie wordt gedwongen om voortvarend te werken. En na jaren vervagen herinneringen en verdwijnen sporen, waardoor een eerlijk proces moeilijker wordt.
Verjaring van de strafvervolging is iets anders dan verjaring van een straf die al onherroepelijk is opgelegd; die tenuitvoerlegging kent een eigen regeling. Het is ook iets anders dan de verjaring van een geldvordering tussen burgers. Die civiele verjaring gaat over vorderingen tussen partijen, de strafrechtelijke verjaring over het vervolgingsrecht van de Staat.
Welke verjaringstermijnen gelden?
Artikel 70 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht kent vier termijnen. Beslissend is de maximale straf die in de wet op het feit staat.
- Drie jaar voor alle overtredingen.
- Zes jaar voor misdrijven waarop een geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar staat.
- Twaalf jaar voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van meer dan drie jaar staat.
- Twintig jaar voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer staat.
Voor misdrijven waarop twaalf jaar gevangenisstraf of meer staat, geldt volgens artikel 70 lid 2 Sr geen verjaring. Dat geldt ook voor een reeks zedenmisdrijven, zoals verkrachting en seksueel misbruik, als het slachtoffer jonger dan achttien jaar was.
Welke termijn geldt voor bekende delicten?
Diefstal, oplichting en witwassen verjaren na twaalf jaar, zware mishandeling na twintig jaar en moord en doodslag nooit. Een paar voorbeelden maken dit concreet. De genoemde maximumstraffen zijn die voor de basisvorm van het delict; bij verzwarende omstandigheden kan een hogere straf en dus een langere termijn gelden.
- Zes jaar: eenvoudige mishandeling (artikel 300 Sr, maximaal drie jaar), vernieling (artikel 350 Sr) en verduistering (artikel 321 Sr).
- Twaalf jaar: diefstal (artikel 310 Sr, maximaal vier jaar), diefstal met braak zoals een woninginbraak (artikel 311 Sr), oplichting (artikel 326 Sr) en witwassen (artikel 420bis Sr).
- Twintig jaar: zware mishandeling (artikel 302 Sr, maximaal acht jaar), gewoontewitwassen (artikel 420ter Sr) en diefstal met geweld (artikel 312 lid 1 Sr).
- Geen verjaring: moord, doodslag, verkrachting en de zwaardere vormen van diefstal met geweld, zoals een overval in vereniging (artikel 312 lid 2 Sr).
Veel mensen denken dat een eenvoudige winkeldiefstal na zes jaar verjaart. Dat klopt niet: op diefstal staat maximaal vier jaar, dus geldt een termijn van twaalf jaar. In de praktijk wordt zo’n zaak meestal wel veel eerder afgedaan of geseponeerd.
Welke feiten verjaren nooit?
Misdrijven waarop twaalf jaar gevangenisstraf of meer staat, verjaren sinds 1 april 2013 niet meer. Voor misdrijven waarop levenslang staat, zoals moord, geldt dat al sinds 2006.
Daardoor kan het openbaar ministerie ook decennia later nog vervolgen, bijvoorbeeld als nieuw bewijs zoals een DNA-match boven water komt. Cold-caseteams maken daar regelmatig gebruik van. Hetzelfde geldt voor terroristische misdrijven waarop levenslang staat.
Voor internationale misdrijven geldt een aparte wet. Volgens de Wet internationale misdrijven verjaren genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven in beginsel niet. Dat sluit aan bij het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof.
Wanneer verjaren zedenmisdrijven tegen minderjarigen?
Voor een reeks zedenmisdrijven tegen kinderen, zoals verkrachting en seksueel misbruik van een persoon onder de achttien jaar, geldt volgens artikel 70 lid 2 Sr geen verjaring. Voor andere zedenmisdrijven tegen minderjarigen begint de termijn volgens artikel 71 Sr pas te lopen op de dag na de achttiende verjaardag van het slachtoffer.
Zo krijgt een slachtoffer dat als kind is misbruikt de tijd om als volwassene aangifte te doen. De artikelnummers van de zedenmisdrijven zijn gewijzigd door de Wet seksuele misdrijven, die op 1 juli 2024 in werking trad. Bij oudere zaken moet daarom worden nagegaan welke bepaling op het moment van het feit gold.
Wanneer begint de verjaringstermijn te lopen?
Volgens artikel 71 Sr begint de termijn op de dag na die waarop het feit is gepleegd. De wet kent daarop een paar uitzonderingen.
Bij valsheid in geschrift begint de termijn pas op de dag na het gebruik van het vervalste stuk. Bij de genoemde zedenmisdrijven tegen minderjarigen begint hij op de dag na de achttiende verjaardag van het slachtoffer. En bij bepaalde vrijheidsberovende misdrijven pas op de dag na de bevrijding of het overlijden van het slachtoffer.
Bij een feit dat langere tijd voortduurt, zoals het voorhanden hebben van een verboden wapen, begint de termijn in de regel pas als die toestand eindigt. Bij een reeks feiten verjaart elk feit afzonderlijk. Een oud feit kan dus al verjaard zijn, terwijl een recenter feit uit dezelfde reeks nog vervolgd kan worden.
Hoe stuit een daad van vervolging de verjaring?
Volgens artikel 72 lid 1 Sr stuit elke daad van vervolging de verjaring, ook tegenover andere betrokkenen dan de vervolgde. Na de stuiting begint een nieuwe, volledige termijn.
Een daad van vervolging is een handeling van het openbaar ministerie of de rechter die gericht is op vervolging. Denk aan het uitbrengen van een dagvaarding of een vordering van de officier van justitie aan de rechter-commissaris. Opsporingshandelingen van de politie, zoals een verhoor, gelden in de regel niet als daad van vervolging.
Een voorbeeld: een verdachte van zware mishandeling, waarop maximaal acht jaar staat, heeft te maken met een termijn van twintig jaar. Wordt hij na vijftien jaar gedagvaard, dan begint vanaf dat moment een nieuwe termijn van twintig jaar.
Kan het openbaar ministerie eindeloos blijven stuiten?
Nee. Volgens artikel 72 lid 2 Sr vervalt het recht tot strafvordering bij misdrijven in elk geval als, gerekend vanaf de oorspronkelijke start, twee keer de verjaringstermijn is verstreken.
In het voorbeeld van zware mishandeling kan het openbaar ministerie dus hooguit veertig jaar na het feit nog vervolgen, hoe vaak de verjaring ook is gestuit. Voor overtredingen geldt een eigen maximum.
Wanneer is de verjaring geschorst?
Volgens artikel 73 Sr schorst de schorsing van de vervolging vanwege een prejudicieel geschil de verjaring. Dat is een geschil over een vraag die eerst door een andere rechter moet worden beantwoord, bijvoorbeeld een civielrechtelijke vraag over eigendom.
Zolang de strafzaak om die reden stilligt, loopt de termijn niet door. Na afloop van het geschil loopt de resterende termijn verder. Dit komt in de praktijk weinig voor.
Welke termijn geldt na een wetswijziging?
Een verlenging van de verjaringstermijn geldt ook voor feiten die vóór de wijziging zijn gepleegd, zolang die op dat moment nog niet verjaard waren. Was een feit al verjaard, dan blijft het verjaard.
Verjaring wordt gezien als een regel van procesrecht en niet als onderdeel van de strafbaarheid. Het beginsel dat de voor de verdachte gunstigste strafbepaling geldt, is daarom niet van toepassing. Zo werden feiten waarop twaalf jaar of meer staat en die op 1 april 2013 nog niet verjaard waren, vanaf die datum onverjaarbaar. Bij een oud feit moet dus stap voor stap worden nagegaan welke termijn gold en of het feit al verjaard was toen de wet veranderde.
Wat is het gevolg als een feit verjaard is?
Is het feit verjaard, dan kan het openbaar ministerie niet meer vervolgen. Brengt het de zaak toch voor de rechter, dan verklaart die het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.
Voor de verdachte betekent dat: geen veroordeling en daarom ook geen nieuwe vermelding als veroordeling in de justitiële documentatie. Wat daar wel en niet in komt te staan, leest u in ons artikel over het strafblad en de justitiële documentatie.
Verjaring van de strafvervolging moet worden onderscheiden van overschrijding van de redelijke termijn. Duurt een strafzaak na het eerste officiële optreden te lang, dan leidt dat in beginsel tot strafvermindering, niet tot het einde van de zaak.
Kan het slachtoffer dan nog schadevergoeding krijgen?
Vaak wel. Een civiele vordering heeft eigen verjaringsregels, en volgens artikel 3:310 lid 4 BW verjaart een vordering tot schadevergoeding uit een misdrijf niet zolang het recht tot strafvordering nog niet is vervallen.
Loopt de strafzaak nog, dan kan het slachtoffer zich daarin voegen als benadeelde partij. Meer daarover leest u in ons artikel over schadevergoeding in de strafprocedure. Voor de afwikkeling van letselschade verwijzen wij naar een letselschadespecialist.
Waar let u als slachtoffer op?
Doe zo snel mogelijk aangifte en bewaar al het bewijs. Hoe eerder de politie kan beginnen, hoe kleiner de kans dat bewijs verloren gaat of dat de zaak verjaart.
Noteer bij de aangifte alle getuigen en bewaar foto’s, medische verklaringen en berichten op een veilige plek. Bij een klachtdelict, zoals smaad of belediging, moet u bovendien binnen drie maanden een klacht indienen; die termijn is veel korter dan de verjaringstermijn. Hoort u lange tijd niets, vraag dan bij het openbaar ministerie naar de stand van zaken. Besluit het openbaar ministerie niet te vervolgen, dan kunt u daarover een beklag indienen bij het gerechtshof.
- Doe bij een klachtdelict, zoals smaad of belediging, binnen drie maanden nadat u van het feit hoorde een klacht (artikel 66 Sr).
- Bewaar het bewijs van uw aangifte en het nummer van het proces-verbaal.
- Dien een beklag tegen een sepot in binnen drie maanden nadat u van die beslissing hoorde (artikel 12k Sv).
- Controleer of uw civiele vordering nog niet verjaard is; zolang het feit strafrechtelijk niet verjaard is, verjaart ook de schadevordering niet (artikel 3:310 lid 4 BW).
Waar let u als verdachte op?
Verjaring is een verweer dat de rechter ambtshalve moet toetsen, maar het loont om het zelf te controleren. Een fout in de aanvangsdatum of in de stuiting kan beslissend zijn.
Laat uw advocaat het dossier nalopen op drie punten: de exacte pleegdatum of periode, de maximale straf op het tenlastegelegde feit en de daden van vervolging die daarna zijn verricht. Let op de kwalificatie: als het openbaar ministerie een zwaarder delict tenlastelegt, geldt een langere termijn. Wordt het feit in de loop van de zaak lichter gekwalificeerd, dan kan het alsnog verjaard blijken. Meer over het verloop van een strafzaak leest u in ons artikel over strafrechtelijke vervolging in Nederland.
- Controleer de pleegdatum of pleegperiode in de dagvaarding.
- Zoek de maximumstraf op het tenlastegelegde feit op en leid daaruit de termijn van artikel 70 Sr af.
- Noteer de datum van de eerste daad van vervolging en van elke latere stuiting (artikel 72 Sr).
- Ga bij een oud feit na of het al verjaard was vóór een wetswijziging, zoals die van 1 april 2013.
Wat kunnen wij voor u doen bij verjaring in een strafzaak?
Of een feit verjaard is, hangt af van data en kwalificaties die u zelf lastig kunt controleren. Wij doen daarbij het volgende.
- Wij stellen vast welke verjaringstermijn geldt voor het tenlastegelegde feit (artikel 70 Sr), ook als de wet sinds de pleegdatum is gewijzigd.
- Wij lopen het dossier na op de pleegdatum en de daden van vervolging en toetsen of de verjaring op tijd is gestuit (artikel 72 Sr).
- Wij voeren ter zitting het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is als het feit verjaard is.
- Wij beoordelen of de zaak zo lang heeft geduurd dat een beroep op overschrijding van de redelijke termijn zin heeft.
- Wij controleren voor slachtoffers of een klacht op tijd is gedaan en stellen zo nodig een beklag bij het gerechtshof op (artikel 12 Sv).
Samengevat
- Overtredingen verjaren na drie jaar, misdrijven na zes, twaalf of twintig jaar, afhankelijk van de maximale straf (artikel 70 Sr).
- Misdrijven waarop twaalf jaar of meer staat, en een reeks zedenmisdrijven tegen minderjarigen, verjaren niet.
- De termijn begint op de dag na het feit, met uitzonderingen zoals de achttiende verjaardag van een minderjarig slachtoffer (artikel 71 Sr).
- Elke daad van vervolging stuit de verjaring, maar voor misdrijven geldt een maximum van twee keer de termijn (artikel 72 Sr).
- Een verjaard feit kan niet meer worden vervolgd; een civiele schadevergoeding is vaak nog wel mogelijk.
Veelgestelde vragen
Welke strafbare feiten verjaren het snelst?
Overtredingen, zoals de meeste lichte verkeersovertredingen en overtredingen van de APV, verjaren na drie jaar. Verkeersboetes onder de Wet Mulder zijn geen strafzaak maar een administratieve sanctie en volgen eigen regels.
Kan een verjaarde zaak worden heropend?
Strafrechtelijk niet: het openbaar ministerie blijft niet-ontvankelijk, ook als er nieuw bewijs opduikt. Civielrechtelijk kan een slachtoffer soms nog wel schadevergoeding vorderen.
Wordt de termijn korter als de verdachte bekent?
Nee. De termijn hangt alleen af van de maximale straf die de wet op het feit stelt en van de daden van vervolging.
Verjaart een zaak als de strafzaak te lang duurt?
Niet automatisch. Een daad van vervolging stuit de verjaring. Duurt de zaak onredelijk lang, dan leidt dat in beginsel tot strafvermindering en niet tot het einde van de vervolging.
Law & More staat verdachten en slachtoffers bij in strafzaken en controleert daarbij onder meer of een feit verjaard is. Meer over onze werkwijze leest u op onze pagina over strafrecht.