Gepubliceerd op 12 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
De AI-verordening, Verordening (EU) 2024/1689, is de Europese wet die het ontwikkelen, aanbieden en gebruiken van kunstmatige intelligentie reguleert. Zij werkt rechtstreeks in Nederland en deelt AI-systemen in naar risico: verboden praktijken, hoog risico, systemen met transparantieplicht en overige systemen. De verordening trad op 1 augustus 2024 in werking en wordt gefaseerd van toepassing.
Inhoudsopgave
Wat regelt de AI-verordening?
De verordening is productregelgeving, geen grondrechtenwet in klassieke zin. Zij stelt eisen aan AI-systemen die op de Europese markt worden gebracht of in de Unie in gebruik worden genomen, en legt die eisen neer bij de partijen in de keten: de aanbieder die het systeem ontwikkelt of onder eigen naam op de markt brengt, de gebruiksverantwoordelijke die het onder eigen verantwoordelijkheid inzet, en daarnaast importeurs, distributeurs en gemachtigden.
Artikel 3 van de verordening omschrijft een AI-systeem als een op machines gebaseerd systeem dat is ontworpen om met een zekere mate van autonomie te functioneren, dat na de uitrol aanpassingsvermogen kan vertonen en dat uit de ontvangen input afleidt hoe het output kan genereren, zoals voorspellingen, aanbevelingen of beslissingen die van invloed kunnen zijn op fysieke of virtuele omgevingen. Klassieke, volledig regelgebaseerde software valt daar in beginsel buiten.
De verordening geldt ook voor partijen buiten de Unie wanneer de output van hun systeem in de Unie wordt gebruikt. Uitgezonderd zijn onder meer systemen die uitsluitend voor militaire of defensiedoeleinden worden gebruikt, zuiver wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling, en het gebruik door natuurlijke personen in een louter persoonlijke, niet-beroepsmatige activiteit. Vrije en opensource-software valt er onder voorwaarden buiten, maar die uitzondering vervalt zodra het systeem hoog risico oplevert of onder de verboden praktijken valt.
Hoe werkt de risicogebaseerde aanpak?
De verordening kent vier niveaus. Bovenaan staan de praktijken die onaanvaardbaar worden geacht; die zijn verboden. Daaronder staan de hoogrisicosystemen, die zijn toegestaan maar aan zware eisen zijn gebonden. Daarnaast bestaat een categorie systemen met een specifiek transparantierisico, zoals chatbots en systemen die inhoud genereren. Alle overige systemen vallen buiten de bijzondere verplichtingen; daarvoor gelden alleen de algemene regels en gedragscodes op vrijwillige basis.
De indeling is niet vrijblijvend en evenmin een kwestie van aanvoelen. Een systeem is hoog risico als het een veiligheidscomponent is van een product dat onder de in bijlage I genoemde harmonisatiewetgeving valt, of als het valt onder een van de toepassingen van bijlage III. Die bijlage noemt onder meer biometrie, kritieke infrastructuur, onderwijs en beroepsopleiding, werkgelegenheid en personeelsbeheer, toegang tot essentiele particuliere en publieke diensten, rechtshandhaving, migratie- en grenstoezicht, en rechtsbedeling en democratische processen.
De classificatie bepaalt alles wat daarna komt. Wie de indeling verkeerd maakt, bouwt zijn hele nalevingsprogramma op een verkeerd fundament. Begin daarom met een inventarisatie van alle AI-systemen in uw organisatie, inclusief de systemen die via leveranciers in uw processen zitten, en leg per systeem vast in welke categorie het valt en waarom. Wat de hoogrisicocategorie concreet van u vraagt, werken wij uit in ons artikel over hoogrisico-AI-systemen onder de AI Act.
Welke AI-praktijken zijn verboden?
Artikel 5 verbiedt een limitatieve reeks toepassingen. Daaronder vallen systemen die met subliminale of doelbewust manipulatieve technieken het gedrag van mensen wezenlijk verstoren, en systemen die kwetsbaarheden door leeftijd, handicap of sociale of economische situatie uitbuiten. Ook sociale scoring is verboden: het beoordelen of classificeren van personen op basis van sociaal gedrag of persoonskenmerken, met nadelige behandeling in een niet-gerelateerde context of onevenredig nadeel tot gevolg.
Verder verboden zijn systemen die uitsluitend op basis van profilering of persoonlijkheidskenmerken het risico voorspellen dat iemand een strafbaar feit zal plegen, het ongericht verzamelen van gezichtsopnamen van internet of camerabeelden om gezichtsherkenningsdatabanken op te bouwen, emotieherkenning op de werkplek en in het onderwijs, en biometrische categorisering om gevoelige kenmerken als ras, politieke opvattingen, religie of seksuele gerichtheid af te leiden.
Tot slot geldt een verbod op realtime biometrische identificatie op afstand in openbare ruimten voor rechtshandhaving, met een nauw omschreven reeks uitzonderingen waarvoor bovendien voorafgaande rechterlijke of bestuurlijke toestemming nodig is. Deze verbodsbepalingen gelden sinds 2 februari 2025, samen met de verplichting uit artikel 4 om te zorgen voor voldoende AI-geletterdheid bij het eigen personeel.
Wat vraagt de verordening van hoogrisicosystemen?
Een aanbieder van een hoogrisicosysteem moet een risicobeheersysteem opzetten en onderhouden gedurende de volledige levenscyclus, en moet voldoen aan eisen voor datagovernance: de trainings-, validatie- en testdatasets moeten relevant, voldoende representatief en zo veel mogelijk foutenvrij zijn, met aandacht voor mogelijke vertekening. Daarnaast gelden eisen voor technische documentatie, automatische registratie van gebeurtenissen, transparantie richting de gebruiksverantwoordelijke, effectief menselijk toezicht en een passend niveau van nauwkeurigheid, robuustheid en cyberbeveiliging.
Procedureel komt daar een kwaliteitsmanagementsysteem bij, een conformiteitsbeoordeling, een EU-conformiteitsverklaring, CE-markering en registratie in de Europese databank voordat het systeem op de markt komt. Na de marktintroductie volgt bewaking na het in de handel brengen en een meldplicht voor ernstige incidenten bij de toezichthouder.
Gebruiksverantwoordelijken hebben een eigen, lichter pakket: zij moeten het systeem gebruiken volgens de gebruiksaanwijzing, menselijk toezicht beleggen bij personen die daarvoor bekwaam zijn, de inputdata relevant houden, logs bewaren en werknemers informeren wanneer een hoogrisicosysteem op hen wordt toegepast. Voor bepaalde publieke instanties en voor particuliere partijen die essentiele diensten leveren, geldt daarnaast de plicht een beoordeling van de gevolgen voor de grondrechten uit te voeren.
Hoe toont u aan dat u voldoet?
De verordening werkt met het bekende model uit de Europese productwetgeving: geharmoniseerde normen leveren een vermoeden van overeenstemming op. Voldoet een aanbieder aan een norm waarvan de referentie in het Publicatieblad is bekendgemaakt, dan wordt vermoed dat hij aan de bijbehorende eis van de verordening voldoet. Dat vermoeden is weerlegbaar, maar het verlicht de bewijslast aanzienlijk en het geeft ontwikkelaars een concreet richtsnoer waar de verordening zelf open normen hanteert.
Voor de meeste hoogrisicosystemen mag de aanbieder de conformiteitsbeoordeling zelf uitvoeren op basis van interne controle. Voor bepaalde biometrische toepassingen en voor systemen die als veiligheidscomponent onder bestaande productwetgeving vallen, is de tussenkomst van een aangemelde instantie vereist. De uitkomst wordt vastgelegd in een EU-conformiteitsverklaring, gevolgd door CE-markering en registratie in de Europese databank.
Bewaar de onderliggende stukken. De technische documentatie, de risicobeoordeling, de gegevens over de gebruikte datasets en de logbestanden moeten gedurende een in de verordening bepaalde periode beschikbaar blijven voor de toezichthouder. In de praktijk is dit het punt waarop organisaties struikelen: het systeem voldoet materieel wel, maar de onderbouwing is nooit vastgelegd en achteraf niet meer te reconstrueren. Behandel documentatie daarom niet als sluitstuk maar als onderdeel van het ontwikkelproces.
Let daarbij op de verhouding tussen de verordening en sectorale regels. Een AI-systeem in een medisch hulpmiddel, in een voertuig of in een liftinstallatie valt al onder bestaande productwetgeving; de verordening sluit daarop aan in plaats van er een tweede stelsel naast te zetten. De conformiteitsbeoordeling wordt dan in de bestaande procedure geintegreerd, zodat er niet twee keer hoeft te worden getoetst. Voor aanbieders in die sectoren is de praktische vraag dus niet of zij een nieuw traject moeten optuigen, maar hoe zij de AI-eisen in hun bestaande kwaliteitssysteem inpassen.
Voor gebruiksverantwoordelijken geldt iets vergelijkbaars. Wie al werkt met een informatiebeveiligingsbeleid, een verwerkingsregister en een proces voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen, heeft de meeste bouwstenen al staan. De AI-verordening voegt daar vooral de classificatie, het menselijk toezicht en de informatieplicht richting betrokkenen aan toe. Een apart AI-programma is zelden nodig; een uitbreiding van bestaande processen meestal wel.
Welke transparantieverplichtingen gelden er?
Artikel 50 legt verplichtingen op die losstaan van de risicoklasse. Wie een systeem aanbiedt dat rechtstreeks met mensen communiceert, moet ervoor zorgen dat die mensen weten dat zij met een AI-systeem te maken hebben, tenzij dat gezien de omstandigheden voor de hand ligt. Wie een systeem aanbiedt dat synthetische inhoud genereert, moet die output machineleesbaar markeren als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd.
Voor gebruiksverantwoordelijken geldt spiegelbeeldig dat zij bekend moeten maken wanneer zij een deepfake verspreiden, en wanneer zij door AI gegenereerde of gemanipuleerde tekst publiceren om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang. Ook het gebruik van emotieherkenning of biometrische categorisering moet aan de betrokkenen worden meegedeeld. Voor de strafrechtelijke kant van gemanipuleerd beeldmateriaal verwijzen wij naar ons artikel over deepfakes en het strafrecht.
Deze verplichtingen zijn in de praktijk de eerste waar een gemiddelde onderneming mee te maken krijgt. Een klantenservicechatbot, een tool die productteksten schrijft of een systeem dat sollicitatievideos analyseert raakt er direct aan, ook als het systeem verder niet als hoog risico kwalificeert.
Wat geldt voor AI-modellen voor algemene doeleinden?
Naast AI-systemen kent de verordening een apart regime voor AI-modellen voor algemene doeleinden, de modellen die aan veel verschillende toepassingen ten grondslag liggen. Aanbieders van zulke modellen moeten technische documentatie bijhouden, informatie beschikbaar stellen aan partijen die het model in hun eigen systeem verwerken, een beleid voeren om het auteursrecht van de Unie na te leven en een voldoende gedetailleerde samenvatting publiceren van de inhoud die voor de training is gebruikt.
Voor modellen met een systeemrisico gelden zwaardere eisen: modelevaluatie, het testen op tegenstrijdig gebruik, het beperken van systeemrisico, het melden van ernstige incidenten en een passend niveau van cyberbeveiliging. Een model wordt vermoed een systeemrisico te hebben wanneer de bij de training gebruikte rekenkracht een in de verordening genoemde drempel overschrijdt. Deze bepalingen gelden sinds 2 augustus 2025.
Voor gebruikers van zulke modellen is dat vooral van belang omdat zij afhankelijk zijn van de informatie die de modelaanbieder verstrekt. Wie een model of een daarop gebouwde dienst inkoopt, doet er verstandig aan contractueel vast te leggen welke documentatie wordt geleverd, wie welke verplichting draagt en wat er gebeurt als de toezichthouder vragen stelt. Meer daarover in ons artikel over juridische risicos bij het gebruik van AI-tools.
Vanaf wanneer geldt wat?
De verordening is gefaseerd van toepassing geworden. Sinds 2 februari 2025 gelden de verboden praktijken van artikel 5 en de verplichting tot AI-geletterdheid uit artikel 4. Sinds 2 augustus 2025 gelden de bepalingen over AI-modellen voor algemene doeleinden, de governancestructuur en het sanctiestelsel. Vanaf 2 augustus 2026 geldt de verordening in beginsel volledig, en gelden inmiddels ook de transparantieverplichtingen van artikel 50.
Voor het hoogrisicoregime is de invoering verschoven. De verplichtingen voor de toepassingen uit bijlage III zijn uitgesteld tot 2 december 2027, en die voor hoogrisicosystemen die als veiligheidscomponent onder de productwetgeving van bijlage I vallen tot 2 augustus 2028. Dat uitstel is geen afstel: de inhoudelijke eisen veranderen er niet door, alleen het moment waarop zij afdwingbaar worden.
Gebruik die ruimte om de classificatie en de documentatie op orde te brengen. Voor systemen die al voor de toepassingsdatum op de markt waren, gelden overgangsbepalingen, maar die vervallen zodra het systeem ingrijpend wordt gewijzigd. Een grote update kan een bestaand systeem dus alsnog volledig onder het regime brengen.
Welke boetes staan er op overtreding?
Artikel 99 kent drie boeteniveaus. Voor de verboden praktijken van artikel 5 geldt een maximum van vijfendertig miljoen euro of zeven procent van de totale wereldwijde jaaromzet over het voorafgaande boekjaar, waarbij het hoogste bedrag geldt. Voor de meeste andere overtredingen, waaronder de verplichtingen van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen en de transparantieplichten, ligt het maximum op vijftien miljoen euro of drie procent van de wereldwijde jaaromzet.
Wie onjuiste, onvolledige of misleidende informatie verstrekt aan een aangemelde instantie of aan een toezichthouder, riskeert een boete van maximaal zeven en een half miljoen euro of een procent van de wereldwijde jaaromzet. Voor het midden- en kleinbedrijf en voor start-ups geldt telkens het laagste van beide, dus het bedrag of het percentage dat het minst bedraagt.
Bij het bepalen van de boete wegen de aard en de duur van de inbreuk mee, of de overtreder de inbreuk zelf heeft gemeld, of hij eerder is beboet en in hoeverre hij heeft meegewerkt. Voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden kent de verordening een afzonderlijk boeteregime dat door de Europese Commissie wordt toegepast.
Wie houdt in Nederland toezicht?
Op Europees niveau is het AI-bureau van de Europese Commissie belast met het toezicht op AI-modellen voor algemene doeleinden, ondersteund door de AI-board waarin de lidstaten zijn vertegenwoordigd. De verordening verplicht elke lidstaat daarnaast een of meer nationale bevoegde autoriteiten aan te wijzen: een markttoezichtautoriteit en een aanmeldende autoriteit.
In Nederland is die verdeling in nationale wetgeving neergelegd en over meerdere toezichthouders verdeeld, waarbij het bevoegde orgaan afhangt van de sector waarin het AI-systeem wordt gebruikt. De Autoriteit Persoonsgegevens vervult daarnaast al de rol van coordinerend toezichthouder op algoritmes en houdt hoe dan ook toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door AI-systemen. Controleer daarom per systeem welke toezichthouder voor uw sector het aanspreekpunt is.
Hoe verhoudt de verordening zich tot de AVG en tot aansprakelijkheid?
De AI-verordening komt niet in de plaats van de AVG. Verwerkt uw systeem persoonsgegevens, dan hebt u nog steeds een grondslag nodig, moet u de beginselen van doelbinding en dataminimalisatie naleven en kan een gegevensbeschermingseffectbeoordeling verplicht zijn. Neemt het systeem geautomatiseerde besluiten met rechtsgevolgen, dan geldt bovendien het regime van artikel 22 AVG. Die twee sporen lopen naast elkaar en moeten allebei kloppen; wij werkten dat uit in ons artikel over de AVG en persoonsgegevens in algoritmes.
Voor schade door AI is het beeld inmiddels helderder dan een paar jaar geleden. De voorgestelde richtlijn over AI-aansprakelijkheid is ingetrokken. Wel is de productaansprakelijkheid herzien met Richtlijn (EU) 2024/2853, die software en AI-systemen uitdrukkelijk als product aanmerkt en die uiterlijk op 9 december 2026 in nationaal recht moet zijn omgezet; het Nederlandse wetsvoorstel daarvoor is nog in behandeling. Tot die tijd loopt verhaal via de bestaande regels, waarover meer in ons artikel over productaansprakelijkheid.
Ook het arbeidsrecht speelt mee. Zet u AI in bij werving, roosterplanning of beoordeling van medewerkers, dan raakt u zowel aan bijlage III van de verordening als aan het instemmingsrecht van de ondernemingsraad bij regelingen over personeelsvolgsystemen. Wat dat betekent, beschrijven wij in ons artikel over AI en automatisering in het arbeidsrecht.
Wat kunt u nu concreet doen?
Begin met een register van alle AI-systemen die uw organisatie ontwikkelt, inkoopt of gebruikt, inclusief functies die als onderdeel van bestaande software zijn meegeleverd. Bepaal per systeem de rol die u vervult: aanbieder, gebruiksverantwoordelijke, importeur of distributeur. Die rol bepaalt welk pakket verplichtingen op u rust, en organisaties onderschatten stelselmatig hoe vaak zij aanbieder worden doordat zij een systeem onder eigen naam inzetten of ingrijpend aanpassen.
Leg vervolgens de classificatie vast met een onderbouwing, richt menselijk toezicht in waar dat vereist is en pas uw inkoopcontracten aan. In leveranciersovereenkomsten horen afspraken te staan over documentatie, over medewerking bij incidenten en toezicht, over wijzigingen die de classificatie raken en over aansprakelijkheid als de leverancier zijn verplichtingen niet nakomt. Zorg tot slot dat medewerkers die met AI werken voldoende zijn opgeleid; die verplichting geldt al.
Veelgestelde vragen
Geldt de AI-verordening ook voor kleine bedrijven?
Ja. De verordening kent geen algemene vrijstelling naar omvang. Wel gelden lichtere administratieve eisen en lagere boetemaxima voor het midden- en kleinbedrijf en voor start-ups, en zijn er regelluwe testomgevingen waarin innovatie onder toezicht kan worden beproefd.
Valt onze chatbot onder de verordening?
Waarschijnlijk niet als hoog risico, maar wel onder de transparantieverplichting van artikel 50: de gebruiker moet weten dat hij met een AI-systeem communiceert. Wordt de chatbot gebruikt voor beslissingen over toegang tot diensten of over personeel, dan kan hoog risico wel in beeld komen.
Wij kopen AI in bij een leverancier. Zijn wij dan aansprakelijk?
U bent in beginsel gebruiksverantwoordelijke, met een eigen set verplichtingen. Zet u het systeem onder eigen naam in de markt of wijzigt u het beoogde doel ingrijpend, dan kunt u zelf aanbieder worden en het volledige pakket dragen. Leg de rolverdeling contractueel vast.
Moeten wij door AI gemaakte teksten labelen?
Synthetische inhoud moet door de aanbieder machineleesbaar worden gemarkeerd. Publiceert u AI-gegenereerde tekst om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang, of verspreidt u een deepfake, dan moet u dat bekendmaken.
Wat gebeurt er bij een overtreding?
De toezichthouder kan handhaven met een last, een verbod op het in de handel brengen, terugroeping van het systeem en een bestuurlijke boete. De boetemaxima staan in artikel 99 en lopen op tot vijfendertig miljoen euro of zeven procent van de wereldwijde jaaromzet bij verboden praktijken.
Vervangt de verordening onze AVG-verplichtingen?
Nee. Beide regimes gelden naast elkaar. De AI-verordening stelt eisen aan het systeem, de AVG aan de verwerking van persoonsgegevens daarin. Voldoen aan het een betekent niet dat u aan het ander voldoet.
Advies over naleving van de AI-verordening
De volledige tekst staat op EUR-Lex, evenals de herziene richtlijn productaansprakelijkheid; het Nederlandse toezichtslandschap wordt toegelicht door de Autoriteit Persoonsgegevens. Het zwaartepunt van de naleving ligt bij de classificatie en bij de contracten met uw leveranciers. De advocaten van Law & More beoordelen uw AI-portefeuille, bepalen uw rol per systeem en zetten die uitkomst om in werkbare afspraken.