Gepubliceerd op 4 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Als bestuurder bent u niet persoonlijk aansprakelijk als uw bv een rekening niet betaalt: de schuld is van de vennootschap. Een schuldeiser kan u alleen aanspreken als u persoonlijk een ernstig verwijt treft, bijvoorbeeld omdat u een verplichting aanging terwijl u wist dat de bv niet zou kunnen betalen (artikel 6:162 BW). De aansprakelijkheid voor kennelijk onbehoorlijk bestuur van artikel 2:248 BW speelt alleen in faillissement en alleen de curator kan zich erop beroepen.
Hieronder leest u welke routes er zijn, welke maatstaf de Hoge Raad hanteert en hoe u als bestuurder of als schuldeiser uw positie bepaalt. Een overzicht van alle vormen leest u in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid.
Inhoudsopgave
De vier routes naast elkaar
| Route | Wie spreekt aan? | Wanneer? | Maatstaf |
|---|---|---|---|
| Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) | Een individuele schuldeiser | Altijd, ook buiten faillissement | Persoonlijk ernstig verwijt (Beklamel, Ontvanger/Roelofsen) |
| Onbehoorlijke taakvervulling (art. 2:9 BW) | De bv zelf | Altijd | Ernstig verwijt |
| Kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 BW) | Alleen de curator | Alleen in faillissement | Geen redelijk denkend bestuurder zou zo handelen, en belangrijke oorzaak van het faillissement |
| Betalingsonmacht (art. 36 Invorderingswet 1990) | De Belastingdienst | Bij onbetaalde loonheffingen en omzetbelasting | Afhankelijk van tijdige melding |
Wanneer is een bestuurder persoonlijk aansprakelijk tegenover een schuldeiser?
Alleen als de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt van zijn handelen of nalaten. Dat is een hoge drempel: een verkeerde zakelijke beslissing of een onbetaalde factuur is niet genoeg. De grondslag is onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). De Hoge Raad heeft die norm ingevuld met twee categorieën, die hieronder aan bod komen. Meer leest u in ons artikel over externe bestuurdersaansprakelijkheid.
Lichtvaardig contracteren: de Beklamel-norm
In het Beklamel-arrest van 6 oktober 1989 aanvaardde de Hoge Raad als maatstaf of de bestuurder bij het aangaan van de overeenkomst namens de bv wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet, of niet binnen redelijke termijn, zou kunnen betalen en geen verhaal zou bieden voor de schade (ECLI:NL:HR:1989:AB9521).
Een voorbeeld ter illustratie: de bv staat al maanden rood, de bank heeft het krediet opgezegd en de bestuurder bestelt toch een grote partij goederen op rekening. Valt de bv daarna om, dan kan de leverancier de bestuurder persoonlijk aanspreken. Wist de bestuurder op goede gronden dat er een financier klaarstond, dan ligt dat anders.
Selectief betalen of de bv leeghalen: Ontvanger/Roelofsen
In Ontvanger/Roelofsen van 8 december 2006 oordeelde de Hoge Raad dat een bestuurder aansprakelijk kan zijn als hij bewerkstelligt of toelaat dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt, en zijn handelen zo onzorgvuldig is dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758). Dat verwijt is er in ieder geval als de bestuurder wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat zijn handelwijze tot onverhaalbare schade zou leiden. In die zaak stond dat wetenschapselement niet vast, en ging de bestuurder vrijuit.
Zolang de vennootschap gezond is, mag het bestuur zelf kiezen welke schuldeisers het eerst betaalt. Die vrijheid wordt kleiner naarmate een faillissement dichterbij komt. Onrechtmatig kan bijvoorbeeld zijn het wegsluizen van geld of bezittingen naar een andere vennootschap van dezelfde eigenaar, of het met voorrang aflossen van een lening van de bestuurder zelf, terwijl andere schuldeisers met lege handen achterblijven.
Is de drempel voor een schuldeiser lager dan voor de bv zelf?
Nee. Bij interne aansprakelijkheid spreekt de vennootschap zelf de bestuurder aan wegens onbehoorlijke taakvervulling (artikel 2:9 BW). Bij externe aansprakelijkheid doet een schuldeiser of andere derde dat via artikel 6:162 BW. In beide gevallen geldt de maatstaf van het ernstig verwijt. Wel verschilt de bewijslast: de schuldeiser moet stellen en zo nodig bewijzen wat de bestuurder wist en had moeten begrijpen.
Wanneer geldt artikel 2:248 BW?
Artikel 2:248 BW geldt alleen als de vennootschap failliet is verklaard. Dan kan de curator iedere bestuurder hoofdelijk aanspreken voor het tekort in het faillissement als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Het gaat om het bestuur in de drie jaar vóór het faillissement (artikel 2:248 lid 6 BW).
Kennelijk onbehoorlijk is bestuur dat geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zou voeren. Een individuele schuldeiser kan zich niet op deze bepaling beroepen; alleen de curator kan dat, namens alle schuldeisers. De rechter kan het bedrag matigen (artikel 2:248 lid 4 BW).
Administratie en jaarrekening: het bewijsvermoeden
Heeft het bestuur de administratieplicht van artikel 2:10 BW of de publicatieplicht van artikel 2:394 BW niet nagekomen, dan staat in faillissement vast dat het bestuur onbehoorlijk is geweest. Ook wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is (artikel 2:248 lid 2 BW). Een onbelangrijk verzuim, zoals een paar dagen te laat deponeren, blijft buiten beschouwing.
De bestuurder kan het vermoeden alleen weerleggen door aan te tonen dat het faillissement door andere oorzaken kwam, zoals het wegvallen van een grote klant. De jaarrekening moet uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar bij de Kamer van Koophandel liggen.
Kan de Belastingdienst u aanspreken voor onbetaalde belastingen?
Ja. Voor loonheffingen en omzetbelasting kan de Belastingdienst een bestuurder hoofdelijk aansprakelijk stellen (artikel 36 Invorderingswet 1990). U beperkt dat risico door betalingsonmacht tijdig te melden: uiterlijk twee weken na de dag waarop de belasting had moeten worden betaald.
Meldt u te laat of niet, dan wordt vermoed dat het niet-betalen aan u te wijten is en kunt u zich bijna niet meer verweren. Een vergelijkbare meldplicht geldt voor premies aan een verplicht pensioenfonds. Een tijdige melding betekent niet automatisch dat u vrijuit gaat, maar dan moet de Belastingdienst aantonen dat het niet-betalen het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaar daarvoor.
Hoe beperkt u als bestuurder het risico?
- Ga geen nieuwe verplichtingen aan als u weet dat de bv ze niet kan betalen, en leg vast waarom u op herstel rekende.
- Meld betalingsonmacht voor loonheffing en btw binnen twee weken na de vervaldag bij de Belastingdienst.
- Houd de administratie actueel (artikel 2:10 BW) en deponeer de jaarrekening binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar.
- Betaal uzelf of verbonden vennootschappen geen voorrang in een periode van betalingsproblemen.
Wat verzamelt u als schuldeiser?
- Bewijs van wat de bestuurder wist toen de bestelling of opdracht werd geplaatst, zoals e-mails en toezeggingen.
- Een uittreksel uit het handelsregister: zijn de jaarrekeningen op tijd gedeponeerd?
- Aanwijzingen dat geld of bezittingen naar verbonden vennootschappen zijn verschoven.
- Is de bv failliet, meld uw vordering dan bij de curator; alleen de curator kan artikel 2:248 BW inroepen.
Meer praktische tips leest u in ons artikel over wat u doet bij een failliete klant.
Wat wij doen bij aansprakelijkheid na wanbetaling
Onze advocaten ondernemingsrecht staan bestuurders, schuldeisers en curatoren bij.
- Wij toetsen een aansprakelijkstelling aan de maatstaven uit Beklamel en Ontvanger/Roelofsen.
- Wij stellen de aansprakelijkstelling op of het verweer daartegen, onderbouwd met administratie en correspondentie.
- Wij begeleiden de melding van betalingsonmacht en het verweer tegen een aansprakelijkstelling op grond van artikel 36 Invorderingswet.
- Wij voeren de procedure en onderzoeken of conservatoir beslag mogelijk is.