Gepubliceerd op 28 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Wie met AI een deepfake, nepbericht of haatcampagne maakt en verspreidt, kan zich schuldig maken aan smaad of laster (artikelen 261 en 262 Wetboek van Strafrecht), opruiing (artikel 131 Sr) of groepsbelediging en haatzaaien (artikelen 137c en 137d Sr); het gebruik van AI verandert niets aan de strafbaarheid. Strafbaar is de mens die de inhoud maakt of verspreidt, niet het AI-systeem, en voor smaad en laster is in de regel een klacht van het slachtoffer nodig.
Hieronder leest u welke delicten spelen, wat de strafmaxima zijn, wat de rechter in 2026 besliste over AI-gegenereerde naaktbeelden, en wat u als slachtoffer kunt doen.
Inhoudsopgave
Welke delicten gelden voor AI-gemaakte uitingen?
| Delict | Wetsartikel | Wettelijk maximum | Klacht nodig? |
|---|---|---|---|
| Smaad | 261 lid 1 Sr | 6 maanden of geldboete derde categorie | ja |
| Smaadschrift (ook afbeelding of video) | 261 lid 2 Sr | 1 jaar of geldboete derde categorie | ja |
| Laster (dader weet dat het onwaar is) | 262 Sr | 2 jaar of geldboete vierde categorie | ja |
| Opruiing | 131 Sr | 5 jaar of geldboete vierde categorie | nee |
| Groepsbelediging | 137c Sr | 1 jaar; 2 jaar bij beroep, gewoonte of in vereniging | nee |
| Haatzaaien | 137d Sr | 1 jaar; 2 jaar bij beroep, gewoonte of in vereniging | nee |
| Doxing | 285d Sr | strafbaar sinds 1 januari 2024 | nee |
Bron: Wetboek van Strafrecht op wetten.overheid.nl, stand 29 oktober 2026. Voor de klachtdelicten geldt artikel 269 Sr; bij een ambtenaar in functie is geen klacht nodig.
Wanneer is een deepfake smaad of laster?
Smaad is het opzettelijk aantasten van iemands eer of goede naam door hem een bepaald feit te verwijten, met het doel daaraan ruchtbaarheid te geven (artikel 261 lid 1 Sr). Gebeurt dat via een verspreid geschrift of afbeelding, zoals een gemanipuleerde video, dan is het smaadschrift (artikel 261 lid 2 Sr).
Een deepfake die iemand iets laat zeggen of doen wat nooit is gebeurd, is onwaar, en de maker weet dat. Daardoor komt laster (artikel 262 Sr) snel in beeld. Er is geen smaad als de dader handelde in het algemeen belang of ter noodzakelijke verdediging (artikel 261 lid 3 Sr). Bij een deepfake zal dat beroep zelden slagen, omdat het verwijt verzonnen is.
Wanneer is AI-inhoud opruiing of haatzaaien?
Opruiing is het in het openbaar aanzetten tot een strafbaar feit of tot geweld tegen het openbaar gezag (artikel 131 Sr). Groepsbelediging en haatzaaien gaan over uitingen die een groep beledigen of aanzetten tot haat, discriminatie of geweld vanwege ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele gerichtheid, handicap of geslacht (artikelen 137c en 137d Sr). Het verspreiden van zulke inhoud is apart strafbaar (artikel 137e Sr).
Dat een bot of taalmodel de tekst schreef, doet er niet toe: beslissend is wie de uiting opzettelijk openbaar maakte. De wet kent geen aparte strafverzwaring voor het gebruik van AI. De rechter kan de omvang en de gevolgen van de verspreiding wel meewegen bij de straf, binnen het wettelijk maximum.
Welke andere strafbepalingen gelden voor deepfakes?
Bij AI-misbruik wegen andere bepalingen vaak zwaarder dan de uitingsdelicten. Welke van toepassing is, hangt af van de inhoud en het doel van de deepfake.
- Seksueel beeldmateriaal: het zonder toestemming vervaardigen of openbaar maken van seksueel beeldmateriaal van een ander is strafbaar. Sinds 1 juli 2024 staat dit, met de Wet seksuele misdrijven, bij de seksuele misdrijven in het Wetboek van Strafrecht. Ook een seksuele deepfake kan daaronder vallen.
- Kinderpornografisch materiaal: ook virtuele of door AI gegenereerde afbeeldingen kunnen strafbaar zijn als kinderpornografie.
- Identiteitsfraude: het gebruiken van identificerende gegevens van een ander om te misleiden (artikel 231b Sr).
- Oplichting en afpersing: bijvoorbeeld een nagemaakte stem van een familielid of directeur om geld los te krijgen (artikelen 326 en 317 Sr).
- Doxing: het verspreiden van persoonsgegevens om iemand vrees aan te jagen of te hinderen (artikel 285d Sr).
Meer over online delicten leest u in cybercrime in Nederland.
Wat besliste de rechter over AI-naaktbeelden van Grok?
Op 26 maart 2026 verbood de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam X.AI om met de chatbot Grok seksuele uitkleedbeelden te maken of te verspreiden van mensen die in Nederland wonen, zonder hun uitdrukkelijke toestemming. Ook het maken en verspreiden van kindermisbruikmateriaal in Nederland werd verboden. X Corp. en de Ierse X-vennootschap mogen Grok niet op X aanbieden zolang het verbod wordt overtreden.
De zaak was aangespannen door de stichting Offlimits. De rechter baseerde het verbod op de uitkleedbeelden op de AVG: van echte personen worden persoonsgegevens verwerkt zonder toestemming. Het verbod op kindermisbruikmateriaal steunde op onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). De dwangsom bedraagt € 100.000 per dag, met een maximum van € 10 miljoen per vennootschap. Het gaat om een kort geding, dus om een voorlopig oordeel.
De uitspraak laat zien dat niet alleen de gebruiker die een deepfake maakt, maar ook de aanbieder van het AI-systeem civielrechtelijk kan worden aangesproken.
Wat regelt de Europese AI-verordening voor deepfakes?
De AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689) verbiedt sinds 2 februari 2025 onder meer AI-systemen die met subliminale of doelbewust manipulatieve technieken gedrag wezenlijk verstoren en daardoor aanzienlijke schade veroorzaken (artikel 5). De boete voor verboden praktijken loopt op tot € 35 miljoen of 7% van de wereldwijde jaaromzet (artikel 99 lid 3).
Sinds 2 augustus 2026 moeten gebruikers die met AI een deepfake maken, bekendmaken dat de inhoud kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd (artikel 50 lid 4). Dit zijn regels voor aanbieders en gebruikers van AI; ze vervangen het strafrecht niet. Zie ook onze gids over de AI-verordening.
Ook de AVG speelt mee. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens verwerkt wie een deepfake maakt van een herkenbaar persoon diens persoonsgegevens. Alleen binnen de privékring geldt de AVG niet. Wie een deepfake breder deelt, heeft een grondslag nodig en moet vermelden dat het een deepfake is.
Wat moeten platforms doen met strafbare AI-inhoud?
Onder de Digital Services Act (Verordening (EU) 2022/2065) moeten platforms een meldsysteem hebben en meldingen van illegale inhoud zorgvuldig en tijdig behandelen (artikel 16 DSA). Een platform dat na een voldoende precieze melding niets doet, verliest voor die inhoud zijn bescherming als tussenpersoon.
Een algemene meldplicht bij de politie voor alle strafbare inhoud bestaat niet. Alleen bij een vermoeden van een strafbaar feit dat het leven of de veiligheid van personen bedreigt, moet het platform de autoriteiten inlichten (artikel 18 DSA).
Wat kunt u doen als slachtoffer van een deepfake?
Leg eerst bewijs vast en doe daarna aangifte. Bij smaad en laster moet u daarbij uitdrukkelijk om vervolging vragen (klacht, artikel 164 Wetboek van Strafvordering), binnen drie maanden nadat u van het feit kennis kreeg (artikel 66 Sr). Na die termijn kan het OM niet meer vervolgen voor smaad of laster.
- Maak screenshots met datum, URL en accountnaam, en bewaar de originele bestanden.
- Meld de inhoud bij het platform via het meldsysteem van de DSA.
- Vraag de maker om verwijdering op grond van de AVG; een deepfake is onjuiste persoonsgegevens. Reageert hij niet, dan kunt u klagen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
- Doe aangifte en dien uitdrukkelijk klacht in als het om smaad of laster gaat. Bij een seksuele deepfake kan aangifte ook als de maker onbekend is.
- Vorder in kort geding verwijdering en rectificatie (artikelen 6:162 en 6:167 BW), en beroep u bij een deepfake van uw gezicht ook op uw portretrecht (artikel 21 Auteurswet).
Schadevergoeding kunt u vorderen op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW), ook als benadeelde partij in het strafproces. Meer hierover leest u in onrechtmatige uitlatingen op social media: rectificatie en verwijdering en in wanneer AI uw stem of gezicht mag gebruiken.
Waar ligt de grens met de vrijheid van meningsuiting?
De vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM) beschermt ook scherpe, satirische en kwetsende uitingen. Beperkingen moeten bij wet zijn voorzien en noodzakelijk zijn, en de rechter weegt de context mee.
Herkenbare satire of een duidelijk als nep gelabelde parodie is iets anders dan een deepfake die het publiek moet laten geloven dat iets echt is gebeurd. Hoe misleidender de inhoud, hoe kleiner de bescherming. De labelplicht van artikel 50 lid 4 AI-verordening kent daarom een lichtere regel voor kennelijk artistieke, satirische of fictieve inhoud.
Wat wij doen bij AI-manipulatie en strafrecht
- Beoordelen of een AI-gemaakte uiting smaad, laster, haatzaaien of een ander strafbaar feit oplevert.
- U bijstaan bij aangifte en klacht, en de termijn van drie maanden bewaken.
- Verwijdering en rectificatie vorderen bij platform, maker of aanbieder, zo nodig in kort geding.
- U verdedigen als u wordt verdacht van het maken of verspreiden van AI-inhoud, via onze strafrecht advocaat.
Veelgestelde vragen
Is het maken van een deepfake op zich strafbaar?
Niet altijd. Het wordt strafbaar als de inhoud of het gebruik onder een delict valt, zoals smaad, laster, oplichting, identiteitsfraude of seksueel beeldmateriaal zonder toestemming. Een deepfake die alleen in de privékring blijft, valt volgens de Autoriteit Persoonsgegevens ook buiten de AVG.
Kan ik ook de aanbieder van de AI-tool aanspreken?
Strafrechtelijk is in de regel de gebruiker aansprakelijk die de inhoud opzettelijk maakt of verspreidt. Civielrechtelijk kan de aanbieder wel worden aangesproken, zoals de Rechtbank Amsterdam op 26 maart 2026 deed met het verbod aan X.AI.