Dronken rijden en schuld: wanneer is het verwijtbaar?

Een politieagent spreekt met een man naast een gestopte auto op een donkere straat 's nachts.

Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Dronken rijden is in Nederland strafbaar vanaf 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, en vanaf 88 microgram voor beginnende bestuurders. Dat volgt uit artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Overtreding daarvan is altijd een misdrijf; de vraag hoe verwijtbaar het gedrag was, bepaalt niet of u strafbaar bent maar wel hoe zwaar de straf uitvalt.

Politiecontrole langs de weg waarbij een bestuurder een blaastest aflegt na een vermoeden van dronken rijden.

Wat zegt de wet over dronken rijden?

Artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 verbiedt het besturen van een voertuig na zodanig gebruik van alcohol dat het alcoholgehalte hoger is dan de wettelijke grenswaarde. Voor de meeste bestuurders ligt die op 220 microgram per liter uitgeademde lucht, gelijk aan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed. Voor beginnende bestuurders geldt 88 microgram per liter, gelijk aan 0,2 milligram per milliliter.

Beginnend bent u gedurende de eerste vijf jaar na afgifte van uw eerste rijbewijs; wie het rijbewijs op zeventienjarige leeftijd haalde, valt zeven jaar onder die strengere norm. De regeling knoopt dus aan bij rijervaring en niet bij leeftijd. Dat wordt vaak verkeerd begrepen, met als gevolg dat bestuurders van boven de dertig menen dat de lage grens niet voor hen kan gelden.

Een aparte drempel waarboven pas van dronken rijden sprake zou zijn, kent de Nederlandse wet niet. Boven de grenswaarde bent u strafbaar, en hoe hoger het gemeten gehalte, hoe zwaarder de sanctie. Daarnaast verbiedt artikel 8 het rijden terwijl u door alcohol of een ander middel niet tot behoorlijk besturen in staat bent; dat verwijt kan ook zonder meting worden gemaakt, bijvoorbeeld op grond van waargenomen rijgedrag en toestand.

De alcoholregels staan niet op zichzelf. Voor drugs gelden eigen grenswaarden en een eigen testprocedure; wat er dan gebeurt, staat beschreven in het artikel over rijden onder invloed van drugs. Wordt tijdens dezelfde rit ook nog aanmerkelijk te hard gereden, dan kan daar een zelfstandig verwijt bij komen; wanneer te hard rijden een misdrijf wordt is een andere vraag dan de alcoholvraag.

Is dronken rijden altijd verwijtbaar?

In beginsel wel. Wie drinkt en daarna gaat rijden, maakt een keuze waarvan de gevolgen algemeen bekend zijn. Het delict van artikel 8 WVW vereist bovendien geen opzet op het rijden onder invloed: vastgesteld hoeft alleen te worden dat u hebt gereden en dat het gehalte boven de grenswaarde lag. Onwetendheid over de precieze hoeveelheid alcohol in uw bloed is daarom geen verweer.

Dat betekent niet dat verwijtbaarheid geen rol speelt. Zij bepaalt de straftoemeting en zij is bepalend zodra er een ongeval is gebeurd. Veroorzaakt u onder invloed een ongeval met letsel of de dood tot gevolg, dan komt artikel 6 WVW in beeld, en daar draait alles om de mate van schuld: van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen tot roekeloosheid. Alcoholgebruik is daarbij een omstandigheid die de schuld verzwaart en die het strafmaximum verhoogt.

Volledige afwezigheid van verwijtbaarheid komt zelden voor, maar is niet ondenkbaar. Te denken valt aan een overmachtsituatie waarin rijden onvermijdelijk was om een acuut levensgevaar af te wenden, of aan een onvoorzienbare wisselwerking tussen alcohol en een voorgeschreven geneesmiddel waarvoor niet was gewaarschuwd. De rechter stelt aan zulke verweren hoge eisen: u moet aannemelijk maken dat er geen redelijk alternatief was en dat u de situatie niet zelf hebt veroorzaakt door eerder te drinken.

Ook het spiegelbeeld bestaat. Wie na een avond doorzakken de volgende ochtend nog boven de grens zit, is niet minder strafbaar omdat hij zich nuchter voelde. En wie in kennelijke staat achter het stuur kruipt terwijl er alternatieven waren, komt in de straftoemeting juist ongunstiger uit. Welke omstandigheden meewegen, leest u in het artikel over de factoren die de rechter bij de straf betrekt.

Hoe stelt de politie het alcoholgebruik vast?

De politie mag een bestuurder staande houden en een blaastest laten doen zonder dat daarvoor een concrete verdenking nodig is. Die eerste test langs de weg is een indicatie, geen bewijs. Slaat het apparaat aan, dan volgt aanhouding en een ademanalyse op het bureau met een geijkt apparaat, en die uitslag is wel bewijs.

Rond die ademanalyse gelden strikte voorschriften: een wachttijd voordat er geblazen mag worden, een geldige keuring van het apparaat en een vaste wijze van vastlegging. Kan de bestuurder om medische redenen niet blazen, of bestaat er een vermoeden van drugsgebruik, dan wordt bloed afgenomen door een arts. Wat uw rechten en plichten zijn bij de blaastest is dus geen detail: juist daar liggen de aanknopingspunten voor de verdediging.

Na de mededeling van het resultaat kunt u om een tegenonderzoek vragen. Dat gebeurt door bloedafname en is aan een korte termijn en aan kosten gebonden, maar het is de enige manier om de meting inhoudelijk te betwisten. Wie dat moment laat passeren, staat later in de procedure vrijwel zonder munitie tegenover een uitslag die als betrouwbaar geldt.

Ademanalyseapparaat op het politiebureau waarmee het ademalcoholgehalte in microgram per liter wordt vastgesteld.

Wat gebeurt er als u weigert mee te werken?

Weigeren van de ademanalyse of van de bloedafname is een zelfstandig misdrijf op grond van artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994. Het Openbaar Ministerie hoeft dan niets te bewijzen over de hoeveelheid alcohol: de weigering zelf is het strafbare feit.

De gedachte dat weigeren gunstiger uitpakt dan blazen, klopt daarom niet. In de praktijk wordt de weigering afgedaan alsof er sprake was van een hoog ademalcoholgehalte, juist om te voorkomen dat het loont om de meting te frustreren. Ook het CBR kan naar aanleiding van een weigering maatregelen nemen, en een verzekeraar kan zich op de weigering beroepen bij de afwikkeling van schade.

Meewerken is dus vrijwel altijd verstandiger dan weigeren. Dat is iets anders dan verklaren: over wat u hebt gedronken, waar u vandaan kwam en wie er reed, hoeft u niets te zeggen. Het zwijgrecht geldt onverkort, ook wanneer de medewerkingsplicht aan het onderzoek dat niet doet.

Welke straf legt de rechter op?

Bij een eerste feit zonder ongeval volgt meestal een strafbeschikking van de officier van justitie: een geldboete, vaak gecombineerd met een ontzegging van de rijbevoegdheid. De hoogte schaalt mee met het gemeten ademalcoholgehalte en met de vraag of u beginnend bestuurder bent. Hoe zo een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie werkt en binnen welke termijn u verzet kunt doen, verdient aandacht: laat u die termijn verlopen, dan staat de straf vast.

Bij hoge gehaltes, bij recidive, bij een ongeval of bij een combinatie met andere verkeersdelicten wordt gedagvaard voor de politierechter. Dan komen taakstraf, een hogere geldboete, een langere ontzegging en in ernstige gevallen gevangenisstraf in beeld. De strafmaxima staan in de Wegenverkeerswet 1994; de sanctie die in de praktijk wordt gevorderd volgt uit de richtlijn voor strafvordering die het Openbaar Ministerie hanteert en die per gemeten waarde een uitgangspunt geeft.

Omdat rijden onder invloed een misdrijf is, volgt uit een veroordeling of strafbeschikking een aantekening in de justitiele documentatie. Dat kan doorwerken bij de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag en bij beroepen waarvoor rijden noodzakelijk is. De gevolgen van een strafblad en de bredere doorwerking van een verkeersmisdrijf in uw documentatie zijn voor veel cliënten zwaarder dan de boete zelf.

Wat doet het CBR met uw rijbewijs?

Naast de strafzaak loopt een bestuursrechtelijk spoor. Het CBR beoordeelt op basis van de gemeten waarde of u nog rijgeschikt bent en legt zelfstandig maatregelen op. Die staan los van de straf: een sepot of vrijspraak laat de CBR-maatregel in stand.

De Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer volgt vanaf 350 microgram per liter, voor beginnende bestuurders al vanaf 220 microgram. De zwaardere Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer wordt opgelegd vanaf 435 microgram, voor beginnende bestuurders vanaf 350. Vanaf 785 microgram, en bij beginnende bestuurders vanaf 570, volgt een onderzoek naar de rijgeschiktheid. De kosten van die cursussen en onderzoeken draagt u zelf, en zolang het onderzoek loopt kan het rijbewijs ongeldig zijn verklaard.

Werkt u niet mee aan de opgelegde maatregel, of blijkt uit het onderzoek dat er sprake is van alcoholmisbruik, dan wordt het rijbewijs ongeldig verklaard. Terugkrijgen kan pas na een nieuw onderzoek waaruit blijkt dat de situatie is veranderd. Wat de stappen zijn wanneer u uw rijbewijs kwijt bent na alcohol- of drugsgebruik, bepaalt in de praktijk hoe snel u weer mag rijden. Tegen een besluit van het CBR staat bezwaar open, en daarna beroep bij de bestuursrechter.

Wat betekent dronken rijden voor uw verzekering?

Veroorzaakt u onder invloed schade aan een ander, dan betaalt de aansprakelijkheidsverzekeraar het slachtoffer. Dat is de kern van de verplichte motorrijtuigverzekering: het slachtoffer mag niet de dupe worden van een polisuitsluiting. Daarna kan diezelfde verzekeraar het uitgekeerde bedrag op u verhalen, omdat rijden onder invloed vrijwel altijd van dekking is uitgesloten.

Dat verhaalsrecht is geen theoretisch risico. Bij een ongeval met letsel kan het om bedragen gaan die een privevermogen ver te boven gaan, en de vordering verjaart niet snel. Schade aan uw eigen auto wordt onder een cascodekking bij rijden onder invloed doorgaans niet vergoed, en de aansprakelijkheid tegenover inzittenden loopt via de gewone regels van onrechtmatige daad uit Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Volgens de Rijksoverheid is een op de vijf verkeersslachtoffers het gevolg van alcohol in het verkeer. Dat verklaart waarom zowel het strafrecht als het bestuursrecht en het verzekeringsrecht hier stevig op ingericht zijn, en waarom de gevolgen van een enkele rit zich over jaren kunnen uitstrekken.

Welke verweren zijn kansrijk?

Inhoudelijk ontkennen dat er alcohol is gedronken heeft weinig zin tegenover een geldige ademanalyse. De ruimte zit vrijwel altijd in de procedure. Is het apparaat tijdig gekeurd, is de voorgeschreven wachttijd aangehouden, is de cautie gegeven, is het recht op een tegenonderzoek daadwerkelijk meegedeeld, en is de aanhouding rechtmatig verlopen?

Een tweede lijn is de vraag of bewezen kan worden dat u de bestuurder was. Bij een aantreffen naast het voertuig, bij meerdere inzittenden of bij een tijdsverloop tussen rijden en meten is dat lang niet altijd vanzelfsprekend. Een derde lijn richt zich niet op de bewezenverklaring maar op de straf: persoonlijke omstandigheden, de noodzaak van het rijbewijs voor het werk en een aantoonbaar traject van hulpverlening kunnen de ontzegging of de hoogte van de straf beinvloeden.

Omdat het straf- en het bestuursrechtelijke spoor elkaar beïnvloeden, is het verstandig ze in samenhang te beoordelen. Een strafrechtadvocaat kan het proces-verbaal en de meetgegevens opvragen voordat u op de strafbeschikking reageert, zodat u niet in verzet gaat zonder te weten wat er in het dossier zit.

Veelgestelde vragen

Vanaf hoeveel alcohol bent u strafbaar?

Voor de meeste bestuurders ligt de grens bij 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, oftewel 0,5 milligram per milliliter bloed. Voor beginnende bestuurders geldt 88 microgram per liter, oftewel 0,2 milligram per milliliter.

Die grenzen staan in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Er bestaat geen aparte hogere grens waarboven pas van dronken rijden sprake zou zijn; het gehalte bepaalt de hoogte van de straf, niet de strafbaarheid.

Is rijden onder invloed een overtreding of een misdrijf?

Een misdrijf. Dat betekent dat een veroordeling of een strafbeschikking in de justitiele documentatie terechtkomt en zichtbaar kan worden bij de beoordeling van een Verklaring Omtrent het Gedrag.

Er bestaat dus geen lichte variant die als verkeersovertreding zou worden afgedaan zoals te snel rijden dat wordt via de Wet Mulder.

Wat gebeurt er als u weigert te blazen?

Weigeren is een zelfstandig misdrijf op grond van artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994. Het Openbaar Ministerie hoeft dan niet te bewijzen hoeveel u had gedronken; de weigering zelf is het strafbare feit.

De sanctie ligt in de praktijk niet lager dan bij een hoog ademalcoholgehalte, en ook het CBR kan naar aanleiding van de weigering maatregelen nemen.

Kunt u de uitslag van de ademanalyse betwisten?

U kunt vragen om een tegenonderzoek in de vorm van een bloedonderzoek. Dat verzoek moet u tijdig doen, direct nadat het resultaat van de ademanalyse aan u is meegedeeld.

Daarnaast kan de verdediging toetsen of het apparaat geldig was gekeurd, of de wachttijd voor het blazen in acht is genomen en of de voorgeschreven procedure is gevolgd. Fouten daarin kunnen tot bewijsuitsluiting leiden.

Waarom krijgt u zowel een straf van de rechter als een maatregel van het CBR?

Het zijn twee gescheiden sporen. De strafrechter of de officier van justitie legt een straf op wegens het strafbare feit; het CBR beoordeelt bestuursrechtelijk of u nog geschikt bent om te rijden.

Beide kunnen naast elkaar bestaan. Een sepot of vrijspraak in de strafzaak betekent dus niet dat de CBR-maatregel vervalt.

Betaalt de verzekering de schade als u onder invloed reed?

De aansprakelijkheidsverzekeraar moet het slachtoffer schadeloos stellen, want de bescherming van verkeersslachtoffers staat voorop. Op grond van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen kan die verzekeraar het uitgekeerde bedrag vervolgens op de bestuurder verhalen.

Cascoschade aan uw eigen auto wordt bij rijden onder invloed doorgaans niet vergoed, omdat polissen daarvoor een uitsluiting kennen.

Bij dronken rijden staat de strafbaarheid meestal snel vast, maar de uitkomst niet. De gemeten waarde, de procedure rond de ademanalyse en de CBR-maatregel bepalen samen wat een zaak u uiteindelijk kost aan geld, rijbewijs en documentatie.

De strafrechtadvocaten van Law & More in Eindhoven beoordelen het dossier op procedurele gebreken en begeleiden zowel de strafzaak als het bezwaar tegen een besluit van het CBR. Neem contact op zodra u een strafbeschikking of een brief van het CBR ontvangt, want beide kennen korte termijnen.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.